Posts tonen met het label ***. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ***. Alle posts tonen

maandag 23 april 2012

Gelezen: Jeffrey Deaver - The broken window

Het onderwerp van het boek is natuurlijk doodeng: in New York loopt een sadistische moordenaar rond die toegang heeft tot de database van een van de grootste dataminers van het land. Hij gebruikt al die gegevens over Amerikaanse burgers om zijn slachtoffers in te palmen en - wat nog erger is - om anderen voor zijn moorden op te laten draaien.
Maar als roman (of thriller of hoe je het ook wil noemen) vond ik het ergerlijk. Veel te veel  red herrings en plotwendingen, maar vooral de manier waarop Deaver de lezer manipuleert door montage en perspectiefwisselingen vond ik irritant. Van cliffhanger naar cliffhanger, dat vind ik wel erg vermoeiend.
Maar er staan wel een paar mooie passages over metadata in:
'Data about data. Every document that's created or stored on a computer - letters, files, reports, legal briefs, spreadsheets, Websites, emails, grocery lists - is loaded with hidden data. Who created it, where it's been sent, all the changes that have been made to it and who made them and when - all recorded there, second by second. You write a memo to tour boss nd for a joke start out with "Dear Stupid Prick," then delete it and write it correctly. Well, the "stupid prick" part is still in there.'
'Seriously?'
'Oh, yes. The disk size of a typical word-processing report is much larger than the text in the document itself. What's the rest? Metadata.(...)'
Gerelateerd
Hoe weet de supermarkt wat je nodig hebt?

donderdag 5 april 2012

Gelezen: Zoe Trope - Uit de school geklapt

Nou moe, ben je anderhalve week in een boek bezig, heb je 208 pagina's gelezen, blijkt dat je een "misbinding" aan het lezen bent. Na pagina 208 komen niet pagina 209 tot en met 237, maar nog een keer pagina 161 tot en met 192. Het volledige zesde katern zit er twee keer in en het laatste stuk ontbreekt dus helemaal!
En het wonderlijkste is misschien nog wel dat het boek een afgeschreven exemplaar uit de bibliotheek hier uit het dorp is. Dus of echt helemaal niemand heeft het boek in de afgelopen zeven jaar geleend en gelezen, of er zijn wel mensen geweest die het geleend hebben en toen dachten dat dat rare einde er bij hoorde en er dus niets over gezegd. Of, maar dat kan ik me niet voorstellen, de bibliotheekmedewerkers hebben eventuele opmerkingen helemaal genegeerd en het boek gewoon in de kast laten staan.
Wat het boek betreft: het is een vreemd geval. Het is een soort dagboek van een 14-jarig biseksueel meisje dat een boek schrijft dat Uit de school geklapt heet en zich Zoe Trope noemt. Het schijnt echt geschreven te zijn door een Amerikaans tienermeisje, maar ik twijfel daar nog altijd een beetje over. Daar lijkt het toch te doordacht en goed geschreven voor. Want het is echt wel knap geschreven. Er zit niet veel verhaal in - want het is een dagboek - maar het geeft wel de sfeer en gedachtewereld van een Amerikaanse tiener weer. (En daarom had ik het uit de bak in de bieb gehaald. Na Wij zijn, maar wij zijn niet geschift - waarover later meer - wilde ik iets meer over Amerikaanse highschools lezen.)

dinsdag 7 februari 2012

Gelezen: The file - Timothy Garton Ash

Naar aanleiding van mijn stukje over de Knipselmachine voor de verscheurde Stasi-archieven raadden verchillende mensen me The file van Timothy Garton Ash aan. TGA beschrijft daarin hoe hij in 1995 inzage krijgt in het dossier dat de Stasi in 1980-1981 over hem had aangelegd. In die tijd verbleef hij als jonge journalist/historicus in Oost- en West-Berlijn en publiceerde een boek over de verschrikkingen van het Oost-Duitse regime.
Uit het dossier blijkt dat verschillende gewone Oost-Duitsers in dienst waren van de Stasi (als zogenaamde IM, Inoffizielle Mitarbeiter) en allerlei informatie over TGA en de mensen waar hij contact mee had, rapporteerden. TGA zoekt deze IM-ers op en probeert hun diepere drijfveren te achterhalen. Daarnaast spreekt hij ook met de Stasi-officieren die zich met hem bezig gehouden hebben. En TGA probeert de inhoud van de documenten in zijn dossier te vergelijken met zijn eigen herinneringen en dagboeken over die tijd.
In een artikel over Das Leben der Anderen beschrijft hij dit als volgt:
After some hesitation, I decided to go back and see if I had a Stasi file. I did. I read it and was deeply stirred by its minute-by-minute record of my past life: 325 pages of poisoned madeleine. Helped by the apparatus of historical enlightenment that Germany had erected, I was able to study in incomparable detail the apparatus of political intimidation that had produced this file. Then, working like a detective, I tracked down the acquaintances who had informed on me and the Stasi officers involved in my case. All but one agreed to talk. They told me their life stories, and explained how they had come to do what they had done. In every case, the story was understandable, all too understandable; human, all too human. I wrote a book about the whole experience, calling it The File.
Ik vond het boek interessant, maar ik denk dat met name het "memoires" deel (oudere man probeert terug te kijken naar zijn jeugd) me niet zo aansprak. Er zijn wel wat belangrijke dingen te leren uit het boek. Dingen die archivarissen (en historici) misschien onbewust wel weten, maar zich niet altijd realiseren.
TGA laat in zijn boek heel duidelijk zien dat archieven niet altijd "de waarheid" spreken. Doordat hij vier of vijf bronnen naast elkaar legt (zijn herinneringen, zijn dagboek, de verslagen in het dossier, de herinneringen van de IM en de herinneringen van de Stasi-officieren) blijkt dat alles gekleurd is. Herinneringen zijn vaak "re-memories", verslagen van IM-ers zijn aangedikt om in een goed boekje te komen bij de Stasi-officieren en die laatsten hebben een nogal geïndoctrineerd wereldbeeld. In het boek schrijft hij daar over:
What you find here, in the files, is how deeply our conduct is influenced by our circumstances…What you find is less malice than human weakness, a vast anthology of human weakness. And when you talk to those involved, what you find is less deliberate dishonesty then our almost infinite capacity for self-deception.
If only I had met, on this search, a single clearly evil person.
But they were all just weak, shaped by circumstance, self-deceiving; human, all too human. Yet the sum of all their actions was a great evil. It’s true what people often say: we, who never faced these choices, can never know how we would have acted in their position, or would act in another dictatorship. So who are we to condemn? But equally, who are we to forgive?
Na Die Wende en de openbaarmaking van de Stasi-dossiers is in Duitsland verschillende keren een soort heksenjacht uitgebroken toen bekend werd dat deze of gene bekende Duitser als IM in een dossier voorkomt. Maar, zegt TGA, het is soms hondsmoeilijk om de betekenis van een verklaring of dossier goed in te schatten. Hij geeft het (niet-fictieve) voorbeeld van een Oost-Duitse man die door de Stasi onder druk gezet werd om zijn vriend te bespioneren. Die man heeft toen tegen zijn vriend gezegd: "Ze willen dat ik je in de gaten hou, ik kom daar niet onder uit, wat moet ik ze over je vertellen?" Daarna hebben ze jaren samen bedacht wat er over die vriend in het dossier moest komen te staan.
Wie zou dit geloven als die vriend dood is en "de media" erachter komen dat die man een IM-er was?
Vergelijkbaar daarmee is de ontdekking van TGA dat MI5 een dossier over hem heeft, waar in staat dat hij bereid is om voor MI6 te werken. TGA zegt daarover in zijn boek dat dit helemaal niet waar is, hij heeft nooit daadwerkelijk willen spionneren.
Maar wat moet ik geloven, een dossier samengesteld door een subjectieve geheim agent of de memoires van een subjectieve historicus?
Daar komt dan nog de enorme omvang en gedetailleerdheid van de dossiers bij, die het bijna onmogelijk maken om niet te geloven dat het waar is wat er in staat. Ik moest hierbij toch ook denken aan Delete. The virtue of forgetting in a digital age van Mayer-Schönberger. Niet dat ik vind dat de Stasi-dossiers vernietigd zouden moeten worden, maar het feit dat die overcomplete dossiers bestaan, maakt het in sommige gevallen bijna onmogelijk om te vergeten of anders te interpreteren.
In die zin lees ik de eerste pagina's van ‘‘Peace, order and good government’’: archives in society van Ian Wilson ook met enige terughoudendheid, als hij in navolging van Desmond Tutu zegt:
Archives have an essential role in helping survivors to tell their stories and bear witness for the future. Archives must know the record in all forms and be able to substantiate an often fragmented record in court after the regime falls. Those who would deny oppression and atrocities cannot be able to challenge the validity and authority of the record.
Gerelateerd
Delete. The virtue of forgetting in the Digital Age - Viktor Mayer -Schönberger
De knipselmachine

zaterdag 15 oktober 2011

Gelezen: Tonio van A.F.Th. van der Heijden

Ik heb geen criteria om dit boek te beoordelen.
Als roman vind ik het boek niet geslaagd, want het is langdradig (na 500 pagina's had ik er eigenlijk genoeg van, maat toen moest ik nog 180 pagina's), het zit vol herhalingen en doet nu en dan pathetisch aan. Als dagboek vind ik het ook niet zo interessant, want daar is het weer te gestileerd en gecomponeerd voor. Maar, omdat het onderwerp zo gruwelijk is, voelt het heel ongemakkelijk en oneerlijk om het boek zo te beoordelen.
Op eerste Pinksterdag 2010 sterft Tonio, de zoon van A.F.Th. van der Heijden en Mirjam Rotenstreich, nadat hij op de fiets is aangereden door een auto. In het boek beschrijft Van der Heijden de eerste drie maanden na het ongeluk, aangevuld met herinneringen aan zijn zoon. Hij beschrijft het intense verdriet van beide ouders, dat ook alle "mooie" herinneringen aan hun zoon vervuild. Maar het blijft allemaal heel afstandelijk. Van der Heijden beschrijft zijn verdriet en paniek, maar ik voel het niet mee. De enige passage die me bijna aangreep, is de mentale reconstructie die hij maakt van het laatste fietsttochtje van Tonio. Hier slaagt hij er in om zijn verdriet en schuldgevoel tot een "verhaal" te maken. Helaas is het een heel korte passage, die weer abrupt afgebroken wordt. Ik snap wel dat het te pijnlijk is om het op die manier te schrijven, maar dat is geen "literair" argument...
Deze korte passage herinnerde aan enkele andere gruwelijke scènes uit andere boeken van Van der Heijden waarin het lijden van kinderen beschreven wordt. In Advocaat van de hanen ontdekt advocaat Quispel dat zijn pasgeboren zoontje van top tot teen onder de tatoeages zit en zijn paniek en schuldgevoel gaan door merg en been. In Het schervengericht bedenkt Roman Polanski hoe zijn ongeboren zoontje gestorven is in het al dode lichaam van zijn vrouw. Daarna wordt de begrafenis van het kindje beschreven. Deze hoofdstukken zijn echt bloedstollend.
Maar mag je dit boek wel zo "literair" beoordelen, aangezien het vooral een therapeutisch boek voor de auteur is?

Gerelateerd
Het schervengericht - A.F.Th.
Gelezen: P.F. Thomése - Schaduwkind

zondag 28 augustus 2011

Gelezen: H. Abbad - Het vergeten dat ons wacht

Dit is een boek dat ik anders waarschijnlijk niet zou lezen, maar ik heb het van "Ome Jan" cadeau heb gekregen. Dus heb ik het toch gelezen.
De Colombiaanse schrijver Héctor Abad Faciolince, zoals hij voluit heet, is de zoon van Héctor Abad Gómez, een hoogleraar medicijnen die in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw in Colombia zich inzette voor betere voorzieningen voor de armen en later opkwam voor de mensenrechten. In augustus 1987 werd Héctor Abad Gómez vermoord, samen met enkele andere medestanders. Hoewel de daders nooit zijn veroordeeld, is het waarschijnlijk dat rechtse paramillitairen verantwoordelijk waren.
Het vergeten dat ons wacht is een soort hommage van de zoon aan de vader. Hij beschrijft hoe de twee mannelijke Abads leefden in een gezin met vijf vrouwen, hoe de Colombiaanse gegoede burgers leefden in de tweede helft van de twintigste eeuw en hoe het land gebukt ging onder dictatuur en terreur.
Maar het is geen verheerlijking, want de zoon beschrijft ook de minder plezierige kanten van de vader.
En ik weet eigenlijk niet wat ik er van vind...

donderdag 19 mei 2011

Gelezen: Keith Richards, James Fox - Life

Ik ben helemaal niet zo'n Stones-fan (ze zijn duidelijk van voor mijn tijd), al heb ik ze wel één keer in het echt gezien: 18 juni 1995, op het Megaland-terrein met de Robert Cray Band in het voorprogramma. Ik vond toen (en dat vind ik eigenlijk nog wel hoor) dat ik ze toch gezien moest hebben, zeker als ze zo dicht bij huis komen. Van het concert zelf kan ik me nauwelijks iets herinneren, behalve dat ik er volgens mij met Jeroen, Oom Frank, Mark, Renzo(?) en mijn vader was. En volgens mij regende het (uit de recensie in De Limburger blijkt inderdaad dat het halverwege het concert is gaan regenen.)
En eigenlijk heb ik dit boek ook alleen gelezen omdat ik het mijn vader voor zijn verjaardag cadeau deed, hij het toen al bleek te hebben en ik het zelf maar heb gehouden.
Ik vond het niet zo geweldig, maar misschien toch ook wel weer charmant. Het heeft tot ongeveer halverwege de ruim 500-pagina dikke pil geduurd, voordat ik aan de vertelstijl gewend was. Waarschijnlijk heeft Fox geprobeerd om recht te doen aan de spreek- en verteltrant van Richards, maar dat levert nogal vermoeiend proza op.
En inhoudelijk was het vaak ook niet heel interessant. Richards vertelt pagina's lang over opnametechnieken en gitaarstemmingen (vijf snaren open schijnt "the bomb" te zijn) maar als leek zegt me dat niet zo heel veel. (Misschien is het een idee om dit boek 'mulitimediaal' uit te geven, zodat je de verschillen tussen de gitaarstemmingen kunt horen en ook kunt luisteren naar de opnamen en liedjes die aan bod komen?)
De conflicten en crisistoestanden die Richards beschrijft (ruzie met en dood van Brian Jones, zijn vrouw, Anita Pallenberg, die nog 'n grotere junkie is dan hij en paranoïde wordt, zijn zoontje dat na een paar weken sterft, een dode tijdens het concert in Altamont, ruzies met Mick Jagger, schedelbreuk na een val uit een boom), worden heel 'en passant' vertelt. Misschien is dat een verdedigingsmechanisme, misschien is het een gevolg van overmatig drank en drugsgebruik, maar ik vond het maar raar.
En toch, alles bij elkaar genomen heeft Richards een soort ontwapenende charme, die, als je eraan gewend bent, versterkt wordt door de vertelstijl.

Gelezen tussen 27/04/2011 en 14/05/2011

woensdag 4 mei 2011

Gelezen: Ivo Victoria - Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won

Om de een of andere reden, ik weet niet precies waarom, had ik hoge verwachtingen bij dit boek. Helaas ten onrechte. Het boek is niet slecht, er staan mooie zinnen in en Victoria gebruikt mooie beelden, maar alles bij elkaar viel het toch wat tegen. Het kabbelt en meandert wat te veel.
Hoofdpersoon Ivo Victoria heeft toen hij een jaar of elf was zijn vriend Dries wijs gemaakt dat hij de Ronde van Frankrijk voor kinderen gewonnen heeft en dat hij samen traint met Lucien van Impe. Om de een of andere reden vindt hij jaren later dat hij deze leugen moet gaan opbiechten.

Gelezen tussen 20/04/2011 en 23/04/2011

donderdag 6 januari 2011

Gelezen: Joris Luyendijk - Je hebt het niet van mij, maar...

In september 2010 deed Joris Luyendijk als "Nieuwspoortrapporteur" een maand lang 'antropologisch onderzoek' op het Binnenhof. Je hebt het niet van mij, maar... is het verslag van dit onderzoek.
Luyendijk onderscheidt vier 'stammen' die op het Binnenhof leven: politici, ambtenaren, journalisten en voorlichters & lobbyisten. Op voorhand ging hij er van uit dat de rolverdeling tussen deze vier stammen helder was, maar in die maand doet hij een vijftal 'belangrijke' ontdekkingen die op het tegendeel wijzen.
Luyendijk schrijft soepel en maakt verhelderende en soms grappige vergelijkingen om de situatie die hij aantreft te beschrijven. En sommige dingen zijn ook best schokkend, zoals het feit dat het individuele stemgedrag van Tweede Kamerleden niet bekend is, of welke lobbyisten allemaal in de Tweede Kamer rondhangen, of dat Tweede Kamerleden de deur van hun kamer niet kunnen afsluiten, of dat lobbyisten kant en klare vragen aanleveren bij Kamerleden en de antwoorden bij ambtenaren...
Dat het boekje toch wat tegenviel komt waarschijnlijk meer doordat ik het meeste al gelezen had in de NRC en op het weblog van NRCNext. De inhoud van het boekje komt namelijk grotendeels overeen met de Pietje Bell-lezing, die Luyendijk op 1 december 2010 zou hebben gelezen. (Ware het niet dat hij wegens privéomstandigheden verhinderd was). En een verkorte versie van deze lezing heeft op 4 december in de NRC gestaan. Lees hier en hier en hier de reacties van diverse journalisten op de lezing (en het boekje).
Een tweede spin-off van het rapporteurschap is het datablog van NRCNext Hoe Den Haag werkt, wat onder andere het nieuws opleverde dat Hans Hillen tegelijkertijd Eerste Kamerlid en lobbyist voor de tabaksindustrie was.

Gerelateerd
Een what-if kaart van Limburg

Gelezen op 03/01/2011

zondag 2 januari 2011

Gelezen: Wiel Kusters - Pierre Kemp. Een leven

Van Pierre Kemp wist ik tot begin vorige maand niet zo heel veel. Hij kwam uit Maastricht en schreef 'kleine' gedichten, waarvan ik er eentje (Les deux statuettes) heb voorgelezen tijdens de trouwceremonie van S. en N. Vaag wist ik ook nog wel dat hij geschilderd had en op een mijn had gewerkt. Een ander detail dat ik wist, was dat hij al zijn boeken kaftte in kleurig vliegerpapier.
Wiel Kusters heeft in Pierre Kemp. Een Leven mijn kennis grondig aangevuld. Een paar aspecten die me uit het leven van Kemp bij zullen blijven zijn onder andere dat hij, buiten een zeer kort verblijf in Amsterdam nauwelijks buiten Zuid-Limburg is geweest. Hij werd geboren in Maastricht, werkte vanaf dat hij een jaar of twaalf was bij 'de Céramique' en daarna jaren lang op het salarisbureau van de Laura in Eygelshoven. Daar reisde hij iedere dag met de trein naar toe en dat waren zo ongeveer de enige reizen buiten Maastricht die hij in zijn 81-jarige leven gemaakt heeft.
Iets anders wat ik eigenlijk heel treurig vind, is dat hij in zijn gezin nauwelijks serieus genomen werd als dichter. Eigenlijk vonden zijn vrouw en drie zoons dat geschrijf maar niets, al zal dat ook te maken hebben gehad met zijn poëtisch-amoureuze verhouding met diverse Muzen: Turkoois, Amaranth en nog zo wat jonge vrouwen.
Die verhouding met die Muzen is ook nog wel apart. Met twee daarvan reisde hij dagelijks op en neer tussen Maastricht - Valkenburg - Heerlen. Zij hadden directe inspraak op de gedichten die Kemp voor en over hen schreef. Als een zinswending niet beviel, kon die best aangepast worden. Kusters beschrijft dit in zijn nawoord iet wat overdreven:
Schrijvend (...) had ik weleens het idee dat Kemps speellust, en de wijze waarop hij daaraan in deze lange gedichten vormgaf, bij alle levensgrote verschillen soms toch ook in de buurt kwam van de wijze waarop men zich met de huidige media een 'second life' kan opbouwen. Behalve de avatarachtige benamingen als de Zwarte Vriend, Amaranth, Turkoois en de Abt, was er in het ontstaan van de genoemde gedichten zelfs sprake van enige interactiviteit. De personages kregen van hun poëet een zekere mate van inspraak in de wording van het gedicht en werden op die manier tot (bescheiden) medespelers. (p.662)
Over de biografie zelf nog twee dingen. Vooral in de eerste hoofdstukken wringen de zinnen van Kusters nogal. Blijkbaar had hij moeite om op basis van de zeer beperkte informatie iets begrijpelijks te schrijven. Later wordt de tekst leesbaarder, maar dit komt misschien ook wel doordat Kusters ruim citeert uit de correspondentie van en aan Kemp.
Wat me ook wel stoorde was de opbouw van het boek, die soms aan de processie van Echternach deed denken. Kusters beschrijft in het ene hoofdstuk bepaalde gebeurtenissen en begint in het volgende hoofdstuk weer een paar jaar voor de laatste gebeurtenissen uit het voorgaande hoofdstuk. Dat was nu en dan nog al verwarrend.


Gelezen tussen 01/12/10 en 29/12/10 (waarmee dit het laatste boek van 2010 is en deze blogpost postuum wordt aangepast...)

zaterdag 30 oktober 2010

Gelezen: P.F. Thomése - De weldoener

Ik heb nu vijf boeken van Thomése gelezen en ik weet het nog altijd niet. Van De weldoener ben ik in ieder geval om literaire redenen niet kapot. De verteller is te uitleggerig en nu te dan te inconsequent.
Het boek gaat over de componist Sierk Wolffensberger (die eigenlijk Theo Kiers heet), die op de zolder van een kerk (niet toevallig van Sint Antonius van Padua) een meisje vindt dat zelfmoord heeft proberen te plegen. Hij rijdt haar naar het ziekenhuis, redt haar leven en besluit haar "voor zichzelf" te houden. Eerst brengt hij haar onder in een hotel langs de snelweg en daarna in zijn "componeerhutje" in de duinen. Uiteindelijk neemt hij haar mee naar een chalet in de Alpen (wat ook eindelijk de illustratie op de kaft verklaarde). De ontknoping zal ik verder niet uit de doeken doen, maar dat het niet goed afloopt is eigenlijk al van begin af aan duidelijk.
De man over wie dit boek gaat is na lange omzwervingen teruggekeerd in de provinciehoofdstak H****
Het boek bestaat uit drie (eigenlijk vier) delen: De redding, Koor, De Vlucht, Het Offer.
Het citaat hierboven is de eerste zin van het boek en hier lijkt duidelijk een alwetende verteller aan het woord, een 'neutraal' iemand, die alles weet. Het typische is dat dit verder uit het hele eerste deel niet blijkt. Alles wordt verteld vanuit het verdraaide (misschien wel verknipte) perspectief van Sierk. Hij vindt een onschuldig meisje dat hij verder niet kent en besluit dat "voor zichzelf" te houden. Hij is de grote componist en zijn rivaal Wehry is een arrogante, op aandacht beluste patser. Zijn vrouw is vervelend, zijn zoon een neukbeestje en de zangers uit zijn koor, zijn kneuzen.

Dat is allemaal spannend, omdat je wel in de gaten hebt dat de werkelijkheid waarschijnlijk anders is, dan Sierk hem ziet. Het is dan wel heel jammer dat Thomése het nodig vond om in een tussendeel (Koor) allerlei extra informatie te geven: Wehry is echt een patser (wat helemaal niet relevant is), dat gevonden meisje is zijn dochter en ze zong in het koor van Sierk enz. Allemaal zinloze informatie, die ook wel uit de rest van het boek bleken. Verder komt die alwetende verteller nog op twee plekken tevoorschijn piepen (p.272 en p.314,), allebei zinloze invoegingen.

Het lijkt een beetje alsof Thomése er niet voor kon of durfde te kiezen om alles vanuit die vervelende componist te beschrijven. Het boek deed me ook de hele tijd denken aan andere boeken, waarin de obsessie van een (oudere) man voor een (jonger) meisje het onderwerp was: vooral Dood meisje van Geerten Meijsing en misschien wel Het jaar van de kreeft van Claus. Maar de verwijzingen waren niet zodanig dat het "leuk" was op een post-moderne manier.

Arjen Fortuin had het in de NRC over twee Thoméses die samenkwamen in dit boek. Ik geloof dat ik toch de voorkeur geef aan de eerste 'oude', serieuze Thomése die Het zesde bedrijf schreef.

Gerelateerd
Gelezen: P.F. Thomése - Schaduwkind
Gelezen: Thomése en Chabon
Achterstand gelezen boeken

woensdag 13 oktober 2010

Gelezen: Jef Geeraerts - Gangreen 3 Het teken van de hond

Het derde deel uit de Gangreen-cyclus en ik vond er eerlijk gezegd niet zo heel veel aan. Geeraerts beschrijft in zestien hoofdstukken zijn eerste zestien levensjaren: kleinburgerlijk gezin in Antwerpen, redelijk "foute" ouders voor en in de oorlog, strenge opleiding bij de Jezuieten, onderdrukte seksualiteit. Ik zou bijna zeggen, je kent het wel.
Geeraerts heeft zich voorgenomen de mythe van de gelukkige jeugd te ontkrachten, maar daar is het boek toch niet 'hard' genoeg voor, denk ik. Zeker niet in vergelijking met de oerkrachten die in Gangreen 1 en 2 vrij komen.

Gerelateerd:
Herlezen: Gangreen 1 en Ogen van Tijgers
Gelezen: Jef Geeraerts - Gangreen 2 De goede moordenaar

Gelezen tussen 01/10/2010 en 12/10/2010

zaterdag 25 september 2010

Gelezen: Toby Litt - King Death

De titel van ieder nieuw boek van Toby Litt begint met de volgende letter van het alfabet. Hij begon met Adventures in Capitalism, daarna kwamen Beatniks, Corpsing en Deadkidsongs (zijn beste boek tot nu toe). Ondertussen is hij bij de K van King Death.
Ik twijfel een beetje over de kwaliteiten van dit boek. Ik heb een zwak voor Litt. Zijn bravoure, de alfabet-regel maakte hij meteen bij de verschijning van het eerste boek bekend, bevalt me wel. Ik hou er ook wel van dat hij probeert ieder boek in een ander genre te schrijven (politiethriller, damesliteratuur, sci-fi), zeker als daarbij spelletjes met genre en opmaak gespeeld worden. En het "verhaal" van zijn romans is meestal ook inrigerend.
Waarom nu dan die twijfel? Het verhaal is bijzonder genoeg: Kumiko en Skelton zien dat iemand een mensenhart gooit uit de trein waar zij inzitten en gaan op onderzoek uit. Wie gooide waarom dat hart uit de trein. Terwijl ze dit uitzoeken, lossen ze, min of meer per ongelijk ook nog het raadsel van een verdwenen patholoog op.
De structuur van de roman is apart: de hoofdstukken worden om en om vertelt door Kumiko (vertaald uit het Japans) en Skelton, in een soort dakpan-structuur. Het tweede hoofdstuk sluit in de tijd niet aan op het eerste, maar overlapt het een beetje. Het derde hoofdstuk overlapt het tweede weer en zo verder. Vooral door deze structuur kan Litt sommige informatie verklappen of juist achterhouden. Dat maakt het spannend.
Maar de geloofwaardigheid van het verhaal en de karakters is een beetje het probleem. Een mensenhart herkennen uit een rijdende trein, lijkt me heel onwaarschijnlijk. Zeker als je kunstenaar (Kumiko) en sessie-muzikant (Skelton) bent. En de rest van het boek hangt ook wel erg van toevallige ontmoetingen en ontdekkingen aan elkaar.
Ach, het was aardig om te lezen, maar niet meer dan dat.

Tenslotte nog een citaat voor de collectie van Hans Waalwijk (zie SAP-Jaarboek 2010, p.80-94)
During one of our trips along to collect patients'medical records, I had an idea. It might be worthwhile having a look at Mrs Fine's file, to see if anyone really had suspected murder. The Clerk down there most of the time was called Jeff Davis - although Nick, and quite a few of the rest of the staff, used his nickname: Jabba. He was quite fat. With al little long-term planning starting to emerge, I began to pay attention to the mechanics of file storage and retrieval. I also tried to become friendly with Jabba - who seemed delighted that someone had finally shown enough interest in his work to ask a question.
'Oh the records here go back to just before the Second World War. You wouldn't believe the stuff we've got here - some of it still fire-damaged from -'
'Thank you, Mr Davis,' said Wally. 'But we must be going.'
Once we were out of earshot, Wally said, 'If you waste too much time down there, you will be disciplined. Mr. Davis is slightly mad. I think the loneliness drove him mad a long time ago.'
(p.176-177)
Gelezen tussen 14/09/2010 en 22/09/2010

dinsdag 14 september 2010

Gelezen: Roberto Saviano - Gomorrha: Reise in das Reich der Camorra


Ik had drie boeken mee naar Duitsland genomen, waarbij ik er rekening mee had gehouden dat ik ze voortijdig uit zou hebben. Het is altijd leuk om op vakantie een nieuw boek te kopen. In Willingen was het plezier gering, zelfs in Meerssen is het boekenaanbod groter. Het enige enigszins respectabele boek waar ik wel mee gezien wilde worden was het boek over de camorra van van Roberto Saviano.
Het kan aan mijn beheersing van het Duits gelegen hebben, of aan de vertaling uit het Italiaans naar het Duits, maar ik vond het een beetje saai. In feite is het boek niet meer dan een redelijk ongestructureerde verzameling van gruwelijke gebeurtenissen en excessen. Het is op zich heel schokkend om te lezen dat het platteland rond Napels gebruikt wordt als een enorme stortplaats, of dat onschuldige omstanders volgens een verknipte logica gemarteld en vermoord worden. Maar waar het Saviano aan ontbreekt is de vaardigheid om er meer van te maken. Het ontbreekt aan verbeelding.
Dit was na Congo, Niets liever dan zwart en Zeitoun het vierde boek dat ik in korte tijd las dat gebaseerd is op "ware gebeurtenissen" en in die drie andere boeken is duidelijk wel sprake van verbeelding, hetzij in de taal, hetzij in de vorm. Zelfs in de echte non-fictie boeken Congo en Zeitoun hebben de auteurs duidelijk op een 'romantische' manier gewerkt. In Gomorrha is dat helemaal niet het geval, terwijl Saviano in interviews wel nadrukkelijk zegt dat het boek een roman is. Het is natuurlijk niet aan mij om te bepalen of een auteur vindt dat hij een roman heeft geschreven, maar in dit geval heb ik sterk de indruk dat Saviano (ietwat naief misschien) hoopte dat de geportretteerden het boek iets minder serieus zouden nemen, omdat het "maar" een roman is.

Gelezen tussen 25/08/2010 en 02/09/2010

zaterdag 11 september 2010

Gelezen: Rascha Peper - Oefeningen in manhaftigheid

Vier korte verhalen over mannen in 'ongemakkelijke' situaties. Twee verhalen zijn redelijk geslaagd, twee vind ik minder. Het verhaal over de pornograaf en een tekenaar met een variant van het Stendhal-syndroom konden me niet zo bevallen.
Het verhaal over de jonge monnik die stiekem met Hendrik IV gaat kijken naar Constance van Sicilie, waar Hendrik mee moet gaan trouwen, is wel heel goed. En ook het verhaal over de gebochelde zenuwarts die zijn vrouwelijke patiënten misbruikt is in zekere zin spannend.
Met twee uit vier dus drie sterren.


Gelezen tussen 23/08/2010 en 25/08/2010

zondag 5 september 2010

Gelezen: Bret Easton Ellis - Imperial Bedrooms


De grote vraag was natuurlijk of Imperial bedrooms ook een goed boek is, als je Less than zero niet gelezen hebt. Het antwoord is "mwah."
Vijfentwintig jaar geleden verscheen Less than zero over een stel jeugdigen in Los Angeles. Het leverde heel wat heisa op, maar ik ben te jong om me die te herinneren. Imperial bedrooms is het vervolg: zelfde hoofdrolspelers, maar vijfentwintig jaar ouder.
Ik weet niet hoe het in het eerste boek zat, maar deze is keer is Clay de verteller en het is een onbetrouwbare verteller. Zijn observaties worden regelmatig vertroebeld door drank en drugs. Wat dat betreft doet dit boek sterk denken aan American Psycho, waarin Ellis ook via een onbetrouwbare verteller allerlei sadistische en bloederige (seks)spelletjes beschrijft. (Het heeft me altijd verbaasd dat mensen American Psycho als "waar gebeurd" beschouwen, maar dat terzijde.)
Imperial bedrooms speelt in Hollywood: Clay is een scenarioschrijver die zijn 'macht' gebruikt om vrouwen in bed te krijgen. De plot is dat hij aanpapt met een meisje dat ook begeerd wordt door een drugsdealer, zijn jeugdvriend Rip. Dat Clay een onbetrouwbare verteller is, is de kracht en de zwakte van het boek. Het is spannend om je af te vragen wat fantasie is en wat 'echt', maar Ellis kan zich op deze manier wel allerlei ongerijmdheden permitteren.
Dit boek is voor mij trouwens de eerste roman waarin smartphones, SMS, IMDB en Facebook een rol spelen. Alle personages kijken om de haverklap op hun telefoon, versturen en ontvangen tekstberichten en Clay ontvangt pikante foto's op zijn iPhone. Er wordt trouwens niet getwitterd of gefoursquared.
Desondanks moet ik Less than zero ook maar eens lezen.

zaterdag 28 augustus 2010

Gelezen: Antjie Krog - Niets liever dan zwart

Niets liever dan zwart is min of meer het derde deel uit een serie van Krog over het "nuwe" Zuid-Afrika. In 2002 las ik het zeer indrukwekkende De kleur van je hart over de Waarheids- en Verzoeningscommissie. Van dat boek heb ik letterlijk slapeloze nachten gehad. Drie jaar later verscheen Een ander tongval over de veranderingen in Zuid-Afrika en welke gevolgen dat voor individuen heeft. Ik noteerde dat vooral het eerste en derde hoofdstuk erg indrukwekkend waren.
Dit boek is lang niet zo indrukwekkend en aangrijpend als de eerste twee. De korte samenvatting, uit het boek zelf, zou kunnen zijn:
"[Jij was] de aardige mevrouw die bij haar voornaam genoemd wilde worden. Alleen wilde je niet de mevrouw uithangen, je wilde bij de onderdrukten horen, een van hen zijn, maar du moment dat je werd behandeld als een van hen, hup, wilde je weer de mevrouw zijn."
Maar dat is niet helemaal eerlijk. Krog probeert in dit boek te achterhalen of er zoiets bestaat als een (Zuid-)Afrikaanse identiteit en of zij als blanke daar deel van uit maakt. Dat doet ze door haar eigen handelen tijdens een moord in 1992 te analyseren, de biografie van Basotho-koning Moeshoeshoe te bestuderen en filosofische gesprekken te voeren tijdens een verblijf in Berlijn. Die gesprekken beslaan een groot deel van het boek en zijn helaas het minst interessant en ze idealiseert de rol van cultuur en zingeving in de Europese samenleving ook wel heel erg. De brieven die ze aan haar moeder stuurt, zijn dan wel weer heel mooi.
Maar uiteindelijk is dit boek me toch te sereen, te filosofisch misschien of te tobberig.

(En ook voor dit boek geldt weer: jammer dat de vertaling nu en dan rammelt en dat er zo veel haakjes en aanhalingstekens vergeten zijn...)

zondag 25 april 2010

De Elzenkoning van Michel Tournier

Dit is ook weer zo'n meesterwerk waar je geregeld over hoort of leest en waar je dan na lange tijd met ontzag in begint. En dat uiteindelijk toch tegen valt. Misschien komt dat doordat ik het niet allemaal gesnapt heb. Misschien komt het doordat het veertig jaar geleden 'nieuw' en 'controversieel' was, terwijl het dat nu niet of nauwelijks nog is.
Nu ik erover nadenk, weet ik ook niet meer waar en wanneer ik over het boek gelezen heb. Ik weet alleen dat het geregeld genoemd heb zien worden als een knap, mooi, indrukwekkend boek, ja zelfs "een meesterwerk". De vraag die nu rijst is: "Wanneer heeft degene die dit zegt, het boek voor 't laatst gelezen. Was dat bij het verschijnen in 1970 of was dat recent nog?"
Het kan nog al verschil maken of je een boek leest als je begin twintig bent, of wanneer je eind veertig bent. Het kan ook nog al verschil maken of je persoonlijk betrokken bent bij wat er in de roman beschreven wordt of dat je het alleen van 'verhalen' (romans of historie) kent. Aangezien De Elzenkoning over de Tweede Wereldoorlog gaat en dan ook nog over een 'collaborerende' Fransman, kan ik me voorstellen dat het in 1970 insloeg als een bom. Zeker omdat de gruwelen van de oorlog eigenlijk pas in de laatste veertig pagina's aan de orde komen. Daarvoor rommelt de hoofdfiguur eigenlijk maar wat aan om zijn hoofd boven water te houden.

Uit luiheid citeer ik hier de samenvatting van Pieter Steinz uit zijn geweldige boek "Lezen etc"
Abel Tiffauges, de Franse automonteur die een hoofdrol speelt in 'De elzenkoning', is een van de eigenaardigste helden uit de Franse literatuur -- en ook een van de afstotendste. Monsterlijk groot, dol op kinderen, en geobsedeerd door tekens en symbolen, doet hij in een 'sinister dagboek' verslag van zijn verknipte jeugd op een jongenskostschool en van zijn haat tegen de hypocriete burgermaatschappij. Daarna volgen in de derde persoon enkelvoud zijn belevenissen in de Tweede Wereldoorlog: eerst als postduivenverzorger in het Franse leger, daarna als krijgsgevangene in Oost-Pruisen, waar hij promoveert van jachtopziener op het landgoed van Göring tot ronselaar van jongetjes voor een SS-opleidingsschool. Wanneer de Russen in 1945 oprukken en het Derde Rijk instort, verdrinkt de moderne Elzenkoning Tiffauges in een moeras met een joods kind op zijn rug, een symbolisch geladen einde waar zijn hele leven naar toe lijkt te hebben geleid.
Noodlotszwanger, dat is het beste woord om Le roi des aulnes te beschrijven; en als je alleen naar de stijl kijkt: bezwerend. Tourniers liefde voor de christelijke en heidense mythes van het oude Europa resulteerde in een roman die je op verschillende niveaus kunt lezen (van Wagneriaanse impressie van het nazisme tot Freudiaanse analyse van een bezetene) maar die boven alles meeslepend is. Wie eenmaal met Tournier is meegereisd naar de gotische kastelen en donkere oerbossen van Oost-Pruisen, ziet zelfs de aandoenlijke menselijkheid in zijn monsterachtige (maar in de grond niet kwade) hoofdpersoon.

Ergens anders las ik de volgende typering: "Het klinkt behoorlijk ingewikkeld en dat is het ook, want Tournier is niet vies van een portie cerebraal knutselwerk."

Misschien is het dat wel, dat me niet zo aanstaat in het boek als geheel: te cerebraal, te veel 'tekens', te veel 'inversie'.

Wat ik dan wel weer spannend vind, is dat Tournier ook een variatie op Robinson Crusoe geschreven heeft. Toch eens uitzoeken of die ook in het Nederlands vertaald is.

zaterdag 13 maart 2010

Gelezen: Thomése en Chabon

Bij Thomése weet ik nog altijd niet of er meer is dan taal in zijn romans. Het verhaal van Vladiwostok is (net als in J. Kessels, the novel) volledig over the top. De belevenissen van een aankomend, veelbelovend politicus en zijn 'spin docter' zijn, in mijn ogen volstrekt ongeloofwaardig. Thomése spot wat met de leegheid van de politieke mannetjesmakerij en gooit er een beetje menselijk leed in de vorm van ongewenste kinderloosheid dorheen. Dat is allemaal niet zo spannend, maar de manier waarop Thomése de gedachtengangen van de twee mannelijke hoofdfiguren beschrijft, maken veel goed, maar niet genoeg: ***
In 1944 is Sherlock Holmes 89 en houdt hij bijen in een klein dorpje buiten Londen. The final solution is het laatste raadsel dat de beroemde speurneus op zal lossen: Wie heeft de papegaai Bruno gestolen van een zwijgend Joods jongetje dat uit Duitsland is gevlucht? Dat er bij die diefstal iemand vermoord is, is voor Holmes slechts bijzaak.
Chabon verbindt in deze novelle van amper 125 pagina's de 19e eeuw, met Indiase immigranten op het Engelse platteland en de Endlösing op een heel mooie, intelligente manier met elkaar. En uiteraard vind ik het intertekstuele spel prachtig. Alleen jammer dat hij het nodig vond, de oplossing in de laatste alinea volledig uit te spellen: ****

(Geschreven in een gehucht van drie straten in de Ardennen, op de laptop van mijn neefje)

maandag 28 december 2009

Delete. The virtue of forgetting in the Digital Age - Viktor Mayer -Schönberger

Viktor Mayer-Schönberger (MS) maakt zich in Delete. The virtue of forgetting in the Digital Age zorgen over 't feit dat het tegenwoordig makkelijker (en goedkoper) is om digitale informatie te onthouden, dan om deze te vergeten. Hij illustreert dit onder andere aan de hand van digitale foto's. De meeste mensen kopiëren gewoon alle foto's die ze genomen hebben naar de harde schijf van de pc, omdat de tijd die het kost om te selecteren 'te duur' is in vergelijking met de extra ruimte die de foto's innemen. En het gaat natuurlijk om meer dan wat particulieren op hun eigen pc bewaren: overheden bewaren steeds meer gegevens digitaal (hij verwijst expliciet naar het elektronisch patiëntendossier), Google bewaart niet alleen alle zoekopdrachten, maar ook de e-mails van miljoenen mensen en Amazon bewaart niet alleen welke boeken je gekocht hebt, maar ook waar je alleen naar gekeken hebt. Door dit alles wordt 'onthouden' de standaard en vergeten de uitzondering, terwijl dit de afgelopen millennia juist andersom was: mensen moesten vroeger moeite doen om dingen te onthouden.
De belangrijkste reden waarom MS zich hier zo druk om maakt, is dat 'vergeten' nodig is om te kunnen functioneren en leren. Hiervoor verwijst hij onder meer naar AJ, die lijdt aan hyperthymesia. Dit betekent kortweg dat ze alles onthoudt: de inhoud van individuele afleveringen van soapseries, het avondeten van iedere dag van haar leven en iedere beslissing (klein en groot) die ze ooit genomen heeft. Een van de gevolgen daarvan is dat AJ nauwelijks normaal kan functioneren: ze kan amper abstract denken en bij iedere beslissing worden alle vorige beslissingen betrokken, wat vaak tot besluiteloosheid leidt. MS betoogt dat dit voor de hele menselijke beschaving zou gaan gelden, omdat er steeds meer digitaal bewaard wordt en we ook steeds meer gebruik gaan maken van dit volledige, externe geheugen. (Uiteraard doet hij dit iets genuanceerder en uitgebreider dan ik hier samenvat.)
Als oplossing voor dit probleem wordt in Delete voorgesteld dat aan alle digitale informatie bij opslag een uiterste houdbaarheidsdatum toegekend moet worden. Na die datum zou de informatie (bij voorkeur automatisch) vernietigd moeten worden. Een beetje zoals we tegenwoordig ook over archiefstukken nadenken: bij de creatie van een archiefstuk zou al vastgesteld moeten worden wanneer het vernietigd moet worden.
Hoewel MS zijn best doet om uit te leggen waarom we niet meer 'vergeten', waarom vergeten wel belangrijk is en welke strategieën mogelijk zouden zijn om dit weer te realiseren, valt het boek toch tegen. Dat heeft twee redenen.
De eerste is dat MS zijn boek heeft opgehangen aan drie praktijkgevallen, twee waargebeurd en één fictief, die niets te maken hebben met zijn voorgestelde oplossing. Het boek begint met het relaas van Stacy Snyder die geen onderwijsbevoegdheid krijgt, omdat ze op haar MySpace-pagina een foto van zichzelf heeft gezet met als onderschrift Drunken Pirate. De school vond dit geen goed voorbeeld voor de kinderen die eventueel les van haar zouden krijgen en besloot haar daarom geen diploma te geven.
De andere waar gebeurde casus gaat over Andrew Feldmar, een Canadese psycho-therapeut, die de VS niet meer in mag. Toen hij in 2006 aan de Canadees-Amerikaanse grens werd aangehouden, googlede een overijverige douane-beambte zijn naam. Blijkbaar zat dit artikel uit 2001 over het gebruik van LSD door Feldmar toen bij een van de eerste zoekresultaten. Hierop werd Feldmar als druggebruiker geregistreerd en mocht hij de VS niet meer in. (Ironisch genoeg staat het bewuste artikel nu trouwens niet op de eerste tien pagina's met zoekresultaten)
Uiteraard is het 'van de zotte' dat Snyder geen onderwijsbevoegdheid krijgt en dat Feldmar de VS niet meer in mag (al praat MS hier nog al luchthartiger over heen), maar een uiterste houdbaarheidsdatum zou dit toch niet hebben voorkomen?
Het is namelijk zeer de vraag hoelang de Piraten-foto op MySpace gestaan heeft, voordat de schoolleiding deze zag. Een houdbaarheidsdatum van één dag kan al genoeg zijn...
En Feldmar publiceerde zijn artikel vrijwillig in een wetenschappelijk tijdschrift (dat later integraal online verscheen). Het idee daar achter is juist dat zo veel mogelijk mensen het nu en in de toekomst kunnen lezen.
Hoe schokkend en triest deze voorbeelden dus ook zijn, ze worden niet 'opgelost' door houdbaarheidsdata.
Het derde voorbeeld is een fictief geval, waarbij ene Jane na een paar jaar een oude vriend weer eens tegen komt. Na enig heen en weer e-mailen besluiten ze samen wat te gaan eten en Jane wil voorstellen om af te spreken in het restaurant waar ze jaren geleden al eens gegeten hebben. Ze bladert door haar oude e-mails in haar mailbox om de naam van de restaurant te achterhalen en leest zo ook weer dat ze een paar jaar geleden slaande ruzie met elkaar gehad hebben. Dat was ze helemaal vergeten, maar nu ze het weer heeft gelezen, twijfelt ze over haar afspraak.
Dit had misschien voorkomen kunnen worden door een houdbaarheidsdatum aan die e-mails te koppelen, maar ook dan is het de vraag of die kort genoeg zou zijn geweest. Daarnaast is dit natuurlijk helemaal geen digitaal probleem, want als Jane analoog met die vriend had gecorrespondeerd, had ze de brieven misschien ook wel bewaard en doorzocht en was precies hetzelfde gebeurd.

De tweede reden waarom het boek tegenviel is dat de oplossing ook wel erg idealistisch en 'far fetched' is, ook al ontkent MS dat zelf.
Een voorbeeld over digitale foto's:
"Suppose somebody takes a picture of you. If seen as an information transaction, the expiration date for such a picture ought to be set jointly between the picture taker and yourself. Rather than haggling over it in person, the negotiations over expiration dates could be done electronically. Each digital camera could have a built-in process to select expiration dates (perhaps through an easy preset). Before taking a picture, the camera sends out a "picture request." Imagine further that we carry with us small "permission devices" (the size of key rings) that when receiving such a "picture request" respond with the owners preferred expiration date. (...) When the picture is taken it is stored with the shortest of all expiration dates received." Delete, p.188
Yeah right! En dit soort onderhandelingen moet je dus iedere keer (al dan niet persoonlijk) voeren met iedereen waarmee je informatie deelt.
En neem nu het geval Feldmar. Hij zal nog een hele tijd te boek blijven staan als die LSD-gebruiker (die de VS niet in mag). Niet omdat hij bijna negen jaar geleden hierover een artikel in een obscuur tijdschrift schreef, maar omdat sinds 2006 duizenden, van grote kranten tot kleine bloggers, over hem geschreven hebben. Moeten die allemaal met Feldmar in onderhandeling over de houdbaarheidsdatum? Of wordt er door iemand (wie dan) gewoon een maximum termijn gesteld? Als die termijn erg kort is, wordt het censuur en als die termijn lang is, heeft het weinig zin.

Mayer-Schönberger zegt veel behartigenswaardige en interessante dingen over bewaren, vergeten, context en onthouden en misschien is "total recall" op termijn ook wel een probleem, maar ik betwijfel of zijn oplossing de goede is.

Overigens: MS maakt zich weinig zorgen over duurzame toegankelijkheid en de veroudering van bestandsformaten. Blijkbaar gaat hij er van uit dat we alles wat we nu opslaan, de komende jaren probleemloos weer kunnen openen en lezen.

maandag 7 december 2009

Falling man - Don Delillo

In de 'recensies' die ik tot nu toe geschreven heb, heb ik iedere keer een plaatje van het boek geplaatst. Bij Falling man hoort een andere foto:

Ik kende deze foto van Richard Drew niet, maar in Amerika is hij beroemd onder de naam "The Falling man" en is het een soort ikoon voor de aanslagen op het World Trade Centre. Deze man is een van de 'springers' die er voor kozen om naar beneden te springen om te ontsnappen aan rook en vuur. Op deze foto lijkt het alsof hij bijna sereen zijn dood tegemoet gaat, maar in het echt viel hij woest draaiend omlaag.
De foto verscheen voor het eerst op 12 september 2001 in verschillende Amerikaanse kranten, maar riep meteen heel veel weerzin op. Zo zeer zelfs dat hij in de Amerikaanse kranten bijna niet meer afgedrukt is. In Falling man voert Delilo een man op die na de aanslagen op verschillende plekken in New York deze vallende man nabootst, door aan een kabel van een gebouw te springen en dezelfde houding aan te nemen als de man op de foto. Het wordt nooit helemaal duidelijk waarom hij dit doet.

Het boek zelf viel overigens een beetje tegen. Alleen het eerste hoofdstuk waarin de vreselijke stofwolk die het gevolg was van het instorten van de torens van 'binnen uit' beschreven wordt, was aangrijpend. In de rest van het boek wordt beschreven hoe 'survivor' Keith Neubacker en zijn omgeving (vrouw en zoontje) gebukt gaan onder de gevolgen van de aanslagen. In een paar tussen-hoofdstukken worden de voorbereidingen door een van de terroristen beschreven. De functie van deze hoofdstukken ontgaat me eigenlijk.
Nu ik dit schrijf, realiseer ik me dat er nog wel iets in zit dat me bij de keel grijpt: het zoontje van Neubacker kijkt met een vriendje en vriendinnetje de hele tijd met een verrekijker uit het raam, op zoek naar 'de vliegtuigen.' Zij geloven niet dat de torens echt zijn ingestort en zijn min of meer aan het wachten tot het karwei wordt afgemaakt.

De rest van het boek herinnerde me te veel aan White Noise (zie hier en hier), waarin een gezin vooral praat over hun angst voor de dood.

Dit is het derde boek over de aanslagen op de torens dat ik lees, na Netherland en Extremely loud en incredible close. En die laatste heeft tot nu toe nog de meeste indruk gemaakt.
(Overigens herinner ik me nu dat ook in dat boek een foto van een vallende man een rol speelt...)