Dit is ook weer zo'n meesterwerk waar je geregeld over hoort of leest en waar je dan na lange tijd met ontzag in begint. En dat uiteindelijk toch tegen valt. Misschien komt dat doordat ik het niet allemaal gesnapt heb. Misschien komt het doordat het veertig jaar geleden 'nieuw' en 'controversieel' was, terwijl het dat nu niet of nauwelijks nog is. Nu ik erover nadenk, weet ik ook niet meer waar en wanneer ik over het boek gelezen heb. Ik weet alleen dat het geregeld genoemd heb zien worden als een knap, mooi, indrukwekkend boek, ja zelfs "een meesterwerk". De vraag die nu rijst is: "Wanneer heeft degene die dit zegt, het boek voor 't laatst gelezen. Was dat bij het verschijnen in 1970 of was dat recent nog?"
Het kan nog al verschil maken of je een boek leest als je begin twintig bent, of wanneer je eind veertig bent. Het kan ook nog al verschil maken of je persoonlijk betrokken bent bij wat er in de roman beschreven wordt of dat je het alleen van 'verhalen' (romans of historie) kent. Aangezien De Elzenkoning over de Tweede Wereldoorlog gaat en dan ook nog over een 'collaborerende' Fransman, kan ik me voorstellen dat het in 1970 insloeg als een bom. Zeker omdat de gruwelen van de oorlog eigenlijk pas in de laatste veertig pagina's aan de orde komen. Daarvoor rommelt de hoofdfiguur eigenlijk maar wat aan om zijn hoofd boven water te houden.
Uit luiheid citeer ik hier de samenvatting van Pieter Steinz uit zijn geweldige boek "Lezen etc"
Abel Tiffauges, de Franse automonteur die een hoofdrol speelt in 'De elzenkoning', is een van de eigenaardigste helden uit de Franse literatuur -- en ook een van de afstotendste. Monsterlijk groot, dol op kinderen, en geobsedeerd door tekens en symbolen, doet hij in een 'sinister dagboek' verslag van zijn verknipte jeugd op een jongenskostschool en van zijn haat tegen de hypocriete burgermaatschappij. Daarna volgen in de derde persoon enkelvoud zijn belevenissen in de Tweede Wereldoorlog: eerst als postduivenverzorger in het Franse leger, daarna als krijgsgevangene in Oost-Pruisen, waar hij promoveert van jachtopziener op het landgoed van Göring tot ronselaar van jongetjes voor een SS-opleidingsschool. Wanneer de Russen in 1945 oprukken en het Derde Rijk instort, verdrinkt de moderne Elzenkoning Tiffauges in een moeras met een joods kind op zijn rug, een symbolisch geladen einde waar zijn hele leven naar toe lijkt te hebben geleid.
Noodlotszwanger, dat is het beste woord om Le roi des aulnes te beschrijven; en als je alleen naar de stijl kijkt: bezwerend. Tourniers liefde voor de christelijke en heidense mythes van het oude Europa resulteerde in een roman die je op verschillende niveaus kunt lezen (van Wagneriaanse impressie van het nazisme tot Freudiaanse analyse van een bezetene) maar die boven alles meeslepend is. Wie eenmaal met Tournier is meegereisd naar de gotische kastelen en donkere oerbossen van Oost-Pruisen, ziet zelfs de aandoenlijke menselijkheid in zijn monsterachtige (maar in de grond niet kwade) hoofdpersoon.
Ergens anders las ik de volgende typering: "Het klinkt behoorlijk ingewikkeld en dat is het ook, want Tournier is niet vies van een portie cerebraal knutselwerk."
Misschien is het dat wel, dat me niet zo aanstaat in het boek als geheel: te cerebraal, te veel 'tekens', te veel 'inversie'.
Wat ik dan wel weer spannend vind, is dat Tournier ook een variatie op Robinson Crusoe geschreven heeft. Toch eens uitzoeken of die ook in het Nederlands vertaald is.

Archief 2.0


