maandag 22 juni 2015

Klokkenluidersbrieven

Afgelopen week was er - ook onder archivarissen - enige commotie over de manier waarop de griffies en de Voorzitter van de Tweede Kamer omgingen met anonieme klokkenluidersbrieven: die werden namelijk niet geregistreerd, maar meteen door de shredder gegooid. Nieuwsuur berichtte hierover naar aanleiding van een klokkenluidersbrief over het "bonnetje van Teeven" die naar de Voorzitter van de Tweede Kamer zou zijn gestuurd. "Zou zijn gestuurd" omdat Nieuwsuur er niet in geslaagd is om te achterhalen of het briefje wel verstuurd is en of het daarna ook bij de Tweede Kamer is ontvangen. (Interessant is trouwens ook dat ze wel hebben ontdekt dat delen van de brief waar zijn, maar ook dat er fouten in het briefje staan).
Naar aanleiding van de vragen van Nieuwsuur heeft de Voorzitter van de Tweede Kamer, die hier eigenlijk helemaal niet over gaat, aangezien dit een bevoegdheid van de griffier en zijn ambtenaren is, aangegeven dat de procedure aangepast zal worden.
En, wonder boven wonder, de Haagse postzegel is te klein en met name de kamervoorzitter moet het ontgelden. Het is haar schuld dat die brieven niet geregistreerd worden. 

Natuurlijk mengen ook allerlei archivarissen zich in het (twitter)-debat. De ene, en dat is niet de minste, dus hij zal wel gelijk hebben, is er van overtuigd dat er in strijd met de Archiefwet is gehandeld, de andere zoekt naar een categorie in een selectielijst waar de brieven onder zouden vallen en de derde verwijst naar het Wetboek van Strafrecht.
Het zal allemaal wel. Ik voel me om twee redenen heel ongemakkelijk bij de discussie.

Want waar hebben we het hier over? In haar reactie legt de Voorzitter van de Tweede Kamer de werkwijze, naar mijn idee, helder uit:
Wat voor de hele organisatie geldt, is dat anonieme brieven in algemene zin niet in behandeling worden genomen. Bij de Griffie plenair en de Griffies Commissies en op het secretariaat van Voorzitter en Griffier worden anonieme brieven op hoofdlijnen ‘gescand’ op de inhoud. Bij de Griffies worden de brieven vervolgens enige tijd bewaard, maar niet formeel gearchiveerd. Bij het secretariaat van de Voorzitter en de Griffier worden de brieven na de globale ‘scan’ doorgaans vernietigd. Brieven waarvan het dreigend karakter wordt onderkend, worden in handen gesteld van de Beveiligingsambtenaar, waarna deze voor eventuele follow up zorg draagt.
Met andere woorden, de brieven worden gelezen en geïnterpreteerd. Kunnen ze er niets mee, dan gooien ze ze - na korte of langere tijd - weg. Staan er dreigementen in, dan worden de brieven nader onderzocht. En alles bij elkaar gaat het om "niet meer dan enkele tientallen" brieven per jaar.

Natuurlijk het zou een kleine moeite zijn om dat kleine aantal brieven ook te registreren, maar blijkbaar heeft de Tweede Kamer daar al jarenlang een aparte - min of meer weloverwogen - procedure voor.
Kwestie van risicowaardering en risicoanalyse, lijkt me.
De afgelopen jaren blijkt er eigenlijk ook geen probleem te zijn geweest. De Expertgroep Klokkenluiders kende de procedure niet, omdat nog geen enkele klokkenluider heeft aangegeven dat de anonieme brief die hij naar de Tweede Kamer had gestuurd, was genegeerd. Tja...

En volgens mij hebben we wel "a bigger fish to fry" dan die tientallen anonieme brieven per jaar, of laten het er tien, nee honderd keer zo veel zijn, die niet geregistreerd en gearchiveerd worden. Die vallen namelijk in het niet bij die vermoedelijk duizenden digitale archiefstukken die, ook bij de Tweede Kamer, niet of nauwelijks gearchiveerd worden: e-mails, webpagina's, powerpoint-presentaties, financiële administraties of agenda's.
Dat is een veel groter probleem dan die schamele twee dozijn briefjes.

De tweede reden waarom ik moeite heb met dit alles, is de onredelijke afrekening die nu bezig is.
Iets gaat al jaren op een  bepaalde manier, een journalist vraagt of dat nou zo handig is en degene die bevraagd wordt zegt: "Nee, dat gaan we anders doen."
En dan zegt niemand: "Goed dat je dit aanpakt, laat ons weten wat de nieuwe werkwijze wordt." Nee, integendeel zelfs, het oplossen van een probleem als een probleem gezien, omdat er geen excuses worden aangeboden!

Dit opportunisme is heel contra-productief om precies dezelfde reden die de Klokkenluider-expert noemt: de animo om "fouten" publiekelijk te verbeteren wordt zo wel heel klein wordt. Voor je het weet, kost het je kop.
En dat terwijl een onderdeel van risicoanalyses en het (beruchte) kwaliteitssysteem uit de Archiefregeling toch ook het continu verbeteren van afwegingen, werkwijzes en procedures is.

Maar, misschien zie ik iets over het hoofd...

zaterdag 6 juni 2015

De ARRA herinnerd: 9 minuten Nederlandse computergeschiedenis

Google maakte een prachtige korte documentaire over ARRA II, de eerste Nederlandse computer die eind jaren veertig, begin jaren vijftig in Nederland gebouwd is.
Ik schreef al eerder over een andere Nederlandse computer. (En ik heb het boek van Cordula Rooijendijk ook weer terug. Ik had het inderdaad aan iemand uitgeleend.)

Gerelateerd
Vrouwen, computers en het wonder van Amsterdam
40 jaar geleden bedacht: de Xerox Alto
ENIAC in 1946 en het internet in 1969

donderdag 19 juni 2014

maandag 19 mei 2014

Gelezen: Ruth Belville. The Greenwich Time Lady van David Rooney

Afgelopen woensdagochtend kwamen wij er om vijf over zeven achter dat het al vijf over acht was. De klok op de slaapkamer had 's nachts blijkbaar een uur "gemist", waardoor we nog maar een klein kwartiertje hadden om twee kinderen gekleed en gevoed naar school te krijgen. (Wat trouwens gelukt is.)
Als mijn wereldbeeld ook maar enigszins magisch was, zou ik hebben gedacht dat er meer aan de hand was dan enkel een raar technisch mankement. Naast de klok op het nachtkastje lag namelijk al de hele week het boek Ruth Belville. The Greenwich Time Lady van David Rooney. Daarin beschrijft Rooney hoe tussen 1836 en 1940 in Londen de juiste tijd werd vastgesteld en verspreid.
Dat is een fascinerend verhaal, vooral omdat Rooney heel mooi laat zien - dat is ook zijn centrale uitgangspunt - dat nieuwe technieken niet van het ene op het andere moment oude maar vertrouwde technieken vervangen.
Hoofdpersonen uit het boek zijn Ruth Belville en haar ouders John en Maria Belville. Met zijn drieën "verspreiden" zij meer dan honderd jaar de precieze Greenwich Mean Time onder handelaars en klokkenmakers in Londen. Iedere maandagochtend lieten zij hun uiterst precieze chronometer door de techneuten van de Royal Observatory ijken en certificeren. Daarna reisden ze door de stad om bij hun abonnees de precieze tijd af te leveren.
Een andere chronometer van John Arnold.
De chronometer die de Belvilles gebruikten was in 1794 gemaakt
door John Arnold en werd daarom liefkozend "Arnold" genoemd. 
In die eeuw dat de Belvilles met hun klok door Londen reisden, veranderde de stad aanzienlijk, vooral door technologische ontwikkelingen die hun dienst bedreigden. Rooney beschrijft vooral die ontwikkelingen: hoe de tijd via telegraaflijnen vanuit het observatorium naar de treinstations werd verzonden en hoe in 1908 een rel ontstond wegens een grote hoeveelheid "lying clocks" in Londen. Hij beschrijft uitgebreid dat de onrust vooral aangewakkerd werd door de Standard Time Company, een bedrijf dat een techniek ontwikkeld had om klokken "automatisch" te synchroniseren. Dat zou de dienst van Ruth Belville overbodig maken.
Hij beschrijft de invoering van de zomertijd in Engeland, de introductie van de zes pips van de BBC - dit jaar toevallig 90 jaar geleden - en de ontwikkeling van TIM, de klok die je kunt bellen.
 
In het Pathé-filmpje hierboven zie je van 0:46 tot 1:47 de in gebruik name van het apparaat. In het eerste jaar werd er alleen al vanuit Londen 20 miljoen keer naar 846 (TIM) gebeld om Ethel Cain te horen.

Uiteindelijk stopt Ruth Belville in 1940 als de oorlog uitbreekt (ze is dan 86!) met haar dienst. De techniek had haar ingehaald en reizen door Londen werd door de Duitse luchtaanvallen te gevaarlijk.

Rooney schrijft heel toegankelijk en slaagt er in om allerlei ingewikkelde dingen helder uit te leggen. Zou iemand ook eens zo'n boekje over de "Nederlandse tijd" kunnen schrijven?
Bijvoorbeeld over de invoering in 1909 van de Amsterdamse Tijd (die 19 minuten en 32,13 seconden voorliep op de Greenwich Mean Time. Of over de telefoonklok die F.H. Leeuwrik in 1934 voor de gemeente Den Haag ontwikkelde. Of over hoe men in de 19e eeuw wist hoe laat de trein zou komen?

Gerelateerd
Geen schaduwarchieven, wel wat foto's uit Greenwich

vrijdag 16 mei 2014

De archiefdief doet het in het depot

Zo'n twee jaar geleden schreef ik verschillende keren over de archiefdief Barry Landau, die zijn hele New Yorkse appartement vol had liggen met waardevolle archiefstukken. In september vorig jaar werd in Canada John Mark Tillmann veroordeeld tot negen jaar celstraf wegens diefstal en fraude. De aantallen die Tillmann gestolen heeft zijn onvoorstelbaar:
In late October, RCMP Constable Darryl Morgan, the lead investigator, and other officers visited Mr. Tillmann in jail, spending days looking at photographs of stolen paintings, documents, antique tools, glassware, old books, and furniture that they recovered, but had no clue where they were from.
Now, Constable Morgan and his partner, Tracey Chambers, are undoing Mr. Tillmann’s work, spending their days travelling the Maritimes, visiting antique stores, volunteer-run country museums, universities and even the legislature to return some of the 7,000 artifacts found in Mr. Tillmann’s Halifax home.
So far about 2,000 pieces have been identified – and several hundred items returned.
Op deze kaart staan de grootste diefstallen geprojecteerd.
Tillmann stal niet alleen boeken en archiefstukken, maar ook schilderijen en het harnas dat hierboven afgebeeld staat. En nog meer rare dingen:
Unlike the elaborate art heists of Hollywood movies, targeting the rarest and most expensive artifacts, Tillmann’s thefts tended instead to be less extravagant and unusual in choice: a lemon squeezer, a nutmeg grinder, a brass telescope, a vintage wooden hockey table, a door, an Austrian water pitcher, a water pump, a steam engine, a geometric rug, a wooden apple barrel, a set of old wooden skis, and an old stove. His regular targets were museums, provincial and university archives, small-town antique shops, general stores and, in some instances, the very people he sold artifacts to. 
De modus operandi van Tillmann was redelijk simpel:
 Tillmann typically used younger women as his accomplices, but his first partner-in-crime 20 years ago, he says, was his mother, Noreen Gregory. “Being a little old lady, she was trustworthy,” Tillmann says. “My mother would take [shopkeepers] into another room and they’d be so busy engaged in conversation that I could have walked out with probably whatever I wanted.” 
Maar hij deed het, samen met zijn vriendin, ook wel eens op de Hollywood manier:
The pair also stole a letter written in 1758 by General James Wolfe, the victor at the Plains of Abraham, from the Dalhousie University archives. Mr. Tillmann explains that he was able to copy a set of keys that opened a vault in the university’s library. He and Katya hid in the women’s bathroom until the night security guard left and used the keys to get into the vault, which was jammed with documents. After two hours of searching, around 3 a.m., they hit “pay dirt.”
“I said, ‘Oh, Jesus Christ, if this is real’ – and it looked all real, [it] was the George Washington letter, worth probably half a million to a million dollars in itself. … And I thought, ‘Oh wow.’”
Rooting around further, they found the Wolfe letter.
“We became so exuberant over this – because it was pretty euphoric being in there and knowing at that point that you have millions of dollars worth of documents on the black market – that we ended up having sex right in the middle of all these papers and stuff strewn around,” he recalls. 
In een film is dit volstrekt ongeloofwaardig, maar, om met Reve te spreken:

"De werkelijkheid herken je aan haar onwaarschijnlijkheid."

Gerelateerd
7 jaar voor diefstal van archiefstukken
La vie sexuelle de l'archiviste
Wat doet Ingrid (van Henk) in het archief?

donderdag 15 mei 2014

woensdag 14 mei 2014

Google moet soms mensen vergeten

INF3-271 Anti-rumour and careless talk You forget - but she remembers
Ongeveer alle media schreven gisteren over de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie die Google dwingt om zoekresultaten te verwijderen: NRC, de Redactie, The Guardian, de Volkskrant, Security.nl en vast nog wel meer.
Kortweg komt het erop neer dat individuen in sommige gevallen zoekmachines kunnen vragen om verwijzingen naar bepaalde pagina's te verwijderen als deze gevonden worden via hun naam. Het Hof schrijft dat zo:
Het Hof voegt daaraan toe dat in het kader van de beoordeling van een dergelijk verzoek dat is ingediend door de betrokkene ten aanzien van de door de exploitant van een zoekmachine verrichte verwerking, met name moet worden onderzocht of deze persoon recht erop heeft dat de betrokken informatie over hem thans niet meer met zijn naam wordt verbonden via een resultatenlijst die wordt weergegeven nadat op zijn naam is gezocht. Indien dit het geval is, moeten de koppelingen naar de webpagina’s die deze informatie bevatten van deze resultatenlijst worden verwijderd, tenzij er bijzondere redenen zijn, zoals de rol die deze persoon in het openbare leven speelt, die een overwegend belang van het publiek rechtvaardigen om in het kader van een dergelijke zoekopdracht toegang tot deze informatie te krijgen. 
Het betekent nadrukkelijk dus niet dat de hele pagina niet meer via de zoekmachine gevonden kan worden. Als je zoekt op een andere term dan de naam, kun je de pagina wel nog vinden. 

Allemaal leuk en aardig (of niet), maar één ding snap ik niet.
De NRC schrijft dat de zaak tegen Google aanhangig was gemaakt door
een Spanjaard. Hij had zijn huis via internet verkocht, maar zag nog steeds berichten daarover uit 1998 bij Google opduiken. De man zat toentertijd in de schulden en moest daarom zijn huis verkopen. Hij diende een klacht in bij het Spaanse bureau voor de bescherming van persoonsgegevens, die vervolgens een zaak aanspande tegen de Spaanse vestiging van Google.
De krant is dus heel netjes en noemt de naam van de Spanjaard niet. Maar wat doet het Hof? Dat schrijft in zijn persbericht gewoon de naam van "de Spanjaard" voluit en beschrijft uitgebreid de context van de zaak.
In 2010 heeft Mario Costeja González, Spaans staatsburger, bij de Agencia Española de
Protección de Datos (Spaans agentschap voor de gegevensbescherming, AEPD) een klacht ingediend tegen La Vanguardia Ediciones SL (uitgeefster van een dagblad met grote oplage in met name de regio Catalonië) en tegen Google Spain en Google Inc. Costeja González betoogde dat wanneer een internetgebruiker zijn naam in de zoekmachine van het Googleconcern („Google Search”) invoerde, de resultatenlijst koppelingen weergaf naar twee pagina’s van het dagblad La Vanguardia van respectievelijk januari en maart 1998. In deze pagina’s werd met name een verkoop per opbod van gebouwen aangekondigd die was georganiseerd na een beslag ter terugvordering van de door Costeja González verschuldigde sociale zekerheidsschulden. 
Hoe lang zou Google deze zoekresultaten nog mogen tonen?

Gerelateerd
"Vergeten, hoe zou ik jou kunnen vergeten" Over Europese privacy
Google's autocomplete is smadelijk (en Barack Obama is jouw fiets)

Plaatje: via Wikimedia Commons