Posts tonen met het label Raad voor Cultuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Raad voor Cultuur. Alle posts tonen

vrijdag 15 maart 2013

Toch geen Erfgoedwet?

Op 1 februari schreef ik hier over het advies van de Raad voor Cultuur over de museumsector. Daarbij citeerde ik de volgende passage uit het advies:
Afspraken over de publieke werking en zorg voor erfgoed kunnen niet vrijblijvend zijn. De stabiliteit van het nieuwe bestel is gediend bij een kaderwet waarin museale taken en duurzame borging van de Kerncollectie Nederland geregeld zijn. Het in te richten wettelijke kader moet voorzien in een gelijke werking van het bestel op alle overheidsniveaus.
De raad adviseert om de bestaande wettelijke regelingen met betrekking tot archieven, monumenten en behoud cultuurbezit uit te breiden met musea en dit alles onder te brengen in één overkoepelende erfgoedwet. Aangezien de beheerovereenkomsten met musea zijn opgezegd, bestaat hiertoe een unieke kans. Om het momentum niet te verliezen, kunnen ter overbrugging tijdelijke afspraken vastgelegd worden in bestuurlijke convenanten. Wat de erfgoedwet betreft, wordt hieronder uitsluitend het museale onderdeel behandeld.
Mede naar aanleiding van deze passage - en misschien wel door mijn blogje - ontstond er wat rumoer.  De voorzitter van de Commissie Archieven stapte zelfs op (al is dit op de website nog niet aangepast).

Deze week kreeg ik een afschrift van een brief die de raad vorige week naar de minister gestuurd heeft. Enkele citaten:
Het advies bleek echter in de archiefwereld ook een onbedoeld effect teweeg te brengen dat de raad in deze brief graag onder uw aandacht brengt en tegelijkertijd recht wil zetten.
[...]
De reacties op het advies uit de archiefwereld maken duidelijk dat uit het gebruik van de term erfgoedwet wordt opgemaakt dat de raad afstand zou hebben genomen van eerdere adviezen over het de [sic] positie van archieven.
[...]
De introductie van een erfgoedwet in het advies over het museumbestel wordt in de archiefwereld gezien als een dergelijke substantiële aanpassing en dit heeft op zijn beurt weer geleid tot het misverstand dat sprake zou zijn van een plotselinge en ongemotiveerde breuk in de advisering van de raad.
Dat is aanleiding voor de raad u via deze brief nog eens te verduidelijken dat hij met het gebruik van de term erfgoedwet geen enkele inhoudelijke uitspraak heeft beoogd over de positie van archieven, laat staan dat hij daarmee afstand heeft genomen van eerdere adviezen over het archiefbestel. Het museum besteladvies doet ook geen enkele inhoudelijke uitspraak die als zodanig kan worden opgevat.
Dat laatste is natuurlijk klinkklare nonsens, want het ging niet om de term erfgoedwet, het ging om het samenvoegen van alle regelingen onder één wet. En dit staat toch echt nog altijd in de samenvatting op de site van de raad:
De raad adviseert om de bestaande wettelijke regelingen met betrekking tot archieven, monumenten en behoud cultuurbezit uit te breiden met musea en dit alles onder te brengen in één overkoepelende erfgoedwet.
Maar goed, kool en geit moesten duidelijk gespaard worden. Nu maar hopen dat de minister ook terugkomt op haar reactie op het rapport:
Het onderbrengen van de bestelvoorwaarden van musea binnen een nieuwe Erfgoedwet, zoals de Raad adviseert, sluit ik daarbij niet uit.
Momenteel bestaan er verschillende wetten voor de monumentenzorg, de archeologie, archieven en museale collecties. Een nieuwe Erfgoedwet kan deze terreinen met elkaar verbinden.
Gerelateerd
Een erfgoedwet ipv een informatiewet?

Plaatje: Vijf variaties op een misverstand door Kees Stip

vrijdag 1 februari 2013

Een Erfgoedwet ipv een Informatiewet

Gisteren publiceerde de Raad voor Cultuur zijn advies over een nieuw museumbestel. Ik heb het hele advies alleen nog maar diagonaal gelezen en stuitte daarbij op deze passage op pagina 45:
Afspraken over de publieke werking en zorg voor erfgoed kunnen niet vrijblijvend zijn. De stabiliteit van het nieuwe bestel is gediend bij een kaderwet waarin museale taken en duurzame borging van de Kerncollectie Nederland geregeld zijn. Het in te richten wettelijke kader moet voorzien in een gelijke werking van het bestel op alle overheidsniveaus.
De raad adviseert om de bestaande wettelijke regelingen met betrekking tot archieven, monumenten en behoud cultuurbezit uit te breiden met musea en dit alles onder te brengen in één overkoepelende erfgoedwet. Aangezien  de beheerovereenkomsten met musea zijn opgezegd, bestaat hiertoe een unieke kans. Om het momentum niet te verliezen, kunnen ter overbrugging tijdelijke afspraken vastgelegd worden in bestuurlijke convenanten. Wat de erfgoedwet betreft, wordt hieronder uitsluitend het museale onderdeel behandeld.
En hoe reageert de minister Bussemaker op dit voorstel?
Het onderbrengen van de bestelvoorwaarden van musea binnen een nieuwe Erfgoedwet, zoals de Raad adviseert, sluit ik daarbij niet uit.
Momenteel bestaan er verschillende wetten voor de monumentenzorg, de archeologie, archieven en museale collecties. Een nieuwe Erfgoedwet kan deze terreinen met elkaar verbinden.
En het kan de criteria voor behoud en beheer, voor publieksbereik en educatie en óók voor zorgvuldige afstoting eenduidig - voor álle musea - verankeren.
Dat geeft helderheid en scheelt een hoop bureaucratie.
Oh boy...
In plaats van de door velen zo gewenste Informatiewet, zitten we straks dus met een Erfgoedwet opgescheept.
Heeft de minister niet twee jaar geleden een Archiefvisie vastgesteld? Wat stond daar ook alweer in?
Het kabinet acht de tijd nog niet rijp voor een ‘Informatiewet’, al dan niet onder algehele wijziging van de Archiefwet. Dit in aansluiting bij het eerdere advies van de Raad voor Cultuur, dat de ontwikkelingen op terrein van ICT en informatisering nog te snel gaan om nu al een eindbeeld te kunnen geven. Om die reden is het kabinet voorstander van modernisering van de Archiefwet in kleinere stappen, zonder grote ingrepen.
Zal wel iets met nieuwe bezems zijn...

Maar nog belangrijker is de vraag:

Waarom lukt het ons toch maar niet om duidelijk te maken dat we geen erfgoedprobleem, maar een verantwoordingsprobleem hebben?

Dat oud papier dat komt wel goed, het probleem zit in de archieven die nu ontstaan.

Overigens lijkt het erop dat de Raad voor Cultuur uitgaat van een ander archiefbestel dan het bestaande. Zo staat er in een hoofdstukje over inspectie:
Bij rijksverantwoordelijkheid voor collecties van nationaal belang hoort ook een passend systeem van toezicht. De raad adviseert, naar analogie van de archiefsector, een systeem van toezicht op de Kerncollectie Nederland in te richten. Hierin spelen de RCE, de Erfgoedinspectie, museumconsulenten, het Museumregister en de Archiefinspectie een rol. (p.49)
Wat zou de Raad bedoelen met "de Archiefinspectie"? Ik denk dat hij de voormalige provinciale archiefinspectie bedoelt, want even verderop staat:
7. met de Archiefinspectie wordt overeengekomen dat de technische kwaliteitszorg, zoals de aan depots  te stellen eisen, door de (regionale) archiefinspecteur  wordt uitgevoerd;

Maar er kan natuurlijk ook een taakverzwaring voor de gemeente- waterschaps- en provinciearchivarissen bedoeld zijn. Zullen ze leuk vinden...

Gerelateerd
Daar is hij dan: de Archiefvisie
Sectoranalyse Raad voor Cultuur: archivaris = Calimero

Plaatje van Patrick Vanoucke op Instagram

donderdag 16 augustus 2012

Nu nog beter bewaren en vernietigen: gemeentelijke selectielijst

Maandag 25 juni verscheen in de Staatscourant het vaststellingsbesluit van de selectielijst gemeentelijke en intergemeentelijke organen vanaf 1 januari 1996 actualisatie, waarmee de in 2005 gepubliceerde selectielijst kwam te vervallen. En net als in 2005 was het weer een moeizame bevalling. Dit kwam vooral doordat de VNG als gemachtigde voor alle gemeenten en gemeenschappelijke regelingen optreedt, maar er maar niet in slaagt die machtigingen adequaat vast te leggen.

Wat ik verder wonderbaarlijk vind, is dat de selectielijst zelf niet in de Staatscourant is gepubliceerd:
De selectielijst behorend bij deze beschikking zal beschikbaar gesteld worden via www.nationaalarchief.nl/waardering-selectie/selectielijsten
Heel fijn hoor, een link die verwijst naar een overzicht van - op dit moment - acht pagina's, waar je dan de selectielijst die je wil hebben maar in moet gaan zoeken. Dat zoeken is ook al geen sinecure, want daar heet de lijst opeens BSD Gemeentelijke en intergemeentelijke organen (actualisatie) 1996. Je moet maar weten dat BSD voor Basis SelectieDocument staat, een PIVOT-term die in de Archiefwet verder niet voorkomt.
En als je dan het pdf-bestand opent, heet het opeens weer SELECTIELIJST VOOR ARCHIEFBESCHEIDEN VAN GEMEENTELIJKE EN INTERGEMEENTELIJKE ORGANEN opgemaakt of ontvangen vanaf 1 januari 1996. Actualisatie. 
Heel consistent hoor...

En wat doen die rare gele markeringen (bijvoorbeeld op pagina 2) in dit officiële document?
Zijn dat de wijzigingen ten opzichte van de lijst uit 2005? Dat geldt dan in ieder geval al niet voor de eerste twee gele passages...

Inhoudelijk heb ik nauwelijks een mening over de waarderingen. Maar de Raad voor Cultuur heeft in zijn advies wel wat interessante opmerkingen gemaakt, bijvoorbeeld over de verschillen tussen de gemeentelijke lijst en de rijkslijsten als het gaat om financieel beheer en personeelszaken, of het bewaren van metagegevens.
Wat me vooral opviel in de reactie van de Raad was deze passage, over de exploitatie van begraafplaatsen en crematoria:
Overigens stuitte de Raad bij zijn poging om helderheid te krijgen over dit punt op het volgende. Steeds meer gemeenten besteden de exploitatie en het beheer van gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria uit aan marktpartijen. Daarmee komt ook de taak van het bijhouden van de begraaf- en crematieregisters in particuliere handen. Navraag bij bedrijven als Yarden leert, dat deze bedrijven zich niet bewust zijn van het feit dat deze registers tot de overheidsarchieven behoren en op termijn behoren te worden overgebracht naar een archiefbewaarplaats. Ook enkele gemeenten die we op dit punt hebben bevraagd, waren zich hier niet van bewust. De Raad ziet hier een risico dat er registers vernietigd worden of buiten het publieke domein blijven. 
Een tijdje geleden hebben het LOPAI en de Erfgoedinspectie tijdens een gezamenlijke (besloten) studiedag hier ook al eens naar gekeken en het gaat natuurlijk om veel meer dan alleen de begraafplaatsen. Je kunt hier ook denken aan het verhalen van schade aan eigendommen, het beheer van websites of het verstrekken van subsidies.

Maar goed, er is dus een nieuwe selectielijst. Ben benieuwd hoe lang het duurt voor deze weer "geactualiseerd" wordt en hoe hij er dan uitziet. Want, zoals de Raad schrijft:
Op het snijvlak van inhoud en procedure ligt de systematiek van deze lijst: een ouderwetse stukkenlijst, ingedeeld in categorieën en strikt organisatiegebonden. De ‘VNG-lijst’ bestaat in deze vorm al sindsjaar en dag. De Raad is echter van mening, dat deze actualisatie laat zien dat de lijst in deze vorm zijn beste tijd gehad heeft. De indeling in categorieën en stukken ontneemt het zicht op de processen en wordt met alle verwijzingen, uitzonderingen en kanttekeningen steeds onoverzichtelijker en moeilijker te hanteren.
[...]
De organisatiegebondenheid van de lijst belemmert het zicht op de grotere gehele van de ketens waarvan veel gemeentelijke processen deel uit maken. De Raad zou daarom graag zien dat de VNG de lijst de komende jaren volledig herziet en daarbij aansluiting zoekt bij de werkprocessen van de gemeenten en de ketens waarvan die deel uit maken.
Aanvulling, 16 augustus 13:20
Ik begreep net van collega Sam dat in 2008 artikel 5 van de Archiefwet zodanig is gewijzigd dat een publicatie van de vastgestelde lijst in de Staatscourant niet meer nodig is.
Het derde lid van artikel 5 luidde eerst:
De vastgestelde lijsten worden gepubliceerd in de Staatscourant.
Sinds 22 oktober 2008 luidt dit echter:
Een besluit tot vaststelling van een selectielijst wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel (je moet even zoeken, maar hij is te vinden) wordt dit als volgt verantwoord:
Doordat selectielijsten doorgaans een aanzienlijk aantal pagina’s in de Staatscourant beslaan, neemt het drukklaar maken ervan veelal een aantal weken in beslag. Deze wijziging maakt het mogelijk om in een besluit tot vaststelling van een selectielijst te bepalen dat de lijst zélf ter inzage wordt gelegd en raadpleegbaar wordt gemaakt via het internet. Deze technische aanpassing, die niet afdoet aan de kenbaarheid van de lijsten, strekt tot kostenbesparingen en tot verbetering van de effectiviteit.
Tja...

Gerelateerd
Tussentijdse wijziging gemeentelijke selectielijst
Nieuwe methode van archiefselectie: De Raad voor Cultuur vraag advies
Nieuwe selectieaanpak? #kvan11

Plaatje: Bordje op de Eiffeltoren van Koffiemetkoek

woensdag 16 november 2011

De Archiefvisie in de Tweede Kamer

Eigenlijk had de Tweede Kamer donderdag 27 oktober moeten praten over de Archiefvisie, maar - waarschijnlijk door Mauro - is het er toen niet van gekomen. Dit mondeling overleg is toen omgezet in een "schriftelijk overleg".
Afgelopen maandag verscheen de inbreng van de verschillende fracties op Officiële bekendmakingen. Verschillende fracties stellen interessante vragen aan de Staatssecretaris. Een bloemlezing.
De leden van de PvdA-fractie merken op dat de visie sterk lijkt te leunen op een extern bedrijf. Zij zijn van mening dat dit niet erg is bij specialistische taken, maar zij vragen wel in hoeverre het geïnvesteerde geld ook een duurzame verbetering van de overheid als archiefbeheerder oplevert.
[...]
Tevens stellen zij vast dat de opleiding archivistiek in gevaar komt door de langstudeerdersmaatregel. Hoe garandeert de staatssecretaris dat de archieven ook over 20 jaar goed beheerd worden?
Deze leden merken op dat Digitaal Erfgoed Nederland haar (essentiële) rijkssubsidie verliest. Daarmee vervalt de ondersteuning voor veel (erfgoed-)archieven. Hoe is dat te rijmen met de ambities van de regering op het vlak van goede archivering, zo vragen zij.
De leden van de SP-fractie merken op dat de archiefvisie stelt dat toekomstige ontwikkelingen te ongewis zijn voor een blauwdruk. Maar juist het ongewisse zorgt ervoor dat de noodzaak om tot een goed uitgewerkte visie te komen groot is. De Raad voor Cultuur stelt dat de archiefvisie onvoldoende is uitgewerkt. De leden vragen de staatssecretaris om een reactie op deze kritiek te geven. Zorgvuldigheid is immers geboden, hoe gaat de staatssecretaris deze zorgvuldigheid garanderen, zo vragen deze leden.
Ten aanzien van het bestel vragen de leden van de VVD-fractie hoe de staatssecretaris de versnippering van ruim honderd, vaak kleinere instellingen zal tegengaan, en tegelijkertijd het archiefstelsel gaat hervormen zodat het ook digitale archivering behelst. De leden zijn erg benieuwd hoe de staatssecretaris invulling geeft aan een zorgvuldige uitwerking van beide ontwikkelingen.
Maar de kamerleden hebben ook wat minder geslaagde vragen:
De leden van de CDA-fractie stellen vast dat de archiefvisie zelf een groot probleem aankaart, namelijk de versnippering en het gebrek aan samenwerking tussen de instellingen en betrokkenen. De leden vragen of er voldoende kennis en overzicht bij de overheid is om dit vlot te trekken. Wie wordt in dezen de projectleider? De leden vragen de staatssecretaris of mogelijk de Koninklijke Bibliotheek hier een rol in kan spelen, aangezien hier al vanzelf overheidsarchieven en maatschappelijke archieven samenvloeien.
De rest van dit "niet-dossierstuk" (kan iemand mij deze term even toelichten?) gaat over de RHC's en de nieuwe selectieaanpak. Vooral ten aanzien van dat laatste worden ook een paar interessante vragen gesteld:
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de staatssecretaris over selectie. [...]
De staatssecretaris benoemt voor het strategisch informatieoverleg een onafhankelijk lid dat binnen het afwegingsproces een onafhankelijke stem heeft. De leden vragen de staatssecretaris wat hij daarbij voor ogen heeft. Deze leden stellen namelijk vast dat de check op de selectie komt te vervallen. Zou de benoeming van een lid van de Raad voor Cultuur in het strategisch overleg wellicht deze achterafcontrole kunnen vervangen, zo vragen deze leden.
Voorts merken deze leden [van de SP-fractie] op dat door het selectieproces dichter op het primair werkproces te brengen, er efficiënter wordt gewerkt. Zij vragen echter of dan het gevaar van een te pragmatisch oordeel niet te groot is. Is omkering niet logischer: niet de selectielijst aanpassen aan de archiveringspraktijk, maar de praktijk aanpassen aan wat behouden moet worden? Er wordt gesproken over checks and balances in het selectieproces. De leden vragen hoe die checks and balances eruit gaan zien, welke criteria gaan er komen voor de daadwerkelijke selectie. [...]
Tevens merken deze leden op dat er afspraken worden gemaakt met het driehoeksoverleg/strategisch informatieoverleg voor waardering en selectieaanpak. Dit overleg verschuift de nadruk van deskundigheid naar verantwoordelijkheid. De leden betwijfelen of de verantwoordelijke ambtenaar altijd de juiste persoon is om afwegingen te maken met betrekking tot de informatie. Zou dit niet overgelaten moeten worden aan een deskundige?
En nu is het wachten totdat de minister zijn antwoorden naar de Kamer stuurt...

Gerelateerd
Daar is hij dan, de #archiefvisie
Wat ik echt mis in de #archiefvisie
Nieuwe selectieaanpak #KVAN11
De Raad voor Cultuur oordeelt (2/2)

Plaatje: Storage Visions SD card holder van Laptop Magazine

dinsdag 16 augustus 2011

De Raad voor Cultuur oordeelt (2/2)

En dan had de Raad voor Cultuur ook nog geadviseerd over de door de staatssecretaris voorgestelde nieuwe selectie-aanpak.
Zo duidelijk en overzichtelijk als het advies over de zorg voor de provinciale archieven is, zo onduidelijk en onoverzichtelijk is dit advies. Dat ligt deels aan de opbouw van het advies, met op pagina 4 een (de?) conslusie, daarna tien pagina's waarin de Raad antwoord geeft op de vier vragen die de staatssecretaris gesteld heeft en allerlei adviezen formuleert, gevolgd door een puntsgewijze samenvatting van anderhalve pagina, "afgevuld" met in de drie bijlagen een verslag van een expertmeeting, de ideeën van de Raad over digitale archivering en een notitie over het schrappen van de wettelijke adviestaak van de Raad. En voor een ander deel ligt de onduidelijk ook weer aan het taalgebruik van de penvoerder. (Die er volgens mij ook niet altijd met zijn hoofd bij was, getuige de verschrijving Raad van Cultuur op pagina 13).
In dit stukje beperk ik me nu tot de puntsgewijze samenvatting, daar lijken me de kernpunten van de ideeën van de Raad in te staan.
 De Raad vraagt zich, naar mijn mening terecht, af hoe vastgesteld kan worden dat deze nieuwe methode beter is zal werken dan de ondertussen blijkbaar vermaledijde PIVOT-methode. Daartoe zal eerst een grondige analyse en evaluatie van de PIVOT-methode uitgevoerd moeten worden. Daarnaast stelt de RvC dat er nog te weinig concrete praktijkervaring met de nieuwe methode is opgedaan, aangezien er pas één pilot is uitgevoerd.
Het derde punt van de Raad is een aspect waar ik ook al een tijdje mee worstel: "Er moet meer aandacht gaan naar het onderscheid tussen het wegwerken van de papieren achterstanden en de omgang met een digitaal archief." Ik heb ook de indruk dat er door het NA gezocht wordt naar één ultieme oplossing voor twee totaal verschillende problemen: Hoe zorgen we dat de papieren achterstanden snel, maar goed weggewerkt worden? vs Hoe gaan we (vanaf nu) digitale archiefstukken selecteren?
Daarna vraagt de Raad zich af of er verschillen zijn tussen de ministeries: waar is de nood het hoogst? Kunnen de achterstanden op alle ministeries met één methode weggewerkt worden. Hierbij valt op dat ook de Raad voorbij gaat aan alle andere rijks-zorgdragers, maar zich concentreert op de ministeries.
Punten vijf en zes: de trenanalyse is volgens de Raad interessant, maar hij stelt ook vast dat veel informatie pas op termijn gewaardeerd kan worden. Trends worden pas na een jaar of tien duidelijk, dus het is onmogelijk om direct bij het ontstaan van archiefstukken al vast te stellen of iets bewaard moet worden of niet. De Raad pleit daarom voor een soort getrapte waardering en selectie: na vijf jaar, na tien jaar en ten slotte na dertig jaar. Verder zou met name de culturele en historische perspectieven meer aandacht moeten krijgen. In dit voorstel gaat de aandacht vooral uit naar administratieve en bestuurlijke thema's.
Het zevende punt uit de samenvatting snap ik niet helemaal:
Er moet een voorstel komen voor het transparanter maken van archieven. Op welke manier biedt de nieuwe methode ook meer transparantie en inzicht in het proces, de regie en in het eindproduct voor de gebruiker?
Wat bedoelt de Raad met "transparantere archieven"? En wie is de gebruiker, waarvoor "het proces, de regie en het eindproduct" transparanter moet?
De laatste twee punten uit de samenvatting gaan over de rolverdeling binnen het nieuwe driehoeksoverleg en tussen het driehoeksoverleg en de maatschappij. De Raad vindt dat er voor het driehoeksoverleg kwalificaties opgesteld moeten worden voor de deelnemende CIO en de "derde onafhankelijke." En er is blijkbaar een kloof tussen "CIO, informatici en uitvoerders" aan de ene kant en archivarissen, ambtenaren en maatschappij (gebruikers in termen van de Raad) aan de andere kant. Ik geloof niet dat ik precies snap waarom de Raad deze twee groepen onderscheid. Ik bedoel: zijn CIO's, uitvoerders en archivarissen niet allemaal ook ambtenaren? Om welke kloof gaat het dan?


Maar uiteindelijk is mij niet helemaal duidelijk wat de Raad nu van de voorgestelde nieuwe aanpak vindt. Ik geloof dat hij er niet zo gelukkig mee is, maar dat staat er niet zo nadrukkelijk.


Gerelateerd
Een nieuwe selectieaanpak
De Raad voor Cultuur adviseert
De Raad voor Cultuur oordeelt (1/2)

maandag 8 augustus 2011

De Raad voor Cultuur oordeelt (1/2)

Terwijl ik met een KVAN-plu poseerde op een caroussel in Oneglia, publiceerde de Raad voor Cultuur zijn mening over de voorgenomen wijzigingen van de Archiefwet. Omdat de Raad dit in twee verschillende adviezen deed, zal ik er ook in twee berichten over berichten. Vandaag het advies over de zorg voor de provinciale archiefbescheiden na overbrenging naar de archiefbewaarplaats.

Ik geloof niet dat het overdreven is om te stellen dat de Raad brandhout maakt van het voorstel om een provinciearchivaris aan te stellen en Gedeputeerde Staten op die manier verantwoordelijk te maken voor de zorg voor hun eigen overgebrachte archieven. De korte samenvatting van het advies luidt:
De Raad acht dit voorstel nogal onvolledig uitgewerkt. Daarnaast acht hij deze wijziging tegen de achtergrond van hetgeen in de op 30 juni j.l. gepubliceerde archiefvisie ten aanzien van het archiefbestel nog ontwikkeld moet worden prematuur. Hij meent deze wijziging dan ook te moeten ontraden.
Eerder gaf de Raad trouwens al een korte reactie, die de toon zette.
Kern van de bezwaren van de Raad ligt denk ik in het zinnetje: "De Raad betreurt dit gebrek aan reflectie in hoge mate..."
De staatssecretaris maakt volgens de Raad nergens duidelijk waarom de wetswijziging nu en op deze manier moet worden doorgevoerd. Hierbij wijst hij ook, zoals ik ook al eerder deed, naar de totstandkoming van de Archiefwet 1995 en de argumenten die toen aangevoerd werden om de provincies juist geen "eigen" archieven te geven.
Daarnaast hekelt de Raad ook het ontbreken van een verwijzing naar de Herijking van het Interbestuurlijk Toezicht en de gevolgen daarvan voor de provinciale archiefinspectie en de Archiefwet.
De Raad maakt duidelijk dat ze wel snapt waarom de Archiefwet op het punt van de zorg voor provinciale archieven moet worden aangepast (bestuurlijk is afgesproken dat de provincies voor hun eigen archieven gaan betalen), maar vraagt zich af of een "tussentijdse" wetswijziging dan de juiste oplossing is. De Raad voelt meer voor de geleidelijkheid. Eerder raadde hij ook al af
om "halverwege de grote transitie die het archiefwezen thans doormaakt ook de Archiefwet zelf aan te pakken." Binnen de Nederlandse verhoudingen achtte hij het eigenlijk "vruchtbaarder om eerst een nieuw evenwicht te laten ontstaan om die vervolgens in wetgeving te bestendigen."
Voor dit concrete wijzigingsvoorstel betekent dit dat de Raad voorstelt dat "het Rijk" binnen de huidige Archiefwet, de zorg voor de overgebrachte provinciale archieven delegeert naar de colleges van Gedeputeerde Staten en een jaar of vier bekijkt hoe dit werkt. Daarna kan dit een permanent karakter krijgen door wijziging van de Archiefwet, waarbij de opgedane ervaringen mee kunnen wegen.

Ik ben benieuwd...

Archiefvisie
In zijn advies zegt de Raad ook nog een en ander over De Archiefvisie, waaruit blijkt dat hij eigenlijk, zoals zo velen, teleurgesteld is over de inhoud van de visie:
De Raad merkt allereerst op dat de archiefvisie door haar opzet en inhoud meer het karakter heeft van een strategische agenda dan een inhoudelijk uitgewerkte vizie op wenselijk beleid ten aanzien van de archieven. In haar opzet is deze visie meer een inventarisatie van agendapunten dan een toekomstperspectief voor een vitaal "bij de tijd te brengen" van archiefwezen en Archiefwet. Anders gezegd, de archiefvisie gaat feitelijk alleen over oplossingen.
Binnenkort een stukje over het tweede advies van de Raad, over waardering, selectie, CIO's en de rol van de Raad zelf.

Gerelateerd
De Raad voor Cultuur adviseert
De Archiefwet wordt gewijzigd
Ze wijzigen de Archiefwet
Vreemde gang van zaken
Het einde van de provinciale archiefinspectie
Sectoranalyse Raad voor Cultuur: archivaris = Calimero

dinsdag 10 mei 2011

Sectoranalyse Raad voor Cultuur: archivaris = Calimero

In mijn vakantie publiceerde de Raad voor Cultuur (nieuwe website) zijn advies over de bezuinigingen op cultuur voor 2013-2016. In archievenland is enige beroering ontstaan, omdat de RvC ervoor pleit om de subsidie voor Erfgoed Nederland helemaal te schrappen. Persoonlijk ben ik daar niet heel erg rouwig om, dat geld kan waarschijnlijk wel beter besteed worden. Verder zegt de Raad niet zo veel over bezuinigingen bij archieven of in de archiefsector. Desalniettemin is er wel een Sectoranalyse Archieven geschreven. Afgelopen dagen heb ik die maar eens gelezen.

Vorig jaar heb ik me wel eens beklaagd over het ontoegankelijke taalgebruik en de slechte scanner van de Raad, daar is deze keer geen sprake van. De tekst is goed leesbaar in beide betekenissen.
Wat verder opvalt zijn de enorme verschillen in de manier waarop sectoren beschreven en geanalyseerd worden. De sectoranalyse Archieven begint (als enige) met een uitgebreide schets van "de sector" in 2020. (Ik ben er nog niet uit of dit een dystopie is of juist een utopie). Daarna volgt in enkele paragrafen een beschrijving van de huidige situatie. Andere analyses staan vol met schema's (bijvoorbeeld die over E-cultuur en Architectuur Stedenbouw, Monumenten, Archeologie en Landschapsarchitectuur). Deze inconsistentie maakt vergelijken tussen sectoren lastig. Hierbij is het vooral jammer is dat er maar één uitgebreide toekomstschets is, deze blijft nu een beetje in het luchtledige hangen.

Dan de sector-analyse zelf. Over het algemeen vind ik het een redelijk goede analyse, met heel veel ben ik het wel eens. Toch een paar kanttekeningen.
De Raad stelt op p.10 (maar weer eens) dat de WOB en de Archiefwet moeten worden aangepast, deze keer moet er een Wet op vrije informatie komen. Deze "zou, naast het burgerrecht op toegang tot overheidsinformatie, ook moeten vastleggen dat documenten automatisch en sneller openbaar worden." Ik blijf erbij: de huidige wetten (Archiefwet en WOB) zijn goed, maar ambtenaren en bestuurders voeren ze niet goed uit. Dat verander je niet met nieuwe, betere regels!
De Raad stelt daarna ook:
Een nieuwe wetgeving, die – ondersteund door digitale mogelijkheden – openbaarheid na afsluiting van een zaak afdwingt, maakt archiefinstellingen verantwoordelijk voor (zeer) jonge archiefstukken.
Waarom betekent eerder openbaar ook eerder in beheer bij een archiefdienst? En worden de archiefinstellingen dan ook verantwoordelijk voor het beheer van op termijn te vernietigen archiefstukken? Dat kan wel, maar spreek dat dan ook duidelijk uit.

De Raad is wel heel helder over de wijzgingen in het Interbestuurlijk archieftoezicht (p.11):
In het Besteladvies is gesteld dat aanpassing van de wet- en regelgeving, halverwege de grote transitie die het archiefwezen doormaakt, niet wenselijk is. Binnen de Nederlandse verhoudingen is het wellicht vruchtbaarder eerst nieuw evenwicht te laten ontstaan om dat vervolgens in wetgeving te bestendigen. Dit betekent dat er geen voorschot dient te worden genomen in de vorm van aanpassing van het interbestuurlijke archieftoezicht, zoals nu in het kader van het advies-Oosting in gang is gezet. Het is niet verstandig nu stappen te zetten die afbreuk doen aan de bestaande praktijk zonder er een solide instrument voor in de plaats te kunnen aanbieden. Intussen kunnen urgente initiatieven en projecten, zoals de gezamenlijke opbouw van stevige e-depotvoorzieningen, ook onder de bestaande wetgeving gerealiseerd worden.
Een ander opvallend punt vind ik de belangrijke rol die de Raad voor "de markt" weggelegd ziet (p.12 ev). Fysieke depots, digitale depots en expertise kunnen allemaal op de markt ingekocht worden: "Deze centers hoeven niet alle werkzaamheden zelf uit te voeren, maar kunnen op hun beurt marktpartijen inhuren. De expertise voor inhuur kan dan van hoge kwaliteit zijn en omzetvoordelen kunnen ervoor zorgen dat prijzen dalen." Het enige dat de overheid dan nog even moet doen is "[d]e basiswaarden van de overheid ‘betrouwbaarheid’ en ‘integriteit’ [borgen] door kwaliteitsnormen en -standaarden."
Rrrrright!
De Raad pleit voor een lokale invulling van de frontoffice in nauwe samenwerking met de plaatselijke bibliotheken. Er is al een tendens waarneembaar om tot zogenaamde Historische Informatiepunten in bibliotheken te komen, die archiefinstelling en bibliotheek samen invullen. De meerwaarde van archieven is in de ogen van de Raad niet in de hoek van het culturele erfgoed, maar met name in de hoek van de bibliotheken te vinden. Ten slotte zijn beide typen instellingen beheerders en bemiddelaars van informatie. Op die manier wordt informatie over het heden en verleden geïntegreerd aangeboden aan onze samenleving.
Hoewel er veel digitale dienstverlening aangeboden wordt en zal worden, biedt fysieke aanwezigheid de mogelijkheid persoonlijk met de archiefgebruiker in contact te treden. De burger kan veel te weten komen in een bibliotheek, maar wat hij daar vindt zijn voornamelijk secundaire bronnen, interpretaties van gebeurtenissen en achtergrondinformatie – dus niet primaire bronnen. Wil diezelfde burger echt zijn eigen conclusies kunnen trekken, dan is het nodig om goed geregelde toegang te hebben tot de primaire bronnen waaruit de archieven bestaan. In zoverre kunnen bibliotheken en archieven complementair zijn.
De Raad pleit voor een onderzoek hoe bibliotheken, die een groot publiek hebben weten te bereiken maar in de digitale maatschappij naar hun rol zoeken, en archieven, die op zoek zijn naar het grote publiek maar voor zichzelf al wel een rol zien in de digitale maatschappij, elkaar kunnen versterken en eventueel in elkaar kunnen opgaan.
Een paar weken geleden schreef ik al over het verschil tussen bibliotheken en archieven, maar wat nu vooral opvalt, is dat deze aanbeveling helemaal niet terug komt in de sectoranalyse van de bibliotheken.
Spreekt de Raad wel met één stem?
De Raad laat merken niet zo gecharmeerd te zijn van de manier waarop archivarissen optreden. Op verschillende plekken (p.9 en 13) wordt hen "Calimero-gedrag" en een afkeer van samenwerking verweten:
De archiefsector heeft nog niet alle aspecten van het gedrag van voor de digitalisering van zich afgeschud. Dat tijdperk werd vooral gekenmerkt door het zich verongelijkt voelen, omdat men er niet meer toe deed (in de DIV-wereld) of er nog onvoldoende toe deed (in de archiefinstellingen). De informatiemaatschappij maakt het steeds duidelijker hoe belangrijk de rol van archieven kan zijn, maar de gemiddelde archivaris worstelt nog met zijn rol. Kenmerkend is de moeilijkheid van het van de grond krijgen van landelijke initiatieven. Het benadrukken van de onderlinge verschillen heeft nog steeds de overhand boven het vaststellen van de overeenkomsten.
De Calimero-opmerking vind ik erg flauw en onterecht. Met de opmerkingen over samenwerking kan ik het deels eens zijn, al wordt hier naar mijn mening voorbij gegaan aan het "bestuurlijke spel" waar archivarissen ook in functioneren. De laatste jaren heb ik ook voorbeelden gezien van archiefinstellingen / archivarissen die wel wilden samenwerken, maar waarbij het bestuur bang was voor het verlies van eigenheid.

Tenslotte nog één ding dat me opvalt. Op de laatste pagina's van de sectoranalyses staan twee lijstjes: de samenstelling van de commissies van de Raad voor Cultuur en een overzicht van de deskundigen waar de Raad tijdens de voorbereidingen van de sectoranalyses heeft gesproken. De commissie Archieven bestaat, zoals bekend, uit Daan Hertogs (voorzitter), Nanci Adler, André Dijkhuijs, Marianne Loef en Monique de Louwere (waarnemend secretaris). En in de voorbereiding hebben zij gesproken met... GEEN ENKELE DESKUNDIGE.
Niet dat ik twijfel aan de deskundigheid van deze vijf mensen, maar ik vind het toch opvallend dat voor alle andere sectoren met tussen de zeven (Film en Beeldende Kunst & vormgeving) en meer dan dertig (Podiumkunsten) deskundigen gesproken is.

Gerelateerd
De Raad voor Cultuur adviseert...
Nieuwe methode van archiefselectie: de RvC vraagt reacties
Meer doen met minder
Het verleden is aanwezig in de toekomst

woensdag 6 april 2011

Nieuwe methode van archiefselectie: de RvC vraagt reacties

Tegelijkertijd met zijn reactie op de voorgenomen wetswijziging, plaatste de Raad voor Cultuur eergisteren een oproep op zijn website.
De Staatssecretaris van OCW heeft de Raad voor Cultuur verzocht te adviseren over een nieuwe aanpak en methodiek van de selectie van de rijksarchieven. De Raad streeft er naar dit advies uiterlijk 1 juli a.s. uit te brengen.
[...]
De Raad voor Cultuur nodigt iedereen die zich betrokken voelt bij dit thema (als archiefbeheerder, archiefonderzoeker of anderszins) graag uit om te reageren. De Raad zou het bijzonder op prijs stellen uiterlijk tegen eind april a.s. over deze commentaren te kunnen beschikken.
De Raad zou graag een antwoord krijgen op de volgende vragen:
  1. Doelstelling van het driehoeksoverleg nieuwe stijl is om de verschillende belangen, genoemd in het Archiefbesluit evenwichtig af te wegen. Is dit in de voorgestelde aanpak voldoende gegarandeerd of heeft de Raad hiervoor nog andere suggesties?
  2. Onderschrijft de Raad de noodzaak tot integratie van waardering en selectie in de informatiehuishouding van de zorgdrager?
  3. Onderschrijft de Raad dat de voorgestelde selectieaanpak bijdraagt aan een meer duurzame informatiehuishouding?
Deze drie vragen komen rechtstreeks uit de adviesaanvraag van de Staatssecretaris. De Raad heeft daar zelf een vierde, nog al omslachtig geformuleerde, vraag aan toegevoegd:
Waardering tot archiefselectie is de vaardigheid, de kunst om uit de archiefmassa de relevante gegevens te selecteren die voor blijvende bewaring in aanmerking komen. De gehanteerde methode dient naast efficiënt en effectief, transparant, controleerbaar en door alle betrokkenen hanteerbaar te zijn. Niet alleen uit het oogpunt van verantwoording, maar ook omdat uiteindelijk maar een deel van het proces leidt tot onomkeerbaarheid, de materiële tenietdoening van archiefmateriaal. De vraag is of de nu voorgestelde methode (de methode dus als zodanig) het vertrouwen wekt dat de gestelde doelen zo goed mogelijk kunnen worden bereikt.
 Uhm.... Tja... Wat zal ik daar eens op zeggen...

De Raad wil de antwoorden liefst voor "eind april" ontvangen, zodat ze nog meegenomen kunnen worden in de expertmeeting die begin mei gehouden zal worden.
Al met al, heel goed dat de Raad op deze manier zijn advies wil gaan vormgeven, al vraag ik me wel af hoe "openbaar" het zal worden: komen de ontvangen "antwoorden" ook online? Is die expertmeeting openbaar?

Gerelateerd
Een nieuwe selectieaanpak
Ze wijzigen de Archiefwet...

Plaatje: DTMinc

dinsdag 5 april 2011

Ze wijzigen de Archiefwet...

...en langzaam druppelen de reacties binnen.


Bijzonder kruispunt Archiefstraat - Sprinkhanenlaan

Via de internetconsultatie hebben drie mensen, vier reacties gegeven. Maar ik weet dat in ieder geval LOPAI, KVAN, de RHC-directeuren, BRAIN en de Raad voor Cultuur hebben gereageerd.
Die laatste is de eerste die zijn reactie online gezet heeft en mijn verwachting is dat er de komende dagen nog meer komen.

Wat zegt de Raad allemaal?
Allereerst stelt hij vast dat dit niet de "officiële" adviesaanvraag is. De termijn waarbinnen hij moet reageren is daarvoor te kort is en, belangrijker nog, de officiële adviesaanvraag dient vergezeld te gaan van de reacties van andere betrokken partijen. Daarnaast stelt de raad dat hij eerder al een andere adviesaanvraag heeft gekregen over het schrappen van zijn advisering over selectielijsten (zie ook hier). En de raad stelt vast dat er erg weinig visie aan deze wijzigingen ten grondslag lijkt te liggen:
Onder erkenning dat die [Archief]wet op vele onderdelen niet meer voldoet, heeft de Raad in zijn advies van 26 april 2010 toen (kort gezegd) gepleit voor een gefaseerde aanpak waarbij het van belang is om eerst een nieuw evenwicht te laten ontstaan om die vervolgens in wetgeving te bestendigen. (...)
Tegen de achtergrond van dit advies mist de Raad in het voorstel daarom een meer principiële reflectie op de noodzaak van de voorgenomen wetswijziging.
En de raad mist meer reflectie, zeker als het gaat om de wijzigingen in de archiefzorg bij de provincies:
In de ontwerp Memorie van Toelichting (blz. 6) wordt opgemerkt, dat "met de provincies (...) overeenstemming (is) bereikt over het uitgangspunt dat elke bestuurslaag de verantwoordelijkheid moet dragen voor de eigen archiefbescheiden." Omdat deze mededeling niet verder wordt uitgewerkt, waardoor geen zicht bestaat op de werkelijke inhoud van die overeenstemming, zou de Raad graag, bij voorkeur aan de  hand van documenten, hierover nader worden geïnformeerd.
De Raad is trouwens van mening dat, gelet op de tamelijk complexe bestuurlijke structuur van het openbaar archiefwezen (zeker in de relatie rijk - provincie) en de inmiddels anderhalve eeuw oude verdeling van bestuurlijke verantwoordelijkheden [...] alle ins and outs goed tegen het licht moeten worden gehouden. Een dergelijke afweging mist hij in het voorliggende voorstel.
De Raad beseft op zich de politiek-bestuurlijke portee van de uitgangspunten in het Regeerakkoord, die aanleiding zijn voor het voorstel, maar dat laat naar zijn mening onverlet, dat aan realisering en wettelijke vertaling van die uitgangspunten een inhoudelijke reflectie niet mag ontbreken.
Kortom, als je de tekst 270 graden draait, is het een keurige, maar scherpe reactie van de Raad.

Gerelateerd
De archiefwet wordt gewijzigd

woensdag 30 juni 2010

De Raad voor Cultuur adviseert...

Een paar weken geleden verschenen allerlei rapporten en adviezen tegelijkertijd: de Raad voor Cultuur kwam met zijn Besteladvies Archieven, de NCDD presenteerde zijn Strategische Agenda, Erfgoed Nederland publiceerde Archieven in transitie, de ACDD ondertekende iets over gemeenschappelijke e-depotvoorzieningen en Virtueel Platform bracht een rapport over duurzame archivering van "digital-born cultural content." Lezen, laten bezinken en erover schrijven kost tijd, dus misschien dat ik hier de komende dagen nog over deze publicaties schrijf. (Over Archieven in transitie van Erfgoed Nederland schreef ik hier al, het boekje van Virtueel Platform is ironisch genoeg amper geschikt om van het beeldscherm te lezen...)
Toevoeging 1 juli: naar aanleiding van de laatste zin heeft Virtueel Platform een exemplaar van het rapport online gezet dat beter vanaf het beeldscherm te lezen is.

Vandaag het Besteladvies Archieven van de Raad voor Cultuur.
Laat ik om te beginnen toegeven dat ik het advies soms erg lastig te lezen vond. Neerlandici komen woorden als discours, emplooi, permeabel, identiteitsconstruerende en lacuneus ook niet iedere dag tegen en moeten zinnen als "Ook bestaat de publieke benutting uit andere grootheden dan fysieke bezoekers" (p.2) ook twee keer lezen. En wat hebben ze bij de Raad trouwens een slechte scanner zeg!

Wat me wel bevalt in het advies is de volgende passage:
De discussie betrof de vraag of archieven er allereerst zijn om informatie te behouden dan wel om een reservoir voor erfgoed te vormen. Die twee worden thans zo gezien dat ze elkaar in evenwicht moeten houden (...) In openbare archieven (...) wordt een selectie van procesgebonden informatie bewaard waarmee het bestuur zich kan of wil verantwoorden over zijn doen en laten en die recht- en bewijszoekenden ten dienste kan staan. Aan de informatie, of aan sommige van de informatiedragers zelf, kan op enige (sic) moment ook culturele waarde worden toegschreven: als historische bron dan wel als object van cultureel erfgoed. De selectie die de zorgdrager toepast op het beslismoment over bewaren of vernietigen is niet neutraal, maar stoelt op een mening over het belang van een verschijnsel, een archiefvormer, een instelling of een proces in een bredere maatschappelijke context. (p.4)
De raad geeft hier expliciet aan dat archieven meer zijn dan 'leuke, oude documenten', archieven kunnen iets bewijzen. En tegelijkertijd zegt ze dat (overheids)archieven niet 'neutraal' zijn, maar het gevolg zijn van eerst de beslissingen om iets wel of niet vast te leggen en daarna de keuze of de 'neerslag' bewaard moet blijven.

De Raad maakt zich vooral druk om het behoud van niet-overheidsarchieven. Dat is een terechte zorg, maar vanuit de archiefinspectie ben ik daar niet heel erg mee bezig. Overigens schrijft de Raad wel iets aparts over de verhouding tussen overheidsarchief en niet-overheidsarchief in de overheidsarchiefbewaarplaatsen:
"De archiefkoepel DIVA (...) constateerde in 2006 bij een niet-representatieve steekproef van twingtig overheidsarchiefinstellingen dat de verhouding binnen de collecties tussen materiaal van de overheid en de niet-overheid varieert van 80 - 20, zoals bij het Nationaal Archief, tot wel 55 - 45, zoals bij vele gemeentelijke en regionale archieven. Het NA schat in 2010 die verhouding zelf op 15/20 - 85/80. (Voetnoot 11, p. 6.)
Kan iemand mij uitleggen hoe in vier jaar tijd bij het Nationaal Archief de verhouding overheidsarchief - niet-overheidsarchief is omgedraaid? Is de definitie van "overheid" veranderd of wat is hier aan de hand?

Naast heel veel aandacht voor particuliere archieven zegt de Raad op pagina 14 ook nog wat over het archieftoezicht, maar ik heb sterk de indruk dat dit een achterhoede gevecht is. De Raad pleit ervoor om het interbestuurlijk toezicht te continueren, maar anders dan nu het geval is: de provinciale archiefinspectie zou "governance-bewuster moeten opereren" (wat dat dan ook mag zijn) en zou haar toezichtsopdracht moeten krijgen van Provinciale Staten. Laat dat laatste toch tot de dualisering van de provincies in 2005 het geval zijn geweest! Blijkbaar wil de Raad dit deel van de dualisering ongedaan maken.

En, dat verdient drie hoeraatjes, de Raad vindt het nodig om te "exploreren hoe nieuwe, informele media bijdragen aan het primaire proces van besluitvorming en ontwikkeling in de huidige samenleving" (p.15).

Tenslotte nog een pluim voor (tenminste een lid van) de Raad: Ton de Looijer is op BREED een discussie begonnen over dit advies en Bernard Mantel discussieert mee als lid van de Bijzondere Commissie Archieven van de Raad.