Posts tonen met het label metagegevens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label metagegevens. Alle posts tonen

vrijdag 29 november 2013

Nog één keer: telefoonmetadata

Seinhuis Zuidbroek telefoon
De AIVD heeft vandaag op zijn website een Engelstalige verklaring over het afluisteren van telecommunicatie gepubliceerd.
Interception of telecommunications by the AIVD: rules and regulations
The interception of telecommunications by secret services is surrounded by myths and misunderstandings. What is interception according to the Dutch intelligence services and what kinds of interception do we define? What does the law say? By whom and how are the Dutch intelligence services supervised?
En opnieuw wordt het afluisteren gebagatelliseerd door te benadrukken dat het vooral om metagegevens gaat:
Content and metadata
Telecommunications consist of the message (content) and all the data added for the purpose of transport (metadata), such as a telephone number, an IP number, an email address or location data.
Intercepting telecommunications first and foremost means collecting metadata. Metadata is less substantial in size and can be analysed more quickly. In addition, gathering metadata is a less serious privacy infringement. Analysis of the metadata shows whether the matching content of traffic may be relevant for AIVD investigations.
Most data is irrelevant for AIVD investigations. If, based on a carefully designed assessment trajectory, the data does prove to be important, the Minister of the Interior and Kingdom Relations must be asked for permission to also look at the content.
Vorige week beschreef Slate, op basis van een verklaring van professor Felton van Princeton hoeveel die onschuldige metadata kunnen onthullen. De voorbeelden zijn redelijk Amerikaans, maar toch:
NSA collection of our metadata means the government knows when we’ve called a rape hotline, a domestic violence hotline, an addiction hotline, or a support line for gay teens. Hotlines for whistleblowers in every agency are fair game, as are police hotlines for “anonymous” reports of crimes. Charities that make it possible to text a donation to a particular cause (say, Planned Parenthood) or political candidate or super PAC could reveal an enormous amount about our political activities. And calling patterns can reveal our religious beliefs (no calls on Sabbath? Heaps of calls on Christmas?) or new medical conditions. If, for instance, the government knows that, within an hour, we called an HIV testing service, then our doctor, and then our health insurance company, they may not “know” what was discussed, but anyone with common sense—even a government official—could probably figure it out.
But there’s more, says Felten: By analyzing our metadata over time, the government can separate the signal from the noise and use it to identify behavioral patterns. The government can determine whether someone is making lots of late-night calls to someone who isn’t his spouse, for example. When those calls cease, the government might reasonably conclude that the affair has ended. Metadata may reveal whether and how often someone calls her bookie or the American Civil Liberties Union or a defense attorney. And by analyzing the metadata of every American across a span of years, the NSA could learn almost as much about our health, our habits, our politics, and our relationships as it could by eavesdropping on our calls. It’s not the same thing, but the more data the government collects, the more the distinction between metadata and actual content disappears.
En als Target op basis van allerlei aankopen voorspellingen kan doen, dan kan de regering vast ook wel het een en ander afleiden hè.
De PreCogs komen er aan en ze gebruiken big data...

Gerelateerd
Hoe de supermarkt weet wat je nodig hebt
Het waren slechts metadata
Dat metadata niet zo onschuldig zijn...

Plaatje:By Smiley.toerist (Own work) [GFDL or CC-BY-SA-3.0-2.5-2.0-1.0], via Wikimedia Commons

vrijdag 5 juli 2013

De Amerikaanse posterijen registreren alle brieven

Eigenlijk is het heel logisch, maar toch hè, maar toch...
De New York Times schreef eergisteren over het Mail Isolation Control and Tracking program: de US Postal Service maakt blijkbaar een foto van de voor en achterkant van alle poststukken die ze verwerken. Het gaat hierbij om ongeveer 160 miljard (!) enveloppen. Het is niet bekend hoe lang de foto's daarna bewaard worden.
The Mail Isolation Control and Tracking program was created after the anthrax attacks in late 2001 that killed five people, including two postal workers. Highly secret, it seeped into public view last month when the F.B.I. cited it in its investigation of ricin-laced letters sent to President Obama and Mayor Michael R. Bloomberg. It enables the Postal Service to retrace the path of mail at the request of law enforcement. No one disputes that it is sweeping.
“In the past, mail covers were used when you had a reason to suspect someone of a crime,” said Mark D. Rasch, who started a computer crimes unit in the fraud section of the criminal division of the Justice Department and worked on several fraud cases using mail covers. “Now it seems to be, ‘Let’s record everyone’s mail so in the future we might go back and see who you were communicating with.’ Essentially you’ve added mail covers on millions of Americans.”
En het gaat natuurlijk om de metadata:
“Basically they are doing the same thing as the other programs, collecting the information on the outside of your mail, the metadata, if you will, of names, addresses, return addresses and postmark locations, which gives the government a pretty good map of your contacts, even if they aren’t reading the contents,” he said.
Dat die metagegevens heel interessant en veelzeggend kunnen zijn, heb ik zaterdag al beschreven.
Maar het plaatje hierboven is wat dat betreft ook interessant. Het is een weergave van de relaties van Jacob Goldstein, van NPR, enkel gebaseerd op zijn Gmail-metadata:
The relationships it maps are, more or less, my life — orange circles for Planet Money, purple for Brooklyn, brown for college. The big red circle that gets cut off at the bottom of the screengrab is my mom.
The picture shows just how revealing metadata can be. Without knowing anything about the content of my emails, you can paint a pretty complete picture of my personal and professional universe.
Het plaatje is gemaakt met het programmaatje Immersion van MIT:
Once you log in, Immersion will use only the From, To, Cc and Timestamp fields of the emails in the account you are signing in with. It will not access the subject or the body content of any of your emails.
Upon logging out of Immersion, you will be presented with a choice to save or delete your data, which contains your compressed email metadata and user profile.
Heel confronterend, zeker als je het combineert met bijvoorbeeld je LinkedIn-contacten.

Gerelateerd
Dat metadata niet zo onschuldig zijn

maandag 13 mei 2013

Alice en metagegevens


'De naam van het lied heet ‘Schelvis Ogen’.’
‘O, dat is de naam van het lied zeker?’ zei Alice, die haar best deed om belangstelling te tonen.
‘Neen, je begrijpt me niet,’ zei de Ruiter, en keek een beetje geërgerd ‘Zo heet de naam. De naam is in werkelijkheid “De Hoogbejaarde Baas”.’
‘Dus ik had moeten zeggen zo heet het lied?’ verbeterde Alice zich zelf.
‘Neen, dat had je niet: dat is heel wat anders. Het lied heet ‘Het Middel en het Doel’: maar zo heet het enkel maar.’
‘Ja maar, wat is het lied dan?’ vroeg Alice die nu langzamerhand volkomen in de war was.
‘Daar wilde ik nu juist naar toe,’ zei de Ruiter. ‘Het lied is in werkelijkheid “Gezeten op een Hek”: en de melodie heb ik zelf verzonnen.’

Uit De avonturen van Alice van Lewis Carrol, vertaald door Alfred Kossmann

Dus daarom is een toepassingsprofiel belangrijk.

Gerelateerd
De datum van een archiefstuk
Koe of paard, het zijn metadata
Dat is maar een mening: metadata in documenten

Plaatje: The White Knight van John Tenniel

dinsdag 5 maart 2013

De datum van een archiefstuk

Voor de verandering is dit weer eens een "hardcore" archivistiek onderwerp, vooral bedoeld om mijn eigen gedachten te structureren en toetsen. Niet-archivarissen, jullie waren gewaarschuwd.
Het afgelopen jaar ben ik als "adviseur" betrokken geweest bij een van de secties van de Werkgroep Voorbereiding Implementatie e-Depot RHC's van het Nationaal Archief en de RHC's. In mijn sectie ging het over metagegevens, waarbij we probeerden een "toepassingsprofiel" op te stellen waarin alle metadata-elementen staan die aan archiefstukken gekoppeld zouden moeten worden. Uitgangspunt hierbij waren de Richtlijn Metagegevens Overheidsinformatie, het Toepassingsprofiel Metagegevens Rijksoverheid en natuurlijk de roemruchte norm NEN/ISO-23081.
Er valt heel veel over die norm en over de richtlijn en het toepassingsprofiel te zeggen, maar mij gaat het nu om één specifieke vraag.
Tijdens het bestuderen van de richtlijn en het toepassingsprofiel probeerde ik de elementen uit de richtlijn te vergelijken ("mappen" in goed archivistisch Nederlands) met de metagegevens die in het provinciale DMS worden vastgelegd. In die applicatie wordt zowel van de ontvangen als van de verzonden brieven de datum die op de brief staat (de "formele" datum dus) vastgelegd. Groot was dan ook mijn verbazing toen ik in de richtlijn nergens een element kon vinden waar ik die "formele" datum aan kon relateren. Toen vroeg ik me dus af:

Waar laten we de datum van een archiefstuk?

Een datum is een datum is een datum
Naar goed gebruik staat op iedere brief die (vanuit de overheid) verzonden wordt, een datum. Dat is de formele datum van het stuk. Dat klinkt simpel en rechttoe-rechtaan, maar...
De formele datum van het stuk hoeft niet de datum te zijn waarop de (eerste versie van de) brief gemaakt is.
De formele datum van het stuk hoeft ook niet (per sé) de datum te zijn waarop hij ondertekend is.
En uiteraard hoeft die formele datum niet overeen te komen met de datum waarop de brief verzonden is.
Allemaal verschillende data.
Terzijde, als ik het me goed herinner, kreeg ik een paar jaar geleden regelmatig brieven van de Belastingdienst, die soms wel een week later gedateerd waren dan de dag waarop ik de brief ontving.

Een beetje theorie
In de Archiefterminologie wordt datering gedefinieerd als:
a. Van een door een archiefvormer opgemaakt archiefstuk: de datum van het ontwikkelingsstadium
b. Van een afschrift: de datum van het opmaken van het afschrift, met de datum van het document waarnaar het is vervaardigd.
c. Van een archiefbestanddeel, archiefafdeling of archief: de datum van het oudst en jongst aanwezige originele archiefstuk.
Het begrip datering maakt in de terminologie deel uit van de beschrijvingselementen:
Een beschrijvingselement is een gegeven betreffende de context, de geschiedenis en de inhoud van een archief, archiefafdeling, archiefbestanddeel en archiefstuk.
En in de toelichting staat:
Synoniem is archivistische metagegevens.
[...]
De gegevens kunnen op hun meest globale of meest gedetailleerde beschrijvingsniveau worden vastgelegd, respectievelijk betreffende:
[...]
4. Een archiefstuk: tenzij zulks uit de context blijkt de persoon, groep personen of organisatie die het archiefstuk heeft opgemaakt, de geadresseerde, de afzender, het ontwikkelingsstadium, de datering, de uiterlijke vorm, de redactionele vorm, de inhoudsomschrijving en een codering of andere aanduiding voor de vindplaats.
Ook in ISAD(G), de internationale standaard voor archiefbeschrijvingen, neemt de datum een cruciale plaats in, als een van de contextgegevens die noodzakelijk zijn om een archiefstuk te identificeren:
3.1.3 Datering
Doel: Het identificeren en vastleggen van de datering van de beschrijvingseenheid.
Regels: Leg minstens een van de volgende types van datering voor de beschrijvingseenheid vast, zoals van toepassing voor het materiaal en het beschrijvingsniveau.
  • Datum of periode van het bijeenbrengen van de archiefstukken in het kader van de bedrijfsvoering of de behandeling van bepaalde zaken;
  • Datum of periode van vervaardiging van de documenten. Dit impliceert de datering van afschriften, uitgaven, versies van, bijlagen bij, of originelen van stukken ontstaan voorafgaand aan hun samenbrenging als archiefstukken.
In de Australische standaard voor archiefmetadata (Australian Government Recordkeeping Metadata Standard Version 2.0, 2008) is een apart, verplicht element voor datum opgenomen:
4. Date Range
Definition:
Start and end dates and times associated with an entity.
Purpose:
To provide evidence of authenticity.
To record date information about the association of entities with other entities.
To record date information about the existence or validity of a non-Relationship entity separately from date information about the association of entities with other entities.
To ensure provenance relationships (between records and agents) are fully documented.
En tenslotte is ook in de Standard on Recordkeeping Metadata (2004, pdf) van de Verenigde Naties een apart en verplicht element opgenomen voor datum, hier zelfs nog onderverdeeld in verschillende typen (zie pagina 18):
Wat trouwens opvalt is dat er hier ook geen type "formele datum" is. Op basis van deze elementen zouden bij een ontvangen brief de velden 2. Date acquired (ontvangstdatum) en 3. Date declared (registratiedatum) vastgelegd worden. Niet de datum die op de brief staat, tenzij 1. Date created daar voor gebruikt kan worden.

Richtlijn metagegevens overheidsinformatie
En dan begint mijn verwarring.
In de Nederlandse Richtlijn metagegevens overheidsinformatie, die vergelijkbaar is met de Australische standaard en dateert uit 2009, komt het element "datum" niet voor.
O zeker, er zijn verschillende elementen waar een datum ingevuld moet worden.
Zo is er Dekking (9) waarin de "dekking in de tijd" beschreven kan worden. Hierbij moet je bijvoorbeeld denken aan de looptijd van een vergunning.
En er is het element Event geschiedenis (12) - mooi Nederlands ook - waarin beschreven moet worden wat er met het archiefstuk en de metagegevens is gebeurd. Een van die "gebeurtenissen" kan het ontstaan van een document zijn.
Maar, zoals ik hier boven aangaf, hoeft de creatiedatum van een document niet de uiteindelijke formele datum van het document te zijn. En de looptijd van een vergunning staat (redelijk) los van de formele datum van de vergunning.

Het is misschien niet verwonderlijk dat "datum" in de Richtlijn ontbreekt, want tot mijn verbazing ontbreekt het element ook in het tweede deel van NEN/ISO-23081. Hierin worden de records management metadata beschreven, en zoals blijkt uit onderstaande schemaatjes uit de norm, komt het element "datum" er niet in voor, noch bij de identificerende, noch bij de beschrijvende metagegevens:


Waar laten we de datum?
Dit alles laat mij dus enigszins verward achter.
Want in welk element moet de "formele" datum geregistreerd worden als ik uitga van de Richtlijn en NEN/ISO 23081?
Of is die datum, van bijvoorbeeld een ontvangen brief, rapport of e-mail, helemaal niet relevant en hoeft die dus niet vastgelegd te worden?
Maar waarom doen we dat dan wel al jaren lang?
En hoe gaan we dossiers (of zaken?) dan dateren?
Vroeger deden we dat (simpelweg) op basis van de datum van het oudste en het jongste document in het dossier. Maar wat als we die datum niet registreren?

Wie het weet mag het zeggen.

Gerelateerd
De dag dat de Tweede Kamer opnieuw over metadata sprak
Waarom full-text search niet zaligmakend is
Metadata en de WOB

Plaatje: Due Date page from book SMASH PICTURE from Peoria Public Library van Benchilada

maandag 18 februari 2013

Koe of paard, het zijn metadata

Een jaar of twaalf geleden was dit een van de eerste alinea's uit mijn scriptie voor Archiefwetenschap:
Meestentijds zijn de ordeningen en classificaties die we toepassen impliciet en onzichtbaar. Ze worden pas zichtbaar wanneer iemand zich er (al dan niet bewust) niet aan houdt. Een voorbeeld hiervan is het ongemak dat ontstaat wanneer een man het damestoilet bezoekt. Of, maar dan veel ingrijpender, de classificatie die gegeven wordt aan vuurwerk. Zolang de codering op de collo overeenkomt met de inhoud ervan, is er niets aan de hand. Na de vuurwerkramp in Enschede op 13 mei 2000, bleek echter dat een groot deel van de etiketten een lichtere categorie aangaf dan er in de verpakkingen zat.
Nu zou ik waarschijnlijk een stukje uit de NRC van afgelopen weekend citeren over vlees:
De route die het paardenvlees heeft afgelegd voor het illegaal terechtkwam in kant-en-klaarmaaltijden die in talloze Europese landen in supermarkten werden verkocht, is duidelijk. De paarden werden geslacht in Roemenië en door Draap naar Nederland gehaald. Het vlees, dan nog in grote bevroren blokken, werd opgeslagen in het Bredase bedrijf Nemijtek. Vanuit hier ging het naar Spanghero, in het Zuid-Franse Castelnaudary. Deze vleesverwerker verkocht het vlees door aan Comigel, een producent van diepvriesmaaltijden. En vanuit de fabriek in het Noord-Franse Metz vond de distributie naar de supermarkten plaats.
De vraag is op welk moment het paardenvlees – op het etiket – in rundvlees veranderde. De Franse regering die onafhankelijk onderzoek verrichtte, wijst Spanghero aan als hoofdschuldige. De Zuid-Franse fabriek zou doelbewust paardenvlees als rundvlees hebben verhandeld.
It's all about the metadata... Of draaf ik nu door?

Hoe dan ook, er zit ook nog een echt archief-aspect aan deze affaire. De Franse krant Le Parisien heeft van Draap drie facturen gefaxt gekregen waaruit zou moeten blijken dat het Franse Spanghero wist dat het paardenvlees gekocht heeft. De krant twijfelt echter aan de authenticiteit van de rekeningen:
Selon ces factures, la société Spanghero a réceptionné d’importantes quantités de minerai de cheval (NDLR : un mélange de maigre, de gras et de collagène, sous forme de viande hachée). Quarante-deux tonnes très exactement. Dix-huit tonnes et demie le 4 janvier, 18 t le 9 janvier et 4 t le 12 janvier. Les factures sont adressées par Draap Trading Ltd, une société de trading chypriote domiciliée à Limassol, la deuxième ville de l’île. Celle-ci n’a pas pu être jointe et n’a pas pu certifier l’authenticité des factures, qui ont été adressées aux autorités vétérinaires roumaines pour les besoins de l’enquête. Destinataire : « Spanghero viandes elabore », à Castelnaudary. Sur le document apparaît la mention « minerai » suivie du code 0205 0080. Cela signifie « viande de cheval congelée » dans la nomenclature internationale.
Een gefaxte factuur authentiseren lijkt me trouwens ook knap lastig. Maar Draap heeft op zijn minst ook de schijn tegen, want, schrijft de NRC, het bedrijf is vorig jaar veroordeeld wegens vleesfraude.
Tussen december 2007 en september 2009 heeft hij aan twee Franse bedrijven Zuid-Amerikaans paardenvlees verkocht als ritueel geslacht halal rundvlees uit Duitsland.
Fasen importeerde het paardenvlees uit, bijvoorbeeld, Mexico. Leverde het vervolgens op papier aan een halal vlees slachterij in Amsterdam. Dit bedrijf stuurde dan – eveneens op papier – exact dezelfde hoeveelheid vlees terug, à 7 cent per kilo meer. In werkelijkheid vonden er geen leveringen plaats, maar het maakte wel de weg vrij om een halal certificaat te verkrijgen. Hiermee kon Fasen het paardenvlees als Duits of Nederlands halal rundvlees aan Frankrijk doorverkopen.
Wat ook meteen de waarde van certificaten en toezicht aantoont.

Gerelateerd
Certificaten, kwaliteit en toezicht
Valse nucleaire certificaten
Dat is maar een mening, metadata in documenten