Posts tonen met het label *****. Alle posts tonen
Posts tonen met het label *****. Alle posts tonen

maandag 9 september 2013

Gelezen: Claudia Seifert - Die Frau aus Flandern

Een paar weken geleden waren H. en ik in Aken om printen te kopen om bavarois mee te maken. Uiteraard hebben we toen ook een rondje rond de Dom gelopen, helaas hadden we geen tijd om ook naar binnen te gaan. We zijn wel even in boekhandel Schmetz naast de Dom geweest. Daar kocht ik toen Die Frau aus Flandern van Claudia Seifert. Het is een beetje een a-typisch boek voor mij en ik kocht het in een opwelling, maar het is een heel interessant boek.
Seifert beschrijft hoe ze een paar jaar geleden in het bezit kwam van een paar koffers met foto's en brieven. De koffers waren achtergebleven in een bejaardenhuis nadat de eigenaar ervan gestorven was. Seifert gaat daarna uitzoeken wie die vrouw was en waarom de brieven in het Duits, Frans en Engels geschreven zijn. Het blijkt te gaan om een vrouw die in 1913 in Antwerpen geboren is en tijdens de Tweede Wereldoorlog te werk gesteld is geweest bij een dochterbedrijf van Daimler-Benz. Eerst een jaar in Antwerpen zelf en later in Neusalz an der Oder, het huidige Nowa Sól in Pools Silezië dus midden in het Duitse Rijk. Uit de foto's en brieven blijkt dat de verhuizing naar Neusalz niet helemaal vrijwillig was: ze had in Antwerpen al een relatie met een Duitse medewerker van Daimler-Benz. Vlak voor de Russen het dorp bevrijden, vertrekken alle medewerkers op een chaotische vlucht naar het westen. De vrouw zal uiteindelijk in Duitsland blijven wonen en niet terug keren naar België.
Hoewel Seifert de levensloop van deze Adriana (Addy) van der Leyde hier en daar wat chaotisch reconstrueert, doordat ze heen en weer springt in tijd en perspectief, is het wel een fascinerend boek. Dit komt vooral doordat ze een nog levende vriendin van Adriana heeft getraceerd, die de hele reis van Antwerpen naar Silezie) en daarna de vlucht door zuid Duitsland ook heeft meegemaakt. Vooral hierdoor wordt het dagelijks leven van jonge vrouwen in bezet Antwerpen en de keuzes die ze maakten mooi geschetst. In sommige gevallen was de tewerkstelling in Duitsland niet geheel gedwongen, terwijl er toch ook geen sprake was van vrijwilligheid.
Daarnaast vind ik het Duits perspectief op de "onschuldige" Vlaamsen die misschien 'foute' keuzes gemaakt hebben, interessant. Seifert worstelt hier en daar duidelijk met haar eigen vooroordelen. Waarbij haar "hoop" dat Addy een soort spionne voor de Britten was, een beetje naief is. En ik heb nog iets geleerd over de geschiedenis van Antwerpen. Ik wist niet dat de haven in de oorlog zo zwaar onder vuur heeft gelegen.
Het boek staat vol met reproducties van de foto's, ansichtkaarten en brieven uit de koffers en alles bij elkaar wekt het boek een soort jaloersheid op. Zo'n koffer zou je eigenlijk ook wel eens willen vinden. Maar daarna moet je natuurlijk ook nog de tijd en de middelen hebben om er zo'n uitgebreid onderzoek naar te doen en er daarna een boek van te maken.

zaterdag 17 maart 2012

Gelezen: Tom Lanoye - Heldere hemel

Woensdag heb ik het Boekenweekgeschenk van dit jaar in ruim 'n uur uitgelezen. Het is eindelijk weer eens een goed geschenk.
Lanoye beschrijft in Heldere hemel hoe het leven van vier verschillende mensen - een Russische straaljagerpiloot, een Vlaamse vrouw van begin veertig, een oudere, verlopen journalist en een zwarte, Amerikaanse chefstaf van de NAVO - anders is gelopen dan ze vroeger droomden. Vooral de dialogen van Lanoye zijn weer ijzersterk.
Als blauwdruk voor de novelle gebruikte Lanoye een ware gebeurtenis uit 1989, toen een MiG-23 zonder piloot neerstortte bovenop een huis in West-Vlaanderen. En daar is iets geks mee, ik kan me van dat hele voorval namelijk helemaal niets herinneren.

Op 4 juli 1989 steeg Nikolai Skuridin met zijn MiG-23 op van de luchtmachtbasis Kolobrzeg aan de Baltische Zee in Polen. Meteen na de start viel de motor uit en kreeg Skuridin de opdracht om zijn schietstoel te gebruiken en het vliegtuig te verlaten. De verwachting was dat het ding in zee neer zou storten. Maar, de straaljager stort niet neer, de motor sloeg weer aan het de MiG vloog met 800 km per uur, op de automatische piloot in zuid-westelijke richting.
Even na 09:30 ging bij de NAVO een alarm af: een ongeïdentificeerde straaljager drong op 12,5 km hoogte en het luchtruim binnen en reageerde niet op radiosignalen. Vanaf Soesterberg werden twee F-15's naar het vliegtuig gestuurd en de piloten daarvan berichtten even na tien uur:
„ (...) Er schijnt geen piloot in te zitten. Géén piloot. De cockpitkap is weg. Het toestel vliegt vanzelf. Geen piloot. Geen cockpitkap (...) De piloot is blijkbaar uit het vliegtuig gesprongen. ”
Het vliegtuig vloog ondertussen over het Ruhrgebied, over Zuid-Limburg en België in de richting van de Noordzee. De NAVO durfde het niet aan het vliegtuig uit de lucht te schieten, omdat er dan brokstukken over een straal van 50 tot 100 km zullen neerkomen. Daar was het gebied toch iets te druk bevolkt voor. Uiteindelijk hoopte men dat de straaljager de Noordzee zou halen, zodat de F-15's hem daar uit de lucht konden schieten.
Helaas bleek de brandstof al eerder op te zijn. De MiG boorde zich in Bellegem, in de buurt van Kortrijk, in een huis, en doodde de 18-jarige jongen die daar lag te slapen. Op de website van de HUMO staat een uitgebreid artikel over de crash, met onder andere een gesprek met de vader van de jongen.

Ik was in 1989 vijftien en kan me allerlei andere gebeurtenissen uit dat jaar wel (vaag) herinneren. Uiteraard het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede, maar ook (vaag) iets met de hormonen en Vanden Boeynants in België, de Tourwinst van Greg Lemond en de ramp met de Exxon Valdez. Maar van deze toch heel spectaculaire en bizarre crash weet ik helemaal niets.
De enige reden die ik daarvoor kan bedenken is dat we toen op vakantie waren in Italië (of waren we toen in Griekenland?) en dat ik daarom het Nederlandse en Belgische nieuws grotendeels gemist heb.

zaterdag 28 januari 2012

Gelezen: Multatuli - Max Havelaar of de koffiveilingen der Nederlandsche Handelsmaatschappy

De afgelopen weken heb ik de "historisch-kritische uitgave, verzorgd door A. Kets-Vree" van "de" Max Havelaar gelezen. Voor wie het verhaal niet kent, daar kun je hier meer over lezen. Maar lees het boek vooral zelf en laat je niet afschrikken door het feit dat het 150 jaar oud is. Het is en blijft een knap boek, dat (toen al) de grenzen tussen roman en werkelijkheid doorbrak en speelde met vertelperspectief en vertellers.
Het bijzondere aan deze uitgave is het tweede deel, "Apparaat en commentaar." Dat tweede deel is ruim twee keer zo dik als de roman zelf en bevat naast de editie-geschiedenis - waar ik nog wat over ga zeggen - ook nog 180 pagina's commentaar en bijna 400 pagina's variantenapparaat.
Deze uitgave van de Max Havelaar is gebaseerd op de vijfde druk uit 1881, dat is de laatste druk die nog tijdens het leven van Multatuli tot stand is gekomen (en geaccordeerd). In haar verantwoording voor deze keuze beschrijft Kets uitgebreid de onderlinge verhouding tussen het manuscript en de eerste vijf drukken en hun autorisatie door de auteur.
De eerste druk, uit 1860, is gebaseerd op het originele manuscript van Multatuli, maar de bezorger - Jacob van Lennep - heeft flink gestreept in jaartallen, persoons- en plaatsnamen om de herkenbaarheid te verkleinen. Maar, omdat Multatuli deze aanpassingen geautoriseerd heeft, geldt deze wel als een goede basistekst.
De tweede druk is in 1860 verschenen tegen de wens van de auteur in en is dus niet geautoriseerd. Wat deze druk nog bijzonderder maakt, is dat er een "dubbeldruk" van is gemaakt. Dat wil zeggen er zijn onverklaarbare verschillen tussen verschillende exemplaren van dezelfde druk. Waarschijnlijk heeft de uitgever - De Ruyter - in 1865, toen de reguliere tweede druk bijna uitverkocht was, een nieuwe druk op basis van nieuw zetsel gemaakt. Op de titelpagina staat echter "gewoon" dat het om de tweede druk van 1860 gaat.
In 1870 verkoopt De Ruyter het kopijrecht inclusief de laatste 22 exemplaren van de tweede druk aan Schadd, die in datzelfde jaar een derde druk uitgeeft. Ook deze is niet door Multatuli geautoriseerd: Uit de courant verneem ik dat m'n Ideën en de Havelaar herdrukt zyn schrijft hij in een brief.
In 1873 verkoopt Schadd de resterende exemplaren van de derde druk en het kopijrecht aan Funke. Die vraagt wel aan de auteur of hij het boek voor een vierde druk gereed wil maken. In deze druk probeert Multatuli de meeste wijzigingen die Van Lennep heeft doorgevoerd ongedaan te maken en hij vult het boek aan met allerlei noten en aantekeningen.
In 1880 wordt het kopijrecht voor de derde keer in tien jaar verkocht, dit maal aan Elsevier. De vijfde druk die Elsevier uiteindelijk in 1881 uitgeeft, is ook weer gecorrigeerd door de auteur.
Hiermee zijn dus het manuscript en drie van de zes drukken "authentieke" Max Havelaars. Kets zegt daarover:
Voor de editeur zijn deze versies in principe gelijkwaardig. Een objectief geldige keuze voor één ervan kan niet worden gemaakt, omdat ze alle bepaalde voor-, maar ook nadelen hebben, die door hun ongelijksoortigheid niet tegen elkaar weggestreept kunnen worden.
En dat geldt in feite zelfs voor de twee (drie) ongeautoriseerde drukken, omdat Multatuli bij het corrigeren voor de vierde druk, een exemplaar van de derde druk als legger gebruikte. En die derde druk was weer gebaseerd op de dubbeldruk van de tweede druk, die weer gebaseerd was op de reguliere tweede druk.
Waarom is dit nu allemaal interessant?
Deze drukgeschiedenis laat zien dat boeken zeker archiefstukken kunnen zijn. Daarmee is dit stukje eigenlijk een soort opmaat voor een stukje dat ik nog wil schrijven over de artikelen van Yeo waar Ruud mij een week of twee geleden op attendeerde.
Wordt dus nog vervolgd

Gerelateerd
Fusie van de KB en het NA

woensdag 4 januari 2012

Gelezen: Jeffrey Eugenides - The marriage plot

Na de vierhoeksrelatie uit Grip, nu een tot rampspoed gedoemde driehoek. Eugenides beschrijft hoe drie Amerikaanse studenten - Madeleine, Mitchel en Leonard - begin jaren tachtig afstuderen en de "wijde" wereld in gaan.
Vooral het vierde hoofdstuk, dat volledig vanuit het perspectief van Leonard geschreven wordt, is adembenemend. Eugenides beschrijft ijzingwekkend precies hoe en waarom Leonard experimenteert met zijn dagelijkse dosis Lithium en hoe hij daardoor steeds manischer wordt en dus steeds minder Lithium nodig denkt te hebben. Uiteindelijk culmineert dit in een onvermijdelijke instorting van Leonard. Maar als lezer zit je in het hoofd van Leonard, Eugenides laat je de onoverwinnelijkheid van Leonard voelen, zodat je er bijna in geloofd dat het niet fout kan gaan.
Het knappe is dan ook nog dat Eugenides een hoofdstuk later deze manische spiraal beschrijft vanuit het perspectief van Madeleine en dat je dan bijna, samen met haar, vergeet dat het weer fout moet aflopen.
En tussendoor beschrijft Eugenides nog colleges semiotiek (Barthes, Derrida, Eco), Moeder Thereza, Quakers en de sfeer op enkele middelgrote universiteiten aan de Amerikaanse Oostkust in het begin van de jaren tachtig.
Zeer de moeite waard en een mooi begin van 2012.

zondag 1 januari 2012

Gelezen: Stephan Enter - Grip

Het laatste boek dat ik helemaal in 2011 gelezen heb en het is een goed boek om op 1 januari te bespreken. In beschrijvingen van het boek staat iedere keer dat het een alpinistenroman of bergbeklimmersboek is, maar dat is maar ten dele waar.
Ja, het gaat over vier veertigers (drie mannen en een vrouw) die elkaar twintig jaar na een klimvakantie op de Lofoten weer zien in Wales. En ja, twee van hen overleven een  afdaling net en eentje sterft (waarschijnlijk) op een ogenschijnlijk simpele rots, maar daar gaat het niet om in het boek. De twee belangrijkste onderwerpen van de roman zijn vriendschap en de tijd.
Die thema's worden in vier hoofdstukken verteld vanuit het perspectief van de drie mannen, die ieder een bijzondere relatie met de vrouw hebben. Eentje trouwt met haar,  eentje trouwt (dus) niet met haar en eentje red haar leven.
(Nu ik dit zo opschrijf twijfel ik even of ik niet twee boeken door elkaar haal. Dit komt namelijk enigszins overeen met de gebeurtenissen in De overnachting.)
Maar dat klimmen is maar bijzaak, uiteindelijk gaat het boek over de onderlinge verhoudingen in een vriendengroep, de rol die iedereen daarin tegen wil en dank speelt en hoe dat zelfs twintig jaar later nog altijd nauwelijks verandert. En het gaat over controle: controle op de tijd, controle over de herinneringen aan het verleden, (uiteraard) controle over je lichaam tijdens het klimmen  en controle over het leven en de dood.
Grip is een mooie roman, met prachtige zinnen en een knappe vertelvorm en daarmee een goed boek om 2011 mee te beëindigen en 2012 te beginnen.

Gelukkig nieuwjaar!

Gelezen tussen 15/12/2011 en 21/12/2011

zaterdag 17 december 2011

Gelezen: N. van der Sijs - Dialectatlas van het Nederlands

Nu en dan moest ik terugdenken aan het minst leuke vak dat ik aan de Vu moest volgen: Historische Taalkunde van Arjan van Leuvestein. Vreselijke taal-stambomen, woordstammen en niet-bestaande woorden die bewezen dat alle talen terug gingen op het Indo-Europees. Maar dat was maar sporadisch, want het grootste deel van dit boek bestaat uit heel amusante en interessante toelichtingen bij kaarten zoals ik ze hier een paar weken geleden al liet zien.
In zeven hoofdstukken bespreken Van der Sijs cs de geschiedenis van het dialectonderzoek, de Nederlandse taal, de verspreiding van woorden, klanken, woordvormen, zinnen en namen in de Nederlandse (inclusief Vlaamse) dialecten. Dat laatste hoofdstuk over namen, vond ik niet zo interessant, maar de andere vijf heb ik met veel plezier gelezen (en in de marge becommentarieerd).
Bijvoorbeeld als Jan Stroop heel stellig schrijft dat het woord (n)onkel voor oom alleen in Vlaanderen gebruikt wordt, en nergens in Nederland. Maar rond Maastricht zeggen we toch ook noonk.
Heel interessant vind ik het verschijnsel valtoon en sleeptoon dat alleen in de Limburgse dialecten gebruikt wordt. In het Maastrichts heeft het woord broet twee betekenissen. Als je het kort  - valtoon - zegt (broet) betekent het brood, als je het lang - sleeptoon - zegt (broeoeoet) betekent het bruid. Of, nog aparter: beiein betekent been en bein betekent benen.
Verder kwam ik allerlei formuleringen tegen die ik (onbewust en soms bewust) heb afgeleerd toen ik in Amsterdam ging wonen, zoals het gebruik van zich in zinnen als: Hij drinkt zich een biertje.
Toch jammer dat we aan dit dialectonderzoek bij Nederlandse Taal- en letterkunde aan de VU nauwelijks aandacht besteed hebben.

Gerelateerd
Spiekerboks en appelsien
Kal toch plat!

vrijdag 23 september 2011

Gelezen: Ilija Trojanow, Juli Zeh - Angriff auf die Freiheit

Wir leben in einer Zeit der Schnüffelei. Heutzutage bedroht man Menschen nicht mit einem Dolch, sondern mit einem Dossier. Vance Packard

De afgelopen maanden zijn in de archiefwereld regelmatig grote woorden gebruikt. In de missie van de KVAN moest komen te staan dat de archivaris belangrijk was bij het verdedigen van de democratische rechtstaat en ook in de reacties op de Archiefvisie en de wijziging in het interbestuurlijk toezicht, werd verschillende keren daarnaar verwezen. In de inleiding op de Universele verklaring over archieven staat ook al het belang voor samenleving en democratie.

Ik heb daar iedere keer wat gemengde gevoelens bij, omdat ik iedere keer moet denken aan het belang van de Stasi-archieven voor de "Democratische" Duitse Republiek. Maar mede door bovenstaand citaat dat ik tegen kwam in het boekje van Trojanow en Zeh, gaat die uitspraak steeds meer wringen.
Trojanow en Zeh beschrijven in hun "Kampfschrift" gedetailleerd, maar niet genuanceerd, de manier waarop de afgelopen jaren de (Duitse) overheid steeds meer grondrechten in meer of mindere mate terzijde heeft geschoven onder het mom van "veiligheid" en strijd tegen terrorisme. Alles komt aan bod: camera's in de openbare ruimte, function creep, email- en internetverkeer afluisteren, profiling van burgers, folteren, noem maar op en alles onder het mom van "als je niets te verbergen hebt, heb je niets te vrezen". Maar:
Grundsätzlich gilt: Die neue Währung des Kommunikationszeitalters heißt »Information«. Wissen bedeutet Kontrolle, Kontrolle bedeutet Macht.  
En
Sonst müßten Sie sehen, daß es kein per se »gutes« System geben kann, dessen »guten« Zielen man in Krisenzeiten bedenkenlos hart erkämpfte Rechte opfern darf. Glauben Sie, diese Rechte nur unter der Bedingung abzugeben, daß der staat »gut« bleibt? Ein Staat wird gewiß nicht besser durch eine Erweiterung seiner Befugnisse, im Gegenteil - je mehr Macht er konzentriert, desto größer die Gefahr von Mißbrauch.
Want de staat laat eenmaal verkregen rechten en informatie niet zo snel meer los.

 Dit is ook waar Bert Looper op doelde in zijn reactie op de Archiefvisie:

Nu zijn we nog een beschaafd land, maar stel eens dat het mis gaat en de archivaris onderdeel is/wordt van manipulatief informatiemanagement vanuit politieke doelstellingen. Waar is dan de archivaris als ‘hoeksteen van de democratie’? Kortom, de Archiefvisie dwingt archivarissen en archiefdiensten om een zelfbewuste visie te hebben op hun belangrijke maatschappelijke verantwoordelijkheid om informatiebeleid te ‘ontmaskeren’.
Maar, als je door de bril van Trojanow en Zeh kijkt, lijkt het erop - in tegenstelling tot wat Looper stelt - dat de archivaris nu al onderdeel is van manipulatief informatiemanagement. Hij wordt steeds meer verantwoordelijk voor het beheer van steeds meer informatie, die net wel net niet rechtmatig verzameld is en die net wel net niet rechtmatig gebruikt wordt.
En het is maar de vraag wat een "zelfbewuste visie" van archivarissen hier aan kan doen, want de archivaris is ook maar gewoon een ambtenaar, die deel uit maakt van het systeem. Misschien moet de KVAN, als ze dit echt belangrijk vindt, contact zoeken met organisaties als Bits of Freedom, om te bekijken of ze iets voor elkaar kunnen betekenen?

Angriff an der Freiheit is vertaald als Aanslag op de vrijheid

Gerelateerd
Computer says no: NRC en iOverheid
Corpus Delicti - Juli Zeh
Kom op voor vrijheid op internet #1dag1000donateurs
Elf hotshots over de Archiefvisie

woensdag 14 september 2011

Gelezen: L. Salisbury & A. Sujo - Provenance

Kunstvervalsers proberen zelden een kopie van een bekend, bestaand schilderij te verkopen. Het zou waanzin zijn om bijvoorbeeld het Zelfportret met zwarte band van Pyke Koch na te schilderen en als "echt" te verkopen. Iedereen weet dat dit in het Centraal Museum in Utrecht hangt. Wat je als vervalser wil doen, is schilderen in de stijl van een beroemde schilder en het schilderij dan verkopen als een nieuw ontdekt schilderij. Dat is van Han van Meegeren deed en dat is wat John Myatt en John Drewe eind jaren tachtig, begin jaren negentig deden. Het boek Provenance, how a con man and a forger rewrote the history of art beschrijft hoe de twee heren te werk gingen.
Het bijzondere van Myatt en Drewe is dat zij bij hun vervalsingen niet heel veel aandacht besteedden aan de schilderijen zelf. Myatt schilderde in de stijl van Giacometti, Bissière, De Staël en Nicholson, maar deed nauwelijks moeite om met dezelfde materialen te schilderen. Hij gebruikte niet eens olieverf. Drewe was de "genius" die in de gaten had, dat het in de kuntswereld ondertussen meer ging om de "provenance" en de "chain of custody" van een schilderij dan om de esthetiek of techniek ervan. Dus wanneer Myatt een schilderij af had, voegde Drewe foto's ervan toe aan galerie-catalogi in de archieven van gerenommeerde Britse musea als de Tate en het Victoria & Albert Museum, zodat hij later kon "aantonen" dat een schilderij al in de jaren veertig of vijftig ergens tentoon was gesteld. Maar Drewe ging verder, want hij paste ook de gearchiveerde verkoopadministratie aan en fabriceerde met behulp van stempels, gestolen briefpapier en handig knip-en-plak-werk brieven van beroemdheden waarin zij schreven dat ze dat bepaalde schilderij in hun bezit hadden.
Op die manier kon ook een minder geslaagde Giacometti, zoals die hiernaast, verkocht worden als authentiek, want de bijgeleverde bewijsstukken, was overtuigend genoeg. En iedere kunstenaar had natuurlijk wel eens een mindere dag...
Drewe had zichzelf min of meer vrije toegang tot de archieven geregeld door een donatie van 20.000 pond te doen voor het verbeteren van de bewaaromstandigheden van het Tate-archief. Hierdoor kreeg de archivaris van de Tate naderhand, toen ze onraad rook, geen gehoor bij haar bestuur. Professor Drewe was een respectabele wetenschapper die het beste voor had met de kunst.
Uiteindelijk lopen Drewe en Myatt tegen de lamp, voornamelijk doordat de ex-vrouw van Drewe hem bij de politie belastert en omdat de curator van de Giacometti-stichting een van de weinigen is die een verdacht schilderij uit elkaar haalt, analyseert en ziet dat het nietklopt. Zij is ook degene die daarna met de archivaris van de Tate Gallery de archieven napluist en daar de toegevoegde documenten en foto's ontdekt. Tijdens het politie-onderzoek worden daarna honderden Myatt-vervalsingen terug gevonden bij musea en galeries, maar een deel was en is nog altijd in particulier bezit.
Myatt en Drewe worden veroordeeld tot enkele jaren gevangenisstraf. Drewe wordt in het boek ook neergezet als een soort Talented Mr Ripley, een pathologische leugenaar en psychopaat, die erop kickt om mensen voor de gek te houden. Myatt daarentegen heeft nu een bloeiend schildersbedrijfje dat "legitimate fakes" verkoopt. Hij schildert, meestal in opdracht, in de stijl van anderen en verkoopt die schilderijen voor redelijk veel geld.
Dat is ook een van de redenen die Myatt op een gegeven moment aanvoert om zijn vervalsingen te verdedigen: het gaat er blijkbaar niet om of een schilderij mooi is, een mislukte "Giacometti" is meer waard dan een gelukte Myatt. In de epiloog van het boek staat hier over:
He often thought about the dozens of pictures he'd made for Drewe, the ones that had vanished over the years. He knew that each time they changed hands, the provenance became more solid and detection less likely. Whenever he saw his work in a museum or auction catalog, he kept it to himself. Blowing the whistle wouldn't benefit anyone, he thought. If he were to reveal the true nature of the work, it could cost an innocent collector a lot of money. Furthermore, he had a personal interest in the continuing existence of his paintings. Once a forgery was discovered, its life was over. The painting disappeared into a kind of artistic limbo, the resting place of all fakes. By his own reckoning, some of the work he'd done for Drewe was quite good, and he didn't want any of it destroyed. The paintings that had made their way safely into collections and museums were now a part of the history of art.
Gerelateerd
Berlusconi, China en authenticiteit
O jee, een gemanipuleerd archiefstuk

zondag 21 augustus 2011

Gelezen: Donald Sturrock - Storyteller, the life of Roald Dahl

De mooiste boeken van Roald Dahl vind ik nog altijd Boy, Solo en de verhalenbundel Het wonderlijke verhaal van Hendrik Meijer. Van Dahl zelf wist ik niet veel meer dan in deze boeken beschreven stond en dat hij een lastige man was. De biografie van Sturrock heeft hier heel veel aan veranderd.
Het leven van Dahl was een bijzonder leven, zo bijzonder dat je je nu en dan afvraagt wanneer hij al die boeken en verhalen heeft geschreven. (Dat is sowieso wat ik me vaak afvraag bij schrijversbiografieën: Wanneer deden die mensen het werk waar ze beroemd door zijn geworden?)
Het beeld van Dahl dat ik mij nu zal herinneren is dat van een getekend man, die probeert om zijn pijn te verzachten door zich helemaal over te geven aan het vinden van een oplossing. Bijvoorbeeld toen zoon Theo een zwaar ongeluk kreeg en zijn leven afhankelijk was van een drain die steeds verstopte. Dahl heeft toen samen met een arts een nieuwe klep uitgevonden, die minder snel verstopt raakte. En toen zijn vrouw Pat McNeal een hersenbloeding kreeg terwijl ze zwanger was, heeft hij haar met harde hand weer aan het praten en functioneren gekregen. De grootste pijn in zijn leven was waarschijnlijk het overlijden van zijn oudste dochter toen ze zeven jaar was. Dat was een probleem dat hij niet kon oplossen.
En tussendoor schreef Dahl dus al die verhalen. Macabere verhalen voor volwassenen en soms groteske, soms lieve, soms hilarische verhalen voor kinderen. En die kinderverhalen doen het nu nog altijd goed bij kinderen, weet ik ondertussen uit ervaring.
Sturrock vertelt alles, maar dat doet hij heel evenwichtig, zonder dramatisch te worden, maar wel aangrijpend. Hij baseerde zich hierbij - uiteraard - op het archief van Dahl in het Roald Dahl Museum en diverse briefwisselingen van Dahl met zijn uitgevers en vrienden. Dahl is nog van voor het het digitale tijdperk, dus alles ging nog met pen, papier, enveloppe en postzegel. Ik ben nog altijd benieuwd hoe dit soort biografieën over een jaar of dertig er uit zien. Over hoeveel digitale correspondentie en concepten van boeken uit de jaren 1995 tot nu zullen autobiografen dan kunnen beschikken?

Een zijstap, maar wel een mooi verhaal in de biografie, gaat over de Noorse wet dat voordeuren naar buiten open moeten gaan. Ik heb een tijdje geleden een stuk gelezen over een serie over een Noorse politieman, die door Britten opgenomen werd. Een van de dingen waar de Britse scenarioschrijvers geen rekening mee hadden gehouden, was dat je in Noorwegen geen voordeur kunt intrappen, omdat alle deuren naar buiten open gaan. Deze verplichting is het werk van een van de voorvaders van Dahl. Deze dominee overleefde als een van de weinigen een brand in zijn kerk. De meeste kerkgangers probeerden door de deur te vluchten, maar dat lukte niet omdat deze naar binnen openging. De dominee ontsnapte samen met enkele anderen door onder een raam bijbels op elkaar te stapelen en door het raam te vluchten. Daarna is hij parlemenstlid geworden en heeft ervoor gezorgd dat alle buitendeuren naar buiten open moeten gaan.

dinsdag 26 juli 2011

Gelezen: Laurent Binet - HhhH

Een "infra-roman" noemt Laurent Binet zijn boek ergens... In Vrij Nederland licht hij dit begrip toe:
Mijn toegespitste definitie is: een geschiedenis verteld als een roman met alle eigenschappen en technieken van de roman – op één na: fictie.
Dit is maar ten dele waar. De roman bestaat in feite uit twee verschillende "verhalen": de geschiedenis van de aanslag op Heydrich op 27 mei 1942 en het schrijven van het boek door Binet. In het eerste verhaal probeert Binet zo "eerlijk" mogelijk te zijn. Dat wil zeggen dat hij geen dialogen of gedachten van de betrokken historische personen wil verzinnen. Als hij dat wel doet, dan zegt hij expliciet dat dit zo zou kunnen zijn gebeurd. Op die punten wil hij de lezer expliciet niet "voor de gek houden." Hij beroept zich zo veel mogelijk op archieven, getuigenverklaringen en andere "objectieve" bronnen. Het knappe is dat hij hierdoor ook meteen duidelijk maakt hoe subjectief dergelijke bronnen zijn. Daarnaast blijkt bijvoorbeeld ook uit het artikel in VN dat hij sommige dingen wel "verzonnen" heeft, bijvoorbeeld de lengte van de tunnel die de parachutisten probeerden te graven.
Aan de andere kant, in het tweede verhaal - het schrijven van de roman - houdt hij de lezer nadrukkelijk wel verschillende keren voor de gek. Zo schrijft hij op pagina 32 dat hij het boek dat Heydrichs vrouw na de oorlog geschreven niet gekocht heeft. Het is belachelijk duur en eigenlijk ook overbodig. Terwijl hij een paar bladzijden later schrijft:
(ik beken dat ik haar boek toch uiteindelijk heb gekocht en op systeemkaartjes heb laten zetten door een jonge Russische studente die in Duitsland is opgegroeid - ik had ook een Duitse kunnen nemen, maar het is prima zo)
Een stuk verder beschrijft hij een dialoog met zijn vriendin over een passage die volgens zijn eigen criteria niet zou kunnen: Natacha leest het hoofdstuk dat ik net heb geschreven. Bij de tweede zin roept ze uit: 'Hoezo, "het bloed stijgt naar zijn wangen"? "Zijn hersens bonzen tegen zijn schedelwand"? Dat heb je verzonnen. Hierna legt de "ik" in twee pagina's uit dat Natacha gelijk heeft, maar dat hij de passages toch gewoon laat staan. Wat je als lezer al weet, want je hebt het hoofdstuk ook net gelezen. En soms speelt hij gewoon "vals" door van bepaalde passages te zeggen dat deze natuurlijk niet zo in zijn roman terecht zullen komen. Terwijl je ze net gelezen hebt.
Hierdoor is de "ik" opeens een veel minder betrouwbare verteller geworden, waardoor het boek niet alleen meer  literatuur wordt, maar ook duidelijk maakt dat het onmogelijk is een "ware" geschiedenis te beschrijven. Ik hou daar wel van...
Maakt deze nadruk op verteltechniek en waarheid dit een droog en saai boek, alleen geschikt voor "meta-lezers" als ik? Ik denk het niet. Het is zoals Edwin het omschrijft:
De stijl van Laurent Binet is even wennen, maar na een paar bladzijden grijpt het verhaal je bij de strot, om die pas op de laatste bladzijde weer los te laten. Je weet niet precies zeker waar de auteur de geschiedenis verruilt voor fictie, maar het is een feit dat je steeds het gevoel krijgt veel te leren over de denkwijze van de meest vooraanstaande figuren van het Derde Rijk. De wijze waarop Binet de hiërarchie en bijbehorende spelletjes van kopstukken als Himmler, Göring en Heydrich beschrijft gaf mij in ieder geval het gevoel dat ik kennismaakte met een nieuw hoofdstuk uit de zwarte geschiedenis van Nazi-Duitsland.
Lezen dus!

 Gelezen tussen 08/07/11 en 11/07/11

woensdag 15 juni 2011

Gelezen: Michael Chabon - Wonder boys

Bij sommige boeken zie je het filmscript er doorheen schemeren, en weet je ook al dat de film nooit zo leuk zal zijn als het boek. Wonder Boys van Chabon is zo'n boek (en de film kan niet leuk zijn, omdat Michael Douglas niet lijkt op "mijn" Grady Tripp).
Het boek beschrijft het weekend waarin het leven van Grady Tripp - schrijver / universitair Docent Creative Writing op een kleine universiteit / pothead / overspelig echtgenoot - instort (en uiteindelijk ook weer opbloeit.) Het is een volstrekt ongeloofwaardige aaneenschakeling van bizarre situaties waarin onder andere een dode, blinde hond, een dode slang, een tuba, een jasje van Marilyn Monroe, Pesach en een gedeukte auto een rol spelen. Ongeloofwaardig, maar zo leuk!
En uiteindelijk gaat het hele boek ook nog eens over de eenzaamheid van schrijvers, misschien zelfs over writers block.
Onder het lezen moest ik denken aan J. Kessels, the novel, van Thomése, dat ongeveer dezelfde thematiek en vertelvorm heeft. (Dat is natuurlijk het gekke met intertekstualiteit. Thomése heeft zijn boek na Chabon geschreven, maar ik heb het eerder gelezen...)
En ik moest denken aan Into the night, maar die heb ik heel lang geleden gezien, dus ik weet niet precies hoe accuraat die vergelijking is.

Gelezen tussen 03/06/2011 en 14/06/2011

Gerelateerd
Gelezen: Thomése en Chabon
Achterstand gelezen boeken

donderdag 21 april 2011

Gelezen: Jennifer Egan - A visit from the goon squad

A visit from the goon squad is een soort mozaïek, maar een precies kloppend, perfect gevormd mozaïek. Op de achterflap staat dat het over twee mensen (Sasha en Bennie) en de muziekscene gaat, maar dat is helemaal niet waar. Het zijn dertien hoofdstukken en ieder hoofdstuk heeft een andere hoofdpersoon. Maar alle hoofdpersonen hebben wel iets met elkaar te maken: ze zijn familie van elkaar, of studiegenoten, of collega's. Elk hoofdstuk speelt in een andere tijd, globaal tussen 1970 en 2025. En, en dat maakt het echt een heel knap boek, ieder hoofdstuk wordt op een andere manier verteld: in een hoofdstuk gebruikt Egan echte tiener-in-de-jaren-tachtig-taal, een ander hoofdstuk is in de jij-vorm geschreven (een stijlvorm die ik altijd heel spannend vind), een soort toekomstroman en één hoofdstuk (echt even bekijken!) bestaat helemaal uit Powerpoint-slides (en gek genoeg is een van die slides voor mij de meest ontroerende passage uit het boek).
En Egan gebruikt heel mooie beelden, bijvoorbeeld als ze omschrijft dat iemand de liefde voor zijn vrouw op een gegeven moment dubbel gevouwen heeft, als een velletje papier en daarna nog een keer en nog een keer, zodat het nog maar een heel klein propje is geworden. Heel triest, maar heel mooi.
Het onderwerp van het boek is helemaal niet "muziek" maar het verstrijken van de tijd en wat dat met mensen doet: verschillende hoofdpersonen worden op verschillende momenten in hun leven en vanuit verschillende perspectieven beschreven. Wat dat betreft is het powerpoint-hoofdstuk ook de sleutel: hierin gaat het onder andere over een jongetje dat gefascineerd is door "pauzes" in liedjes. Op zo'n moment staat de tijd even stil.

Gelezen tussen 08/04/2011 en 19/04/2011

zaterdag 26 maart 2011

Gelezen: S. Vaidhyanathan - The Googlization of Everything (and why we should worry)

Ik schreef al eerder over Siva Vaidhyanathan (SV in het vervolg) en zijn boek. Afgelopen week heb ik het dan eindelijk gelezen. Het boek staat vol met voorbeelden waarbij Google en Googlization in grijpen in de echte wereld. Het opvallendste vond ik wel het verhaal van het dorpje Eu in Frankrijk.
It seems that Google searches for "Eu" generated too many results for Europe in general (...) Even some results pointing to the chemical element Europium outranked those for the little town. Voters in the town were asked to choose among longer strings of text such as "Eu-en-Normandie" or "La Ville d'Eu." And municipal leaders considered purchasing ads on Google and hiring a firm that specializes in optimizing search-engine ranks to raise the profile of the town.
Het mooie van het boek is dat SV niet per sé tegen Google is, hij stelt alleen zeer pertinente vragen bij de huidige werkwijze van Google en het vertrouwen dat we allemaal hebben in een jong, beursgenoteerd bedrijf. Ik zal proberen zijn belangrijkste kritiekpunten samen te vatten.

1. Zoeken met Google is geen 'objectieve' daad.
Anders gezegd het resultaat van een zoekopdracht in Google hangt steeds meer af van de persoonlijke omstandigheden van de gebruiker: locatie, tijdstip, zoekgeschiedenis, Gmail-archief zijn allemaal van invloed op de volgorde van de links die Google toont na een zoekopdracht. Dat kan heel ver gaan.
SV geeft het voorbeeld van Arunachal Pradesh, in het grensgebied tussen India en China. Als je op de Chinese Google Maps kijkt dan wordt het gebied als Chinees gemarkeerd. In de Indiase variant is het echter Indiaas en in de Nederlandse variant is het 'betwist gebied'.
Dit is nog maar een simpel voorbeeld, maar doordat Google zich bij het weergeven van zoekresultaten steeds meer tot doel heeft gesteld om 'gepersonaliseerde' antwoorden te geven, bestaat het risico dat de zoekresultaten steeds beperkter worden. Google laat alleen zien wat Google denkt dat relevant voor jou is. Daarmee bestaat het risico op een soort tunnelvisie bij gebruikers.

2. Google is een bedrijf
SV is niet persé tegen het particuliere initiatief van Google, maar hij vraagt zich met name bij Google Book Search af, of het Google wel de juiste partij is om deze onderneming uit te voeren. Op dit moment is dat een heel actuele vraag, omdat een Amerikaanse rechter deze week de schikking tussen Google en verschillende organisaties van auteurs en uitgevers nietig heeft verklaard. In die overeenkomst kocht Google het recht af om boeken te mogen scannen en de reproducties van boeken die uit de handel zijn te mogen verkopen. Het interessant is dat SV in het boek aangeeft dat de uitspraak van de rechter hoe dan ook ingrijpende gevolgen heeft. Een afwijzing van de schikking (zoals nu het geval is) zou tot gevolg kunnen hebben dat Google stopt met het project. Dat is zonde, want waarschijnlijk is er geen andere partij (privaat of publiek) die in staat is en het lef heeft om een dergelijk grootschalig project op te starten.
Als de rechter de overeenkomst wel had goedgekeurd, zou er de facto sprake zijn van een monopolie van Google, omdat geen enkele andere organisatie in staat is om een dergelijk project te ondernemen en te bekostigen. De 'afkoopsom' die Google bereid was om te betalen, zou dan maatgevend zijn voor alle andere, latere afspraken met andere partijen.
Crux van de zaak is hier, aldus SV, dat Google de 'digitale' Auteurswet (die aangeeft dat een zoekmachine pagina's mag kopiëren en indexeren om een dienst te kunnen leveren) toepast op de analoge wereld (waarin het reproduceren en verspreiden van analoge 'kunstwerken' niet zo maar mag.) Uitkomst van de uitspraak toont hoe dan ook aan dat er een probleem met de Auteurswet is.
Ander kritiekpunt is natuurlijk dat de kwaliteit van de reproducties te wensen overlaat en dat het onduidelijk is wat met de reproducties gebeurt als Google 'omvalt.' Het bedrijf bestaat nog geen vijftien jaar en het is de vraag of het over vijftien jaar nog wel (in deze vorm) bestaat. De kansen dat instanties als de Library of Congres of bijvoorbeeld een universiteitsbibliotheek, er over vijftien jaar nog zijn, zijn dan veel groter.
Dat laatste punt is en blijft sowieso lastig. Want wij vertrouwen wel heel erg op een heel jong bedrijf, dat als voornaamste doelstelling heeft om zoveel mogelijk winst te maken. En dat bedrijf doet er heel aan om alles in zijn eigen voordeel uit te laten werken. Alle default-instellingen staan zo dat Google er het meeste baat bij heeft. Kritiek daarop wordt stelselmatig gepareerd met de reactie dat Google op die manier het beste resultaat voor zijn gebruikers kan leveren. En dat wordt meestal voetstoots aangenomen, want het motto van het bedrijf is toch "Don't be evil"?

3. Google is techno-fundamentalistisch
Dit is een complex punt, maar komt er op neer dat het uitgangspunt van Google is dat je altijd iets nieuws kunt uitvinden om de problemen van de vorige uitvinding op te lossen.
Techno-fundamentalism assumes not only the means and will to triumph over adversity through gadgets and schemes but also senses that invention is the best of all possible methods of confronting problems.
Maar uiteindelijk is het bovenstaande maar een povere samenvatting van het boek en de opvattingen en observaties van SV.
Eigenlijk zou iedereen die Google wel eens gebruikt, dit moeten lezen.

Gerelateerd
Gelezen: Peter Oltshoorn - De macht van Google
Googlization in De Balie
Wargames maar dan anders
Vrouw klaagt Google aan om haar ondergoed


Gelezen tussen 12/03/2011 en

zondag 20 februari 2011

Gelezen: Lionel Shriver - We need to talk about Kevin

Eva Katchadourian is de moeder van "Ketchup Kevin", die op donderdag 8 april 1999, vlak voor het bloedbad op Columbine High School, zeven klasgenoten, een kantinemedewerker en zijn lerares Engels vermoordt. De roman bestaat uit een stuk of vijftien brieven die ze anderhalf jaar na Thursday schrijft aan haar man Franklin. In de brieven beschrijft ze nietsontziend haar relatie met Kevin, Franklin en hun dochtertje Celia. Ze beschrijft haar twijfels over het moederschap en de zeer gemengde gevoelens die ze sinds zijn geboorte voor Kevin voelt. Verder schrijft ze over haar bezoeken aan Kevin in de gevangenis, de manier waarop mensen op Thursday reageren en vooral haar angsten en schuldgevoelens.
Uit haar brieven komt Kevin ook over als een in- en in-slecht kind, dat er altijd op uit is om andere mensen en kinderen pijn te doen. Maar, uit de brieven blijkt ook dat haar man hier anders over denkt. Waar zij altijd en overal haar zoon als slechterik ziet, tilt hij niet zo zwaar aan het kattenkwaad van hun zoon. Hij beschouwt Kevin als een All-American-Kid en zichzelf als een All-American-Dad. Dat is ook een van de meest geslaagde dingen uit de roman: Eva is een niet helemaal betrouwbare verteller.

Spoiler alert 
In de alinea hieronder zal ik iets verklappen dat je beter niet kunt weten als je de roman voor de eerste keer leest.

Die onbetrouwbaarheid is zo sterk, dat ik me tot de voorlaatste brief heb afgevraagd hoe de antwoorden van de vader er uit zouden zijn. Ik fantaseerde al over een "antwoord-roman" die bijvoorbeeld geschreven zou zijn door Michael Chabon of Toby Litt. Helaas is zo'n brievenroman eigenlijk niet meer mogelijk, want in de voorlaatste brief blijkt dat Kevin ook zijn vader en zusje heeft vermoord. En het dat is het meest huiveringwekkende stuk uit het boek. Niet dat hij zijn vader en engelachtige zusje heeft vermoord, maar dat hij uiteindelijk op een verknipte manier toch meer van zijn moeder dan van zijn vader houdt.

Vanaf hier kun je weer veilig lezen.

Het bijzondere is ook dat nooit helemaal duidelijk wordt of Kevin nu slecht geboren of slecht opgevoed is. Eva vraagt zich bijna constant af of haar gebrek aan 'echte' moederliefde de oorzaak van de ontsporing van haar zoon is en of ze meer had kunnen doen om het te voorkomen. Uit het nawoord van Shriver blijkt ook dat zij twee soorten reacties krijgt. Aan de ene kant zijn er mensen die zeggen dat Eva het zelf schuld is: ze is koud, arrogant en houdt niet van haar zoon. Anderen reageren juist dat Eva er helemaal niets aan kan doen: Kevin is gewoon slecht en daar helpt geen moedertje lief tegen. Eigenlijk vind ik die zwart-wit-oplossingen een te eenvoudige 'oplossing' voor dit mooie, complexe en zeer weloverwogen geschreven boek.

We need to talk about Kevin is het eerste boek in 2011 dat vijf sterren van me krijgt. Maar het is geen boek dat je moet lezen als je op het punt staat een kind te krijgen, of als je net vader of moeder bent geworden en slapeloze nachten hebt.

Hieronder een kort interview met de zeer sympathiek overkomende Shriver. (De giecheligheid van de interviewster moet je even zien te negeren...)


Gelezen tussen 26/01/2011 en 19/01/2011

zaterdag 4 december 2010

Gelezen: Guus Kuijer - Het boek van alle dingen

Het is jaren geleden dat ik een boek van Guus Kuijer las. Het laatste was het teleurstellende Het vogeltje van Amsterdam in 1994. De kinderboeken (Krassen in het tafelblad, Met de poppen gooien) heb ik allemaal in het begin van de jaren tachtig gelezen. Van die kinderboeken herinner ik me vooral dat ze zo serieus zijn, maar misschien klopt die herinnering niet. Het boek van alle dingen is ook een kinderboek, dat T. een tijdje geleden (op de groei) voor zijn verjaardag gekregen heeft. Het onderwerp is gruwelijk, er zitten ijselijke scènes in, maar toch zijn de stijl en toon heel licht en humoristisch.
Thomas Klopper is negen jaar en groeit in de jaren vijftig op in een streng protestants gezin. Meteen in het eerste hoofdstuk wordt duidelijk gemaakt dat er noch met vader, noch met het geloof te spotten valt. Wanneer Thomas in de kerk zingt van "Goede stierenheer, verlos onze ellendige zondagen", wordt hij 's avonds door zijn vader afgeranseld met een houten lepel. En Kuijer slaagt er in om het grappige van zo'n jongetje dat niet weet wat hij zingt en de gruwelijkheid van de mishandeling heel precies te beschrijven en doseren. Het ene moment moet je lachen, het volgende moment zit je met ingehouden adem en pijn in je buik.
Thomas is een bijzondere jongen, omdat hij dingen "ziet" die anderen niet zien. Zo ziet hij de Heere Jezus ("Zeg maar Jezus hoor") regelmatig en voert hij verschillende gesprekken met hem, onder andere over het verlies van zijn geloof in God de Vader.
Het allermooiste van het boek vind ik nog het einde, waarin de rest van het gezin (moeder, Thomas en zijn zus) in opstand zijn gekomen tegen de tirannie van de vader. Thomas blijft hopen dat zijn vader ook inziet dat het leven leuk kan zijn:
Vader was bang voor vrolijkheid. Hij was vooral bang voor spot. Hij was bang dat iemand zou zeggen dat de mens van de aap afstamt. Of dat de aarde veel ouder is dan vierduizend jaar. Of dat er iemand zou vragen hoe Noach aan zijn ijsberen was gekomen. Of dat er iemand zou vloeken. Vader was als de dood.
Moeder keek naar vader om. Kom toch jongen, gebaarde ze. Kom er toch gezellig bij zitten.
Hij kon het niet. Hij durfde niet bij de mensen te horen. Hij draaide zich om en sloot zich op in het zijkamertje.
Thomas zag dingen die andere mensen niet zagen. Hij wist niet hoe dat kwam, maar het was altijd zo geweest. Hij zag vader dwars door de muur heen. Achter zijn bureau. Alleen. Thomas voelde zich raar in zijn buik. Hij dacht dat hij een nijlpaard had ingeslikt, maar even later begreep hij dat het medelijden was.
(...)
"Ik hoopte dat hij voor het raam zat om te dénken," schreef hij in Het boek van alle dingen. "En níét op zijn knieën met zijn ogen dicht." Maar hij wist wel beter.

Recensie van Monique Snoeien in de NRC

Gelezen tussen 28/11/2010 en 30/11/2010

donderdag 18 november 2010

Gelezen: Jef Geeraerts - Gangreen 4 Het zevende zegel

Dit vierde boek uit de Gangreen-cyclus is het pijnlijkste uit de cyclus. Pijnlijk voor de vrouw van Geeraerts, maar eerlijk gezegd ook pijnlijk voor Geeraerts zelf. Uit de eerste drie delen was al meer dan duidelijk dat het eerste huwelijk van Geeraerts niet zo'n gelukkig huwelijk was, maar het werd nooit helder waarom ze dan getrouwd waren en niet van elkaar scheidden.
Uit dit boek blijkt dat het huwelijk niet ontbonden wordt, omdat zij streng katholiek is en dus niet mag scheiden. Maar, uit het boek blijkt nog altijd niet waarom Geeraerts met die vrouw trouwde, de week voor zijn huwelijk slaapt hij nog bij een andere vrouw. Mijn conclusie is dat het uit luiheid en lafheid is.
Verder doet Geeraerts ook geen enkele moeite om de 'ik-figuur' (om toch nog een beetje een onderscheid tussen literatuur en het echte leven) sympathiek te maken. Het is een egoïstische, manipulatieve en gemene man.

Naar aanleiding van het lezen van de hele Gangreen-cyclus heb ik deze week de reportage van Canvas over de reis van Geeraerts naar Congo eerder dit jaar eens bekeken (zie beneden).

En ik heb naar aanleiding daarvan ook het interview met de jongste dochter van Geeraerts gelezen. Haar oordeel over haar vader is niet mals, maar dat is na lezing van Het Zevende Zegel niet verbazingwekkend.
De man blijft de gemoederen bezig houden.

Gelezen tussen 09/11/2010 en 14/11/2010

Gerelateerd
Herlezen: Gangreen 1 en Ogen van tijgers
Gelezen: Jef Geeraerts - Gangreen 2 De goede moordenaar
Gelezen: Jef Geeraerts - Gangreen 3 Het teken van de hond

zaterdag 2 oktober 2010

Gelezen: Marente de Moor - De Nederlandse maagd

Sinds enige tijd schrijft Marente de Moor een column in Vrij Nederland. Ik vind die heel interessant, omdat ze als een soort antropoloog beschrijft hoe het leven in een kleine boerderij in Mechelen (Zuid-Limburg) is. Die columns maakten me nieuwsgierig naar haar tweede roman: De Nederlandse maagd.
In de roman stal ze meteen mijn hart door meteen in het eerste hoofdstuk het verschil te beschrijven tussen het Maastrichtse en Kerkraadse dialect:
Toen de Duitse me riep, rende ik in haar armen. Ze sprak de taal van mijn tante, het Kirchroädsch plat dat door zijn tonaliteit altijd iets verontwaardigds leek te hebben: 'Ey, doe kling engelsje....weë bis doe dan?' Sinds dat uitstapje over de grens kwam ik elke zomervakantie Ripuarisch kallend terug, tot afschuw van mijn moeder, die al mijn germanismen door Maastrichtse gallicismen verving.
Voor een niet-Limburger is dat een knappe observatie.

Het boek speelt in 1936 op een oud landgoed vlak bij de Nederlands-Duitse grens en gaat over dingen waar ik niet of nauwelijks is vanaf weet: schermen, Mensur, Helene Mayer en Leibhusaren.
Het verhaal is wat ingewikkeld na te vertellen, dus dat doe ik niet. Wat heel knap is, is dat er van alle figuren constant een soort dreiging en onheil uitgaat, die pas helemaal op het eind echt uitbarst met het sterven van een onschuldige tiener.
Mooi, knap geschreven boek over schuld, onschuld en neutraliteit...

Hieronder het interview in Boeken van 19 september 2010

Get Microsoft Silverlight Of bekijk de flash versie.
Gelezen tussen 23/09/2010 en 30/09/2010

zaterdag 18 september 2010

Gelezen: Jef Geeraerts - Gangreen 2 De goede moordenaar

In Gangreen 1 schreef Geeraerts: ‘De periode van 22 april 1959 tot 16 maart 1960 sla ik over. Later misschien zal ik er over schrijven, of misschien niet…’ En Gangreen 2 beschrijft die periode, waarin Geeraerts als officier bij de Belgische para-commando's in Congo belast is met het uit elkaar houden van Lulua en Baluba in Katanga, in het zuiden van Congo.
Het boek is geschreven in dezelfde "buiten-adem-stijl", waarin zinnen niet van elkaar gescheiden worden door punten, maar door komma's en ook in dit boek wordt er uitbundig geneukt (ik kan het niet anders omschrijven). Maar de kern van het boek zijn de beschrijvingen van de "raids" van de para-commando's en die zijn niet mis. De Lulua moorden de Baluba uit en vice versa en de (Belgische) militairen laten zich daarbij ook niet onbetuigd.
De goede moordenaar is een gruwelijk boek. Niet alleen omdat er gruwelijke dingen in beschreven worden, maar omdat het duidelijk maakt dat bijna iedereen tot gruwelijkheden in staat is.
Wat mij wel verwonderde waren de drie post-scripta die Geeraerts aan het boek toegevoegd heeft, waarin hij de bloedbaden van Oradour en My Lai en de Operatie Rode Draak beschrijft. Waarschijnlijk wil Geeraerts laten zien dat het optreden in 1960 geen uitzondering was, maar de meningen zijn daarover blijkbaar verdeeld:
Waarom incorporeert Geeraerts dit in zijn roman? Daniël Van Ryssel (1973) stelde zich dezelfde vraag en kwam tot drie mogelijke redenen. Ofwel gaat het om verontschuldigingen voor de eigen misdaden, ofwel heeft Geeraerts spijt achteraf, ofwel gaat het om “een literair procédé om de zedenmeesters op de splinters in andermans ogen te wijzen.” (Van Ryssel 1973: 41). Welke reden er ook mag achterzitten, Van Ryssel vindt de postscriptums overbodig. Zich verontschuldigen moet Geeraerts niet doen, gedane zaken nemen immers geen keer. Hetzelfde idee gaat op voor de tweede mogelijke reden, als zou Geeraerts spijt hebben. Als het om de derde reden zou gaan, dan geraakt de auteur zelf “hopeloos verward in de kristelijke moraal, die hij afwijst als hij leeft, maar terug binnenhaalt als hij zijn belevenissen herschept om door de goegemeente als de goede moordenaar te worden aangezien. Een hypokriete uiteraard.” (Van Ryssel 1973: 41)
Uit een dissertatie van Katrien Van Gyseghem, die ik met Google vond en die zonder titel staat in de biblioteek van UGent

Gelezen tussen 04/09/2010 en 14/09/2010

maandag 6 september 2010

Gelezen: Zeitoun van Dave Eggers

Vandaag precies vijf jaar gelezen verdween Abdulrahman Zeitoun vlak na een telefoongesprek met zijn vrouw. Hij werd opgepakt, ondervraagd en in mensonterende omstandigheden in de open lucht gevangen gezet. Hij kreeg niet de gelegenheid zijn vrouw of een advocaat te bellen en hoorde ook niet waar hij van verdacht werd.
Pas twee weken later hoorde zijn familie dat hij nog leefde, waarna het nog meer dan een week duurde voor ze hem teruggevonden hadden en Zeitoun de onmenselijk streng beveiligde gevangenis waar hij ondertussen was ondergebracht mocht verlaten. Hij was bijna een maand de gevangene geweest van FEMA: de Federal Emergency Management Agency. Zeitoun woonde niet in een of andere dictatuur in een Derde Wereldland, maar in New Orleans ten tijde van Katarina.

Dave Eggers debuteerde tien jaar geleden met A Heartbreaking work of staggering genius: een zeer gehypete autobiografie, die mij niet zo erg kon bekoren. Daarna verschenen nog wat boeken, die ik niet gelezen heb. In 2006 verscheen een gefictionaliseerd verslag van de Lost Boys of Sudan. In dit boek, What is the What, was de grens tussen fictie en non-fictie op zijn minst wazig, al staat heel groot "a novel" op de Franse titelpagina. Ik was er van onder de indruk.
Zeitoun is de biografie van Abdulrahman Zeitoun en deze keer is het volledig non-fictie: alles wat beschreven is, is waar gebeurd en geverifieerd. En het is een ongelofelijk verhaal.
In het eerste deel maakt Eggers duidelijk dat Zeitoun een volledig ingeburgerde Amerikaans-Syrische moslim is. Hij is getrouwd met Kathy, een tot de Islam bekeerde "Southern Belle" en runt al jaren samen met haar een schilders- en klusbedrijf in New Orleans.
Het tweede deel beschrijft hoe Zeitoun achterblijft in New Orleans als Katarina "aan land komt", terwijl zijn familie naar het binnenland vlucht. Zeitoun wil zijn huizen en projecten niet achterlaten. Als de storm voorbij is en de stad blank staat roeit hij met zijn kano door de straten van de stad. Hij helpt allerlei mensen en verzorgt verschillende achter gebleven honden. In een van zijn huizen bivakkeren nog drie mensen en er is een werkende telefoon. Hij heeft met zijn vrouw afgesproken haar iedere middag even te bellen.
Tijdens een van deze gesprekken wordt hij weggeroepen en dan begint de nachtmerrie pas echt.
Zeitoun en de andere mannen in het huis worden zonder opgaaf van reden gearresteerd en opgesloten in Camp Greyhound, een soort Guantanamo Bay in de bus terminal van New Orleans. Ze worden er zelfs even van verdacht lid te zijn van El Qaida. Terwijl de stad onder water stond en de chaos compleet was, waarin FEMA er niet in geslaagd is een effectieve reddingscampagne op te zetten, lukte het de agency wel in een paar dagen een enorme open lucht gevangenis te bouwen.
Uiteindelijk komt Zeitoun na een hoop gedoe vrij, maar vooral Kathy is geknakt door de gebeurtenissen. Ze lijdt jaren later een de symptomen van Post Traumatische Stress Stoornis.

Als Eggers dit als roman had gepubliceerd, had ik het een goed geschreven, maar erg onwaarschijnlijk verhaal gevonden. Dat het echt gebeurd is, maakt het een verschikkelijk goed boek. Eggers heeft het boek geschreven alsof het een roman is, met flashbacks op relevante momenten en kleine veelzeggende details die de omstandigheden in een woord karakteriseren. Verder heeft hij een echte literaire truc toegepast, door in de eerste twee delen het perspectief afwisselend bij Zeitoun en Kathy te leggen en in het derde deel helemaal vanuit de steeds ongeruster wordende Kathy te beschrijven. Pas in het vierde deel beschrijft hij wat Zeitoun in diezelfde tijd doormaakte.
En het zijn dit soort 'trucs' die het boek zo goed maken, dat je het niet weg kunt leggen...

donderdag 12 augustus 2010

Gelezen: David van Reybrouck - Congo, een geschiedenis

Ik weet alleen dat ik liever met gewone mensen praat dan met bewindslieden, dat ik meer van anekdotiek leer dan van retoriek.
Het moet heel raar lopen als dit voor mij niet het beste boek van 2010 wordt. Van Reybrouck is er in geslaagd om de geschiedenis van een land onzettend mooi en meeslepend te beschrijven. Eigenlijk moet ik zeggen de geschiedenis van de inwoners van een land, want Van Reybrouck beschrijft de gebeurtenissen in Congo vooral aan de hand van ooggetuigen. Hierbij baseert hij zich op archiefstukken en ego-documenten, maar vooral op de vele, vele gesprekken die hij tussen 2003 en 2010 voerde met zijn 'informanten' zoals hij ze noemt. En Van Reybrouck sprak met iedereen: rebellenleiders, ambassadeurs, voorlichters, kindsoldaten, gemartelde opstandelingen, huisvrouwen, noem maar op.
De intrigerendste informant is waarschijnlijk toch Etienne Nkasi, die ook op de foto hierboven staat. Deze man beweerde in 1882 te zijn geboren en hij stierf in 2010. Van Reybrouck schrijft dat hij op verschillende manieren heeft geprobeerd om te achterhalen wat het geboortejaar van Nkasi was en dat het er steeds meer op lijkt dat de goede man echt 128 is geworden.
Het boek heeft als ondertitel "een geschiedenis" en in een interview met Bas Heijne in de NRC zei Van Reybrouck daarover dat dit natuurlijk het gevolg was van zijn 'post-moderne' opvoeding, die zegt dat "de geschiedenis" niet bestaat. Maar "een geschiedenis" vind ik de lading ook niet dekken, omdat het de geschiedenis is van zo veel Congolezen. Misschien was "geschiedenissen" of zoiets een betere ondertitel geweest.
Voor ik aan het boek begon wist ik wel een paar dingen over Congo en Zaire: Stanley, Leopold, Lumumba, Mobutu en de Kabila's kende ik in grote lijnen wel. Maar het preciese wat en hoe dat was een beetje mistig. Wat dramatiek en ellende betreft is Congo waarschijnlijk ook een 'dankbaar' land om op deze manier over te schrijven. Het lijkt onwaarschijnlijk dat er tussen 1880 in een ander land en nu meer doden zijn gevallen dan in Congo. Hierbij vond ik de gruwelen van de Eerste en Tweede Congo-oorlog nog het schokkendst. Aan de ene kant omdat het zo dichtbij is en aan de andere kant omdat onze media er amper aandacht aan besteed hebben. En het is nu nog niet helemaal voorbij!
Wat ik ook opvallend vond is wat Van Reybrouck zegt over Congo tussen 1996 en 2006. Eigenlijk was het toen, en is het nu nog altijd, een "mislukte staat."  Maar, dat betekent dus niet dat er geen regering is, op een gegeven moment telde de Congolese regering iets van 40 bewindspersonen, maar die waren allemaal uit op persoonlijk gewin. Het betekent ook niet dat er geen ambtenaren waren. Hij schrijft ergens:
Een land dat geen staat was, maar meer dan een half miljoen ambtenaren telde, oudere mannen en vrouwen die niet met pensioen gingen omdat dat niet bestond en dus toch maar naar kantoor gingen, waar ze tussen uitpuilende kasten vol beschimmelde en door termieten aangevreten dossiers hoopten op een beetje salaris en droomden van een beetje bestuur. Met geduldige handschriften vulden ze eindeloze papperassen, met groot ontzag respecteerden ze de ambtelijke hiërarchie, want het is niet omdat de staat virtueel is dat hij irreëel is, integendeel. In Bunia landde een brief op zeventien verschillende bureaus vooraleer hij beantwoord werd. In Boma ontmoette ik een gemeentebibliothecaris zonder bibliotheek.
Dat geeft toch een andere invulling aan "mislukte staat" dan het beeld dat ik in mijn hoofd had.

Wat ik tenslotte wel heel erg jammer vind, is dat er geen enkele foto in het boek is opgenomen. De auteur zegt daar in de bronnenverantwoording ietwat cryptisch over:
Omdat ik fotografie te zeer waardeer als een autonome vorm van spreken, bevat het onderhavige boek geen ander beeldmateriaal dan kaarten.
Maar een paar goedgekozen foto's hadden zo veel toe kunnen voegen aan de stemmen en verhalen van de Congolezen.
Hoe dan ook, het blijft een reusachtige prestatie dat Van Reybrouck er in geslaagd is alle stemmen en verhalen tot deze meeslepende en soms aangrijpende geschiedenis te vormen. Leest dit boek!

Naschrift 1: De NRC heeft op zijn website een overzicht van 26 historische voorpagina's over de onafhankelijkheid van Congo gepubliceerd, inclusief opnames van de speech van Lumumba.
Naschrift 2: In de NRC van gisteren stond een groot artikel van Koert Lindijer over de huidige economische toestand in Congo. Ik heb het nog niet digitaal gevonden.