Posts tonen met het label België. Alle posts tonen
Posts tonen met het label België. Alle posts tonen

dinsdag 18 oktober 2016

Het recht op vergetelheid

Ik had het gemist, maar het Belgische Hof van Cassatie heeft eind april geoordeeld dat het recht op vergetelheid ook kan gelden voor krantenarchieven die online geplaatst worden. Hier vind je het hele arrest in het Frans (PDF). De samenvatting hieronder is gebaseerd op een analyse van Joris Deene in META 2016/7.

In deze zaak ging het om iemand die vroeger veroordeeld was voor een verkeersongeluk, waar in Le Soir een artikel aan gewijd was. Hierin werd hij met naam en toenaam genoemd. Recentelijk plaatste de uitgever het hele krantenarchief online en ik neem aan dat het toen ook op woord doorzoekbaar werd.
Degene die dat ongeluk veroorzaakte vond dat zijn recht op privacy geschonden werd en verzocht de krant om zijn naam te vervangen door X. De uitgever weigerde dit en die persoon stapte naar de rechter. Daar kreeg hij in eerste en tweede aanleg gelijk, waarna de uitgever in cassatie ging.
En bij het Hof van Cassatie ving de uitgever opnieuw bot.
Het Hof stelt dat er in het Belgische recht een recht op (digitale) vergetelheid is, als onderdeel van het recht op de eerbiediging van het privéleven. En dit recht kan in sommige gevallen een beperking van vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid inhouden. Ik citeer verder Deene even:
Zo kan volgens het Hof van Cassatie een persoon die veroordeeld werd voor een misdrijf zich in bepaalde omstandigheden verzetten tegen het feit dat zijn juridisch verleden opnieuw onder de publieke aandacht wordt gebracht ter gelegenheid van een nieuwe openbaarmaking van de feiten. Het aanbieden van een online archief is volgens het Hof een nieuwe openbaarmaking van het juridisch verlegen van de persoon en is een inbreuk op zijn recht op vergetelheid. Na een balans te hebben gemaakt tussen het recht op vergetelheid van de persoon en het recht van de uitgever om archieven samen te stellen in overeenstemming met de historische werkelijkheid en het recht van het publiek om deze te consulteren, oordeelde het Hof dat het online houden van het niet geanonimiseerd artikel, zeer veel jaren na de feiten, schade toebrengt aan die persoon, die niet in verhouding staat met de vrijheid van meningsuiting van de uitgever.
De uitgever moet in het artikel op haar website (en in eventuele andere databanken) de naam van de persoon vervangen door X en hem een morele schadevergoeding van €1,- betalen.

Deze uitspraak wijkt op één cruciaal punt af van de eerdere Google-uitspraak: daarbij ging het om het verwijderen van persoonsgegevens uit de zoekindex van Google. Het ging daarbij niet om het aanpassen van het artikel waar Google naar verwijst.
In dit geval gaat het dus nadrukkelijk wel om het aanpassen van de digitale reproductie die online staat. Interessant is ook dat het Hof dus de eerste journalistieke openbaarmaking van de persoonsgegevens geen inbreuk acht op de persoonlijke levenssfeer. In het papieren artikel hoeft niets gewijzigd te worden, dus als je die naam per sé wil weten, dan kun je er vast nog wel achter komen.

Wat betekent dit nou voor gedigitaliseerde archieven?
Misschien wel dat je heel goed moet afwegen of het recht op openbaarheid en eenvoudige toegang opweegt tegen het privacyrecht van iedereen die je in je archieven noemt. Maar dat is bijna onmogelijk...

Gerelateerd
Google moet soms mensen vergeten
Recht om te worden vergeten

Plaatje: Press room of the Planet newspaper, Richmond, Virginia 

zondag 19 januari 2014

Schaduwarchieven: kopieën van het archief-bevolkingsregister

In mijn eerste blog over de Nederlandse schaduwarchieven, schreef ik over terugkeer van de dubbelen van de akten van de Burgerlijke Stand. Vorige week vertelde ik dat er ook kopieën van het archiefregister van het bevolkingsregister naar Curaçao gestuurd werden. Over de manier waarop in 1952 dat besluit tot stand is gekomen, zal ik later nog schrijven*. Nu wil ik het vooral hebben over de commotie die dat besluit onder Nederlandse gemeenteambtenaren en zelfs in de pers veroorzaakte.
Maar nog voor ik dat doe, moet ik denk ik wat achtergrondinformatie geven over wat het bevolkingsregister is, of eigenlijk was. Want het analoge bevolkingsregister is in 1994 "afgesloten" met de invoering van de geautomatiseerde Gemeentelijke BasisAdminstratie (GBA). De (archivistische) problemen die met die overgang samenhangen, verdienen eigenlijk ook wel wat aandacht.
Maar niet nu. Nu gaan we via de volkstelling van 1849 en de Tweede Wereldoorlog naar 1952...

Bevolkingsadministratie
Het gemeentelijk bevolkingsregister is een bevolkingsadministratie die in Nederland in 1850 in het leven is geroepen om de volkstelling van 1849 te faciliteren. In het register werd van alle inwoners van Nederland geregistreerd waar ze woonden. Tot 1920 waren dit vastbladige registers die niet alfabetisch maar per buurt, straat en huisnummer toegankelijk waren. Als iemand verhuisde of stierf, dan werden de gegevens op de kaart zo doorgestreept, dat ze wel nog leesbaar waren. De gegevens over iemand die verhuisde werden dan op de kaart van het nieuwe adres toegevoegd.
In 1920 werd besloten het bevolkingsregister op losse kaarten bij te houden, waarbij ieder huishouden een eigen kaart kreeg. Op deze kaarten, die wel alfabetisch op naam geordend waren, werden alle mutaties binnen een gezin bijgehouden. Maar, omdat de gemeenten toch wilden weten wie op welk adres woonde, werden er naast de gezinskaarten ook woningregisters bijgehouden.
Krap twintig jaar later, op 1 januari 1940 werd de administratie weer omgegooid. Van iedereen die in Nederland woonde moest een persoonskaart in het gemeentelijk register aanwezig zijn. Doorhalen en overschrijven op een nieuwe kaart waren op deze kaarten niet meer noodzakelijk: als iemand verhuisde, verhuisde de kaart met hem mee en werd het nieuwe adres er gewoon aan toegevoegd. Dit betekende overigens wel dat er ook nog altijd woningregisters noodzakelijk waren.
Wanneer iemand stierf, dan werd de kaart opgestuurd naar het CBS, dat de gegevens in zijn statistieken verwerkte. Daarna werd de kaart dan doorgestuurd naar het Centraal Bureau voor Genealogie. Omdat gemeenten toch een compleet overzicht wilden houden van het bevolkingsbestand, werden de kaarten van overledenen en verhuizers gekopieerd voordat ze werden doorgestuurd. Deze archiefkaarten werden het "archiefregister van het bevolkingsregister" genoemd. De afbeelding hierboven is een voorbeeld van een archiefkaart uit Amsterdam. En over dit soort kaarten gaat het hier.

Het gevaar van een bevolkingsadministratie
In de Tweede Wereldoorlog bleek hoe gevaarlijk - of nuttig, dat is een kwestie van perspectief - een sluitende bevolkingsadministratie is. Gijs Boon schrijft in zijn doctoraalscriptie dat de Duitse bezetter het bevolkingsregister goed van pas kwam:
  • In 1941 vroegen de Duitse autoriteiten de gemeente Amsterdam om een kaart met daarop vermeld de joodse inwoners, huizen en bedrijven. Twintig ambtenaren klaarden de klus in zeven dagen met behulp van gegevens uit de volkstelling, het handelsregister en het bevolkingsregister. De stad was verdeeld in joodse en niet-joodse delen en straten. Meer gegevens werden gevraagd en geleverd, kort daarna begonnen de eerste razzia’s; 
  • Ten behoeve van de metaalinzameling die Seyss-Inquart in 1941 gelastte. De oproepen werden verstuurd aan de hand van de aanwezige adressen in de registers;
  • De opsporing van  mannen, geboren tussen 1919 en 1920, voor de Arbeitseinsatz vanaf 1943;
  • De vervaardiging van het persoonsbewijs; 
  • De samenstelling van arrestatie- en deportatielijsten; 
  • De samenstelling van een lijst met joodse achternamen.
Gaandeweg de oorlog begonnen groepen binnen het verzet het gevaar van de bevolkingsadministratie in te zien. De enige oplossing die zij op dat moment zagen, was een radicale: vernietiging van de registers door middel van aanslagen op gemeentekantoren. De bekendste aanslag is natuurlijk die van de groep rond Willem Arondeus en Gerrit van der Veen op het Amsterdamse bevolkingsregister.

Een schaduwarchief van een archief
Een van de gevolgen van die sabotage-acties was dat de registers na de Tweede Wereldoorlog gereconstrueerd moesten worden. In veel gevallen was het terugvinden van de benodigde informatie een heidens karwei. Desondanks was men er vlak na de oorlog wel nog altijd van overtuigd dat het in geval van een nieuwe bezetting een verstandige zet was om de registers te (laten) vernietigen. Om te voorkomen dat het daarna weer zo lastig zou zijn om de registers te reconstrueren, moest er dan wel een schaduwbestand op een veilige plaats aangelegd worden.
Op 27 maart 1952 schrijft de Secretaris-Generaal van Binnenlandse Zaken, namens de ministers aan alle burgemeesters:
Het ligt dan ook voor de hand dat de Regering zich heeft beraden omtrent de wenselijkheid maatregelen te treffen, welke, zo opnieuw de ramp van een oorlog ons land zou treffen, de gemeentebesturen in staat zullen stellen na het beëindigen van de strijd, de vernietigde bevolkingsregisters en registers van de burgerlijke stand, op een betrouwbare wijze te reconstrueren. De Regering heeft na ernstige overweging besloten al datgene te doen verrichten, wat kan bijdragen tot de verwezenlijking van de bedoelde reconstructie. Zij diende echter bij het vaststellen van de omvang der te nemen maatregelen rekening te houden met de zorgwekkende toestand, waarin de overheidsfinanciën verkeren, zodat het niet mogelijk is geweest een in alle opzichten bevredigende oplossing te creëren. Met name ten aanzien van de bevolkingsregisters zijn bepaalde wensen onvervulbaar, hetgeen U zal blijken bij kennisneming van het onderstaande.
Om na een eventuele oorlog over een zo groot mogelijk aantal betrouwbare gegevens te beschikken, zal bevorderd worden, dat binnenkort op een plaats in het buitenland, waar de kans op vernietiging gering is, een centraal register zal worden ingericht en bijgehouden. Bedoeld register zal een duplicaat van elk archiefblad, dat in ons land deel uitmaakt en deel zal uitmaken van een archiefregister, moeten bevatten.
In de brief benadrukt Binnenlandse Zaken dat de medewerking van de gemeenten cruciaal is en dat "de medewerking van de Staten-Generaal zal worden gevraagd, om de kosten van de model-duplicaat-archiefbladen, welke voor het copiëren van het bestaande archiefregister worden gebezigd, ten laste van het Rijk te brengen."
En, als de gemeenten ervoor kiezen om werklozen in te zetten voor het maken van de kopieën, dan zullen de lonen van deze hoofdarbeiders volledig door het Rijk uitbetaald worden.
Op 1 april (let op die datum!) stelt de hoofdinspecteur van de Bevolkingsregisters een circulaire op met de richtlijnen die gemeenten bij het kopiëren van de archiefregisters moeten volgen. Hierin staat onder andere dat de kopieën bij voorkeur met de schrijfmachine moeten worden gemaakt, maar als dit niet praktisch is, mogen ze ook overgeschreven worden. Uiteraard "dient de te bezigen inkt van duurzame kwaliteit te zijn" en moeten de kopieën worden gecollationeerd.
De bladen die de gemeenten moeten gebruiken voor het duplicaat-archiefregister kunnen enkel besteld worden bij het Rijksinkoopbureau. Er zijn aparte bladen voor mannen, vrouwen en verwijzingsbladen en de gemeenten moeten binnen een dag of drie doorgeven hoeveel ze van ieder nodig hebben. De aanschafkosten zullen, als de Staten-Generaal dat goedkeuren, aan de gemeenten worden terugbetaald, waarbij ook de prijs van "verschreven archiefbladen" tot maximaal 2% van het totale te restitueren bedrag, zal worden vergoed.
Daarnaast schreef de inspecteur een strak schema voor waarbinnen alle duplicaten bij hem binnen moesten zijn. Op 27 februari 1953 (dus krap elf maanden nadat de circulaire verzonden is) moest de Z binnen zijn.
Tenslotte krijgen gemeenten de opdracht om iedere maand de nieuw te maken duplicaten samen met de persoonskaarten van de overledenen naar het CBS te sturen. Daar zullen ze worden verzameld en doorgestuurd naar de veilige bergplaats.

En dan gebeurt er van alles tegelijkertijd
Allereerst stelt het Tweede Kamerlid Van der Weijden op 23 april de minister van Binnenlandse Zaken enkele schriftelijke vragen over het plan:
I. Is het de Minister bekend, dat bij een groot aantal gemeente­besturen ernstige twijfel bestaat of de inrichting van een z.g. schaduwregister van de archieven der bevolkingsregisters de hieraan verbonden kosten rechtvaardigt?
II. Is de Minister van oordeel, dat men zich bij het opstellen van deze regeling wel voldoende gerealiseerd heeft, dat het hier gaat om personen, die niet meer tot de bevolking van de betrokken gemeente behoren, en dat dus uit die gegevens niet een bevolkingsregister kan worden gereconstrueerd?
III. Is de Minister niet van oordeel, dat het doen vervaardigen van afschriften van archiefbladen van overleden en vertrokken personen (naar schatting 7 a 8 miljoen) en het bewaren, beveiligen en bijhouden hiervan in een buitenlandse bergplaats grote bedragen zullen vergen en niet veel effect zullen hebben, omdat te verwachten is, dat in de centrale verzameling een onnoemelijk aantal gelijkluidende afschriften zullen worden verzameld, omdat vele personen in een klein aantal jaren vele malen verhuizen en dus van elke verhuizing een afschrift van de betrokken persoonskaart in de centrale bewaarplaats zal terechtkomen?
IV. Indien de Minister deze bezwaren onderschrijft, is de Minister dan bereid de uitvoering van deze maatregel voorlopig op te schorten om nader te doen onderzoeken of een meer doeltreffende regeling gevonden kan worden door b.v. bij dreigend oorlogsgevaar de archiefregisters, welke weinig worden geraadpleegd, te doen overbrengen naar een centrale archiefbewaarplaats en door van de huidige persoonskaartenregisters een duplicaat te doen vervaardigen, welke duplicaten centraal worden bewaard en maandelijks bijgewerkt met van de gemeenten ontvangen mutaties, waardoor dan wel een reconstructie zou kunnen plaats hebben?
En twee dagen later stuur de "Vereniging voor Bevolkingsboekhouding" een brief met een vergelijkbare strekking naar de minister. De drie belangrijkste kritiekpunten van de vereniging zijn allereerst dat in het archiefregister maar een klein deel van de levende bevolking is opgenomen, want "blijkens de uitkomsten van de volkstelling 1947 woonden 6730347 van de 9625499 in de telling begrepen personen op 31 mei 1947 in dezelfde gemeente als waar zijn in augustus 1939 woonachtig waren."
Ten tweede hebben heel veel kaarten betrekking op overledenen en ten derde moet er van uit gegaan worden dat de schaduwadministratie tijdens de bezetting niet bijgehouden kan worden. En uiteraard is de vereniging ook van mening dat de inzet van "niet-deskundige werkloze hoofdarbeiders" tot onbetrouwbare resultaten zal leiden.
En op 6 mei 1952 schrijft het Parool dat het voornemen van de minister om het bevolkingsarchief te dupliceren veel verbazing wekt bij ambtenaren.
Allerwege wordt deze maatregel zo volkomen zinloos geacht, dat een rondschrijven, gedateerd 1 April ter uitvoering van deze maatregel, afkomstig van het Hoofd der Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters, door menigeen, die van het ministerieel schrijven nog geen kennis had genoemen [sic] als een Aprilgrap werd beschouwd.
De verbazing geldt niet alleen de maatregel zelf, maar tevens het feit, dat het schrijven van de minister, hetwelk door verscheidene ambtelijke instanties als vertrouwelijk werd beschouwd, in vrijwel alle bladen is gepubliceerd, terwijl anderzijds de eigenlijke bedoeling van de aangekondigde maatregelen en de uitvoering daarvan door een sluier van geheimzinnigheid wordt omgeven.
Als de Vereniging van Nederlandse Gemeenten dan ook nog eens in het geweer komt, ziet de minister maar één, heel Nederlandse, oplossing: op 30 mei 1952 stelt hij een "commissie van advies inzake copiëren bevolkingsregisters" in. De commissie brengt ruim een maand later al verslag uit aan de minister.
De conclusie was kortweg: dit is geen ideale oplossing, het ware beter als alle persoonskaarten gekopieerd werden. Op 25 augustus 1952 beslist de ministerraad echter dat eerst het kopiëren van de archiefregisters zal worden afgerond en dat het kopiëren van de persoonskaarten wordt uitgesteld. En van uitstel kwam afstel.

Ondertussen wacht het kamerlid Van der Weijden nog op antwoord
Hij krijgt de antwoorden uiteindelijk op 5 juni 1952. De totstandkoming daarvan heeft wat voeten in de aarde gehad, want in het dossier zitten minstens twee concept-antwoorden. De minister heeft ook duidelijk gewacht met antwoorden tot het moment dat hij kon zeggen dat hij een commissie benoemd had.
Het antwoord is op zich wel interessant, omdat de minister hierin aangeeft dat het doel van de gekopieerde archiefregisters niet is om het persoonsregister te kunnen herstellen:
Nimmer heeft de Regering zich voorgesteld, dat de reconstructie van het persoonsregister ten name van hen, die na de bevrijding, volgende op een eventuele bezetting, tot de bevolking van Nederland behoren, mogelijk zou zijn door gebruik te maken van schaduw-archiefregisters; de leidende gedachte bij het nemen van conservatoire maatregelen ten opzichte van de archiefregisters is geweest, dat laatstbedoelde registers onmisbaar zijn om met succes al die nasporingen te doen, welke, naar de ervaring heeft geleerd, in het bijzonder na een oorlog moeten worden verricht. Dat de schaduw-archiefregisters daarnaast nog een bijdrage kunnen leveren bij het verifiëren en completeren der persoonsregisters, is een bijkomstig, zij het niet te verwaarlozen belang.
Maar mij is eerlijk gezegd niet helder wat voor nasporingen hij hier bedoelt.

En ondertussen beginnen allerlei gemeenten al te kopiëren
In het Gelders Archief kwam ik het Arnhemse dossier over het kopiëren van de archiefregisters tegen (en I. was zo lief het voor me te scannen). De gemeente Arnhem ging voortvarend aan de slag.
Op 8 april stuurt de minister van Sociale Zaken een circulaire naar alle gemeenten met de voorwaarden voor de bekostiging van de inzet van werklozen. Op 10 april laat de directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau al weten dat hij mensen kan leveren. Op 16 april rekent de chef van de afdeling "Bevolking enz". uit dat er ongeveer 90 archiefbladen per dag moeten worden overgetypt en gecollationeerd en dat hij hier ongeveer 5 man voor nodig heeft. Uit een aantekening op die nota blijkt dat op 6 mei 1952 5 typisten zijn begonnen. Toen moest alle ophef door de VNG en de Vereniging voor Bevolkingsboekhouding nog losbarsten.
Op 30 september 1952 stuurde de gemeente zijn eerste declaratie naar de Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters:
drie honderd dertien gulden en zevendertig cent, (f 313,37), wegens in het tijdvak van 23 mei 1952 t/m 30 september 1952 naar U verzonden 28.613 archiefbladen en 2.867 verwijzingsbladen.
In totaal declareerde de gemeente Arnhem Fl. 706,91 voor rechtstreeks verzonden archiefkaarten (64.742) en verwijzingskaarten (6.262), Fl. 4,48 voor verschreven kaarten (433 archiefbladen en 16 verwijzingsbladen) en Fl. 55,92 voor kaarten (5.074 archiefbladen en 545 verwijzingsbladen) die via het CBS waren verstuurd.
De staat was niet heel snel met betalen, want op 9 februari 1955 stuurde de gemeente een herinnering naar de rijksinspectie met het verzoek toch zo snel mogelijk nog Fl. 124,89 over te maken.

"Beel neemt nazi-maatregel over"
Maar niet overal ging het zo voorspoedig. Er waren allerlei weigerachtige gemeenten en in Amsterdam sprak men van racisme! Zie bijvoorbeeld het artikel uit De Waarheid van 16 mei 1952 naar aanleiding van de start van het kopiëren van de archiefkaarten in Amsterdam.
In Amsterdam zijn Woensdag ruim 60 werkloze kantoorbedienden te werk gesteld voor het aanleggen van een tweede Burgerlijke Stand. Van de kantoorbedienden wordt verlangd dat zij op de personenregisters geplaatste discriminerende aantekeningen tegen Joodse landgenoten, die in de oorlogsjaren op bevel van de fascisten aangebracht, eveneens overschrijven. De Amerikanen en hun helpers wensen dit. Zoals bekend, heeft minister Beel enige weken geleden de gemeentebesturen voorgeschreven een duplicaat-bevolkingsregister aan te leggen en die „in het buitenland", lees Amerika, veilig te stellen. Deze maatregel van de Rommeaanse en rechtse PvdA-leiders past in het kader van de oorlogsvoorbereiding en heeft ten doel de kiezers angst aan te jagen. In de oorlog gaven de Duitse bezetters opdracht om op de personenkaarten van Joodse landgenoten bepaalde kentekenen aan te brengen. Bovendien werd achter de voornamen van personen van Joodse afkomst, die andere namen droegen dan de namen, aan het Oude Testament ontleend, een naam toegevoegd. Voor de vrouwen was dat: „Sara" en voor de mannen: „Israël". „Sara" en „Israël" moeten worden overgeschreven! De Amerikanen wensen dezelfde gegevens als de Duitse fascisten! Naar men ons meedeelt, heeft deze maatregel grote ontstemming bij de kantoorbedienden en ambtenaren veroorzaakt en is men niet van plan zich hierbij neer te leggen.
Waar De Waarheid zich logischerwijs tegen de gevestigde orde keert, kiest het Parool in een reactie op het bovenstaande artikel expliciet de kant van de overheid:
Noch op de persoonskaart, noch op de archiefbladen, noch op de persoonsbewijzen van Joodse Nederlanders is ooit de voornaam Sara of Israel toegevoegd, al of niet op last van welke Nederlanders of Duitse autoriteit ook. Na de bevrijding is aan Joodse ingezetenen van oorspronklijk Duitse nationaliteit de gelegenheid gegeven, doorhaling te verzoeken van dit discriminerende toevoegsel. De bevolkingsregisters zijn bij kennisgeving van de Rijksinspectie Bevolkingsregisters van 18 juni 1946 tot deze doorhaling gemachtigd. Men bepaalde zich in die gevallen niet tot het doorhalen van de toevoeging, maar schreef de persoonskaart van de betrokkene over, zodat er in de bevolkingsadministratie van de Duitse poging tot discriminatie niets achter bleef.
[...] Wat er van de insinuaties van het communistische dagblad overblijft is dit: Er komen in de bevolkingsregisters, uiteraard voornamelijk van Amsterdam, archiefbladen voor van statenloze Joden van Duitse oorsprong, die inmiddels zijn overleden, met de toevoeging "Sara" of "Israel." Voor zover van deze personen bij vaststelling van het overlijden bekend is geworden dat zij de dood vonden in een concentratie- of vernietigingskamp, wordt de naam beschouwd als op last der Duitsers toegevoegd en... doorgehaald. Tot dusverre is die doorhaling overgenomen op de copie, tengevolge van het feit dat men te doen had met in dit werk ongeschoolde hoofdarbeiders.
De Waarheid heeft nog wel enige artikelen hier aan gewijd in een poging wat meer onrust te stoken, maar dat was uiteindelijk zonder veel resultaat.

Belgische schaduwarchieven?
Tenslotte nog een internationale component. Op 11 december 1952 laat de Belgische ambassadeur weten dat zijn regering graag uitgebreid geïnformeerd zou willen worden over het Nederlandse initiatief om afschriften van bevolkingsregisters in veiligheid te brengen. De Secretaris-Generaal van Binnenlandse Zaken reageert uitgebreid op 24 december.
Zou de Belgische regering ook schaduwarchieven hebben aangelegd, bijvoorbeeld in Congo?

Hoe het ook zij, de Nederlandse archiefregisters werden gekopieerd en naar Curaçao gestuurd. Al heb ik nog niet ontdekt hoe en wanneer precies. Dat komt hopelijk nog.

* Deze blogserie groeit organisch. Dat wil zeggen dat ik stukjes schrijf op basis van de dossiers die ik op dat moment ingezien heb. Het kan dus zijn dat ik later in een ander dossier iets lees dat een eerder artikel in deze serie nuanceert, corrigeert, aanvult of er chronologisch gezien aan voorafgaat.

Bronnen
30238: Archief van het Bevolkingsregister Amsterdam: archiefkaarten
Handleiding Archiefkaarten
RIO 138: Burgers te boek
NL-HaNA, BiZa Binnenlands Bestuur en Kabinet, 2.04.87, inv.nr. 6417
NL-AhGldA, 2198 Secretarie Gemeente Arnhem, 1950-1959, inv.nr.40
Gijsbert C. Boon, Macht en toezicht. Bevolkingsadministratie en reisdocumenten instrumenten tot beheersing?

Gerelateerd
Schaduwarchieven: de dubbelen keren terug in Nederland
Schaduwarchieven: "Uitsluitend bestemd voor gebruik in geval van oorlog"

woensdag 11 december 2013

Vrijspraak omdat het geboortetijdstip ontbreekt op de akte

Paris Tuileries Garden Facepalm statue

Wonderlijk...
De rechtbank in Brussel heeft een verdachte vrij gesproken omdat het onduidelijk is op welk tijdstip hij geboren is.
In het huis waar werd ingebroken, is de afdruk van een handpalm van de dief gevonden. Aan de hand daarvan kon de vermoedelijke dader geïdentificeerd worden: een jongen van 18, geboren in Chili. De onderzoekers vroegen aan de Chileense ambassade om een geboortecertificaat van de jongen. Daarop staat zijn geboortedatum, maar niet het exacte tijdstip van de geboorte.
De vermoedelijke inbreker zou de inbraak gepleegd hebben op de dag van zijn 18e verjaardag. Maar de rechter in Brussel wist dus niet met zekerheid of de tiener op het tijdstip van de inbraak minder- of meerderjarig was omdat hij geen exact geboorte-uur kent. De rechter verklaarde zich daarom onbevoegd en de vermoedelijke inbreker komt dus ongestraft weg.
Gerelateerd
Het geboortebewijs van Obama is vals, zegt sherrif Arpaio

Plaatje:  foto van Alex E. Proimos via Wikimedia Commons

woensdag 13 februari 2013

Informatiebeveiliging: Een dossier op je bureau is niet slim

In België is al een tijdje commotie over de berichten dat de Staatsveiligheid individuele politici in de gaten houdt. Eerst ging het "alleen" over het volgen van politici die contacten met Scientology onderhouden. Ondertussen is ook duidelijk dat de dienst een "mol" binnen het Vlaams Belang had. Bart Debie gaf jarenlang informatie door over niemand minder dan Filip Dewinter. Allemaal heel spannend, maar dat is niet waarom ik erover schrijf. De directe aanleiding daarvoor is het dossier op het plaatje hierboven. 
Want, wat bleek? 
Toen de Waalse televisiezender RTBF bij Alain Winants, de topman van Staatsveiligheid, langs ging, om te vragen hoe dit zat, ontkende hij "met klem en zei dat het Vlaams Belang-kopstuk niet geschaduwd of gescreend wordt." 
Volgens hem is er ook geen sprake van actief onderzoek naar parlementsleden. Hij gaf wel toe dat de Staatsveiligheid extremistische organisaties in het oog houdt. Maar terwijl hij dit zei, filmde de cameraman een map met daarop de naam van Filip Dewinter. De map van een viertal centimeter dik lag gewoon op het bureau van de topman van de Staatsveiligheid.
Ja maar jongens, dat geloof je toch niet?
Dat journalisten bij het hoofd van de Staatsveiligheid langsgaan - op afspraak neem ik aan - en dat er dan gewoon stapels dossiers op zijn bureau liggen. En dan ook nog eens een dossier dat het tegenovergestelde lijkt aan te tonen van wat de meneer vertelt.
Later verklaarde de Staatsveiligheid dat het om een "oud dossier" ging dat er lag omdat Dewinter inzage gevraagd had in zijn dossier.
De Staatsveiligheid merkt op dat het al jaren niet meer met papieren dossiers werkt.
Tja... Die Amerikaanse generaals waren niet handig, maar ik snap wel waarom er nu gepleit wordt voor de opheffing van Staatsveiligheid.

Gerelateerd
Informatiebeveiliging door bewustwording? Ja natuurlijk!
Het toekomstig toezicht van de Erfgoedinspectie
E-mail en de Amerikaanse generaals

woensdag 25 april 2012

Een SMS kan je je huis kosten

Afgelopen weekend werd in België het volgende bekend:
Ook een sms kan dienen als rechtsgeldig bewijs bij een verkoop. Dat ondervonden de verkopers van een woonhuis in Oost-Vlaanderen. Nadat ze kandidaat-kopers eerst via sms hadden laten weten dat ze akkoord gingen met hun bod, verkochten ze de woning later toch aan mensen die meer hadden geboden. Maar daar stak de rechtbank uiteindelijk een stokje voor. Dat schrijft een krant van De Persgroep.
De verkopers van de woning stuurden naar de kandidaat-kopers een tekstbericht om te melden dat ze ingingen op hun bod van 550.000 euro. Maar toen de kopers wat later terugbelden, kregen ze te horen dat iemand anders inmiddels een verkoopsovereenkomst had ondertekend.
De eerste kandidaat-kopers lieten het daar niet bij en stapten naar de rechtbank in Gent. Die oordeelde uiteindelijk dat de sms die de verkopers hadden gestuurd een wettig geschrift is en dus moet worden gerespecteerd.
[...]
"Dat gebeurde eerder al voor faxen en e-mails, maar nu is ook duidelijk dat een sms een echt geschrift is en dat mensen aangesproken kunnen worden op wat ze erin schrijven", besluit de advocaat, "op voorwaarde dat er geen discussie bestaat over wie de sms verstuurd heeft en er ook andere bewijselementen, zoals telefoonrekeningen, voor handen zijn."
Nederland
Afgelopen weekend heb ik op rechtspraak.nl rond gezocht in uitspraken waar "sms" in voorkwam en dat leverde onder andere een zaak tussen UPS en Flextronic op, waarin verschillende sms-berichten een cruciale rol speelden. Opvallend in deze zaak is dat UPS in eerste instantie ontkende de afzender van een van de betwiste sms-en te zijn, maar naderhand dat verweer liet varen. Blijkbaar was Flextronic afdoende in staat om aan te tonen dat het bericht ontvangen en afkomstig was van iemand van UPS.

In het vonnis staat trouwens ook de volgende ietwat onbegrijpelijke passage:
2.9. Op 25 november 2009 heeft [gedaagde sub 3 in conventie] aan [betrokkene] per sms onder meer het volgende bericht:
(…) Ik heb besloten een formele klacht bij jullie algemeen directeur neer te leggen. Dit om een aantal redenen. Ik ben weggegaan bij de DPD omdat ik twee serieuze schadegevallen achter elkaar had in korte tijd. Bij UPS moest ik 4,50 EURO gaan betalen maar zou het in ieder geval beter gaan. Bij jullie heb ik in de afgelopen maand al zes!! Serieuze klachten. Ik zit al weken te wachten op een reactie van jullie. Daarnaast heb ik reeds vroeg in ons onderhandelingstraject aangegeven dat voor mij voorwaarde voor het continueren van het onderhandelingstraject en het verdere samenwerkingstraject is dat we ook voor de eerste periode de afgesproken prij berekend krijgen. Het feit dat jullie zowel de onderhandelingen als de samenwerking niet afgebroken hebben en jouw opmerking daar komen we wel uit, heb ik opgevat als een positieve reaktie op die voorwaarde. Ik ga dus absoluut niet accoord met de gefactureerde prijs. (…)
Dat moeten heel wat SMS-berichten achter elkaar zijn geweest.

Verenigde Staten
En vanmorgen las ik trouwens bij De Redactie dat de Amerikaanse autoriteiten een voormalige ingenieur van BP hebben gearresteerd op verdenking van het laten verdwijnen van bewijsmateriaal rondom de ramp van met het olieplatform Deepwater Horizon in 2010:
In de zaak is vandaag een eerste arrestatie verricht. Kurt Mix, een voormalige ingenieur van de oliemaatschappij BP die het boorplatform uitbaatte, wordt ervan verdacht meer dan 300 sms-berichten bewust te hebben laten verdwijnen.
Uit die berichten bleek dat de hoeveelheid olie die in zee stroomde veel groter was dat wat BP later zou toegeven, en ook dat de inspanningen die BP leverde om het lek te dichten, faalden. Het ging om sms-verkeer tussen hem en een hoger geplaatst figuur.
De 50-jarige Kurt Mix wordt onder meer "obstructie van het onderzoek" ten laste gelegd. Mix riskeert 20 jaar cel and torenhoge boetes.

Hoe dan ook, en Hans Waalwijk roept dit al zeker tien jaar: ook SMS-berichten kunnen ook archiefstukken zijn.

Gerelateerd
Laat een bericht achter na de piep

Plaatje: For Sale on Alberta Street van Jeff Jones

zaterdag 26 november 2011

Street View in België en Duitsland

Bumba in Plopsaland Coo op StreetView
Het was alweer lange tijd rustig rond Google Street View (het laatste bericht op dit blog dateert alweer van 23 augustus), maar afgelopen week was het weer raak: Street View werd gelanceerd in België...
Prompt weer dezelfde taferelen als eerder in Nederland en Duitsland. Een stuk of wat mensen klaagden bij de Belgische Privacy-toezichthouder en een woordvoerder van de Belgische politiebond is er van overtuigd dat vooral inbrekers baat hebben bij de straatfoto's. Daarom gaat de politiebond er voor zorgen dat Street View offline gaat of alleen maar toegankelijk is voor de politie en makelaars (alsof die laatsten geen bandieten zijn...)

Ik heb afgelopen week geprobeerd om te achterhalen of het verschijnen van Street View ergens echt tot meer inbraken heeft geleid, maar heb hier nog geen bevestiging of ontkrachting van gevonden. Time schrijft, in een vertaling van een artikel uit de Süddeutsche Zeitung:
Serial break-ins that some thought would be a result of the service did not materialize. Nor, in the end, did people whose houses and apartments are pictured by the service protest much about having their private residences on display for the whole world to see. The software is apparently not of interest to wrongdoers and voyeurs. It is, however, popular among people trying to determine if they want to visit an area or buy or rent a home there.
In een ander artikel, gebaseerd op een onderzoek van Friedland staat dat 74% van de ondervraagde ex-inbrekers denkt dat andere inbrekers geregeld gebruik maken van Street View bij het voorbereiden van "klusjes". Probleem met het onderzoek is natuurlijk dat het maar om vijftig ondervraagden gaat en dat er niet gevraagd is of zij zelf Street View gebruikt hebben (of eventueel zullen gaan gebruiken).
En ik heb één zaak gevonden waarin iemand claimt dat er bij hem is ingebroken, omdat de inbrekers op Street View gezien hebben dat hij een fiets, diepvries, wadroger en gereedschap in zijn garage had staan.
Rayner and his wife have lived at the address for eight years and claim they have never had any trouble before the Google Street View photos were published.
Niet alleen zijn dat spullen die zo ongeveer iedereen in zijn garage heeft staan, de relatie tussen oorzaak en gevolg lijkt me ook niet erg sterk. Misschien is er in diezelfde tijd ook wel een geit met twee hoofden geboren!
Dus, als nog iemand cijfers heeft die hier iets zinnigs over zeggen: reageer vooral even.

In datzelfde artikel in Time wordt trouwens ook beschreven hoe de Duitse publieke opinie nu, ruim een jaar nadat StreetView in Duitsland geïntroduceerd werd, luidt:
Another indication of acceptance is that when Microsoft announced it would be photographing German streets for Bing Maps Streetside, its Street View clone, only 80,000 people opposed. "Google Street View did the pioneering work, and now people know what the pictures look like when they're published," said Caspar. In the meantime, according to the Google spokeswoman Wagner, some who originally opposed having their property photographed now want their homes included in the service. Too late. Google promised German data-protection authorities it would make all opposed imagery unrecognizable.
En eerder dit jaar besloot Google ook al de Duite straatfoto's niet bij te werken. Er rijden wel Google-auto's rond, maar de opnamen die deze maken zijn enkel bedoeld om Google Maps actueel te houden. Daarmee wordt de Duitse Street View dus meteen een "historische rondrit".
Hieronder zie je bijvoorbeeld het gebouw van het Keulse stadsarchief, dat in maart 2009 helemaal is ingestort:


Grotere kaart weergeven

Gerelateerd
Googlization in De Balie
Vrouw klaagt Google aan om haar ondergoed
Misdaad op Google Street View