Posts tonen met het label Rudy Kousbroek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rudy Kousbroek. Alle posts tonen

vrijdag 14 mei 2010

Gelezen: Rudy Kousbroek, Het gemaskerde woord

Vorige maand stierf Rudy Kousbroek en terwijl het Journaal hier maar heel kort aandacht aan besteedde, heb ik zijn werk afgelopen maand weer eens herlezen.
Het gemaskerde woord is, zoals uit de ondertitel blijkt een bundeling van de eerste drie bundels Anathema's, die dateren uit 1969, 1970 en 1971. Hoewel de essays dus allemaal minstens veertig jaar oud zijn, zijn de meeste amper gedateerd. (Misschien met uitzondering van de stukjes over oude en moderne auto's. Zelfs de moderne auto's zijn ondertussen zo ouderwets dat ik geen idee heb waar het over gaat.)
Kousbroek is heel vaak ontzettend humoristisch, meestal heerlijk nuchter, soms gemeen ironisch en soms heel scherp. Dat laatste komt het duidelijkst naar voren in zijn stukjes over zijn 'strijd' tegen de mythologisering van de Indische interneringskampen.
Het is heel verleidelijk om in dit stukje allerlei essays te parafraseren (bijvoorbeeld over sport: Sport is voor imbecielen of zijn stukje over het saboteren van enquetes), maar ik citeer nu alleen maar de eerste pagina uit zijn verslag over een bezoek aan "de eerste sex-beurs ter wereld, gehouden in Kopenhagen van 21 tot 26 oktober [1969]" waar ik hartelijk om heb gelachen (p.269).
De lezer wordt hierbij uitgenodigd om zich voor te stellen dat hij of zij een grote tentoonstelling of jaarbeurs bezoekt die aan de elektriciteit gewijd is. Die jaarbeurs is ingericht net als alle andere jaarbeurzen, dat wil zeggen in de vorm van een grote tentoonstellingshal die volgebouwd is met stands, toebehorend aan verschillende firma's. En in elke stand liggen foto's, tijdschriften, boeken, kleurendia's, maquettes, modellen, souvenirs voor de sleutelring, publicitaire kalenders voor het volgende jaar etc. etc. Maar in plaats van over elektriciteit gaan al die dingen alleen maar over stekkers en stopcontacten. Op al die foto's, maquetes, kalenders is niets te vinden wat enig idee geeft waar de elektriciteit vandaan komt, waar hij voor nodig is, waar hij voor gebruikt wordt. In al die technische literatuur vindt men geen woord over verlichting, dynamo's, zekeringen, transformatoren, of schakelschema's. Alleen maar stekkers en stopcontacten. Wie dit bevreemdend zou vinden kan misschien begrijpen wat een van de voornaamste gewaarwordingen is op Verdens første sexmesse de eerste sex-beurs ter wereld, gehouden in Kopenhagen van 21 tot 26 oktober.
Stekkers in alle standen en formaten. Nooit geweten dat er zoveel verschillende modellen bestonden, grote en kleine, rechte en kromme, dikke en dunne, gladde en rimpelige. Close-ups van een stekker met stopcontact. Van twee stekkers met één stopcontact. Van drie met één stopcontact. Of met twee stopcontacten. Of drie stopcontacten en één stekker. Of alleen maar stopcontacten onder elkaar. Kleine stopcontactjes, brede, ronde, langwerpige; dikke en magere; lichte en donkere. Of alleen stekkers onder elkaar, verdeelstekkers en dubbelstekkers, sommige voor wisselstroom, sommige voor gelijkstroom, en sommige AC-DC.

maandag 5 april 2010

P.C. Hooftprijs is voor oude mannen

Gisteren stierf Rudy Kousbroek en in de krappe minuut die het NOS Journaal hieraan wijdde, werd in ieder geval verteld dat hij in 1975 de P.C. Hooft-prijs voor zijn essays kreeg. Ik heb vandaag eens uitgezocht wat ik al langer vermoedde: De P.C. Hooft-prijs is voor oude mannen. Kousbroek was 46 toen hij de prijs kreeg en daarmee is hij de op twee na jongste laureaat, na Lucebert en Gerard Reve.
Even een paar feitjes op een rijtje. De prijs bestaat sinds 1947 en werd de eerste paar jaar toegekend aan speciefieke werken. Vanaf 1956 is het een oeuvreprijs die afwisselend wordt toegekend voor proza, essayistiek en poëzie. Tussen 1956 en 2010 is de prijs 49 keer uitgereikt (om wat voor reden dan ook, is hij zes keer niet uigereikt). Ik beperk me nu even tot die 49 uitreikingen.
Dus: 49 keer uitgereikt en maar acht keer aan een vrouw. (Toevallig de eerste en de laatste keer trouwens.)
Eerlijk gezegd helaas niet verbazingwekkend natuurlijk ...

Maar dan dit: Wanneer zijn de laureaten (omdat de prijs wordt 'toegekend' wil ik niet 'winnaars' schrijven) geboren?
Van de 49 "prijsontvangers" zijn er maar vier na 1940 geboren en maar één na 1945.

En nog eentje dan:
Hoe oud waren de laureaten toen ze de prijs ontvingen? De jongste was 43, de oudste 100 en de gemiddelde leeftijd was 63 jaar en bijna 10 maanden. Hier een volledig overzicht, van jong naar oud. (Ik had deze tabel willen embedden, maar dat lukt niet. En ik wil NU naar bed...)

Met andere woorden, de gemiddelde laureaat van de P.C. Hooft-prijs is een man van bijna 64 jaar.
Wie is er volgend jaar aan beurt?