woensdag 30 juni 2010

De Raad voor Cultuur adviseert...

Een paar weken geleden verschenen allerlei rapporten en adviezen tegelijkertijd: de Raad voor Cultuur kwam met zijn Besteladvies Archieven, de NCDD presenteerde zijn Strategische Agenda, Erfgoed Nederland publiceerde Archieven in transitie, de ACDD ondertekende iets over gemeenschappelijke e-depotvoorzieningen en Virtueel Platform bracht een rapport over duurzame archivering van "digital-born cultural content." Lezen, laten bezinken en erover schrijven kost tijd, dus misschien dat ik hier de komende dagen nog over deze publicaties schrijf. (Over Archieven in transitie van Erfgoed Nederland schreef ik hier al, het boekje van Virtueel Platform is ironisch genoeg amper geschikt om van het beeldscherm te lezen...)
Toevoeging 1 juli: naar aanleiding van de laatste zin heeft Virtueel Platform een exemplaar van het rapport online gezet dat beter vanaf het beeldscherm te lezen is.

Vandaag het Besteladvies Archieven van de Raad voor Cultuur.
Laat ik om te beginnen toegeven dat ik het advies soms erg lastig te lezen vond. Neerlandici komen woorden als discours, emplooi, permeabel, identiteitsconstruerende en lacuneus ook niet iedere dag tegen en moeten zinnen als "Ook bestaat de publieke benutting uit andere grootheden dan fysieke bezoekers" (p.2) ook twee keer lezen. En wat hebben ze bij de Raad trouwens een slechte scanner zeg!

Wat me wel bevalt in het advies is de volgende passage:
De discussie betrof de vraag of archieven er allereerst zijn om informatie te behouden dan wel om een reservoir voor erfgoed te vormen. Die twee worden thans zo gezien dat ze elkaar in evenwicht moeten houden (...) In openbare archieven (...) wordt een selectie van procesgebonden informatie bewaard waarmee het bestuur zich kan of wil verantwoorden over zijn doen en laten en die recht- en bewijszoekenden ten dienste kan staan. Aan de informatie, of aan sommige van de informatiedragers zelf, kan op enige (sic) moment ook culturele waarde worden toegschreven: als historische bron dan wel als object van cultureel erfgoed. De selectie die de zorgdrager toepast op het beslismoment over bewaren of vernietigen is niet neutraal, maar stoelt op een mening over het belang van een verschijnsel, een archiefvormer, een instelling of een proces in een bredere maatschappelijke context. (p.4)
De raad geeft hier expliciet aan dat archieven meer zijn dan 'leuke, oude documenten', archieven kunnen iets bewijzen. En tegelijkertijd zegt ze dat (overheids)archieven niet 'neutraal' zijn, maar het gevolg zijn van eerst de beslissingen om iets wel of niet vast te leggen en daarna de keuze of de 'neerslag' bewaard moet blijven.

De Raad maakt zich vooral druk om het behoud van niet-overheidsarchieven. Dat is een terechte zorg, maar vanuit de archiefinspectie ben ik daar niet heel erg mee bezig. Overigens schrijft de Raad wel iets aparts over de verhouding tussen overheidsarchief en niet-overheidsarchief in de overheidsarchiefbewaarplaatsen:
"De archiefkoepel DIVA (...) constateerde in 2006 bij een niet-representatieve steekproef van twingtig overheidsarchiefinstellingen dat de verhouding binnen de collecties tussen materiaal van de overheid en de niet-overheid varieert van 80 - 20, zoals bij het Nationaal Archief, tot wel 55 - 45, zoals bij vele gemeentelijke en regionale archieven. Het NA schat in 2010 die verhouding zelf op 15/20 - 85/80. (Voetnoot 11, p. 6.)
Kan iemand mij uitleggen hoe in vier jaar tijd bij het Nationaal Archief de verhouding overheidsarchief - niet-overheidsarchief is omgedraaid? Is de definitie van "overheid" veranderd of wat is hier aan de hand?

Naast heel veel aandacht voor particuliere archieven zegt de Raad op pagina 14 ook nog wat over het archieftoezicht, maar ik heb sterk de indruk dat dit een achterhoede gevecht is. De Raad pleit ervoor om het interbestuurlijk toezicht te continueren, maar anders dan nu het geval is: de provinciale archiefinspectie zou "governance-bewuster moeten opereren" (wat dat dan ook mag zijn) en zou haar toezichtsopdracht moeten krijgen van Provinciale Staten. Laat dat laatste toch tot de dualisering van de provincies in 2005 het geval zijn geweest! Blijkbaar wil de Raad dit deel van de dualisering ongedaan maken.

En, dat verdient drie hoeraatjes, de Raad vindt het nodig om te "exploreren hoe nieuwe, informele media bijdragen aan het primaire proces van besluitvorming en ontwikkeling in de huidige samenleving" (p.15).

Tenslotte nog een pluim voor (tenminste een lid van) de Raad: Ton de Looijer is op BREED een discussie begonnen over dit advies en Bernard Mantel discussieert mee als lid van de Bijzondere Commissie Archieven van de Raad.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen