zondag 30 mei 2010

Indische Kamparchieven

Ruim een week geleden beloofde ik Petra Links dat ik in iets meer dan 140 tekens zou uitleggen waarom ik moest wennen aan de navigatie van IndischeKamparchieven.nl. Eigenlijk is het gewoon een heel mooie website en is mijn kritiek maar futiel, maar beloofd is beloofd.
Waar ik aan moest wennen zijn twee dingen: de 'pins' op de kaarten en de roll-down menu's. Op het plaatje hierboven zie je het roll-down-menu onder "Bezetting en Bersiap". Uiteraard ga je naar de pagina over "Oorlog in de Oost" als je daarop klikt en kun je van daaruit verder naar de pagina over de kampen. Maar wat ik onhandig vind, is dat "Bezetting en Bersiap" zelf ook nog een pagina is, met unieke informatie. Maar vanuit de onderliggende pagina's, wordt daar niet meer naar verwezen.
Verder wordt je vanuit een pagina die je bekijkt, bijvoorbeeld Soorten kampen ook alleen maar "vooruit" gewezen (in dit geval dus naar Dagelijks leven in de kampen, en niet ook nog terug (naar Bestuur en organisatie). Daarvoor moet je eerst weer naar de bovenkant van de pagina en het scroll-down-menu.
Misschien dat hier nog eens over nagedacht kan worden.

Bij de "pins" op de kaart is het heel mooi dat er een pop-up verschijnt met de naam van het kamp en een url naar aanvullende informatie. Maar waarom kan ik pas op die pop-up klikken als ik hem eerst 'vast heb gezet' door een keer te klikken op een pin?
Ter verificatie heb ik even in de Archiefwiki gekeken. Daar verschijnt geen pop-up als ik met de cursor over een pin beweeg, de toelichting verschijnt pas als je op een pin hebt geklikt. Uiteindelijk is dit dus hetzelfde, maar doordat er geen pop-up is, vind ik dat minder verwarrend.

Nog een laatste vraag: waarom staat op de startpagina niet duidelijk dat de website gemaakt is door NIOD en KIT en KITLV?

Maar zoals ik zei: mijn kritiek is futiel, de website is gewoon mooi...

maandag 24 mei 2010

Burger-archivaris?


Hoewel het sympathiek klinkt, citizen-archivist (burger-archivaris), raak ik toch een beetje in de war van de manier waarop AOTUS deze term gebruikt.
In april schreef Ferriero op zijn weblog over "cultivating citizen archivists", waarbij hij de vergelijking maakte met een project van de NASA, die 'burgers' inzet om het oppervlak van Mars in kaart te brengen. De eerste indruk die ik had was dat het een semantiek discussie was: 'vrijwilligers' heten nu 'citizen-archivists' omdat ze digitaal en online werken. Dat was ook de indruk die Kate Theimer had. Maar zij had ook andere bezwaren tegen de term 'burger-archivaris':
While meant as a term of respect for the volunteers, I think the term is actually disrespectful to archivists. Would you call someone who volunteers in a hospital a “citizen doctor” or a “citizen nurse”? An archivist is a trained professional, with education, expertise, and responsibility.

En daar ben ik het eigenlijk wel mee eens.
(Ik ga nu even voorbij aan de pogingen van Kate om een goede definitie te zoeken bij de term citizen-archivist. Zie daarvoor hier en hier.)

Waar het me nu even om gaat, is dat Ferriero vandaag een eerste voorbeeld heeft gegeven van een citizen-archivist: "Jonathan Webb Deiss, a researcher at the National Archives." Meneer Deiss is van beroep "Independent Researcher & Military History Specialist" en Ferriero roemt hem als citizen-archivist, omdat hij een oorlogsdagboek uit de 18e eeuw heeft teruggevonden in de papieren van het NARA.

Waarom zou je zo iemand nou tot 'citizen-archivist' bombarderen? Volgens mij is het 'gewoon' een historicus, die geld verdient met onderzoek doen in en naar (militaire) archieven. Dat hij dit dagboek op waarde weet te schatten, maakt hem toch geen archivaris en al helemaal geen 'burger-archivaris', want het resultaat is niet digitaal en ook niet tot stand gekomen door samenwerking of kennisdeling. Ferriero maakt het er niet duidelijker op...

Overigens kwam ik bij mijn zoektocht naar een plaatje voor bij deze blog, op de website van Smallbean, waar een Citizen Archivists Project loopt...
Smallbean is closing the technology gap with our Citizen Archivist Project. We teach technology skills and document community life around the world. Our initiatives are enabled by solar power and the in-kind donation of personal electronics.

Iets heel anders dan de burger-archivarissen van Ferriero, maar ik weet nog niet precies wat ik hier van moet vinden.

vrijdag 14 mei 2010

Gelezen: Rudy Kousbroek, Het gemaskerde woord

Vorige maand stierf Rudy Kousbroek en terwijl het Journaal hier maar heel kort aandacht aan besteedde, heb ik zijn werk afgelopen maand weer eens herlezen.
Het gemaskerde woord is, zoals uit de ondertitel blijkt een bundeling van de eerste drie bundels Anathema's, die dateren uit 1969, 1970 en 1971. Hoewel de essays dus allemaal minstens veertig jaar oud zijn, zijn de meeste amper gedateerd. (Misschien met uitzondering van de stukjes over oude en moderne auto's. Zelfs de moderne auto's zijn ondertussen zo ouderwets dat ik geen idee heb waar het over gaat.)
Kousbroek is heel vaak ontzettend humoristisch, meestal heerlijk nuchter, soms gemeen ironisch en soms heel scherp. Dat laatste komt het duidelijkst naar voren in zijn stukjes over zijn 'strijd' tegen de mythologisering van de Indische interneringskampen.
Het is heel verleidelijk om in dit stukje allerlei essays te parafraseren (bijvoorbeeld over sport: Sport is voor imbecielen of zijn stukje over het saboteren van enquetes), maar ik citeer nu alleen maar de eerste pagina uit zijn verslag over een bezoek aan "de eerste sex-beurs ter wereld, gehouden in Kopenhagen van 21 tot 26 oktober [1969]" waar ik hartelijk om heb gelachen (p.269).
De lezer wordt hierbij uitgenodigd om zich voor te stellen dat hij of zij een grote tentoonstelling of jaarbeurs bezoekt die aan de elektriciteit gewijd is. Die jaarbeurs is ingericht net als alle andere jaarbeurzen, dat wil zeggen in de vorm van een grote tentoonstellingshal die volgebouwd is met stands, toebehorend aan verschillende firma's. En in elke stand liggen foto's, tijdschriften, boeken, kleurendia's, maquettes, modellen, souvenirs voor de sleutelring, publicitaire kalenders voor het volgende jaar etc. etc. Maar in plaats van over elektriciteit gaan al die dingen alleen maar over stekkers en stopcontacten. Op al die foto's, maquetes, kalenders is niets te vinden wat enig idee geeft waar de elektriciteit vandaan komt, waar hij voor nodig is, waar hij voor gebruikt wordt. In al die technische literatuur vindt men geen woord over verlichting, dynamo's, zekeringen, transformatoren, of schakelschema's. Alleen maar stekkers en stopcontacten. Wie dit bevreemdend zou vinden kan misschien begrijpen wat een van de voornaamste gewaarwordingen is op Verdens første sexmesse de eerste sex-beurs ter wereld, gehouden in Kopenhagen van 21 tot 26 oktober.
Stekkers in alle standen en formaten. Nooit geweten dat er zoveel verschillende modellen bestonden, grote en kleine, rechte en kromme, dikke en dunne, gladde en rimpelige. Close-ups van een stekker met stopcontact. Van twee stekkers met één stopcontact. Van drie met één stopcontact. Of met twee stopcontacten. Of drie stopcontacten en één stekker. Of alleen maar stopcontacten onder elkaar. Kleine stopcontactjes, brede, ronde, langwerpige; dikke en magere; lichte en donkere. Of alleen stekkers onder elkaar, verdeelstekkers en dubbelstekkers, sommige voor wisselstroom, sommige voor gelijkstroom, en sommige AC-DC.

dinsdag 11 mei 2010

Herlezen: Gangreen 1 en Ogen van Tijgers

Afgelopen week pasten wij in Zeeland op een huis met een goed gevulde boekenkast. Veel boeken die ik kende, heel wat boeken die ik zelf ook heb (waarvan ik deze het opvallendst vond) en heel wat boeken die ik niet gelezen had (soms ook niet wilde lezen). Ik kwam ook twee boeken tegen die ik heel lang geleden al eens gelezen had en die ik deze week herlezen heb.
Gangreen 1 - Black Venus van Jef Geeraerts zal ik een jaar of twintig geleden voor de eerste keer gelezen hebben (toen ik dus vijftien of zestien was). Gek genoeg kon ik me er niets van herinneren, terwijl je toch zou verwachten dat een boek boordevol sex en alcohol een onuitwisbare indruk op een vijftien-jarige maakt. Aan de andere kant, ik vond het verhaal nu ook maar matig interessant. Ik kon al die zwarte vrouwen waar de blanke assistent-gewestbeheerder het mee doet allemaal niet uit elkaar houden. Pas aan het eind, als het echt uit de hand loopt, wordt het een beetje spannend.
Maar, er is meer dan alleen het verhaal. De stijl van het boek is fenomenaal. Het hele boek is bijna een lange zin, zonder pauzes en rustpunten. Op die manier geeft Geeraerts heel knap de dwangmatige zucht naar roes weer, die de blanke kolonialen in Afrika min of meer op de been hield. (In mijn herinnering speelt dit decadente leven ook een rol in White Mischief van James Fox, maar ook dat boek heb ik heel lang geleden gelezen...) Ik ga binnenkort maar eens op zoek naar Gangreen 2 - De goede moordenaar. Volgens mij heb ik dat ook al eens gelezen.

Hoewel ik dit boek ook meer dan twintig jaar geleden gelezen moet hebben, kon ik me van Ogen van tijgers wel een paar dingen herinneren. Ik wist nog dat het een toekomstroman was, dat het iets met Venus te maken had en dat het ging over een broer en zuster die uiteindelijk samen gingen wonen. Maar het heeft toen diepe indruk op me gemaakt. Nu vond ik het vooral een heel langzaam boek. Het duurt heel lang voor er iets gebeurt en alles wordt eerst heel lang 'geheimzinnig' gehouden en daarna uit en te na uitgelegd. Verder worden allerlei woorden om voor mij onduidelijke redenen in KAPITALEN geschreven en eigenlijk ben ik ook niet zo kapot van dat hele telepathische gedoe. Ik denk dat ik dit boek misschien beter niet had kunnen herlezen.

maandag 10 mei 2010

Henk en Ingrid stemmen helemaal niet PVV


Niets blijft de PVV bespaart. Eerst allerlei kandidaten die van de lijst moeten worden gehaald en nu blijken Henk en Ingrid ook nog eens niet op de PVV te stemmen.
Henk van Houtem en Ingrid Veldhuizen schrijven vandaag in de NRC een open brief aan Geert Wilders:
Wat een eer om modelburger te zijn voor de gewenste toekomst van ons land. In de presentatie van je verkiezingsprogramma noemde je ons, Henk en Ingrid, „het hart en de ruggengraat van onze samenleving”, waarop je zei: „Wij kiezen voor de mensen die het niet cadeau krijgen in Nederland. Niet voor de grachtengordel, maar voor Henk en Ingrid.” Want zo besluit je: „Voor die Henk en Ingrid doen wij het allemaal.”

Dat streelt ons. (...)
Maar verder hebben we, zo vrezen we, minder goed nieuws voor je, Geert. Ingrid stemt al jaren GroenLinks en Henk zou eigenlijk progressief-liberaler willen stemmen dan nu mogelijk is.

Ik moet daar wel om lachen, zeker als ook de uitsmijter waar is:
Tot slot: eerder had je Henk en Anja als voorbeeld gesteld als modelburgers. Hoe wist je dat Henk niet langer met Anja was, maar met Ingrid?

Ik hoop dat hier de hele brief binnenkort verschijnt.

Plaatje: EpicFireworks

zaterdag 8 mei 2010

Privacy, fout en archieven


Vandaag is het precies vijfenzestig jaar geleden dat Nazi-Duitsland capituleerde en mede naar aanleiding daarvan werd gisteren in Berlijn de nieuwbouw van de Stiftung Topographie des Terrors door de Bondspresident geopend. In de NRC schreef de Berlijnse correspondent Joost van der Vaart er ook een stuk over, dat als volgt eindigt:
Andreas Nachama, de (Joodse) directeur van het documentatiecentrum, is daar nuchter over. „Het oord en de overblijfsels zijn onschuldig. De mensen die er werkten, díe dragen schuld. Dat zijn de daders.”

Van wie er maar weinig zijn veroordeeld. Dat wordt in de expositieruimte plastisch en op schokkende wijze aangetoond. De archiefkaarten van 530 nazi’s die ooit in de gebouwen van Gestapo en SS hebben gewerkt, zijn vergroot en als kopie op vierkante vlakken gezet. Zestien daarvan steken enigszins uit de muur. Dat zijn de archiefkaarten van degenen tegen wie na de oorlog een proces is gevoerd. Drie vlakken met archiefkaarten springen er echt uit. Dat zijn de veroordeelde nazi’s. Drie van de 530. De rest is, als ze niet tijdens latere oorlogsjaren zijn gesneuveld, vrijuit gegaan.

Ik vind dit schokkend; niet dat er maar zo weinig mensen veroordeeld zijn, maar dat op deze manier de 'schuldigen' openbaar worden gemaakt. In Nederland zijn "oorlogsarchieven" meestal voor lange tijd aan de openbaarheid onttrokken. Zo zijn de dossiers uit het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging bij het Nationaal Archief alleen toegankelijk als onomstotelijk vaststaat dat de betrokkene overleden is. Ook in gemeentelijke archieven zijn de dossiers uit de periode 1940-1945 vaak niet zo maar toegankelijk.

Ik kan er niet precies de vinger op leggen wat ik nu zo schokkend vind. Aan de ene kant vind ik dat we hier nog al krampachtig met deze geschiedenis om gaan en heb ik de indruk dat dit steeds erger wordt. Aan de andere kant snap ik als ik dit lees, ook wel dat er in die dossiers zeer pijnlijke en emotionele zaken staan. Maar waarom moet dat artikel nou per sé zo expliciet verwijzen naar foute Nederlanders?
Maar ligt dat in Duitsland dan anders? Is daar het onderscheid tussen goed en fout niet zo zwart-wit? Weet iedereen daar ondertussen wie wel en wie niet bij de SS of de Gestapo zat? Of is het erger om te collaboreren met een buitenlandse bezetter dan mee te doen in een afschuwelijk, maar binnenlands regime? Blijkbaar allemaal niet.

Maar waarom kunnen die archiefkaarten van 'bekende daders' in Berlijn dan wel zo maar getoond worden? En vanaf wanneer zou dit in Nederland kunnen?

Het wordt tijd om eens naar Berlijn af te reizen...

Foto: Van AP, uit de Haaretz