Posts tonen met het label nieuwe wob. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nieuwe wob. Alle posts tonen

maandag 9 december 2013

Wet Open Overheid - zeg maar de nieuwe Wob

Afgelopen week dienden de Tweede Kamerleden Voortman (Groenlinks) en Schouw (D66) het wetsvoorstel in voor de nieuwe Wet Open Overheid.Dit wetsvoorstel is na enig duwen en trekken tussen Voortman/Schouw en het kabinet in de plaats gekomen van het voorstel van Mariko Peters van een dik jaar geleden. Voor een groot deel blijft mijn commentaar van vorig jaar nog altijd gelden.
Ook in dit voorstel vallen koepelorganisaties van openbare lichamen onder het openbaarheidsregime, maar zolang zij niet onder de Archiefwet vallen, kunnen zij "zomaar" documenten vernietigen. Overigens stond in het oude voorstel nog dat de openbaarheids regels ook golden voor alle organisaties die qua bekostiging of oprichting bijna volledig afhankelijk zijn van de overheid. In dit nieuwe voorstel is dat "optioneel" gemaakt: in een Algemene Maatregel van Bestuur kan de wetgever organisaties aanwijzen.
Ook de voorschriften voor het inrichten van een elektronisch toegankelijk register zijn ongewijzigd. De Informatiecommissaris krijgt in het nieuwe voorstel iets minder bevoegdheden dan in het oude voorstel.

Maar er staan nog wel wat andere passages in mij opvielen.
(Ik citeer hier trouwens uit de versie die Roger Vleugels afgelopen week rondstuurde via zijn Fringe-nieuwsbrief. Die versie wijkt iets af van de Groenlinks versie waar ik hier naar verwijs).
Artikel 1.1 Recht op toegang
Een ieder heeft recht op toegang tot publieke informatie zonder daartoe een belang te hoeven stellen, behoudens bij deze wet gestelde beperkingen.
[...]
2.1 Begripsbepalingen
b. publieke informatie: informatie neergelegd in documenten die berusten bij een orgaan, persoon of  college als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, of informatie die krachtens artikel 2.3 door een  bestuursorgaan kan worden gevorderd;
c. document: een bij een orgaan, persoon of college als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, berustend  schriftelijk stuk of ander geheel van vastgelegde gegevens
Gaat het in de Wob in artikel 3 nog om het recht op "informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid", in de nieuwe wet lijkt het te gaan om alle informatie die bij een organisatie aanwezig is.
Artikel 2.4 Zorgplicht en openbaarmaking
3. Indien een bestuursorgaan overeenkomstig deze wet informatie openbaar maakt, geschiedt dat op  zodanige wijze dat de belanghebbende en belangstellende burger zoveel mogelijk wordt bereikt en  op de volgende algemeen toegankelijke wijze:
a. in elektronische vorm, in een machinaal leesbaar open formaat, samen met hun metadata,  overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de  Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie (PbEG 2003 L 345),  zoals dit is gewijzigd bij Richtlijn 2013/37/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni  2013 tot wijziging van Richtlijn 2003/98/EG inzake het hergebruik van overheidsinformatie (PbEU  2013 L 175)
Interessant is natuurlijk de vraag welke metadata (verwarrend trouwens dat in de Archiefwet- en -regelgeving over metagegevens gepraat wordt) meegeleverd moeten worden. Dit wordt volgens mij noch in die Europese richtlijn, noch in de toelichting nader uitgewerkt.
Artikel 5.3 Informatie ouder dan vijf jaar
In afwijking van de artikelen 5.1, tweede en vierde lid, en 5.2 wordt informatie openbaar gemaakt wanneer de informatie ouder is dan vijf jaren, tenzij het bestuursorgaan motiveert waarom de in de artikelen 5.1, tweede en vierde lid, en 5.2 bedoelde belangen ondanks het tijdsverloop zwaarder wegen dan het algemeen belang van openbaarheid.
Dit is nieuw en is een interessante bepaling, zeker met het oog op het gebruik van e-depotvoorzieningen.
Artikel 8.1 Strafbepaling
1. Hij die opzettelijk een of meer documenten aan de werking van deze wet onttrekt, daaraan  opzettelijk medewerking verleent, of daartoe opdracht geeft, wordt gestraft met gevangenisstraf van  ten hoogste vier jaren en zes maanden of geldboete van de vijfde categorie.
Toelichting Artikel 8.1 Strafbepaling 
De rechtspraak biedt een voorbeeld van een bestuursorgaan dat hangende een Wob-procedure de gevraagde informatie onderbracht bij een particulier bureau om te kunnen betogen dat het niet (meer) over de desbetreffende informatie beschikte. De vraag of publieke informatie al dan niet moet worden verstrekt, moet worden beoordeeld op basis van de criteria van deze wet. Het moedwillig onttrekken van informatie aan de werking van deze wet, bijvoorbeeld door deze zoek te maken of het bestaan ervan tegen beter weten in te ontkennen, levert een met fraude vergelijkbaar ontoelaatbaar gedrag op, waarbij strafrechtelijke handhaving gerechtvaardigd is.
Artikel 8.1 is ontleend aan het Voorontwerp Algemene wet overheidsinformatie. Daar voorontwerp stelde een nieuw artikel 361bis in de titel Ambtsmisdrijven van het Wetboek van Strafrecht voor. Het voorstel richtte zich uitsluitend tot ambtenaren, in de zin dat alleen ambtenaren of anderen die in openbare dienst werkzaam zijn, met straf worden bedreigd wegens het aan de werking van de wet onttrekken van documenten. Maar ook anderen, niet werkzaam in openbare dienst, zouden een belang kunnen hebben bij het onttrekken van informatie aan de openbaarheid. Te denken valt aan de derden op wie de informatie betrekking heeft. Deze zouden, hetzij in samenwerking met een ambtenaar die de gevraagde informatie onder zich heeft, hetzij, als artikel 2.3 is toegepast, naar aanleiding van een vordering door het bestuursorgaan, informatie kunnen vernietigen. Een dergelijke gedraging dient eveneens strafbaar te zijn. Daarom wordt in dit voorstel de strafbepaling niet als een zuiver ambtsmisdrijf vormgegeven, zodat opname in de titel Ambtsmisdrijven onjuist zou zijn.
Overigens is de strafmaat ontleend aan artikel 361 Wetboek van Strafrecht, dat gaat over het
verduisteren van bewijsstukken. 
Kijk aan, het kwijt maken of vernietigen van archiefstukken wordt nu expliciet strafbaar. Explicieter dan artikel 361 Wetboek van Strafrecht in ieder geval.
Bijlage bij artikel 8.8 van de Wet open overheid
De artikelen 3.1, 3.3, 5.1, eerste, tweede en vierde lid, en 5.2 van de Wet open overheid zijn niet van toepassing voor zover de volgende bepalingen gelden:
Archiefwet 1995: de artikelen 14 tot en met 17.
Met andere woorden, de plicht tot actieve openbaarheid (artikelen 3.1 en 3.3) en de uitzonderingen (artikelen 5.1 en 5.2) gelden niet voor overgebrachte archieven.

Het voorstel ligt nu bij dus in de Tweede Kamer en ik meen ergens gelezen te hebben dat de behandeling waarschijnlijk na de winter afgerond zal zijn.

Gerelateerd
Twee nieuwe WOB's: de WOB van Spies
De VNG en de Wob
Twee nieuwe WOB's: de WOB van Peters

Plaatje: stempel van Jürgen Pankarz

dinsdag 2 april 2013

De VNG en de Wob

Goh, tot mijn eigen verrassing ben ik het niet eens zo oneens met de VNG als het gaat om transparantie en openbaarheid.
Het begon met de reactie van de VNG op het wetsvoorstel van toenmalig minister Spies om de Wob zodanig aan te passen dat oneigenlijke verzoeken makkelijker ter zijde konden worden gelegd. Ik schreef eerder ook al over dat voorstel. Maar in die brief verwijst de VNG naar zijn "discussiestuk" De transparante gemeente, dat eind vorig jaar verscheen (en mij helemaal ontgaan was.)
In het discussiestuk (pdf) staan zeven aandachtspunten en zeven aanbevelingen die allemaal heel redelijk lijken:
Aandachtspunt 1:  Houding van het bestuursorgaan bij de behandeling van een Wob-verzoek
Aandachtspunt 2:  Oneigenlijke verzoeken om informatie
Aandachtspunt 3:  Kosten die voor gemeenten gepaard gaan met openbaarheid
Aandachtspunt 4:  Slechts één algemeen kader voor passieve openbaarheid
Aandachtspunt 5:  Bijzondere rol van journalisten
Aandachtspunt 6:  Privacy bij actieve openbaarmaking
Aandachtspunt 7:  Archivering en ordening van gemeentelijke documenten moet op orde komen voor een grotere mate van openbaarheid

Aanbeveling 1: Communicatie tussen verzoeker en bestuursorgaan is dé standaard
Aanbeveling 2: Actieve openbaarheid is de norm in het lokaal bestuur
Aanbeveling 3: Meer en beter gebruiken van technische mogelijkheden
Aanbeveling 4: Aanstelling van een Wob-functionaris in iedere gemeente
Aanbeveling 5: Mogelijkheden in de wet voor differentiatie tussen diverse Wob-verzoeken
Aanbeveling 6: Geen dwangsom meer bij niet tijdig beslissen op Wob-verzoeken
Aanbeveling 7: Wob aanvullen met een bepaling over de aanpak van oneigenlijk gebruik. 
Vooral dat laatste aandachtspunt sprak mij natuurlijk het meeste aan, al is het alleen maar omdat ik dat ook al jaren zeg:
Aandachtspunt 7: Archivering en ordening van gemeentelijke documenten moet op orde komen voor een grotere mate van openbaarheid
Een praktisch probleem lijkt te zijn dat veel gemeenten de archivering van documenten op verschillende manieren vorm geven. De ene vorm is niet per definitie slechter dan de andere, maar sommige systemen leveren automatisch veel werkzaamheden voor ambtenaren op in het kader van Wob-verzoeken. Zij moeten immers in een archief, op papier of digitaal, de opgevraagde informatie proberen te vinden. Dit kost tijd, en daarmee ook geld.
In deze discussie is het wellicht wenselijk te kijken naar de voordelen van een eenduidig, uniform archiefsysteem. In elk geval is duidelijk dat digitale ontsluiting van documenten zeer belangrijk is voor het snel en accuraat afhandelen van Wob-verzoeken. Een pleidooi voor actieve openbaarheid van bestuur en een zorgvuldige, snelle en communicatieve behandeling van inzageverzoeken door het lokaal bestuur gaat daarom hand in hand met een pleidooi voor een efficiënt en snel werkend archiefsysteem in iedere gemeente.
Al heb ik natuurlijk nooit gepleit voor één uniform "archiefsysteem" voor alle gemeenten. De VNG gebruikt "systeem" hier in de betekenis van "aapplicatie" en doet alsof de techniek alle problemen op kan en zal lossen. Daarmee gaat de vereniging natuurlijk volledig voorbij aan het enorme aandeel van mensen, processen en procedures bij adequate archivering. Ik ken vergelijkbare gemeenten, die eenzelfde "archiefsysteem" gebruiken, maar waar toch enorme verschillen te zien zijn in de kwaliteit van archivering. Die verschillen kunnen alleen verklaard worden als je kijkt naar de mensen die het werk (moeten) doen en de manier waarop ze dat doen.

Wat de overige aandachtspunten en aanbevelingen betreft, vind ik aandachtspunt 5 wel problematisch.
Aandachtspunt 5: Bijzondere rol van journalisten
Als we naar een transparante, open bestuurscultuur toe willen zal ook de journalistiek in dat opzicht haar verantwoordelijkheid moeten nemen. De gemeenten hebben geen behoefte aan een door journalisten gecreëerde “afrekencultuur” waarin bewust wordt gezocht naar informatie die personen kan beschadigen.
De pers kan en mag doen wat hem goed dunkt, de overheid kan daar verder geen enkele eis aan stellen. Als gemeenten geen behoefte hebben aan een afrekencultuur, dan moeten ze daar zelf voor zorgen. Dat kan bijvoorbeeld door helder en duidelijk te reageren op uitkomsten van journalistiek onderzoek en hun reacties niet te laten afhangen van de "hetze".

Tenslotte ben ik, blijkbaar net als de VNG, vóór de aanstelling van een of meer specialistische Wob-ambtenaren bij iedere overheidsorganisatie:
Aanbeveling 4: Aanstelling van een Wob-functionaris in iedere gemeente
Wat bij de Rijks- en provinciale overheid al heel normaal is [maar volgens mij niet bij de twee provincies waar ik voor werk en gewerkt heb, IKo] zou ook voor het lokaal bestuur moeten gelden. Op bovenlokaal niveau is er vaak één persoon (of een groep medewerkers) verantwoordelijk voor het inboeken, beoordelen en afhandelen van Wob-verzoeken.
[...]
Het verbeteren van de administratieve procedure kan worden ingezet met de aanstelling van de centrale Wob-functionaris. De positie van een dergelijke functionaris zou vergelijkbaar moeten zijn met de controller van de gemeente: een in essentie neutrale positie ten opzichte van college, raad en ambtelijk apparaat.
[...]
Daarnaast is het goed om te komen tot een professionalisering van ambtenaren die zich bezig houden met de Wob. Voor de beoogde kanteling in het denken over transparantie is het van belang dat niet alleen bestuurders, maar ook ambtenaren anders leren denken over openbaarheid van bestuur. Een Wob-verzoek moet worden gezien als een communicatievraag en niet zozeer als een pesterij van een burger of journalist.
Misschien komt het toch nog wel eens goed tussen mij en de VNG.

Gerelateerd
Twee nieuwe WOB's: De WOB van Spies
De #archiefvisie van de VNG - deel 2
Wat kost de Wob?
De #archiefvisie van de VNG

dinsdag 21 augustus 2012

Twee nieuwe WOBs: de WOB van Peters

Gisteren de Wob van Spies, vandaag de Wob van Peters, die niet zomaar een aanpassing van de huidige wet is, maar een redelijk ingrijpende wijziging.
Een van de opvallendste wijzigingen in het voorstel zit in artikel 2.2 waarin de reikwijdte beschreven wordt:
Artikel 2.2 Reikwijdte
1. Deze wet is van toepassing op:
a. overheidsorganen;
b. organen van privaatrechtelijke rechtspersonen of instellingen met jaarlijkse inkomsten van meer dan  €  100 000 die wegens hun bekostiging, hun wettelijke taak of het door hen behartigde publieke belang zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze wet, voor zover de informatie betrekking heeft op die bekostiging, die taak of dat belang;
c. organen van privaatrechtelijke rechtspersonen of instellingen, voor zover:
1° de rechtspersoon is aangemerkt als een publieke entiteit in artikel 1, onderdeel c, van de Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten en voor zover de informatie betrekking heeft op die hoedanigheid, of
2° de rechtspersoon is opgericht door een overheidsorgaan, de rechtspersoon een overheidsorgaan als aandeelhouder heeft, een of meer leden van het hoogste orgaan van de rechtspersoon worden benoemd door een overheidsorgaan of een overheidsorgaan op andere wijze overwegende invloed op het beleid van de rechtspersoon heeft;
d. organen van koepelorganisaties van openbare lichamen. 
Dit klinkt interessant, want het betekent dat veel meer organisaties dan nu te wobben zijn. Er zit hier ook meteen een grote adder onder het gras. 
Neem nu de VNG of BRAIN. Deze organisaties vallen nu niet onder de Wob (want geen bestuursorganen) maar zouden op grond van lid d. dan wel onder de Wob vallen. Maar het probleem is volgens mij dat openbaarheidseisen niet zonder bewaarplichten kunnen. 
De bestuursorganen uit de huidige Wob vallen allemaal ook onder de Archiefwet, wat eigenlijk betekent dat zij geen enkel document "zo maar" mogen vernietigen. Daar zijn bewaartermijnen voor vastgelegd en procedures voor afgesproken. Maar, die "organen van koepelorganisaties van openbare lichamen" vallen op dit moment niet onder de Archiefwet en zij zouden dus in theorie op ieder verzoek kunnen antwoorden dat zij - helaas, helaas - de gevraagde informatie net vorige week vernietigd hebben.
Maar misschien wordt dit wel voorkomen door het nieuwe uit artikel 3.2:
Artikel 3.2 Register
1. Een overheidsorgaan houdt een elektronisch toegankelijk openbaar register bij van bij het orgaan berustende documenten.
2. Het register bevat ten minste de ter behandeling ontvangen documenten en de na behandeling verzonden of vastgestelde documenten. Op voordracht van Onze Minister worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld over de inhoud van het register.
3. Het register biedt een ieder toegang tot de in het register vermelde documenten die openbaar zijn gemaakt dan wel geeft aan op welke wijze kennis genomen kan worden van documenten die niet in elektronische vorm beschikbaar gesteld kunnen worden.
De toelichting bij dit artikel is interessant, omdat het register blijkbaar niet voor alle archiefstukken bedoeld is. E-mailberichten vormen weer een uitzondering zo te zien:
Voor overheidsorganen zou het echter een te grote inspanning vergen om alle documenten in het register op te nemen. De registerplicht is derhalve in eerste instantie beperkt tot een bepaalde groep documenten.
In het register worden alle ter behandeling ontvangen documenten opgenomen. Met het woord «ter behandeling» wordt aangegeven dat reclame of andere post die niet behandeld hoeft te worden, niet in het register hoeft te worden opgenomen. Tevens worden in het register opgenomen alle verzonden of anderszins vastgestelde documenten. Uit de vaststelling blijkt dat een document niet langer in de conceptfase verkeert. Als een document is verzonden, mag worden aangenomen dat vaststelling heeft plaatsgevonden. Bij verzending wordt niet alleen gedacht aan verzending buiten het overheidsorgaan, maar ook aan verzending binnen het overheidsorgaan. Het criterium is dat als intern de ontvangst of verzending van een document wordt vastgelegd, het document tevens in het register moet worden opgenomen.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden vastgesteld over het opnemen van documenten in het register. Te denken valt daarbij aan een nadere aanscherping van documenten die niet behoeven te worden opgenomen. Maar ook kan het aantal documenten dat moet worden opgenomen, worden uitgebreid. Bijvoorbeeld kunnen nadere regels worden gesteld over de gevallen waarin e-mails moeten worden opgenomen.
Ook Peters houdt in haar voorstel rekening met oneigenlijke verzoeken:
Artikel 4.6 Antimisbruikbepaling
Indien het orgaan op zwaarwegende gronden meent dat een verzoeker kennelijk misbruik maakt van de rechten die deze wet toekent, kan het orgaan de Informatiecommissaris gemotiveerd toestemming vragen het verzoek op die grond af te wijzen.
Zoals uit dit artikel al blijkt, ziet Peters een belangrijke rol weggelegd voor een "Informatiecommissaris." Dit is een onafhankelijke functionaris, die benoemd wordt door de Tweede Kamer en zijn status is vergelijkbaar met die van de Nationale Ombudsman. De taken van de informatiecommissaris zouden de volgende moeten worden:
Artikel 7.2 Taken
1. De Informatiecommissaris bevordert de toepassing van deze wet, onder meer door:
a. het geven van voorlichting;
b. het monitoren en onderzoeken van en rapporteren over de uitvoering van deze wet in algemene zin of door specifieke organen in het bijzonder;
c. het opleiden van personen werkzaam bij organen belast met de uitvoering van deze wet;
d. het op verzoek of uit eigen beweging adviseren van organen over de uitvoering van deze wet;
e. het publiceren van richtsnoeren ter bevordering van de openbaarmaking uit eigen beweging en de toegankelijkheid van informatie.
2. De Informatiecommissaris wordt om advies gevraagd over voorstellen van wet en ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur die geheel of voor een belangrijk deel betrekking hebben op de toegankelijkheid en de openbaarmaking van informatie.
En de commissaris is degene die beslist op beroepen die ingesteld worden tegen besluiten op grond van de Wob.
Belangrijkste reden voor Peters om een Informatiecommissaris aan te stellen is, blijkens de memorie van toelichting, om een "cultuuromslag" te bevorderen.
Het doel van de cultuuromslag van bestuurlijke geslotenheid naar openheid kan niet worden bereikt enkel door de materiële en formele verplichtingen aan organen. Na de implementatie van de bepalingen omtrent actieve en passieve openbaarheid zal het recht op toegang tot publiek in de praktijk invulling moeten krijgen. Belangrijk is daarbij dat gekeken wordt naar een zinvolle invulling van de verplichtingen omtrent openbaarheid.
[...]
Om deze normalisering in de verhouding tussen burger en overheid te bewerkstelligen en de implementatie van deze wet te bevorderen, wordt de functie van Informatiecommissaris gecreëerd. Diens taak is om organen en burgers te ondersteunen en om conflicten op te lossen door belangen bij elkaar te brengen, niet slechts door de juridische geschillen te beslissen.
Ik ben een beetje sceptisch over zo'n nieuwe functionaris, omdat ik denk dat deze heel snel toch "kalltgestellt" wordt als hij te actief optreedt. Een beetje zoals je een paar weken geleden met de Nationale Ombudsman zag gebeuren. Maar wie weet...

Gerelateerd
Twee nieuwe WOB's: De WOB van Spies
Laten we het nog eens over de WOB hebben
Donner, WOB en archieven

maandag 20 augustus 2012

Twee nieuwe WOB's: De WOB van Spies

Philosoraptor-meme-generator-openbaarheid-wob-wob-wob-cd69e5
Het lijkt me nu niet het beste voorbeeld van doelmatigheid en efficiëntie, maar op dit moment zijn twee wijzigingen van de Wet Openbaarheid van Bestuur in procedure.
Allereerst het initiatiefvoorstel van Mariko Peters, dat ze lanceerde op de website nieuwewob.nl en dat ondertussen onder nummer 33 328 bij de Tweede Kamer is ingeschreven.
Het andere voorstel is wat traditioneler en is afkomstig van de minister Spies van Binnenlandse Zaken. Het staat nog niet op de agenda bij de Tweede Kamer, tot 1 oktober kan iedereen er nog op reageren via Internetconsultatie.nl.
Vandaag opmerkingen en kanttekeningen bij het voorstel van de minister, volgende keer is het voorstel van Peters aan de beurt.

Belangrijkste aanleiding voor de minister om de wet te wijzigen lijkt de "enorme" hoeveelheid "oneigenlijke" WOB-verzoeken die de bestuursorganen te veel tijd en geld kosten. In de Memorie van Toelichting schrijft de minister daar over:
Daarbij is van belang dat de Rijksoverheid in de komende jaren fors moet bezuinigen. Deze bezuinigingen raken het gehele openbaar bestuur. Om de bezuiniging te halen, wordt gestreefd naar een compacte overheid met minder ambtenaren. Dat heeft tot gevolg dat ook gekeken moet worden naar neveneffecten van Wob-verzoeken, waarbij in het bijzonder gedacht moet worden aan de gevolgen voor effectiviteit en de inzet van capaciteit binnen bestuursorganen. De Tweede Kamer heeft zelf aan de orde gesteld dat er Wob-verzoeken worden ingediend die veel van de capaciteit van bestuursorganen vragen, maar waarvan men zich kan afvragen of deze passen bij het doel van de Wob. Ook worden er Wob-verzoeken ingediend die weliswaar passen binnen de doelstelling van de Wob, maar waarbij de capaciteit die openbaarmaking van de gevraagde informatie vergt onevenredig is ten opzichte van het belang van openbaarheid.
Dit als onredelijk aan te duiden gebruik van de Wob ervaren ambtenaren als frustrerend. Het leeft als thema sterk bij de bestuursorganen.
Ik heb eerder al eens vraagtekens geplaatst bij deze argumentatie, maar toen had ik - het is een schande -  het rapport Omvangrijke en oneigenlijke WOB-verzoeken dat in mei 2011 is gepubliceerd, nog niet gelezen. Daarover later meer, want in het wetsvoorstel wordt nog een ander interessant rapport genoemd, dat enkel gaat over de "onredelijke verzoeken" uit artikel 3a van het voorstel:
Artikel 3a
1. Een verzoek wordt als kennelijk onredelijk buiten behandeling gelaten, indien:
a. de verzoeker niet meewerkt aan een verzoek tot precisering als bedoeld in artikel 3, vierde lid;
b. een verzoek kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van informatie.
Vexatious requests: anti-misbruikregelingen van openbaarheidswetgeving” is in opdracht van Binnenlandse Zaken in 2010 geschreven en gaat over de vraag of er in andere Europese landen sprake is van wetgeving om "oneigenlijke verzoeken om openbaarheid" af te wijzen. De meeste aandacht gaat daarbij uit naar Groot-Brittanië, waar in de Freedom of Information Act het begrip "vexatious requests" (ergerlijke verzoeken) is opgenomen. Het begrip blijkt in de wet niet nader gedefinieerd, maar er is wel al wat jurisprudentie waardoor het begrip ingeperkt wordt:
Met name de volgende aspecten zijn blijkens de rechtspraak van het Tribunal relevant bij de beoordeling van de vexatiousness: (a) is het verzoek onderdeel van een ‘extended campaign to expose alleged improper or illegal behaviour in the context of evidence tending to indicate that the campaign is not well founded; (b) betreft het verzoek informatie die al is verstrekt aan de verzoeker; (c) suggereert de ‘nature and extent’ van de correspondentie tussen verzoeker en de overheid ‘an obsessive approach to disclosure’; (d) is de toon die in de correspondentie wordt gehanteerd ‘tendentious and/or haranguing’; (e) kan in redelijkheid worden verwacht dat de correspondentie een negatief effect heeft op de ‘health and well-being of officers’; en (f) leidt beantwoording van het verzoek waarschijnlijk tot ‘substantial and disproportionate financial and administrative burdens.’
Interessant is verder dat het in 2010 nog onduidelijk was of het invoeren van "vexatiousness" ook tot afname van het misbruik heeft geleid. Er was wel duidelijk dat de bepaling slechts zeer sporadisch door de overheid wordt gebruikt om een verzoek af te wijzen. Vanaf 2006 tot en met 2009 heeft de Information Commissioner in totaal 60 keer een uitspraak gedaan die te maken had met "ergerlijke verzoeken." Dat zijn er du 15 per jaar, terwijl er in die periode in totaal circa  37.000 FOIA-requests per jaar worden ingediend.
De tweede helft van het onderzoek gaat over de "Landen die het verdrag van de Raad van Europa betreffende toegang tot officiële documenten hebben ondertekend. De reden hiervoor is dat in dat verdrag aan de ondertekenaars de mogelijkheid gegeven wordt om een verzoek om informatie af te wijzen omdat het "kennelijk onredelijk" is. In 2010 hadden België, Estland, Finland, Georgië, Hongarije, Litouwen, Macedonië, Montenegro, Noorwegen, Servië, Slovenië en Zweden had verdrag ondertekend en alleen Noorwegen had het verdrag ook al geratificeerd.
Uit het onderzoek blijkt dat de overheid in alle landen wel in meer of mindere mate een verzoek kan afwijzen omdat het te ingrijpend of onredelijk is. Om redenen die mij niet helemaal duidelijk zijn wordt dan nader ingezoomd op de situatie in België en Servië "omdat zij in hun nationale wetgeving met betrekking tot de openbaarheid van bestuur een antimisbruik regeling kennen." Dat laat ik maar even voor wat het is.

Hoe dan ook, in het wetsvoorstel is nu ook het begrip "kennelijk onredelijk" opgenomen als een reden om een verzoek buiten behandeling te laten. Ik ben nog niet helemaal overtuigd van nut en noodzaak, maar misschien dat dat andere rapport, over omvangrijke verzoeken daar verandering in brengt. Het lijkt me, zeker gezien de uitgebreide aandacht voor de situatie in Groot-Britanië, dat er selectief gewinkeld wordt in buitenlandse wetgeving. Wel de "ergerlijkheid", maar bijvoorbeeld niet de Informatiecommissaris (die in het Verenigd Koninkrijk een belangrijke rol speelt bij het vaststellen van de ergerlijkheid van verzoeken.)

Een ander lid van artikel 3a vind ik ook, om het zacht uit te drukken, opvallend:
4. Voor zover een verzoek betrekking heeft op documenten die naar hun aard primair bestemd zijn voor intern beraad en die voor het overige slechts informatie bevatten die in andere vorm openbaar is of wordt, wordt het buiten behandeling gelaten.
De toelichting daarbij is ook het citeren waard:
Een van de oorzaken dat de behandeling van een Wob-verzoek zo arbeidsintensief is, is de regel dat ieder document individueel moet worden beoordeeld en vervolgens slechts kan worden geweigerd voor zover een van de uitzonderingen van de artikelen 10 en 11 van de Wob aan de orde is. Dat heeft tot gevolg dat bijvoorbeeld alle op een verzoek betrekking hebbende e-mails individueel moeten worden bezien. Deze e-mails hebben in het algemeen voor het verzoek weinig toegevoegde waarde. Vaak is als bijlage toegevoegd een concept van een document dat als persoonlijke beleidsopvatting bestemd voor intern beraad kan worden aangemerkt. Die bijlage kan, als het document definitief is, openbaar gemaakt worden of (deels) geweigerd op grond van de artikelen 10 en 11 van de Wob. De e-mail waar het concept een bijlage bij is, bevat zakelijk gezien slechts de mededeling dat een bijlage is bijgevoegd en reflectie op eventuele discussiepunten. Beoordeling van alle e-mails met bijlagen leidt tot afwijzingen op grond van artikel 11, maar er gaat onevenredig veel tijd in zitten. De regering heeft gezocht naar vermindering van die inspanning, zonder afbreuk te doen aan het niveau van de openbaarheid. De regering meent dat het buiten behandeling laten van deze e-mails bij een Wob-verzoek verantwoord is, nu dergelijke e-mails na beoordeling op grond van de artikelen 10 en 11 van de Wob in het algemeen toch niet verstrekt worden.
Hiermee worden in één klap bijna alle interne e-mailberichten uitgezonderd van de openbaarheid.. Zouden ze wel nog onder de Archiefwet vallen?

Tenslotte, een interessante aanvulling op de huidige wet, vind ik artikel 7a:
Artikel 7a
1. Onverminderd het elders bij wet bepaalde, verstrekt een bestuursorgaan iedere natuurlijke of rechtspersoon op diens verzoek de op de verzoeker betrekking hebbende in documenten neergelegde informatie, tenzij een in de artikelen 10 of 11 genoemd belang zwaarder weegt dan het belang van de verzoeker bij toegang tot op hem betrekking hebbende informatie.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een verzoek met betrekking tot gegevens ten aanzien van een overleden echtgenoot, geregistreerd partner, kind of ouder van de verzoeker.
Je hebt dus, explicieter en nadrukkelijker als in de WBP, recht op de informatie die overheden over jou bezitten.

Tot zover mijn bespiegelingen over de Wob van Spies. Morgen wat aantekeningen over de Wob van Peeters.

Gerelateerd
Donner, WOB en de archieven
Laten we het  nog eens over de WOB hebben