Posts tonen met het label WOB. Alle posts tonen
Posts tonen met het label WOB. Alle posts tonen

maandag 9 december 2013

Wet Open Overheid - zeg maar de nieuwe Wob

Afgelopen week dienden de Tweede Kamerleden Voortman (Groenlinks) en Schouw (D66) het wetsvoorstel in voor de nieuwe Wet Open Overheid.Dit wetsvoorstel is na enig duwen en trekken tussen Voortman/Schouw en het kabinet in de plaats gekomen van het voorstel van Mariko Peters van een dik jaar geleden. Voor een groot deel blijft mijn commentaar van vorig jaar nog altijd gelden.
Ook in dit voorstel vallen koepelorganisaties van openbare lichamen onder het openbaarheidsregime, maar zolang zij niet onder de Archiefwet vallen, kunnen zij "zomaar" documenten vernietigen. Overigens stond in het oude voorstel nog dat de openbaarheids regels ook golden voor alle organisaties die qua bekostiging of oprichting bijna volledig afhankelijk zijn van de overheid. In dit nieuwe voorstel is dat "optioneel" gemaakt: in een Algemene Maatregel van Bestuur kan de wetgever organisaties aanwijzen.
Ook de voorschriften voor het inrichten van een elektronisch toegankelijk register zijn ongewijzigd. De Informatiecommissaris krijgt in het nieuwe voorstel iets minder bevoegdheden dan in het oude voorstel.

Maar er staan nog wel wat andere passages in mij opvielen.
(Ik citeer hier trouwens uit de versie die Roger Vleugels afgelopen week rondstuurde via zijn Fringe-nieuwsbrief. Die versie wijkt iets af van de Groenlinks versie waar ik hier naar verwijs).
Artikel 1.1 Recht op toegang
Een ieder heeft recht op toegang tot publieke informatie zonder daartoe een belang te hoeven stellen, behoudens bij deze wet gestelde beperkingen.
[...]
2.1 Begripsbepalingen
b. publieke informatie: informatie neergelegd in documenten die berusten bij een orgaan, persoon of  college als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, of informatie die krachtens artikel 2.3 door een  bestuursorgaan kan worden gevorderd;
c. document: een bij een orgaan, persoon of college als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, berustend  schriftelijk stuk of ander geheel van vastgelegde gegevens
Gaat het in de Wob in artikel 3 nog om het recht op "informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid", in de nieuwe wet lijkt het te gaan om alle informatie die bij een organisatie aanwezig is.
Artikel 2.4 Zorgplicht en openbaarmaking
3. Indien een bestuursorgaan overeenkomstig deze wet informatie openbaar maakt, geschiedt dat op  zodanige wijze dat de belanghebbende en belangstellende burger zoveel mogelijk wordt bereikt en  op de volgende algemeen toegankelijke wijze:
a. in elektronische vorm, in een machinaal leesbaar open formaat, samen met hun metadata,  overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de  Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie (PbEG 2003 L 345),  zoals dit is gewijzigd bij Richtlijn 2013/37/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni  2013 tot wijziging van Richtlijn 2003/98/EG inzake het hergebruik van overheidsinformatie (PbEU  2013 L 175)
Interessant is natuurlijk de vraag welke metadata (verwarrend trouwens dat in de Archiefwet- en -regelgeving over metagegevens gepraat wordt) meegeleverd moeten worden. Dit wordt volgens mij noch in die Europese richtlijn, noch in de toelichting nader uitgewerkt.
Artikel 5.3 Informatie ouder dan vijf jaar
In afwijking van de artikelen 5.1, tweede en vierde lid, en 5.2 wordt informatie openbaar gemaakt wanneer de informatie ouder is dan vijf jaren, tenzij het bestuursorgaan motiveert waarom de in de artikelen 5.1, tweede en vierde lid, en 5.2 bedoelde belangen ondanks het tijdsverloop zwaarder wegen dan het algemeen belang van openbaarheid.
Dit is nieuw en is een interessante bepaling, zeker met het oog op het gebruik van e-depotvoorzieningen.
Artikel 8.1 Strafbepaling
1. Hij die opzettelijk een of meer documenten aan de werking van deze wet onttrekt, daaraan  opzettelijk medewerking verleent, of daartoe opdracht geeft, wordt gestraft met gevangenisstraf van  ten hoogste vier jaren en zes maanden of geldboete van de vijfde categorie.
Toelichting Artikel 8.1 Strafbepaling 
De rechtspraak biedt een voorbeeld van een bestuursorgaan dat hangende een Wob-procedure de gevraagde informatie onderbracht bij een particulier bureau om te kunnen betogen dat het niet (meer) over de desbetreffende informatie beschikte. De vraag of publieke informatie al dan niet moet worden verstrekt, moet worden beoordeeld op basis van de criteria van deze wet. Het moedwillig onttrekken van informatie aan de werking van deze wet, bijvoorbeeld door deze zoek te maken of het bestaan ervan tegen beter weten in te ontkennen, levert een met fraude vergelijkbaar ontoelaatbaar gedrag op, waarbij strafrechtelijke handhaving gerechtvaardigd is.
Artikel 8.1 is ontleend aan het Voorontwerp Algemene wet overheidsinformatie. Daar voorontwerp stelde een nieuw artikel 361bis in de titel Ambtsmisdrijven van het Wetboek van Strafrecht voor. Het voorstel richtte zich uitsluitend tot ambtenaren, in de zin dat alleen ambtenaren of anderen die in openbare dienst werkzaam zijn, met straf worden bedreigd wegens het aan de werking van de wet onttrekken van documenten. Maar ook anderen, niet werkzaam in openbare dienst, zouden een belang kunnen hebben bij het onttrekken van informatie aan de openbaarheid. Te denken valt aan de derden op wie de informatie betrekking heeft. Deze zouden, hetzij in samenwerking met een ambtenaar die de gevraagde informatie onder zich heeft, hetzij, als artikel 2.3 is toegepast, naar aanleiding van een vordering door het bestuursorgaan, informatie kunnen vernietigen. Een dergelijke gedraging dient eveneens strafbaar te zijn. Daarom wordt in dit voorstel de strafbepaling niet als een zuiver ambtsmisdrijf vormgegeven, zodat opname in de titel Ambtsmisdrijven onjuist zou zijn.
Overigens is de strafmaat ontleend aan artikel 361 Wetboek van Strafrecht, dat gaat over het
verduisteren van bewijsstukken. 
Kijk aan, het kwijt maken of vernietigen van archiefstukken wordt nu expliciet strafbaar. Explicieter dan artikel 361 Wetboek van Strafrecht in ieder geval.
Bijlage bij artikel 8.8 van de Wet open overheid
De artikelen 3.1, 3.3, 5.1, eerste, tweede en vierde lid, en 5.2 van de Wet open overheid zijn niet van toepassing voor zover de volgende bepalingen gelden:
Archiefwet 1995: de artikelen 14 tot en met 17.
Met andere woorden, de plicht tot actieve openbaarheid (artikelen 3.1 en 3.3) en de uitzonderingen (artikelen 5.1 en 5.2) gelden niet voor overgebrachte archieven.

Het voorstel ligt nu bij dus in de Tweede Kamer en ik meen ergens gelezen te hebben dat de behandeling waarschijnlijk na de winter afgerond zal zijn.

Gerelateerd
Twee nieuwe WOB's: de WOB van Spies
De VNG en de Wob
Twee nieuwe WOB's: de WOB van Peters

Plaatje: stempel van Jürgen Pankarz

woensdag 11 september 2013

Gemeenten verkopen privégegevens aan bedrijven

Laat ik meteen duidelijk zijn, het gaat NIET om Nederlandse gemeenten, maar om Vlaamse.
Het Nieuwsblad (het citaat komt uit de tabletkrant) beschreef eergisteren hoe iemand enkele weken nadat de gemeente zijn bouwvergunning had goedgekeurd, reclame van verschillende bouwbedrijven in zijn brievenbus ontving.
En dat is geen geïsoleerd geval, zo blijkt. Een aantal bedrijfjes in België, waaronder het Kortrijkse Infobuild, verkoopt lijsten van verleende bouwvergunningen.
"Wij verzamelen inderdaad gegevens bij de verantwoordelijke administraties", zegt Inge Demets van Infobuild. "Al gaat dat niet overal even vlot. In Limburg en Antwerpen doen meer gemeenten daar moeilijk over dan in West- of Oost-Vlaanderen."
Overigens, Demets geeft toe dat sommige gemeenten geld vragen voor die informatie, al wil ze liever niet zeggen welke dat zijn. Een van die gemeenten is in elk geval Destelbergen, waar iedereen die het wil voor 20 euro per maand een overzicht krijgt van de verleende bouwvergunningen, inclusief adresgegevens.
De Vlaamse Privacycommissie vindt dat gemeenten deze gegevens niet mogen verkopen, maar geeft toe dat het ingewikkeld is:
Vooral een Vlaams decreet uit 2007 dat gemeenten de autonomie geeft op vlak van het hergebruik van overheidsdocumenten en toelaat dat daar geld voor gevraagd wordt, veroorzaakt veel verwarring. Maar de commissie is formeel. "Wie alles goed doorleest, moet concluderen dat gemeenten geen privégegevens mogen doorspelen die gebruikt zullen worden voor directe marketing", zegt woordvoerster Eva Wiertz.
 Zouden die gegevens dan wel voor andere doeleinden doorverkocht mogen worden?

Opvallend is dat de Privacycommissie ook van mening is de wet op de openbaarheid van bestuur hierbij niet speelt.
"Die dient om de burger inzage te geven in de werking van de overheid, niet om persoonsgegevens door te spelen voor commerciële doeleinden."
Overigens laat de gemeente Destelbergen uit het eerste citaat weten dat er maar vijf bedrijven op dat overzicht geabonneerd zijn. Dat levert dus bruto zo'n €1200 per jaar op. Straks vertrek ik naar Oostende om deel te nemen voor Informatie aan Zee. Ben benieuwd of dit nog ter sprake komt.

En ik zou eigenlijk ook wel willen weten of er Nederlandse gemeenten (of bedrijfjes) zijn die een vergelijkbare service leveren. Dus als je voorbeelden kent, dan mag je die hieronder invullen.

Gerelateerd
Verklaring op eer of tussen je vingers door spugen

Plaatje: Aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning in Mechelen. Door mij gefotografeerd in 2010.

maandag 19 augustus 2013

Over het archiveren van agenda's

Vorig jaar rond deze tijd bleek dat een Brabantse gemeente niet aan een Wob-verzoek kon voldoen, omdat de informatie waar het om ging niet bewaard was gebleven. De agenda's waar in het verzoek om gevraagd werd, waren - ten onrechte - niet langer beschikbaar.
De afgelopen maanden hebben we gewerkt aan een brochure waarin we uitleggen waarom ook agenda's als archiefstukken beschouwd moeten worden, hoe lang ze bewaard zouden moeten blijven en op welke manier dat zou kunnen gebeuren. De brochure vind je hier.

Gerelateerd
Over agenda's als archiefstukken #sod12

dinsdag 13 augustus 2013

Document volgt mens

Een van de uitdagingen van de archiefinspectie is - ook in de nieuwe constellatie - om in de gaten te houden welke organisaties en archieven nu wel of niet onder je toezicht vallen. Neem nu zoiets als Cition BV:
Vanaf 1 januari 2010 is Cition B.V. verantwoordelijk voor de uitvoering van de fiscale parkeerhandhaving in Amsterdam.
[...]
Cition komt voort uit de Dienst Stadstoezicht. Dienst Stadstoezicht blijft verantwoordelijk voor een actieve bijdrage aan een veilig, schoon en bereikbaar Amsterdam. De aandelen van Cition zijn voor 100% in handen van de gemeente.
Met de oprichting zijn wij de grootste van Nederland op het gebied van parkeerhandhaving. Momenteel verzorgen wij het parkeermanagement in alle delen van Amsterdam waar betaald parkeren geldt.
Zegt u het maar...
Valt Cition BV onder de Archiefwet?
En zo ja, valt de bv dan ook onder het toezicht van de Amsterdamse gemeentearchivaris?
En valt de organisatie daarmee ook onder het interbestuurlijk toezicht van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland?

Blijkbaar valt (een deel van) de administratie van Cition wel onder de Wob, maar de informatie die dat oplevert, is niet heel geruststellend. Rejo Zenger schrijft op zijn blog:
Na de ontvangst van het bezwaarschrift nodigt Cition mij uit voor een mondelinge toelichting. Daarin wordt duidelijk waarom Cition moeite heeft met het beantwoorden van mijn verzoek:
Mede door de ontvlechting van Cition uit Stadstoezicht zijn er veel documenten verloren gegaan. Er zijn veel medewerkers betrokken geweest bij het gebruik van de scanauto’s. Veel daarvan zijn niet meer werkzaam, zodat eventuele onder hen behorende documenten ook verloren zijn gegaan.
Hoe dan ook heeft destijds iemand blijkbaar zitten slapen bij de Dienst Stadstoezicht...

Gerelateerd


Plaatje: Wielklemmetje, via Bram Nijmeier

dinsdag 25 juni 2013

E-mailberichten? Die komen op mijn geheime adres

Gisteren Canadese e-mailberichten die stelselmatig vernietigd werden, vandaag e-mails die stelselmatig naar "geheime" adressen gestuurd worden. AP berichtte begin deze maand:
Some of President Barack Obama's political appointees are using secret government email accounts to conduct official business, The Associated Press found, a practice that complicates agencies' legal responsibilities to find and turn over emails under public records requests and congressional inquiries.
White House spokesman Jay Carney on Tuesday acknowledged the practice and said it made eminent sense for Cabinet secretaries and other high-profile officials to have what he called alternative email accounts that wouldn't fill with unwanted messages. Carney said all their email accounts, public and otherwise, were subject to congressional oversight and requests by citizens under the U.S. Freedom of Information Act.
Say what? Een geheim e-mailadres, omdat het andere vol loopt met ongewenste berichten? En een nog geheimer e-mailadres voor de echt, 100% gewenste berichten, of hoe moet ik dat zien?
Voor de duidelijkheid, het gaat hier niet om privé-adressen die "zakelijk" gebruikt wordt, maar om dubbele (of driedubbele?) zakelijke adressen:
The practice is separate from officials who use personal, nongovernment email accounts for work, which generally is discouraged due to laws requiring that most federal records be preserved.
Having separate accounts could put an agency in a difficult spot when it is compelled to search for and release emails as part of congressional or internal investigations, civil lawsuits and public records requests. That's because employees assigned to compile such responses would necessarily need to know about the accounts to search them. Secret accounts also drive perceptions that government officials try to hide actions or decisions.
"What happens when that person doesn't work there anymore? He leaves and someone makes a request (to review emails) in two years," said Kel McClanahan, executive director of National Security Counselors, an open government group. "Who's going to know to search the other accounts? You would hope that agencies doing this would keep a list of aliases in a desk drawer, but you know that isn't happening."
Nog mooier is dat AP op grond van de Freedom of Information Act (FOIA, de Amerikaanse WOB) om een overzicht van die geheime e-mailadressen heeft gevraagd. Om voor de hand liggende redenen kreeg het persbureau die niet. Wat heb je aan geheime adressen als je ze daarna gewoon openbaar maakt?
Overigens was het ministerie van Arbeid  niet zo principieel, als er iets meer dan 1 miljoen dollar betaald werd, viel er wel iets te regelen:
It said it needed to pull 2,236 computer backup tapes from its archives and pay 50 people to pore over old records. Those costs included three weeks to identify tapes and ship them to a vendor, and pay each person $2,500 for nearly a month's work. But under the department's own FOIA rules — which it cited in its letter to the AP — it is prohibited from charging news organizations any costs except for photocopies after the first 100 pages. The department said it would take 14 weeks to find the emails if the AP had paid the money.
Naderhand zei het ministerie trouwens dat die rekening van 1 miljoen onjuist was en werden een stel "geheime" adressen toch openbaar gemaakt.

Ik vind het maar een wonderlijk verhaal...

Gerelateerd
Nog maar eens over e-mail en archief (en de Wob)
Wob en privé e-mailboxen
E-mailberichten? Die gooi ik altijd weg

Plaatje: affiche van het Best Kept Secret-festival

maandag 24 juni 2013

E-mailberichten? Die gooi ik altijd weg.

In April 2013, my office received a complaint from Member of Provincial Parliament Peter Tabuns (MPP), alleging that Mr. Craig MacLennan, the former Chief of Staff to the former Minister of Energy, had a practice of routinely deleting all of his emails. The MPP took the position that this practice was inappropriate. Of particular concern was the fact that this former political staffer had been involved in discussions surrounding the cancellation of the gas plants which had attracted a great deal of media attention and was the subject of a review by the Legislature’s Standing Committee on Justice Policy. The review by the Standing Committee on Justice Policy stemmed from a 2012 motion by the Estimates Committee, and a subsequent Speaker’s ruling, for the production of documents related to the closure of the gas plants.
Upon receipt of this complaint, my office immediately launched an investigation. Of significant concern to both the complainant and my office was that, despite more than 56,500 pages of responsive records having been produced by the Ministry of Energy and the Ontario Power Authority (OPA), not one responsive record was produced by political staff in the Minister of Energy’s office.
During the course of the interviews we conducted as part of our investigation, we met with the Secretary of the Cabinet. During this interview, we learned that in early 2013, staff in the former Premier’s office had approached him, asking questions about how to permanently delete emails and other electronic documents. While the Secretary took steps to inform them of their obligations, I was very concerned with the prospect of inappropriate deletions of electronic records by political staff in the former Premier’s office. As a result, I decided to expand the scope of my investigation.
It is difficult to accept that the routine deletion of emails was not in fact an attempt by staff in the former Minister’s office to avoid transparency and accountability in relation to their work. Further, I have trouble accepting that this practice was simply part of a benign attempt to efficiently manage one’s email accounts.
While I cannot state with certainty that there was inappropriate deletion of emails by the former Premier’s staff as part of the transition to the new Premier in an effort to avoid transparency and accountability, I concluded that the email management practices of the former Premier’s office were in violation of the obligations set out in the ARA.
This failure to comply with the records retention requirements of the ARA, coupled with a culture of avoiding the creation of written and electronic records, assists in explaining the apparent paucity of documents relating to the gas plant closures produced by the offices of the former Minister of Energy and the former Premier.
Dit uitgebreid citaat komt uit de "Executive Summary" van het rapport Deleting Accountability: Record Management Practices of Political Staff van de Information and Privacy Officer van Ontario.
Het rapport is het verslag van een "speciaal onderzoek" van de commissaris en het is interessant - en helaas zelfs herkenbaar - leesvoer.
Vooral de passages over de "mondelinge" cultuur vind ik verhelderend:
We were told by MacLennan and Livingston that while there were frequent in-person meetings with the various players involved on the gas plants file, the only information that would generally be captured in writing would be an email proposing a meeting. MacLennan explained that the Minister’s office was a “very verbal office.” He would encourage his staff to talk through an issue face-to-face, instead of using a form of written documentation. We were told that the former Minister’s office kept a particularly hectic pace and that staff were always trying to manage high-profile issues and “put out fires.” He candidly stated that records management would have been one of the last things on the minds of political staff. This verbal culture may have been prevalent within the former Premier’s office as well. Livingston stated that meetings were held every morning but no notes were ever taken. In his view, verbal communications were sufficient and there was no need to document the information exchanged.
Maar lees vooral het hele rapport, want ook de passages over de pogingen om verwijderde e-mailberichten alsnog te redden zijn zeer informatief.

Gerelateerd
E-mail is toch geen archief?
Nog maar eens over e-mail en archief (en de Wob)

Plaatje: Is email dead? van Cambodia4kids

zaterdag 1 juni 2013

Nog maar eens over e-mail en archief (en de Wob)

Ai, ai, Nu.nl schrijft over een pijnlijke zaak voor de provincie Groningen.
Greenpeace heeft om de openbaarmaking van allerlei documenten over de bouw van een kolencentrale in de Eemshaven gevraagd. In de stukken die de provincie openbaar gemaakt heeft, staan verwijzingen naar andere documenten, die Greenpeace niet gekregen heeft:
In de rechtszaak schrijft de provincie Groningen dat diverse stukken via de mail zijn uitgewisseld. “De ontvangen of verstuurde e-mailberichten zijn destijds door de betreffende medewerkers van de provincie geprint en gearchiveerd, waarna de digitale versie van het e-mailbericht niet bewaard is gebleven”, houdt de provinctie Groningen de rechters voor.
“Daarbij is echter de vaak omvangrijke bijlage bij het e-mailbericht niet geprint en derhalve verloren gegaan met de verwijdering van de digitale versie van het e-mailbericht.”
Al worden e-mails op de server bewaard, toch zijn de documenten niet meer te herstellen. “De server van de provincie zal geen hulp bieden omdat van verwijderde e-mails maximaal een jaar een backup wordt bewaard”, schrijft de provincie in een verweer. Uiteindelijk is er op last van de rechter wel opnieuw gezocht en zijn enkele documenten gevonden. Een deel is nog steeds zoek.
Maar, zegt de provincie, het gaat hierbij niet om "kernstukken" die kwijt zijn. Alle "belangrijke stukken" zijn wel gewoon beschikbaar, volgens een woordvoerder.
Nu.nl heeft Roger Vleugels gevraagd daar op te reageren:
“Kerndocumenten bestaat niet. Er bestaan alleen maar documenten en de provincie kan niet een indeling gaan maken tussen belangrijke en niet-belangrijke documenten”, stelt hij tegenover NU.nl. “Ook mogen documenten ook niet zomaar worden vernietigd als ze onderdeel van een procedure zijn.”
Vleugels vraagt zich daarbij af hoe de provincie kan beweren dat het niet om kerndocumenten gaat als de stukken zelf zoek zijn.
Gelukkig stoppen we met e-mailen.

Gerelateerd
Over agenda's als archiefstukken #sod12
E-mail is toch geen archief
Much ado about email

Plaatje: De Emaillerie in Eerbeek

maandag 8 april 2013

De afwezigheidsmelding en de Wob

21 Maart deed de rechter uitspraak in de zaak van de gemeente Dordrecht tegen een burger die te veel Wob-verzoeken indiende.
De voorzieningenrechter:

5.1. verbiedt het [gedaagde] om zich gedurende twee jaar vaker dan 10 keer per maand met brieven, faxen of e-mails tot de gemeente Dordrecht te richten, behalve voor zover deze brieven, faxen of e-mails betrekking hebben op vergunningaanvragen door of namens [gedaagde] ingediend, dan wel betrekking hebben op bezwaar- en beroepschriften van [gedaagde] tegen de gemeente Dordrecht tegen beschikkingen die de gemeente Dordrecht aan [gedaagde] heeft gericht, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 300,- per overtreding, met een maximum van € 100.000,- en uitvoerbaar bij voorraad per overtreding;
De NRC beschreef afgelopen donderdag de impact van de verzoeken en bezwaren op het ambtelijk apparaat van Dodrecht.
De gemeente heeft speciaal voor het afhandelen van de Wob-verzoeken vier mensen in dienst: twee juristen, een bestuurskundige en een ondersteunende kracht, die ieder 32 uur per week met deze aanvragen bezig zijn. Alles bij elkaar kost dat blijkbaar €400.000 per jaar.
De krant gaf ook een indruk wat er voor de beantwoording van een (willekeurig) verzoek moet gebeuren:
Soms volstaat een standaard antwoord. Even vaak kost het bergen tijd. „Zoals deze.” Ze pakt WOB-verzoek 352 over het pand met nummer 31 er weer bij. „Welke bouw- en of omgevingsvergunning is er verleend die deze huisnummering mogelijk heeft gemaakt?”
Hier moet de gemeentelijke archiefmedewerker aan te pas komen, zegt ze. Asghar geeft hem het adres van het pand, plus het bouwjaar. De archiefmedewerker ploegt door de stellingkasten, trekt de beige dossiers van de planken, en zoekt. Adres, straat, huisnummer. Heeft hij een dossier over dat pand eindelijk gevonden, dan kijkt hij of de gevraagde informatie erin zit. Zo niet, dan gaat de zoektocht verder. Andere archiefkasten. Digitale dossiers. Splitsingsvergunningen die vaststellen dat bij dit pand dit nummer hoort, 31.
Allemaal interessant, maar niet heel verrassend.
Bij de volgende passage fronste ik toch wel even mijn wenkbrauwen:
Zo vraagt Karasahin, in WOB-verzoek nr. 164, om alle documenten omtrent de aanvraag van een exploitatievergunning van een Dordtse horecaondernemer. Karasahin wil dat Dordrecht hem het huurcontract stuurt, het ondernemingsplan, en alle correspondentie. Ook het automatische e-mailtje van de ondernemer die zegt: „Beste lezer. Van 3 tot 23 juli ben ik op vakantie. Met vriendelijke groet.”
Ohoh...
Het kost al moeite genoeg om ambtenaren duidelijk te maken dat e-mails ook in dossiers thuis horen. En nu blijken dat soort afwezigheidsmeldingen ook nog deel uit te maken van informatie die bij een Wob-verzoek openbaar gemaakt moet worden. Dat betekent natuurlijk ook dat ze bewaard en gearchiveerd moeten worden!

Of heb je als bestuursorgaan de bevoegdheid om te bepalen welke informatie waardeloos is, als het om Wob-verzoeken gaat?
Volgens mij niet...

En stel dat die meldingen bewaard moeten blijven, moeten dan ook de automatische afwezigheidsmeldingen die ambtenaren versturen gearchiveerd worden?
Als je de definitie van archiefbescheiden uit de Archiefwet heel strikt volgt, zijn het natuurlijk ook archiefbescheiden. De berichten zijn ontvangen of opgemaakt door een overheidsorgaan en bestemd om er onder te berusten. Maar ik denk dat er toch weinig ambtenaren, div-ers of archivarissen zijn die zich om dit soort berichten druk maken.
Desalniettemin, het ontbreken van die berichten kan een overheidsorgaan dus een hoop tijd en geld kosten.

Wat Dordrecht betreft: het is nog maar de vraag of de uitspraak van de rechter effectief is. Uiteraard is de "verzoeker" ondertussen in beroep gegaan. Maar hij heeft ondertussen ook al allerlei stromannen ingezet, die de gemeente nu met Wob-verzoeken bestoken.

Gerelateerd
E-mail weg, taxatierapport vervalst
Disclaimers onder e-mail
De VNG en de Wob

Plaatje: Keep calm and wob wob wob uit de Keep calm-o-matic

dinsdag 2 april 2013

De VNG en de Wob

Goh, tot mijn eigen verrassing ben ik het niet eens zo oneens met de VNG als het gaat om transparantie en openbaarheid.
Het begon met de reactie van de VNG op het wetsvoorstel van toenmalig minister Spies om de Wob zodanig aan te passen dat oneigenlijke verzoeken makkelijker ter zijde konden worden gelegd. Ik schreef eerder ook al over dat voorstel. Maar in die brief verwijst de VNG naar zijn "discussiestuk" De transparante gemeente, dat eind vorig jaar verscheen (en mij helemaal ontgaan was.)
In het discussiestuk (pdf) staan zeven aandachtspunten en zeven aanbevelingen die allemaal heel redelijk lijken:
Aandachtspunt 1:  Houding van het bestuursorgaan bij de behandeling van een Wob-verzoek
Aandachtspunt 2:  Oneigenlijke verzoeken om informatie
Aandachtspunt 3:  Kosten die voor gemeenten gepaard gaan met openbaarheid
Aandachtspunt 4:  Slechts één algemeen kader voor passieve openbaarheid
Aandachtspunt 5:  Bijzondere rol van journalisten
Aandachtspunt 6:  Privacy bij actieve openbaarmaking
Aandachtspunt 7:  Archivering en ordening van gemeentelijke documenten moet op orde komen voor een grotere mate van openbaarheid

Aanbeveling 1: Communicatie tussen verzoeker en bestuursorgaan is dé standaard
Aanbeveling 2: Actieve openbaarheid is de norm in het lokaal bestuur
Aanbeveling 3: Meer en beter gebruiken van technische mogelijkheden
Aanbeveling 4: Aanstelling van een Wob-functionaris in iedere gemeente
Aanbeveling 5: Mogelijkheden in de wet voor differentiatie tussen diverse Wob-verzoeken
Aanbeveling 6: Geen dwangsom meer bij niet tijdig beslissen op Wob-verzoeken
Aanbeveling 7: Wob aanvullen met een bepaling over de aanpak van oneigenlijk gebruik. 
Vooral dat laatste aandachtspunt sprak mij natuurlijk het meeste aan, al is het alleen maar omdat ik dat ook al jaren zeg:
Aandachtspunt 7: Archivering en ordening van gemeentelijke documenten moet op orde komen voor een grotere mate van openbaarheid
Een praktisch probleem lijkt te zijn dat veel gemeenten de archivering van documenten op verschillende manieren vorm geven. De ene vorm is niet per definitie slechter dan de andere, maar sommige systemen leveren automatisch veel werkzaamheden voor ambtenaren op in het kader van Wob-verzoeken. Zij moeten immers in een archief, op papier of digitaal, de opgevraagde informatie proberen te vinden. Dit kost tijd, en daarmee ook geld.
In deze discussie is het wellicht wenselijk te kijken naar de voordelen van een eenduidig, uniform archiefsysteem. In elk geval is duidelijk dat digitale ontsluiting van documenten zeer belangrijk is voor het snel en accuraat afhandelen van Wob-verzoeken. Een pleidooi voor actieve openbaarheid van bestuur en een zorgvuldige, snelle en communicatieve behandeling van inzageverzoeken door het lokaal bestuur gaat daarom hand in hand met een pleidooi voor een efficiënt en snel werkend archiefsysteem in iedere gemeente.
Al heb ik natuurlijk nooit gepleit voor één uniform "archiefsysteem" voor alle gemeenten. De VNG gebruikt "systeem" hier in de betekenis van "aapplicatie" en doet alsof de techniek alle problemen op kan en zal lossen. Daarmee gaat de vereniging natuurlijk volledig voorbij aan het enorme aandeel van mensen, processen en procedures bij adequate archivering. Ik ken vergelijkbare gemeenten, die eenzelfde "archiefsysteem" gebruiken, maar waar toch enorme verschillen te zien zijn in de kwaliteit van archivering. Die verschillen kunnen alleen verklaard worden als je kijkt naar de mensen die het werk (moeten) doen en de manier waarop ze dat doen.

Wat de overige aandachtspunten en aanbevelingen betreft, vind ik aandachtspunt 5 wel problematisch.
Aandachtspunt 5: Bijzondere rol van journalisten
Als we naar een transparante, open bestuurscultuur toe willen zal ook de journalistiek in dat opzicht haar verantwoordelijkheid moeten nemen. De gemeenten hebben geen behoefte aan een door journalisten gecreëerde “afrekencultuur” waarin bewust wordt gezocht naar informatie die personen kan beschadigen.
De pers kan en mag doen wat hem goed dunkt, de overheid kan daar verder geen enkele eis aan stellen. Als gemeenten geen behoefte hebben aan een afrekencultuur, dan moeten ze daar zelf voor zorgen. Dat kan bijvoorbeeld door helder en duidelijk te reageren op uitkomsten van journalistiek onderzoek en hun reacties niet te laten afhangen van de "hetze".

Tenslotte ben ik, blijkbaar net als de VNG, vóór de aanstelling van een of meer specialistische Wob-ambtenaren bij iedere overheidsorganisatie:
Aanbeveling 4: Aanstelling van een Wob-functionaris in iedere gemeente
Wat bij de Rijks- en provinciale overheid al heel normaal is [maar volgens mij niet bij de twee provincies waar ik voor werk en gewerkt heb, IKo] zou ook voor het lokaal bestuur moeten gelden. Op bovenlokaal niveau is er vaak één persoon (of een groep medewerkers) verantwoordelijk voor het inboeken, beoordelen en afhandelen van Wob-verzoeken.
[...]
Het verbeteren van de administratieve procedure kan worden ingezet met de aanstelling van de centrale Wob-functionaris. De positie van een dergelijke functionaris zou vergelijkbaar moeten zijn met de controller van de gemeente: een in essentie neutrale positie ten opzichte van college, raad en ambtelijk apparaat.
[...]
Daarnaast is het goed om te komen tot een professionalisering van ambtenaren die zich bezig houden met de Wob. Voor de beoogde kanteling in het denken over transparantie is het van belang dat niet alleen bestuurders, maar ook ambtenaren anders leren denken over openbaarheid van bestuur. Een Wob-verzoek moet worden gezien als een communicatievraag en niet zozeer als een pesterij van een burger of journalist.
Misschien komt het toch nog wel eens goed tussen mij en de VNG.

Gerelateerd
Twee nieuwe WOB's: De WOB van Spies
De #archiefvisie van de VNG - deel 2
Wat kost de Wob?
De #archiefvisie van de VNG

dinsdag 21 augustus 2012

Twee nieuwe WOBs: de WOB van Peters

Gisteren de Wob van Spies, vandaag de Wob van Peters, die niet zomaar een aanpassing van de huidige wet is, maar een redelijk ingrijpende wijziging.
Een van de opvallendste wijzigingen in het voorstel zit in artikel 2.2 waarin de reikwijdte beschreven wordt:
Artikel 2.2 Reikwijdte
1. Deze wet is van toepassing op:
a. overheidsorganen;
b. organen van privaatrechtelijke rechtspersonen of instellingen met jaarlijkse inkomsten van meer dan  €  100 000 die wegens hun bekostiging, hun wettelijke taak of het door hen behartigde publieke belang zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze wet, voor zover de informatie betrekking heeft op die bekostiging, die taak of dat belang;
c. organen van privaatrechtelijke rechtspersonen of instellingen, voor zover:
1° de rechtspersoon is aangemerkt als een publieke entiteit in artikel 1, onderdeel c, van de Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten en voor zover de informatie betrekking heeft op die hoedanigheid, of
2° de rechtspersoon is opgericht door een overheidsorgaan, de rechtspersoon een overheidsorgaan als aandeelhouder heeft, een of meer leden van het hoogste orgaan van de rechtspersoon worden benoemd door een overheidsorgaan of een overheidsorgaan op andere wijze overwegende invloed op het beleid van de rechtspersoon heeft;
d. organen van koepelorganisaties van openbare lichamen. 
Dit klinkt interessant, want het betekent dat veel meer organisaties dan nu te wobben zijn. Er zit hier ook meteen een grote adder onder het gras. 
Neem nu de VNG of BRAIN. Deze organisaties vallen nu niet onder de Wob (want geen bestuursorganen) maar zouden op grond van lid d. dan wel onder de Wob vallen. Maar het probleem is volgens mij dat openbaarheidseisen niet zonder bewaarplichten kunnen. 
De bestuursorganen uit de huidige Wob vallen allemaal ook onder de Archiefwet, wat eigenlijk betekent dat zij geen enkel document "zo maar" mogen vernietigen. Daar zijn bewaartermijnen voor vastgelegd en procedures voor afgesproken. Maar, die "organen van koepelorganisaties van openbare lichamen" vallen op dit moment niet onder de Archiefwet en zij zouden dus in theorie op ieder verzoek kunnen antwoorden dat zij - helaas, helaas - de gevraagde informatie net vorige week vernietigd hebben.
Maar misschien wordt dit wel voorkomen door het nieuwe uit artikel 3.2:
Artikel 3.2 Register
1. Een overheidsorgaan houdt een elektronisch toegankelijk openbaar register bij van bij het orgaan berustende documenten.
2. Het register bevat ten minste de ter behandeling ontvangen documenten en de na behandeling verzonden of vastgestelde documenten. Op voordracht van Onze Minister worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld over de inhoud van het register.
3. Het register biedt een ieder toegang tot de in het register vermelde documenten die openbaar zijn gemaakt dan wel geeft aan op welke wijze kennis genomen kan worden van documenten die niet in elektronische vorm beschikbaar gesteld kunnen worden.
De toelichting bij dit artikel is interessant, omdat het register blijkbaar niet voor alle archiefstukken bedoeld is. E-mailberichten vormen weer een uitzondering zo te zien:
Voor overheidsorganen zou het echter een te grote inspanning vergen om alle documenten in het register op te nemen. De registerplicht is derhalve in eerste instantie beperkt tot een bepaalde groep documenten.
In het register worden alle ter behandeling ontvangen documenten opgenomen. Met het woord «ter behandeling» wordt aangegeven dat reclame of andere post die niet behandeld hoeft te worden, niet in het register hoeft te worden opgenomen. Tevens worden in het register opgenomen alle verzonden of anderszins vastgestelde documenten. Uit de vaststelling blijkt dat een document niet langer in de conceptfase verkeert. Als een document is verzonden, mag worden aangenomen dat vaststelling heeft plaatsgevonden. Bij verzending wordt niet alleen gedacht aan verzending buiten het overheidsorgaan, maar ook aan verzending binnen het overheidsorgaan. Het criterium is dat als intern de ontvangst of verzending van een document wordt vastgelegd, het document tevens in het register moet worden opgenomen.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden vastgesteld over het opnemen van documenten in het register. Te denken valt daarbij aan een nadere aanscherping van documenten die niet behoeven te worden opgenomen. Maar ook kan het aantal documenten dat moet worden opgenomen, worden uitgebreid. Bijvoorbeeld kunnen nadere regels worden gesteld over de gevallen waarin e-mails moeten worden opgenomen.
Ook Peters houdt in haar voorstel rekening met oneigenlijke verzoeken:
Artikel 4.6 Antimisbruikbepaling
Indien het orgaan op zwaarwegende gronden meent dat een verzoeker kennelijk misbruik maakt van de rechten die deze wet toekent, kan het orgaan de Informatiecommissaris gemotiveerd toestemming vragen het verzoek op die grond af te wijzen.
Zoals uit dit artikel al blijkt, ziet Peters een belangrijke rol weggelegd voor een "Informatiecommissaris." Dit is een onafhankelijke functionaris, die benoemd wordt door de Tweede Kamer en zijn status is vergelijkbaar met die van de Nationale Ombudsman. De taken van de informatiecommissaris zouden de volgende moeten worden:
Artikel 7.2 Taken
1. De Informatiecommissaris bevordert de toepassing van deze wet, onder meer door:
a. het geven van voorlichting;
b. het monitoren en onderzoeken van en rapporteren over de uitvoering van deze wet in algemene zin of door specifieke organen in het bijzonder;
c. het opleiden van personen werkzaam bij organen belast met de uitvoering van deze wet;
d. het op verzoek of uit eigen beweging adviseren van organen over de uitvoering van deze wet;
e. het publiceren van richtsnoeren ter bevordering van de openbaarmaking uit eigen beweging en de toegankelijkheid van informatie.
2. De Informatiecommissaris wordt om advies gevraagd over voorstellen van wet en ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur die geheel of voor een belangrijk deel betrekking hebben op de toegankelijkheid en de openbaarmaking van informatie.
En de commissaris is degene die beslist op beroepen die ingesteld worden tegen besluiten op grond van de Wob.
Belangrijkste reden voor Peters om een Informatiecommissaris aan te stellen is, blijkens de memorie van toelichting, om een "cultuuromslag" te bevorderen.
Het doel van de cultuuromslag van bestuurlijke geslotenheid naar openheid kan niet worden bereikt enkel door de materiële en formele verplichtingen aan organen. Na de implementatie van de bepalingen omtrent actieve en passieve openbaarheid zal het recht op toegang tot publiek in de praktijk invulling moeten krijgen. Belangrijk is daarbij dat gekeken wordt naar een zinvolle invulling van de verplichtingen omtrent openbaarheid.
[...]
Om deze normalisering in de verhouding tussen burger en overheid te bewerkstelligen en de implementatie van deze wet te bevorderen, wordt de functie van Informatiecommissaris gecreëerd. Diens taak is om organen en burgers te ondersteunen en om conflicten op te lossen door belangen bij elkaar te brengen, niet slechts door de juridische geschillen te beslissen.
Ik ben een beetje sceptisch over zo'n nieuwe functionaris, omdat ik denk dat deze heel snel toch "kalltgestellt" wordt als hij te actief optreedt. Een beetje zoals je een paar weken geleden met de Nationale Ombudsman zag gebeuren. Maar wie weet...

Gerelateerd
Twee nieuwe WOB's: De WOB van Spies
Laten we het nog eens over de WOB hebben
Donner, WOB en archieven

maandag 20 augustus 2012

Twee nieuwe WOB's: De WOB van Spies

Philosoraptor-meme-generator-openbaarheid-wob-wob-wob-cd69e5
Het lijkt me nu niet het beste voorbeeld van doelmatigheid en efficiëntie, maar op dit moment zijn twee wijzigingen van de Wet Openbaarheid van Bestuur in procedure.
Allereerst het initiatiefvoorstel van Mariko Peters, dat ze lanceerde op de website nieuwewob.nl en dat ondertussen onder nummer 33 328 bij de Tweede Kamer is ingeschreven.
Het andere voorstel is wat traditioneler en is afkomstig van de minister Spies van Binnenlandse Zaken. Het staat nog niet op de agenda bij de Tweede Kamer, tot 1 oktober kan iedereen er nog op reageren via Internetconsultatie.nl.
Vandaag opmerkingen en kanttekeningen bij het voorstel van de minister, volgende keer is het voorstel van Peters aan de beurt.

Belangrijkste aanleiding voor de minister om de wet te wijzigen lijkt de "enorme" hoeveelheid "oneigenlijke" WOB-verzoeken die de bestuursorganen te veel tijd en geld kosten. In de Memorie van Toelichting schrijft de minister daar over:
Daarbij is van belang dat de Rijksoverheid in de komende jaren fors moet bezuinigen. Deze bezuinigingen raken het gehele openbaar bestuur. Om de bezuiniging te halen, wordt gestreefd naar een compacte overheid met minder ambtenaren. Dat heeft tot gevolg dat ook gekeken moet worden naar neveneffecten van Wob-verzoeken, waarbij in het bijzonder gedacht moet worden aan de gevolgen voor effectiviteit en de inzet van capaciteit binnen bestuursorganen. De Tweede Kamer heeft zelf aan de orde gesteld dat er Wob-verzoeken worden ingediend die veel van de capaciteit van bestuursorganen vragen, maar waarvan men zich kan afvragen of deze passen bij het doel van de Wob. Ook worden er Wob-verzoeken ingediend die weliswaar passen binnen de doelstelling van de Wob, maar waarbij de capaciteit die openbaarmaking van de gevraagde informatie vergt onevenredig is ten opzichte van het belang van openbaarheid.
Dit als onredelijk aan te duiden gebruik van de Wob ervaren ambtenaren als frustrerend. Het leeft als thema sterk bij de bestuursorganen.
Ik heb eerder al eens vraagtekens geplaatst bij deze argumentatie, maar toen had ik - het is een schande -  het rapport Omvangrijke en oneigenlijke WOB-verzoeken dat in mei 2011 is gepubliceerd, nog niet gelezen. Daarover later meer, want in het wetsvoorstel wordt nog een ander interessant rapport genoemd, dat enkel gaat over de "onredelijke verzoeken" uit artikel 3a van het voorstel:
Artikel 3a
1. Een verzoek wordt als kennelijk onredelijk buiten behandeling gelaten, indien:
a. de verzoeker niet meewerkt aan een verzoek tot precisering als bedoeld in artikel 3, vierde lid;
b. een verzoek kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van informatie.
“Vexatious requests: anti-misbruikregelingen van openbaarheidswetgeving” is in opdracht van Binnenlandse Zaken in 2010 geschreven en gaat over de vraag of er in andere Europese landen sprake is van wetgeving om "oneigenlijke verzoeken om openbaarheid" af te wijzen. De meeste aandacht gaat daarbij uit naar Groot-Brittanië, waar in de Freedom of Information Act het begrip "vexatious requests" (ergerlijke verzoeken) is opgenomen. Het begrip blijkt in de wet niet nader gedefinieerd, maar er is wel al wat jurisprudentie waardoor het begrip ingeperkt wordt:
Met name de volgende aspecten zijn blijkens de rechtspraak van het Tribunal relevant bij de beoordeling van de vexatiousness: (a) is het verzoek onderdeel van een ‘extended campaign to expose alleged improper or illegal behaviour in the context of evidence tending to indicate that the campaign is not well founded; (b) betreft het verzoek informatie die al is verstrekt aan de verzoeker; (c) suggereert de ‘nature and extent’ van de correspondentie tussen verzoeker en de overheid ‘an obsessive approach to disclosure’; (d) is de toon die in de correspondentie wordt gehanteerd ‘tendentious and/or haranguing’; (e) kan in redelijkheid worden verwacht dat de correspondentie een negatief effect heeft op de ‘health and well-being of officers’; en (f) leidt beantwoording van het verzoek waarschijnlijk tot ‘substantial and disproportionate financial and administrative burdens.’
Interessant is verder dat het in 2010 nog onduidelijk was of het invoeren van "vexatiousness" ook tot afname van het misbruik heeft geleid. Er was wel duidelijk dat de bepaling slechts zeer sporadisch door de overheid wordt gebruikt om een verzoek af te wijzen. Vanaf 2006 tot en met 2009 heeft de Information Commissioner in totaal 60 keer een uitspraak gedaan die te maken had met "ergerlijke verzoeken." Dat zijn er du 15 per jaar, terwijl er in die periode in totaal circa  37.000 FOIA-requests per jaar worden ingediend.
De tweede helft van het onderzoek gaat over de "Landen die het verdrag van de Raad van Europa betreffende toegang tot officiële documenten hebben ondertekend. De reden hiervoor is dat in dat verdrag aan de ondertekenaars de mogelijkheid gegeven wordt om een verzoek om informatie af te wijzen omdat het "kennelijk onredelijk" is. In 2010 hadden België, Estland, Finland, Georgië, Hongarije, Litouwen, Macedonië, Montenegro, Noorwegen, Servië, Slovenië en Zweden had verdrag ondertekend en alleen Noorwegen had het verdrag ook al geratificeerd.
Uit het onderzoek blijkt dat de overheid in alle landen wel in meer of mindere mate een verzoek kan afwijzen omdat het te ingrijpend of onredelijk is. Om redenen die mij niet helemaal duidelijk zijn wordt dan nader ingezoomd op de situatie in België en Servië "omdat zij in hun nationale wetgeving met betrekking tot de openbaarheid van bestuur een antimisbruik regeling kennen." Dat laat ik maar even voor wat het is.

Hoe dan ook, in het wetsvoorstel is nu ook het begrip "kennelijk onredelijk" opgenomen als een reden om een verzoek buiten behandeling te laten. Ik ben nog niet helemaal overtuigd van nut en noodzaak, maar misschien dat dat andere rapport, over omvangrijke verzoeken daar verandering in brengt. Het lijkt me, zeker gezien de uitgebreide aandacht voor de situatie in Groot-Britanië, dat er selectief gewinkeld wordt in buitenlandse wetgeving. Wel de "ergerlijkheid", maar bijvoorbeeld niet de Informatiecommissaris (die in het Verenigd Koninkrijk een belangrijke rol speelt bij het vaststellen van de ergerlijkheid van verzoeken.)

Een ander lid van artikel 3a vind ik ook, om het zacht uit te drukken, opvallend:
4. Voor zover een verzoek betrekking heeft op documenten die naar hun aard primair bestemd zijn voor intern beraad en die voor het overige slechts informatie bevatten die in andere vorm openbaar is of wordt, wordt het buiten behandeling gelaten.
De toelichting daarbij is ook het citeren waard:
Een van de oorzaken dat de behandeling van een Wob-verzoek zo arbeidsintensief is, is de regel dat ieder document individueel moet worden beoordeeld en vervolgens slechts kan worden geweigerd voor zover een van de uitzonderingen van de artikelen 10 en 11 van de Wob aan de orde is. Dat heeft tot gevolg dat bijvoorbeeld alle op een verzoek betrekking hebbende e-mails individueel moeten worden bezien. Deze e-mails hebben in het algemeen voor het verzoek weinig toegevoegde waarde. Vaak is als bijlage toegevoegd een concept van een document dat als persoonlijke beleidsopvatting bestemd voor intern beraad kan worden aangemerkt. Die bijlage kan, als het document definitief is, openbaar gemaakt worden of (deels) geweigerd op grond van de artikelen 10 en 11 van de Wob. De e-mail waar het concept een bijlage bij is, bevat zakelijk gezien slechts de mededeling dat een bijlage is bijgevoegd en reflectie op eventuele discussiepunten. Beoordeling van alle e-mails met bijlagen leidt tot afwijzingen op grond van artikel 11, maar er gaat onevenredig veel tijd in zitten. De regering heeft gezocht naar vermindering van die inspanning, zonder afbreuk te doen aan het niveau van de openbaarheid. De regering meent dat het buiten behandeling laten van deze e-mails bij een Wob-verzoek verantwoord is, nu dergelijke e-mails na beoordeling op grond van de artikelen 10 en 11 van de Wob in het algemeen toch niet verstrekt worden.
Hiermee worden in één klap bijna alle interne e-mailberichten uitgezonderd van de openbaarheid.. Zouden ze wel nog onder de Archiefwet vallen?

Tenslotte, een interessante aanvulling op de huidige wet, vind ik artikel 7a:
Artikel 7a
1. Onverminderd het elders bij wet bepaalde, verstrekt een bestuursorgaan iedere natuurlijke of rechtspersoon op diens verzoek de op de verzoeker betrekking hebbende in documenten neergelegde informatie, tenzij een in de artikelen 10 of 11 genoemd belang zwaarder weegt dan het belang van de verzoeker bij toegang tot op hem betrekking hebbende informatie.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een verzoek met betrekking tot gegevens ten aanzien van een overleden echtgenoot, geregistreerd partner, kind of ouder van de verzoeker.
Je hebt dus, explicieter en nadrukkelijker als in de WBP, recht op de informatie die overheden over jou bezitten.

Tot zover mijn bespiegelingen over de Wob van Spies. Morgen wat aantekeningen over de Wob van Peeters.

Gerelateerd
Donner, WOB en de archieven
Laten we het  nog eens over de WOB hebben

donderdag 28 juni 2012

Metadata en de WOB

Begin deze week speelde ik even met de gedachte om weer eens een Wob-verzoek in te dienen. Deze keer zou het meer gaan om de metagegevens over archiefstukken dan om de inhoud van de documenten.
Aanleiding voor mijn voornemen was dit stukje van Folkert Jensma over de ontruiming van het tentenkamp in Ter Apel en dan met name de volgende passage:
Om het terrein vervolgens leeg te mogen houden, kwam er een nieuw konijn uit de hoed. De gemeente en het asielzoekerscentrum blijken een gebruikerscontract voor dit grasveldje te hebben gesloten. En wel al twee weken vóór de aankomst van de eerste demonstrant. Een wonderbaarlijk toeval. En, nog veel bijzonderder, in de overeenkomst belooft het asielzoekerscentrum de gemeente een boete te betalen van 500 euro per dag voor iedereen die op dat terrein komt. Nog voorkennis ook dus! In de 16 dagen van het tentenkamp heeft het centrum dus zogenaamd een schuld van 8.000 euro aan de gemeente Vlagtwedde opgebouwd. En ook betaald? Ik geloof er geen biet van. Die gebruiksovereenkomst is achteraf gesloten om dat terrein leeg te kunnen houden. De overheid heeft snel een belang gecreëerd. De rechter die daarna over de hekken om het weiland mocht oordelen, trapte erin.
De "valsheid in geschrifte" die Jensma hier suggereert zou waarschijnlijk blijken uit de metagegevens van de ondertekende contracten in de archieven van COA en de gemeente Vlagtwedde, was mijn redenering. En om dat te achterhalen zou ik dus niet alleen de contracten (en eventuele voorgaande correspondentie tussen gemeente en COA) moeten opvragen, maar ook de vastgelegde registratiegegevens: wanneer ontvangen, wanneer vastgelegd, wanneer ondertekend.
Uiteindelijk heb ik geen verzoek ingediend, omdat de hulplijn die ik had ingeschakeld al snel op de proppen kwam met de besluitenlijst van het college van B&W van 24 april 2012. Daaruit blijkt dat het college toen al - dus inderdaad ruim voordat de uitgeprocedeerde asielzoekers hun tentenkampje oprichtten - besloten had om de grond aan het COA in bruikleen te geven.
Het lijkt me onwaarschijnlijk dat de gemeente zo geraffineerd is, dat ze een besluitenlijst op deze manier vervalst. Maar het zou natuurlijk wel kunnen. Ik heb mij en de gemeente en het COA in ieder geval de moeite bespaard.

Wat ik wel nog interessant vind, is dat iemand anders me een verwijzing stuurde naar een Wob-zaak in Weesp, waar een ontslagen ambtenaar om de overlegging van metadata gevraagd heeft om aan te tonen dat er in zijn ontslagprocedure sprake was van een vervalste brief. De gemeente weigert de metagegevens echter te openbaren:
Dat zijn geen inhoudelijke beslissingen maar gegevens over de datum en de wijze waarop in de computer van de gemeente documenten zijn opgeslagen. Tiemens beschuldigt de gemeente met data te hebben gerommeld om hem te kunnen ontslaan wegens disfunctioneren. Hij wil ongeveer 200 metagegevens hebben uit de periode maart 2008 toen zijn ontslag zich aandiende.
De gemeente stelt dat Tiemens er een gewoonte van heeft gemaakt om allerlei beschuldigingen te uiten aan het adres van zijn voormalige werkgever. De metagegevens krijgt hij niet, zegt de gemeente die hierover bij de Raad van State in hoger beroep is gegaan tegen een uitspraak van de Amsterdamse rechtbank. ‘’We zijn niet verplicht die openbaar te maken’’. Het eind zou trouwens zoek zijn want dan kan iedere burger reeksen metagegevens gaan opvragen, aldus de gemeente.
De zaak is blijkbaar in april in de Raad van State behandeld, maar ik heb de uitspraak helaas nog niet kunnen vinden (net zomin als het vonnis van de Amsterdamse rechtbank trouwens).
Ik ben wel heel benieuwd naar de opvattingen van de Raad over de status van metagegevens...

Gerelateerd
De dag dat de Kamer over metadata debatteerde

Plaatje: LP van Jah Wobble. Het volledige album kun je hier via Spotify beluisteren.

vrijdag 11 mei 2012

Persoonlijke levenssfeer van overledenen

Gisteren schreef ik hier over de commotie die ontstaan is rond de mogelijke samenwerking van enkele archiefdiensten met de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Vanmorgen verbaasde ik me op twitter opnieuw over een opmerking van Jantje Steenhuis in Trouw daarover:
Maar zo net attendeerde Richard van den Belt me op een uitspraak van de voorzieningenrechter uit 2007.
De zaak gaat om een zelfmoord in een psychiatrische instelling en rapporten van de IGZ daarover. Waar het mij nu om gaat is de volgende passage:
2.4.4. De voorzieningenrechter acht het standpunt van verweerder dat de persoonlijke levenssfeer van een overledene niet meer kan worden geschaad en om die reden geen bij een Wob-verzoek af te wegen belang is, onjuist.

Niet valt in te zien dat datgene dat iemand bij leven tot zijn persoonlijke levenssfeer rekende en niet over zichzelf buiten die persoonlijke levenssfeer kenbaar wilde hebben, na overlijden niet langer tot diens persoonlijke levenssfeer zou blijven behoren en niet langer zou behoeven te worden gerespecteerd. Dit geldt des te sterker voor medische gegevens, die bij uitstek een privacygevoelig karakter hebben. De omstandigheid dat de Wbp niet ziet op bescherming van persoonsgegevens na overlijden en daardoor het begrip "persoonlijke levenssfeer" zich in die wet beperkt tot levende personen, maakt niet dat het begrip "persoonlijke levenssfeer" in de Wob op diezelfde wijze moet worden uitgelegd. Ook het betoog van verweerder dat uit de betekenis van het woord "levenssfeer" in het dagelijks taalgebruik voortvloeit dat die sfeer een in leven zijnde persoon betreft, acht de voorzieningenrechter niet overtuigend.
Ik heb de relevante zin even onderstreept.
Als "persoonlijke levenssfeer" in de WOB niet hetzelfde betekent als in de WBP, dan hoeft dit voor artikel 15 van de Archiefwet ook niet te gelden. Ketelaar wijst daar in het Handboek Archiefrecht (daar is hij weer!) ook op, maar beperkt de reikwijdte volgens mij toch tot levende personen:
Het terrein van de in artikel 15, eerste lid, onder a (en in artikel 10, eerste lid, van de Grondwet) genoemde eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is echter ruimer dan het door de Wbp bestreken terrein, hetgeen duidelijk wordt als we het recht op privacy omschrijven in de klassieke definitie ‘The right to be let alone’. Het blijft dan ook zinvol dat, naast de Wbp, de Archiefwet 1995 het mogelijk maakt de openbaarheid van archiefbescheiden te beperken met het oog op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.
Er zijn dan ook ter eerbiediging van de privacy openbaarheidsbeperkingen te formuleren die verder gaan dan bescherming van persoonsgegevens volgens de Wbp. Zo kan ik mij voorstellen dat archiefwettelijke beperking van de openbaarheid van bepaalde persoonsgegevens die overledenen betreffen (de Wbp betreft alleen persoonsgegevens betreffende levende personen), nodig is met het oog op de privacy van een nog levende persoon. Soms zal een dergelijke beperking kunnen vallen onder het (in het eerste lid, onder c, genoemde) voorkomen van onevenredige benadeling van (in de stukken zelf niet eens voorkomende!) levende personen.
Hoewel ik geen voorstander ben van een "informatiewet", zou het wel fijn zijn als wetten die duidelijk met elkaar samenhangen, toch wat meer op elkaar afgestemd worden. Als de "persoonlijke levenssfeer" van artikel 15 uit de Archiefwet ook uitgebreid kan worden tot doden, wat Jantje Steenhuis nu doet, dan kan dat nog ingrijpende gevolgen hebben. Want die beperking van de openbaarheid kan dan natuurlijk niet beperkt blijven tot de leden van een (obscuur) kerkgenootschap...

Aanvulling 11 mei, 14:44
Ondertussen heeft Tweede Kamerlid Hazekamp van de Partij voor de Dieren wat vragen gesteld aan de Minister van Binnenlandse Zaken. Waarom zijn die vragen niet aan de bewindspersoon die over archieven gaat, dus de staatssecretaris van OCW, gesteld?

Aanvulling 18 mei, 13:10
Ondertussen heeft de staatssecretaris van OCW de vragen van Hazekamp beantwoord.

Aanvulling 19 mei, 13:38
En het gaat maar door. Gisteren bleek in Trouw dat het CDA een "spoeddebat" met de staatssecretaris gaat aanvragen.

Gerelateerd
Postuum dopen en de archieven
Recht om te worden vergeten
Donner, WOB en archieven

Plaatje: Privacy Week Buttons van Pesky Library

maandag 2 april 2012

Wat kost de WOB?

Bijna een jaar geleden schokte toenmalig minister Donner heel "weldenkend Nederland" door te stellen dat de WOB te duur was en ambtenaren te veel tijd kostte. Ik geloof niet dat de uitspraken van Donner werden onderbouwd met cijfers. De VNG heeft in 2010 echter een "ledenpeiling" (pdf) gehouden, naar de WOB-praktijk bij de Nederlandse gemeenten. In de peiling werden zeven vragen gesteld:
  1. Hoeveel Wob-verzoeken krijgt uw gemeente per jaar binnen? 
  2. Ervaart u een toename van het aantal Wob-verzoeken? 
  3. Hoeveel tijd besteedt een ambtenaar in uw gemeente per maand (bij benadering) aan het afhandelen van Wob-verzoeken? 
  4. Hoeveel geld kost de afhandeling van een Wob-verzoek (bij benadering), bijvoorbeeld voor kopieerkosten en arbeidsloon? 
  5. Wie zou volgens u de kosten van het Wob-verzoek dienen te betalen? 
  6. Hoe beoordeelt u de acties (dienstverlening, belangenbehartiging) van de VNG op het terrein van de Wob? 
  7. Bent u van mening dat de Wob moet worden gewijzigd? Kies één antwoord.
De vragen waren gestuurd naar 305 panelleden en door 165 mensen (vooral ambtenaren, maar ook wat bestuurders)  uit 100 gemeenten beantwoord. Hoewel de representativiteit waarschijnlijk te wensen overlaat, wil ik toch een paar uitkomsten citeren:
Bijna de helft van de respondenten (49,7%) geeft aan dat er 1 tot 10 Wob-verzoeken per jaar worden ontvangen. Meer dan 50 verzoeken per jaar wordt door slechts 1,2% van de respondenten genoemd. Betrekkelijk veel respondenten (37,4%) geven aan niet te weten hoeveel verzoeken er jaarlijks binnen komen.
En wat kosten die verzoeken dan?
De hoeveel heeft tijd die ambtenaren kwijt zijn aan de afhandeling van een Wob-verzoek lijkt mee te vallen. 41,6% van de respondenten geeft aan dat het tijdsbeslag minder dan een dag is, 29,7% noemt een dag. Een week wordt door 10,9% van de respondenten aangegeven. Secretarissen zijn het stelligst. Geen van hen geeft aan niet te weten hoeveel tijd een ambtenaar kwijt is. Het gaat vooral om minder dan een dag (57,1%) en een dag (28,6%).
[...]
Een betrekkelijk hoog percentage respondenten (33,7%) geeft aan niet te weten wat de afhandeling van een Wob-verzoek kost. 100 tot 500 euro is het meest genoemde bedrag (30,7%), gevolgd door 50 tot 100 euro (13,9%), 500 tot 1000 euro (8,9%), 25 tot 50 euro (6,9%) en 0 tot 25 euro (5,9%).
Opvallend is dat de VNG-leden zelf stelden dat het wel meevalt met die tijdsbesteding en de kosten, terwijl de VNG op dit moment ook steen en been klaagt over "oneigenlijke verzoeken" die zo veel tijd en geld kosten. Maar goed, dit is een niet heel erg betrouwbare peiling onder VNG-leden die naast de WOB ook nog vragen moesten beantwoorden over de wenselijkheid van gratis dancefeesten.

Deze maand verscheen in Groot-Brittannië een wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Justitie: Investigative study to inform the FOIA (2000) post-legislative review Costing Exercise (pdf). De conclusies van deze onderzoekers zijn (vreemd genoeg) enigszins vergelijkbaar met de resultaten uit de VNG-peiling:
Overall, each FOI request submitted to a central government department cost an average of £184 in staff time to resolve. Requests took an average of 6 hours and 10 minutes to complete, with the average cost of staff time calculated at £30 per hour. This is higher than the £25 per hour cost stated in the current regulations.[...]
A number of public authorities in the wider public sector were also included in this study (these are termed “non-central public authorities” in this report). Each FOI request submitted to these organisations cost an average of £164 in staff time to resolve. Requests took an average of 5 hours and 21 minutes to complete, with the average cost calculated at £31 per hour.
Interessant is dat in het Britse onderzoek ook geprobeerd is om de verschillende werkzaamheden uit te splitsen en te kwantificeren.
Klikken voor leesbare versie
Wat blijkt? De meeste tijd gaat op aan het zoeken naar informatie. Hoe verrassend.

Weet iemand toevallig of een dergelijk gedetailleerd onderzoek recentelijk ook in Nederland is uitgevoerd?

Gerelateerd
Donner, WOB en archieven
Laten we het nog eens over de WOB hebben

Plaatje: WOB WOB! van FOTOKIOSK Hamburg

donderdag 22 maart 2012

You win some, you lose some #WOB #KB

Op het moment dat ik net aan het bedenken was hoe ik een ingebrekestelling naar de KB zou sturen, kreeg ik e-mail van de directiesecretaris van de KB:
Geachte heer Koch,
Hierbij treft u de beslissing aan op uw bezwaarschrift van 26 december 2011. Tevens is ter informatie het verslag bijgevoegd van de hoorzitting die is gehouden op 5 maart j.l. Beide stukken worden u ook per post toegezonden.
Precies op tijd kreeg ik dus toch een besluit op mijn bezwaarschrift en het verslag (pdf) van de hoorzitting.
En de inhoud van het besluit valt niet tegen.

Mijn eerste twee bezwaren - over het weglakken van data en over het niet-openbaar maken van de overwegingen om met Google in zee te gaan - worden gegrond verklaard. Uiterlijk vandaag om 18.00 uur zullen daarom hier nieuwe en aangepaste documenten verschijnen, waaronder de vergaderverslagen van de KB-directie en het Algemeen Bestuurscollege met een bijbehorende notitie.
De documenten die in het contract expliciet genoemd worden en waar ik naar gevraagd heb, worden niet openbaar gemaakt, maar dit wordt ditmaal gedetailleerder en duidelijker beargumenteerd. Hierbij blijft het lastig natuurlijk dat ik niet kan beoordelen hoe concurrentiegevoelig deze informatie is.
Opvallend vind ik overigens wel nog deze passage over de waarde van boeken die gescand worden:
Ten aanzien van (b): over 'material of particularly high value' bestaan nog geen schriftelijke documenten. Zodra dat wel het geval zal zijn, kunnen wij deze niet verstrekken omdat gezien de kans op diefstal onwenselijk is boektitels uit onze collectie openbaar te maken die een waarde van meer dan 10.000 dollar vertegenwoordigen.
De laatste alinea is het ook wel waard om helemaal geciteerd te worden:
Graag maken wij u tot lot nog attent op het volgende.
Wanneer u er prijs op stelt, nodigt de KB u graag persoonlijk uit voor een rondleiding met betrekking tot het Google-project, die onder meer inzicht biedt in de zorgvuldige wijze waarop de boeken worden geselecteerd en klaargemaakt voor transport.
Interessant!
Nog mooier zou het natuurlijk zijn als ik ook nog naar het digitaliseringscentrum van Google (in Duitsland (pdf)) mocht, desnoods in een geblindeerd grijs bestelbusje...

Gerelateerd
Daar zijn ze dan: de KB-Google-documenten #wob
Dat was de hoorzitting #WOB

dinsdag 13 maart 2012

WOB en privé e-mailboxen

De Nederlandse Wet Openbaarheid van Bestuur - je kent de WOB wel - gaat zoals in lid a van artikel 1 staat, alleen over documenten "die bij een overheidsorgaan berusten." Dat betekent dat het dus niet gaat over documenten die bij ambtenaren thuis, in de auto of in particuliere gmail-mailboxen zitten.
In de Engelse FOIA staat een andere definitie, die veel spannender is. In section 3 staat:
For the purposes of this Act, information is held by a public authority if—
(a) it is held by the authority, otherwise than on behalf of another person, or
(b) it is held by another person on behalf of the authority.
In een toelichting op dit artikel schrijft de Information Commissionar's Office in Official information held in private email accounts (pdf):

Information held in non-work personal email accounts (e.g. Hotmail, Yahoo and Gmail) may be subject to FOIA if it relates to the official business of the public authority. All such information which is held by someone who has a direct, formal connection with the public authority is potentially subject to FOIA regardless of whether it is held in an official or private email account. If the information held in a private account amounts to public authority business it is very likely to be held on behalf of the public authority in accordance with section 3(2)(b).
[...]
Situations where information legitimately requested under FOIA includes relevant information held on private email accounts will be rare. However, when a request for information is received, public authorities should consider all locations where relevant information may be held. This may include private email accounts. 
Als een overheidsorgaan constateert dat gevraagde informatie misschien wel in privé mailboxen zit, dan moet ze aan de eigenaren vragen om naar relevante informatie te zoeken. En dat verzoek moet vastgelegd worden, zodat later aangetoond kan worden dat er gezocht is.
Verder benadrukt de Commissioner dat overheidsorganen hun medewerkers duidelijk moet maken dat het vernietigen van informatie na een FOIA-verzoek strafbaar is:

Public authorities should also remind staff that deleting or concealing information with the intention of preventing its disclosure following receipt of a request is a criminal offence under section 77 of FOIA. For example, where information that is covered by a request is knowingly treated as not held because it is held in a private email account, this may count as concealment intended to prevent the disclosure of information, with the person concealing the information being liable to prosecution.
Tenslotte benadrukt de Commissioner het belang van goede archivering en heldere regels:

In order to avoid the complications of requesting searches of private email accounts, and other private media, records management policies should make clear that information on authority-related business should be recorded on the authority’s record keeping systems in so far as reasonably practicable.  
En denk nou niet dat dit een papieren tijger is. De ICO heeft eind vorige week precies hierover een uitspraak gedaan. Hierbij ging het om een e-mail die de Britse "Secretary of State for Education" vanaf een privé e-mailadres had gestuurd:
The Information Commissioner has issued his decision in the case involving a request for information in an email sent by the Secretary of State for Education on a private email account. The Commissioner’s decision is that the information amounted to departmental business and so was subject to freedom of information laws, being held on behalf of the Department for Education. The Department is now required either to disclose the requested information (the subject line of the email and the date and time it was sent) or issue a refusal notice in accordance with the FOI Act giving reasons for withholding it.
In de volledige uitspraak (pdf) wordt precies uit de doeken gedaan waarom deze e-mail wel onder de FOIA valt.
Dat is nog eens een WOB. En mij lijkt zo'n ICO ook wel wat voor Nederland:
The Information Commissioner’s Office is the UK’s independent authority set up to uphold information rights in the public interest, promoting openness by public bodies and data privacy for individuals.
Aanvulling 13 maart 2012, 13:44
Ik lees net dat in Vlaanderen ongeveer hetzelfde geldt als in Groot-Brittannië. In het
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur staat in artikel 8:
Een bestuursdocument in het bezit van een personeelslid van een instantie wordt geacht toe te behoren aan de instantie voorzover het bestuursdocument betrekking heeft op de uitoefening van de functies van de instantie.

dinsdag 6 maart 2012

Dat was de hoorzitting #WOB


Zo hee, dat was een teleurstellende bijeenkomst...

Gisteren vond de hoorzitting plaats in het kader van mijn bezwaarschrift op het besluit van KB-directeur Savenije als antwoord op mijn WOB-verzoek over het contract dat de KB heeft afgesloten met Google.
Om 10:05 uur opende mr. drs. L. Jongsma, lid van het Algemeen Bestuurscollege, de zitting en krap een kwartiertje later sloot hij alweer af. Ik had mijn koffie nog niet eens op!
Toen Jongsma zei: "Laten we maar beginnen," vroeg ik me nog even af of we wel al compleet waren. Er was nog niemand namens de KB aanwezig. (Er was ook niemand namens Google, maar dat had ik eigenlijk ook niet verwacht.) Ik had me die hoorzitting namelijk zo voorgesteld dat ik nog eens kort mijn bezwaarschrift zou toelichten en dat de directeur van de KB daarop uitlegt waarom hij vindt dat ze wel de goede afweging en onderbouwing hebben gegeven. Op basis daarvan zou het Algemeen Bestuurscollege dan kunnen besluiten of mijn bezwaar gegrond is of niet.
Nu dus niets van dit alles. En Jongsma deed alsof dat de normaalste zaak van de wereld was.
Het eerste wat hij zei was: "Mag ik jullie allemaal verzoeken geen geluidsopnames te maken." en daarna "Wil je je bezwaar nog toelichten en dat ik er nog vragen over stel?" en dat is wat we gedaan hebben. Ik heb mijn vier punten nog eens genoemd, hij zei dat daar geen verrassingen in zaten, want ze stonden ook al in het bezwaarschrift en dat was het.
O nee, hij wilde ook nog wel weten waarom ik dit deed, maar daar hoefde ik niet per sé antwoord op te geven. Met mijn antwoord dat het "nieuwsgierigheid" is, nam hij genoegen.
Als het goed is, krijg ik later deze week een verslag (maar daar zal dus ook niets opzienbarends in staan) en neemt het Algemeen Bestuurscollege volgende week een besluit.

Dank aan Bert, Robèrt, Aike, Chido en Joost voor jullie aanwezigheid, als jullie er niet geweest waren, was de bijeenkomst misschien nog surreëler geweest.
En natuurlijk dank aan iedereen die mij succes gewenst heeft via Twitter.

Ik had er meer van verwacht...

Gerelateerd
Hoorzitting KB 5 maart #WOB
Bezwaarschrift KB #WOB
De samenwerking tussen de KB en Google

T-Shirt: Wob Wob Wob

vrijdag 3 februari 2012

Hoorzitting KB op 5 maart #wob

Eerder deze week ontving ik e-mail van de KB: ze hadden twee data geprikt voor de hoorzitting over mijn WOB-verzoek:
Geachte heer Koch,

Hierbij nodigen wij u uit voor een hoorzitting die wordt gehouden naar aanleiding van het door u ingediende bezwaarschrift d.d. 26 december 2011. Deze hoorzitting zal op uw verzoek openbaar zijn.
De hoorzitting zal worden voorgezeten door mr. drs. L. Jongsma, lid van het Algemeen Bestuurscollege van de KB, bijgestaan door een KB-jurist als secretaris. Ook Google zal een uitnodiging voor deze hoorzitting ontvangen.
De hoorzitting zal plaatsvinden in Vergaderzaal A van de Koninklijke Bibliotheek, naar keuze op:
- Donderdag 1 maart 2012 om 10.00 uur of
- Maandag 5 maart 2012 om 10.00 uur.
Vergaderzaal A bevindt zich op de tweede verdieping van het openbare deel van het KB-gebouw, te bereiken via het trappenhuis rechts van de sculptuur van Erasmus op de eerste verdieping. Het adres van de KB is Prins Willem-Alexanderhof 5 in Den Haag, naast station Den Haag Centraal. Zie www.kb.nl/hpd/wegwijzer/plattegrond.html.
Indien u dat wenst, bent u in de gelegenheid tot 10 dagen voor de hoorzitting nadere stukken in te dienen.
Wilt u spoedig laten weten welke datum u schikt?
Met vriendelijke groet,

Gerard van Trier
Directiesecretaris / Corporate Secretary
Ik heb vandaag geantwoord dat mijn voorkeur uitgaat naar maandag 5 maart en zoals je ziet: iedereen is welkom.

Misschien moet ik hier deze foto, die afgelopen week in "de media" verscheen, ook even toelichten:
Ik schreef al dat ik vorige week bij het NCDD-symposium was.
Uiteraard was KB-directeur Savenije ook van de partij en toen ik aankwam stond hij te praten met Inge Angevaare en Karin van der Heiden. Inge zag haar kans schoon en stelde me voor aan Bas (ik mag ondertussen Bas zeggen...). We hebben een paar minuten gezellig gekletst over de Wob, mijn aanvraag en de aanstaande hoorzitting. En opnieuw zag Inge haar kans schoon...

Gerelateerd
Hoorzitting over mijn #WOB-verzoek