vrijdag 19 oktober 2012

Lezen is doodleuk - No smoking machine

Toen wij gisteren terug kwamen van een paar daagjes Zeeland, had mijn moeder me als verrassing een pakje Lucky Strike gekocht. Het was afkomstig uit een echte ouderwetse Bitri die in de bieb in Maastricht staat. Alleen komen hier geen pakjes sigaretten uit, maar pakjes poëzie.
De No Smoking Machine is een van de jubileumprojecten van Literair Station Venlo, dat dit jaar 10 jaar bestaat.
Aan de basis staat de uitgave van een serie minibundels met poëzie en kort proza van merendeels jonge dichters en schrijvers (uiteindelijk twintig), die publiceren en zich op een ongebruikelijke manier kunnen presenteren. Dit gebeurt namelijk in een legendarische Bitri sigarettenautomaat uit Dokkum.
Nog ingesteld op guldens lukte het Mark Zaremba, student werktuigbouwkunde aan Fontys Technische HS Venlo, deze verkoopmachine europroof te maken met een knap staaltje techniek.
Mark is een van de vele jonge talentvolle mensen, die aan dit project meewerkt. Zo wordt er in een groep gewerkt om een typisch massa- en wegwerpproduct – het sigarettendoosje – te customizen naar een soort bewaarexemplaar. Ook de mini-bundels zullen sporen vertonen van de oorspronkelijke inhoud van de automaat. Het werkproces vindt voor een deel plaats door deze groep op Facebook, hier vinden op allerlei manieren uitwisselingen en experimenten plaats voor de inspiratie en de uitwerking. De groep No Smoking Machine op Facebook is een openbaar digitaal werkatelier, zodat het proces voor iedereen zichtbaar is en belangstellenden er aan mee kunnen doen.
De No Smoking Machine staat nog een paar weken in Maastricht. Voor 2 euro heb je een dichtbundeltje...
O, en als je rookt, ze zijn nog op zoek naar sigarettendoosjes in die 19-pack-uitvoering...

Enige minpuntje: No Smoking Machine heeft een werkatelier op Facebook, maar dat is alleen voor Facebook-ers te zien. Ik heb dus geen idee wat daar verder gebeurt.

vrijdag 12 oktober 2012

De eerste dag van #ecommons3

Gisteren was de eerste dag van het tweedaags-congres over Sustainable futures for digital archives.
Door een wisselstoring tussen Weert en Eindhoven heb ik het grootste deel van de ochtend gemist, ik was pas rond kwart voor twaalf bij Eye. (Mooi gebouwtje hoor..)
Toen ik de zaal in liep was net een paneldiscussie bezig over van alles en nog wat, maar vooral over auteursrechten. Aan tafel zaten een mevrouw van Europeana, een schooldirecteur, een uitgever van studieboeken en een immovator (whatever that may be). Van deze vier was de uitgever degene die constant in de verdediging moest. Hij benadrukte iedere keer opnieuw dat hij natuurlijk wel geld moest verdienen, dat kwaliteit niet gratis kon en dat daarom auteursrecht belangrijk was. Toen iemand hem vroeg waarom hij niet gewoon alle oude (zeg vijf of tien jaar oude) studieboeken vrij beschikbaar stelt, sputterde hij iets over "the European law" die dat niet toestond.
Het bontst maakte hij het toen hij, in een discussie over onderwijs, stelde dat er in Nederland meer werd uitgegeven aan drop dan aan onderwijs. Toen ik 's middags mijn laptop een beetje had opgeladen, heb ik even voor factchecker gespeeld en vastgesteld dat die opmerking flauwekul is.
In de begroting voor 2012 werd bijna 25 miljard uitgetrokken voor lager, middelbaar en hoger onderwijs, terwijl in 2010 ongeveer 107 miljoen werd uitgegeven aan "suikerwerk", wat volgens mij ook drop omvat. Als soundbite was het leuk, maar het was nog al "factfree", zoals veel van zijn opmerkingen bijna aanstootgevend waren.
De middag-sessies waren deels interessant, deels wat minder.

Het verhaal van David Bollier vond ik interessant, vooral omdat ik eigenlijk nauwelijks iets af weet van de grotere ideeën achter "the commons". Het blijkt eigenlijk een rechtstreekse nazaat van de oude, middeleeuwse(?) ideeën over gemeenschappelijke gronden. Komende tijd misschien eens iets meer in verdiepen. Nu dacht ik tijdens zijn presentatie de hele tijd: "Waardecreatie klinkt leuk, maar kost wel geld en wie gaat dat dan ophoesten?" (Mijn scepsis werd nog aangewakkerd toen hij verwees naar een boek - niet dat wat hiernaast staat - over "the commons" dat bij Amazon $75,- kostte...)
Wat Bollier over archieven (of eigenlijk archiefdiensten en collectiebeherende instellingen) zei was ook wel interessant: archieven zouden als infrastructuur beschouwd moeten worden, net zoals bijvoorbeeld bruggen, wegen en electriciteit. Het idee daarachter is dat die infrastructuur allerlei "spillover"-effecten heeft, die je niet kunt voorspellen, maar die heel waardevol zijn. Probleem is alleen dat die spillover-effecten niet direct kwantificeerbaar zijn en iemand er toch voor zal moeten betalen.
Als het goed is komen alle lezingen binnenkort integraal online en dan ga ik deze nog eens goed beluisteren. (En hij zei een paar dingen die Luud ook wel zullen bevallen, dus die moet dan ook even luisteren...)


De tweede interessante sessie ging over Cinecittà Lucce en het Youtube-kanaal dat zij gezamenlijk met Google hebben opgezet. Natuurlijk constateerde Marco Rendina dat hun filmpjes op Youtube twintig keer vaker bekeken werden dan die op hun eigen site (25.000 vs 500.000 per maand).
Maar hij vertelde ook dat de advertenties die hier en daar bij de filmpje getoond worden, voldoende opbrengen om "makkelijk" twee documentalisten in te huren. Zij worden in ieder geval ingezet om de reacties bij de filmpjes een beetje modereren. Cinecitta heeft ook nogal wat materiaal uit de Mussolini-tijd en de reacties daarbij zijn niet altijd even zachtaardig, om het zo te zeggen.
Overigens vertelde de meneer van Google UK daarna, dat Google niet van plan is om zelf de digitalisering van audio-visueel materiaal op zich te nemen. Ze willen wel ondersteunen bij het opzetten van dergelijke grootschalige youtube-kanalen, maar zijn niet geïnteresseerd in het zelf maken van reproducties. Er komt dus geen Google Film, zoals er een Google Books is.

Zo meteen begint de tweede dag.
De ochtend zal onder leiding staan van Kate Theimer. Ik ben heel benieuwd.

woensdag 10 oktober 2012

Straatgeesten


De bovenste foto is een schermafdruk uit Google Streetview: 12 Cheshire Street in Londen
Op de onderste foto is een "street ghost" te zien, gemaakt door Paolo Cirio:
In the hippest areas for Street Art, life-sized pictures of people found on Google’s Street View are printed and posted without authorization at the same spot where they were taken.
Intrigerend project, waarmee Cirio protesteert tegen de inbreuk van Google in onze fysieke wereld en levens:
This ready-made artwork simply takes the information amassed by Google as material to be used for art, despite its copyrighted status and private source.
As the publicly accessible pictures are of individuals taken without their permission, I reversed the act: I took the pictures of individuals without Google’s permission and posted them on public walls. In doing so, I highlight the viability of this sort of medium as an artistic material ready to comment and shake our society.
The collections of data that Google and similar corporations have become the material of everyday life, yet their source is the personal information of private individuals. By remixing and reusing this material, I artistically explore the boundaries of ownership and exposure of this publicly displayed, privately-held information about our personal lives.
Hieronder nog wat voorbeelden uit de Picasa(!)-collectie van Cirio, die inderdaad onheilspellend aandoet.




Gerelateerd
Gelezen: S. Vaidhyanathan - The Googlization of Everything (and why we should worry)Streetview in België en Duitsland
Vrouw klaagt Google aan om haar ondergoed

dinsdag 9 oktober 2012

De geschiedenisrecorder van Piek Vossen


De afgelopen jaren is er meer informatie verloren gegaan dan in de eeuwen ervoor. Dat heeft deels te maken met het feit dat alles wat op het web komt niet per se gearchiveerd wordt. De geschiedenisrecorder past daarom in het tijdperk waarin data steeds belangrijker worden. Taalwetenschapper Piek Vossen, hoogleraar computationele lexicologie, ontwikkelde de recorder.

Vossen is naast hoogleraar ook programmeur. In die hoedanigheid heb ik hem ook leren kennen, als CTO van taaltechnologisch bedrijf Irion. Hij heeft de recorder zelf gebouwd. De machine verwerkt teksten in vier talen (Nederlands, Engels, Spaans en Italiaans) en analyseert tot welk thema ze horen. Het verzamelt alle feiten uit alle media in een bepaalde periode, en toont de afhankelijkheden, de verschillen en de overeenkomsten. Zo wordt een compleet overzicht van een bepaald thema gecreëerd. De geschiedenisrecorder fungeert als het ware als het geheugen van het semantische web, maar ook van alle offline media. (Extended Limits)
Vossen was gisteravond bij Casa Luna, het volledige gesprek kun je hier beluisteren.

maandag 8 oktober 2012

cRIsp - samen representatie-informatie verzamelen

Een van de (vele) problemen bij digitale archivering is alle informatie die je over de digitale archiefstukken moet hebben en kennen om ze kunnen raadplegen en begrijpen. Het Open Archival Information System (OAIS, laatste versie in pdf) beschrijft deze (context)informatie als Representation Information (RI) definieert het als:
The information that maps a Data Object into more meaningful concepts. An example of Representation Information for a bit sequence which is a FITS file might consist of the FITS standard which defines the format plus a dictionary which defines the meaning in the file of keywords which are not part of the standard.
Deze RI kan allerlei vormen hebben. In OAIS worden in ieder geval semantische informatie, structurele informatie en alle overige benodigde informatie beschreven. De omschrijving van die laatste categorie laat zien dat bij digitale archiefbescheiden bijna alles RI is of kan zijn:
Representation Information which cannot easily be classified as Semantic or Structural. For example software, algorithms, encryption, written instructions and many other things may be needed to understand the Content Data Object, all of which therefore would be, by definition, Representation Information, yet would not obviously be either Structure or Semantics. Information defining how the Structure and the Semantic Information relate to each other, or software needed to process a database file would also be regarded as Other Representation Information.
En uiteraard gaat het hier ook weer om wat ik ergens anders het Droste-effect genoemd heb:
Representation Network: The set of Representation Information that fully describes the meaning of a Data Object. Representation Information in digital forms needs additional Representation Information so its digital forms can be understood over the Long Term.
Aangezien RI zo cruciaal is voor alle digitale archivering, ligt het voor de hand dat er al allerlei "registers" zijn waar deze informatie in beschreven wordt: PRONOM, GDFR en wat niet al.
Al die registers hebben volgens Andrew N. Jackson, Maureen Pennock en Paul Wheatley een of meer van de volgende tekortkomingen

Crowdsourcing Representation Information to Support Preservation: CRISP from mopennock

Hun oplossing is eigenlijk hartstikke simpel, daarom sympathiek en misschien wel geniaal:
cRIsp - Crowd sourced Representation Information for Supporting Preservation
cRIsp is aiming to combat these challenges by drawing upon the wisdom and knowledge of the crowd to identify online sources of RI, and then collect, classify, and preserve them. We've aimed to set the barrier for participation as low as possible. Anyone can easily contribute URLs via a really simple web form, or by tweeting and including @dpref. The collated results will then be passed to participating web archives who can crawl the sites and preserve them for posterity.
Het idee is dat iedereen die op het web relevante informatie vindt, deze aan cRIsp kan toevoegen. Dat kan door een tweet te sturen naar @dpref:
Maar je kunt ook een bookmarklet gebruiken of een simpel Google-form.
Het resultaat is voorlopig een Google-sheet waarin alle links verzameld wordt, daarna zullen alle relevante webpagina's bewaard worden.
En daarna?
The resulting collection of RI will hopefully be a useful resource in its own right, but will represent only the first step on the road to powerful RI and file format registries. cRIsp is all about finding the RI and making it safe. The results of cRIsp can then feed into other initiatives such as theLoC's Sustainability of Digital Formats site, Just Solve the Format Problem and the UDFR. In this way, we hope that cRIsp will be quite complimentary to these other approaches.
 Ik vind het in ieder geval prachtig in zijn eenvoud...

Gerelateerd
November is bestandsformatenmaand
Costa Concordia en webarchivering
Filmpje over website-archivering en IIPC

woensdag 3 oktober 2012

De privacy van de doden #archivecamp

Privacy na de dood blijft me fascineren.
Afgelopen maandag ging een van de "onsessies" van ArchiveCamp er ook weer over. (De directe aanleiding was de uitspraak van de Haagse rechtbank, waar ik al over schreef).
Wat me in die sessie opviel was de verbetenheid waarmee openbaarheid gepredikt werd. De teneur was een beetje dat je als je dood bent, geen rechten meer hebt en dat daarom dus alles over jou openbaar gemaakt mag worden.
Natuurlijk ben ik ook een voorstander van openbaarheid van bestuur, maar ik vind ook dat burgers een groot zelfbeschikkingsrecht hebben. Daarmee bedoel ik dat ze bij leven zelf mogen bepalen welke informatie over hen openbaar gemaakt wordt. En ik geloof dat ik ondertussen ook vind, dat ze dit recht tot op zekere hoogte ook na hun dood nog hebben.
Ja, ik weet dat onaardige lezers me nu van flipfloppen kunnen beschuldigen, want schreef ik in de Mormonen-discussie niet dat doden geen levenssfeer meer hebben en dat die dus niet beschermd kan worden?
Correct, maar doe me een plezier en probeer eens met me mee te denken.

Naar aanleiding van mijn stukje over de uitspraak van de Haagse rechtbank attendeerde Joost Gerritsen me op een artikel van Frederik Borgesius en David Korteweg: E-mail na de dood: juridische bescherming van privacybelangen (pdf)
In hun artikel behandelen Korteweg en Borgesius vooral de vraag wat er zal gebeuren met e-mailberichten van een overledene die staan opgeslagen "in the cloud." Het gaat daarbij in het artikel vooral om Gmail, Hotmail en Yahoo-mail.

Allereerst constateren ze dat in ieder geval Gmail en Hotmail nabestaanden bijna ongelimiteerd en onbeperkt toegang geven tot de mailbox van een overledene, als de nabestaanden maar aantonen dat de gebruiker dood is en bewijzen dat zij de wettige vertegenwoordiger van de overledene zijn.
Maar heeft die overledene geen recht op bescherming van zijn privacy?
Met welk recht mogen die aanbieders de privé-correspondentie rücksichtsloss overdragen aan de nabestaanden?

In hun beantwoording van die vragen stippen de auteurs enkele elementen aan, die ook voor archiefdiensten relevant kunnen zijn.
Allereerst verwijzen ze naar de uitspraak uit 2007, waar ik eerder ook al over schreef. Maar ze gaan verder. Want hoewel ze er op wijzen dat een overledene in het privaatrecht geen rechten en plichten meer heeft, zijn er wel allerlei regels die respect voor de wensen van een overledene voorschrijven.
Bijvoorbeeld de Wet op de lijkbezorging die voorschrijft dat een begrafenis of crematie zo veel mogelijk in overeenstemming met de wens van de overledene dienen te gebeuren. En de Wet op de orgaandonatie stelt dat het verwijderen van organen alleen mag gebeuren als de persoon hier bij leven toestemming voor gegeven heeft.
Maar er zijn ook minder "fysieke" regels, bijvoorbeeld de Auteurswet, die stelt dat in opdracht gemaakte portretten pas openbaar mogen worden gemaakt na toestemming van de geportretteerde. De eerste tien jaar na overleden van de geportretteerde is toestemming van de nabestaanden nodig. En ik schreef eerder ook al, dat in het wetboek van strafrecht een straf van drie maanden staat op het beledigen van overledenen. Artikel 270 uit het Wetboek van Strafrecht luidt namelijk:
1. Hij die ten aanzien van een overledene een feit pleegt dat, ware deze nog in leven, als smaadschrift of smaad zou zijn gekenmerkt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
Toegegeven in het tweede lid staat dat dit misdrijf alleen vervolgd wordt als een van de nabestaanden erover klaagt, wat indirect tot gevolg heeft dat je ongetrouwde kinderloze overledenen ongestraft mag beledigen.
En wat dacht je van het beroepsgeheim van medici en advocaten? Dat werkt in beginsel ook gewoon door na het overlijden van de cliënt of patiënt.
Maar ook dichterbij zien we iets vergelijkbaars: de akten van overlijden van de burgerlijke stand worden toch ook pas vijftig jaar nadat ze zijn opgemaakt, openbaar. Terwijl die akten toch echt (bijna) alleen maar over doden gaan...

Dit lijkt me toch allemaal iets genuanceerder dan: als je dood bent, mogen we alles openbaar maken.

Borgesius en Korteweg betogen ook dat de WBP, waar het hier om gaat, een uitwerking is van de Europese privacyrichtlijn en dat die richtlijn staten de mogelijkheid geeft om de reikwijdte van de richtlijn uit te breiden tot overledenen. In Denemarken is dit bijvoorbeeld het geval. Daar geldt dat informatie over overleden personen beschouwd kan worden als persoonsgegevens in de zin van de (Deense) Persoonsgegevenswet en dat deze gegeven dus ook door die wet beschermd worden.
In Italië is een bepaling in de wet opgenomen die een derde, onafhankelijke partij, het recht geeft om op te komen voor de belangen van overledenen en de Italiaanse toezichthouder heeft op grond daarvan al verschillende keren publicaties van persoonsgegevens van overledenen tegengehouden.

Kortom, het blijkt lang niet zo simpel als het lijkt. Voor mij betekent dat vooral dat archivarissen en archiefdiensten beter moeten nadenken over welke informatie we op welk moment openbaar maken of, want dat is een aparte keuze, op internet publiceren. Dood staat niet altijd gelijk aan meteen openbaar.

Want stel je voor dat de doden toch eens opstaan en gepikeerd op je deur kloppen voor wat "nadere uitleg"? Ben je dan wel goed voorbereid?

Gerelateerd
Privacy na de dood
Persoonlijke levenssfeer van overledenen

Plaatje: Zombie van Irregular Shed

maandag 1 oktober 2012

Elektronische communicatie eindelijk in de Grondwet?

Nieuws uit de Ministerraad:
Alle elektronische vormen van communicatie worden in de toekomst grondwettelijk beschermd. Het brief-, telefoon- en telegraafgeheim wordt vervangen door het brief- en telecommunicatiegeheim. Op deze voorgenomen wijziging van artikel 13 van de Grondwet kan iedereen vanaf 1 oktober 2012 reageren via www.internetconsultatie.nl. De ministerraad heeft hiermee ingestemd op voorstel van minister-president Rutte, minister Spies van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en minister Opstelten van Veiligheid en Justitie.
Het duurt natuurlijk nog even voordat de wijziging een feit is, want voor een Grondwetswijziging zijn in ieder geval twee "lezingen" nodig.

Kaart hierboven is afkomstig van Postsecret, en werpt de vraag op of een zoekgeschiedenis ook onder het gewijzigde artikel valt. Vind je dat vergezocht? Bekijk dan vooral de documentaire: I Love AlaskaThe heartbreaking search history of AOL user #711391


Aanvulling 2 oktober 7:45:
Vandaag staat het voorstel pas online en mijn vraag hierboven wordt beantwoord:
Doordat niet langer enkel wordt gerefereerd aan specifieke communicatiemiddelen, maar wordt gekozen voor een specifieke (briefgeheim) en een generieke bescherming (telecommunicatiegeheim) verkrijgen ook e-mail, communicatie via de sociale media, opslag van persoonlijke bestanden in de 'cloud' en de zoekvraag om informatie op internet via een zoekmachine bescherming onder artikel 13.
Gerelateerd
Briefgeheim in de grondwet
Googlization in De Balie