Posts tonen met het label gastblog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gastblog. Alle posts tonen

woensdag 5 augustus 2015

Gastblog: Joost luistert en schrijft #ICHORA7 – dag 3

De zevende editie van het ‘International Conference on the History of Records and Archives’ (I-CHORA) vond plaats op 29-31 juli in het Stadsarchief Amsterdam. Het volledige programma met teksten kun je terugvinden op de I-CHORA website. In deze bijdrage gaan we verder met de derde en afsluitende dag, 31 juli. Niet alle lezingen worden behandeld, dus net als bij dag één en twee geldt: als je er wel bij was en een lezing of onderwerp hier mist, gebruik dan graag het reactievenster onderaan om zelf toe te voegen.

Derde dag, 31 juli
Ik heb de eerste paar lezingen van dag 3 helaas gemist, maar was gelukkig nog net op tijd over het verhaal over de wampum van Jonathan Lainey. Daar heeft Ingmar al over geschreven en de lezing voegde daar eerlijk gezegd inhoudelijk niet veel aan toe... maar Lainey was wel een heel onderhoudende spreker. Lees vooral Ingmar z’n blogs nog een keer.

Er is ietwat geschoven in de lezingen, wat betekende dat Jonathan Furner meer tijd had – en dat vond ik hélemaal niet vervelend! – om te spreken over de geschiedenis en huidige staat van ‘data modeling’ in de archivistiek. Datamodellen worden gebruikt in de informatisering en informatiewetenschap om de wereld zoals we die om ons heen kennen, te vertalen naar het gedrag van databanken en informatiesystemen. In feite is het principe niet heel erg nieuw: datamodellen bestaan al onder de oppervlakte sinds we kaartenbakken of zelfs indices zijn gaan maken, of eigenlijk sinds we de neiging hebben gekregen om de wereld te ordenen. Maar waar het verschil echt in zit volgens Furner, is de aard van de objecten die je beschrijft. In de wereld van de ‘erfgoedsector’ onderscheiden we de vier GLAM-instellingen en informatiestandaarden: galerieën, bibliotheken (libraries), archiefinstellingen en musea. Elke sector met zijn eigen beheerobjecten (hoewel galerieën en kunstmusea in veel gevallen uitwisselbaar kunnen zijn) en dus elk met zijn eigen informatiesysteem en datamodel. Toch? Nou, ja en nee...
Want naast de neiging om te ordenen, hebben we ook de neiging om ordeningssystemen op elkaar aan te sluiten. Fruner verwijst naar de ontwikkeling van een nieuw overkoepelend datamodel voor archieven van de ‘expert group on archival description’ (EGAD) van de Internationale Archiefraad (ICA). Die groep heeft blijkbaar een rapport heeft geschreven over het sterker aansluiten van de archivistische beschrijvingsstandaarden aan die van de andere GLAM-instellingen. Waarschijnlijk om aan te kunnen sluiten bij initiatieven als OpenGLAM, of om objecten te kunnen beschrijven die zowel museumstuk als archiefstuk zijn (denk aan scheepsmodellen). Maar is dat wel verstandig? Volgens Furner niet, want wat gaan we inleveren op ons eigen datamodel? Het datamodel voor musea is op dit moment bijvoorbeeld onnodig ingewikkeld, willen we dat invloed laten hebben op archivistische beschrijving? En daarnaast is de hiërarchie van het model voor archivistische beschrijving, een van de belangrijkste eigenschappen van dit model, geheel niet aanwezig in de andere beschrijvingsstandaarden. In het kort de conclusie van Furner: verwijs naar elkaar, prima, maar sluit niet op elkaar aan.
Dat deed me nog denken aan een andere overweging. We zijn al geruime tijd bezig om de werelden van archivistisch beheer en informatiemanagement/informatiearchitectuur bij overheden (ik noem maar een voorbeeld) op elkaar aan te laten sluiten. De mensen in die vakgebieden, de recordsmanagers, informatiemanagers en informatiearchitecten, zijn de natuurlijke gesprekspartners voor archivarissen als het gaat om de informatie die zij op (steeds korter wordende) termijn in beheer krijgen. Als je aan de andere kant met je archivistische beschrijvingsstandaarden en datamodel juist nadrukkelijk gaat aansluiten op instellingen in de erfgoedsector, beweeg je dan nog wel in de juiste richting? En trouwens, ben je als archivaris wel overwegend een erfgoedprofessional? (Maar dat is meer een wezensvraag.)

Waar Elizabeth Shepherd I-CHORA 7 aftrapte met de eerste lezing, zo was haar mede-auteur van het standaardwerk de afsluiter van de reeks. De onvoorstelbaar Britse Geoffrey Yeo hield een verhaal over een klassieker in de archivistische literatuur: Archives in the ancient world van Ernst Posner. Kort samengevat stelde Posner dat de gebruiken binnen het archiefbeheer van de vroeghistorie (Mesopotamië, Oud-Egyptenaren en Oud-Grieken) min of meer gelijk waren aan de gebruiken van ‘vandaag’ (i.c. de jaren zestig). De kleitabletten werden ook geordend, opgeslagen in archiefruimten met planken en beschreven in registers. Men was gründlich in de oudheid, en archiefbeheer is het op-één-na oudste beroep ter wereld! Nou... niet dus. Yeo gebruikte vervolgstudies om de conclusies van Posner zo ver af te pellen, dat er bar weinig van over bleef. Kennelijk is de wetenschappelijke wereld soms ongenadig. Dat het boek in zijn tijd een mooi voorbeeld was van onderzoek naar archieven, daar was Yeo het wel mee eens. Maar achteraf bezien blijft er geen Mesopotamische archiefkast van overeind staan...

De conclusie na drie dagen en 28 lezingen: I-CHORA is geweldig in zijn informatierijkheid en opzet. (Alleen de koffie had deze keer beter gekund.) Mocht het nog een keer in Nederland of West-Europa komen: mensen, maak er gebruik van! En als de KVAN-Dagen vanaf de editie in Amersfoort nog verder deze kant op gaan, dan mogen we daar alleen maar blij mee zijn.

Joost van Koutrik werkt bij Het Utrechts Archief en zit ook nog eens in de Archiefcommissie van de VNG.

dinsdag 4 augustus 2015

Gastblog: Joost luistert en schrijft #ICHORA7, dag 2

Sinds 2003 vindt gemiddeld eens in de twee jaar het ‘International Conference on the History of Records and Archives’ (I-CHORA) plaats: een congres waarin onderzoekers hun werk presenteren dat te maken heeft met archieven of archiefbeheer, om vervolgens te worden overladen met vragen vanuit het publiek. Voor de zevende editie is I-CHORA op 29-31 juli neergestreken in het Stadsarchief Amsterdam. Als congrescorrespondent voor Ingmar bladert en schrijft mocht ik verslag doen.
Ik ga hier niet alle 28 lezingen behandelen, maar een keuze hieruit. Het volledige programma met teksten kun je terugvinden op de I-CHORA website. En als je er wel bij was en een lezing of onderwerp hier mist, gebruik dan vooral de ‘Reageer’-knop onderaan!

Dag 2, 30 juli
Jeanette Bastian opende dag twee met een discussie die al decennia woedt, maar met digitalisering van de samenleving alleen maar vloeibaarder is geworden: wat is een ‘archief’? Wat is een archief voor archivarissen/beheerders en wat is het begrip voor andere mensen, met name onderzoekers. Waar archivarissen het archief zien als een afgebakend (zelfs fysiek) geheel, kijken bijvoorbeeld onderzoekers daar op een andere manier naar: ‘oral history’ en juist het ontbreken van tastbare informatie (‘archival silence’) horen ook bij het archief van hun onderzoek. Dit hangt samen met wat Bastian en anderen de zogenaamde ‘archival turn’ in onderzoek noemen. De ‘archival’ waarde van onderzoeksbronnen is niet gelegen in het feit dat ze archiefstukken zijn, maar dat onderzoek heeft aangetoond dat ze bewijswaarde hebben. Zo kan een archeologische opgraving of een plaats van misdaad ook ‘archival’ zijn. Gewoon een verschil van definities als je ’t mij vraagt... De A van OAIS slaat ook niet op archief zoals wij dat kennen.
Maar heeft dit gevolgen voor archiefprofessionals en archiefinstellingen? Grappig was wel wat terug kwam uit de zaal. Wat archivarissen irritant schijnen te vinden is als mensen uit andere disciplines een nieuw theoretisch ‘speeltje’ vinden en daarover gaan tamboereren, terwijl archivarissen er al jaren mee bezig zijn (of zeggen te zijn) zonder gekend te worden: ze blijven ‘hand maidens’ voor historici. De discussie deed mij dan weer de andere kant op denken aan zaakgerichte ordening en zaakgericht werken. Iets totaal nieuws toch, een jaar of tien geleden? Nee, het principe bestaat al ruim een eeuw.

Een van de meer indrukwekkende lezingen was van Melanie Delva en Melissa Adams over de dekolonisatie van archieven en de verhouding hiervan tot de geïnstitutionaliseerde ethische code voor archivarissen. Adams vertegenwoordigde een ‘first nation’ stam in Canada, Delva is een archivaris van de Anglicaanse kerk in West-Canada. De discussie ging over een fotoarchief dat was opgebouwd door de opvarenden van een zendelingenschip, aangemeerd bij een stam in een veraf gelegen plek in het gigantische Brits Columbia. De stam wilde de foto’s in origineel of kopie hebben en daarnaast inspraak hebben op de raadpleging van foto’s waarin heilige objecten zichtbaar waren. In eerste instantie werd dat geweigerd, vanwege het beleid van de archiefinstelling. De lezing ging in op de redenen waarom dat niet zonder meer had moeten gebeuren (meer over de bredere achtergrond vind je hier) en waarom de ICA-code geen rekening houdt met dergelijke gevallen. Het argument was zelfs dat huidige ethische codes ‘westers’ zijn, scheve machtsverhoudingen in stand houden en ingaan tegen verklaringen als UNDRIP. Dat is nogal wat. Theo Thomassen was het daar in ieder geval in een reactie mee eens, hij stelde zelfs dat de ICA-code een gedateerde moralistische code is en geen professionele gedragscode. Ik ben benieuwd of dit een vervolg gaat hebben. En wat de invloed dan is op hoe wij aankijken tegen beheer en beschikbaarstelling van archieven m.b.t. Nederlands-Indië en Suriname, maar ook tegen migrantenarchieven en archieven van niet-westerse godsdienstorganisaties.


Chris Bellekom, foto van Erika Hokke

Chris Bellekom van het COA zat een drietal lezingen voor over archieven in conflictsituaties. Een van de lezingen was van Ellen van der Waerden over de instructies voor wat je zou kunnen noemen ‘archivalisering’ door Nederlandse militairen bij de invasie door de Duitsers in 1940. Het documentatieproces bestond uit het opmaken van oorlogsdagboeken, krijgsberichten en lijsten van menselijke en materiële verliezen. Op 14 mei 1940 werd het bevel uitgevaardigd om de stukken te vernietigen. Waarom is nooit duidelijk geworden, maar er werd zonder vragen met militaire precisie gevolg aan gegeven. Op 24 mei volgde een bevel van generaal Winkelman om te reconstrueren wat men nog wist van de stukken. Tsja, daar zit je dan. Tijdens maar vooral na de Tweede Wereldoorlog werd dit archief met een veelheid van verslagen aangevuld, zelfs tot in de jaren negentig. Of zoals Van der Waerden stelde: “We hebben nu waarschijnlijk een rijkere reconstructie van het gebeurde dan als de eerste documenten waren bewaard.” Dat is allicht zo, maar dan natuurlijk wel in een andere vormingscontext. Daar hield het overigens niet op. De functie van de collectie was niet alleen het mogelijk maken van historisch onderzoek: (ex-)soldaten werden ook op basis van de verslagen beoordeeld. Wat eigenlijk getuigenverslagen naderhand waren, werd kennelijk gebruikt als primaire bron. Die machtsfunctie en ‘multiple provenance’ van het archief komt ook terug in de ordeningsstructuur.

Peter Horsman sloot de dag af met een lezing over de Gacaca archieven, waar o.a. hij en Petra Links van het NIOD bij betrokken zijn. De Gacaca is een traditioneel systeem van decentrale ‘grass roots’ rechtspraak in Rwanda. Dit systeem werd ingezet bij de berechting van honderdduizenden mensen die betrokken waren bij de Rwandese genocide in 1994. Er was een getrapte structuur van een generale assemblee, sectorale en beroepsrechtbanken (1545 stuks), en lokale rechtbanken (9028 stuks). De lokale rechtbanken dienden voor het verzamelen van getuigenissen en het doen van uitspraken over materiële schade. Over dit geheel werd een intensieve bureaucratie heen gebouwd, met heel specifieke voorschriften voor het opmaken van processtukken. Al die deelarchieven zijn nu bijeengebracht op één locatie, samen met de opnames van rechtszaken. Een enorm ingewikkeld geheel, waarbij volgens Horsman een standaard als ISAD(G) niet volstaat om de dynamiek te beheersen. Nee, dat geloof ik ook wel. Wat dan wel de gekozen oplossing is werd me niet helemaal duidelijk, maar we horen hier in de toekomst waarschijnlijk wel meer over...

Morgen de laatste dag, onder andere over de wampum.

Joost van Koutrik werkt bij Het Utrechts Archief en weet ook veel van films. 

Gerelateerd
Gastblog: Joost luistert en schrijft #ICHORA7 - dag 1

maandag 3 augustus 2015

Gastblog: Joost luistert en schrijft #ICHORA7 - dag 1


Sinds 2003 vindt gemiddeld eens in de twee jaar het ‘International Conference on the History of Records and Archives’ (I-CHORA) plaats: een congres waarin onderzoekers hun werk presenteren dat te maken heeft met archieven of archiefbeheer, om vervolgens te worden overladen met vragen vanuit het publiek. Voor de zevende editie is I-CHORA op 29-31 juli neergestreken in het Stadsarchief Amsterdam. Als congrescorrespondent voor Ingmar bladert en schrijft mocht ik verslag doen. De vorige I-CHORA in Amsterdam was in 2005, andere steden waren Boston, Austin, Toronto, Londen en Perth – dus de kans dat het de volgende keer in Nederland plaatsvindt is niet erg groot... Vreemd was ook dat er opvallend weinig Nederlanders aanwezig waren, terwijl de deelnemers van over de hele westerse wereld leken te komen (en een paar uit Iran).
Ik ga hier niet alle 28 lezingen behandelen, maar een keuze hieruit. Het volledige programma met teksten kun je terugvinden op de I-CHORA website. En als je er wel bij was en een lezing of onderwerp hier mist, gebruik dan vooral de ‘Reageer’-knop onderaan!

Dag één, 29 juli
Na de aftrap ging Elizabeth Shepherd (o.a. co-auteur van een standaard werk en onderzoeker naar de openbaarheid van informatie in Groot Brittannië) in op de onzichtbare rol van vrouwen in de geschiedenis van het vakgebied van archivistiek en informatiebeheer. Als er überhaupt al iets geschreven is over mensen uit ons werkveld, dan zijn dit vrijwel uitsluitend mannen... (De geschiedschrijving over ons vakgebied zal daar overigens bepaald niet uniek in zijn.) Vrouwen hebben echter een belangrijke rol gespeeld in de archivistiek. Een voorbeeld dat Shepherd onderzoekt is het vrouwelijke aandeel in de zogenaamde ‘records agents’ in Engeland in het interbellum. ‘Records agents’ waren zzp’ers en een soort van kruising tussen DIV’ers, informatiebeheer adviseurs en archiefonderzoekers. Veelal vrouwen dus, en Shepherd pikte er een paar uit voor biografieën.

De lezing van Jennifer Douglas ging in op de rol van foto’s van overleden mensen als bewijsstuk en de rol daarvan in het rouwproces, dit naar aanleiding van de miskraam van haar eigen dochter en het aanbod van het ziekenhuis om een foto te maken ter herinnering. Dat vond ze maar een raar idee... Maar er bleek een hele wereld achter te schuilen, vooral tijdens de 19e eeuw. Dus is ze dit fenomeen gaan onderzoeken. Destijds toonden de foto’s o.a. aan dat het kind daadwerkelijk had bestaan en ging het alsnog voor langere tijd deel uitmaken van het gezin. Er zijn ook nu nog hele websites aan gewijd. Als je het verhaal zo beluistert ga je ook in een andere context over selfies en Facebookpagina’s nadenken... Wat als de maker van een selfie overlijdt? Welke waarde krijgt zo’n foto dan voor de nabestaanden? En zou dat gevolgen moeten hebben voor het bedrijf dat die foto’s beheert?

Anne Gilliland behandelde de geschiedenis van het eiland Goli Otok, een van de gevangenissen in Kroatië onder het Tito regime. Het dient nu als een van de objecten die symbool staan voor de geschiedenis van Kroatië vanaf de jaren veertig. Tegenwoordig is het een voorbeeld van plaatsen voor zogenaamd ‘dark tourism’: een plek waar je jezelf in het cachot op de foto kunt laten zetten en daarna een frietje eten. Gililand behandelde de archieven die met het eiland te maken hebben, maar ook hun relatie tot het eiland als historisch object. Wat zegt het object zelf over de archieven, of vooral over de onderdelen die later blijken te ontbreken?

Theo Thomassen. Foto door Vincent Robijn
Theo Thomassen besprak zijn promotieonderzoek naar het archief van de Staten Generaal, waar onlangs de handelsversie van is verschenen. Specifieker ging hij in op de vraag of hij de archivistische methode voor dit archief kon gebruiken: het analyseren van het archief aan de hand van de ‘functies’ of ‘werkprocessen’ van de organisatie. Dat lukte voor een groot deel niet. Destijds was er ook al sprake van ‘multiple provenance’: het archief van de Staten Generaal zoals het nu bestaat komt eigenlijk al voort uit een ketenproces. Bovendien is het een archief dat zijn structuur heeft gekregen door het proces van machtsuitoefening: in de structuur zien we niet de wereld terug zoals die eruit zag, maar zoals de Staten wilden dat die eruit zou zien. Dit zal niet het enige archief zijn waarbij dat het geval is: denk aan archieven waarbij onderdelen bewust zijn weggelaten of later verwijderd. Een paar voorbeelden zullen ook hier langs komen.
Elizabeth Mullins behandelde het archiefbeheer bij de congregatie van de Sisters of Mercy, als casusstudie voor religieuze organisaties in Ierland in de 20e eeuw. En daar werd me wat afgearchiveerd... Recordkeeping was hier ook een overduidelijk machtsmiddel om de status quo te handhaven. Bij de congregatie was een regel of afspraak pas geldig als die werd opgeschreven, en ook nog eens door een hooggeplaatste persoon. Daardoor kon de macht binnen een congregatie ook centraal gehouden worden, tegenover zowel de nonnen als de kinderen die in de congregatie waren gehuisvest. Vreemd genoeg waren de voorschriften voor archiefbeheer kennelijk niet erg duidelijk, waardoor veel informatie verloren is gegaan. (Of misschien bestonden er wel verbale instructies, en waren die over archiefbeheer héél expliciet...) Aan een aantal dossiers van kinderen kun je wel nog zien hoe er o.a. met strafmaatregelen werd omgesprongen. Die dossiers waren weer een waardevolle bron voor het zogeheten Ryan Report uit 2009, kort gezegd de Ierse tegenhanger van de Commissie Deetman.

De slotlezing van Eric Ketelaar op dag één ging naast het archief van Rembrandt in op een hoop zaken, maar vooral op de begrippen ‘archival consciousness’ en ‘archival negativism’. Dat laatste duidt op de ontmoediging (door cultuur of organisatie) om informatie als archief vast te leggen en te bewaren – of juist de vernietiging ervan te stimuleren. Hij haalde daarvoor Derrida’s Archive fever aan (zie o.a. hier), maar stelde dat in deze context Derrida juist niet gaat over het bewaren van archieven; integendeel, het gaat eigenlijk over het vernietigen ervan. We zullen er vast nog wel een vervolgartikel over zien.

Morgen de tweede dag, onder andere over wat een archief is en over de Ethische Code.

Joost van Koutrik werkt bij het Utrechts Archief en twittert ook nog wel eens.

maandag 2 december 2013

Gastblog: Joost luistert en schrijft #ac2013 - Day two

@Tiffanyarchives: The view from the conference building in Brussels. #ac2013 #Brussels
Op 23 en 24 november organiseerde de Internationale Archiefraad het jaarlijkse congres in Brussel. Naar eigen zeggen tot goede tevredenheid en ik ben dat met ze eens. Het gehele programma vind je hier. Vorige week schreef ik hier een ‘gastblog’ over de eerste dag en "the day before".
Nu het verslag van de tweede dag.

Privacy en Wereldoorlogen
De tweede dag begon gelijk met parallelle sessies. De keynotes hebben we de eerste dag al gehad, dus maar gelijk aan de bak, headsetje in de aanslag voor als er iemand Frans begint te spreken.
De keuze voor de eerste sessie was een moeilijke, maar uiteindelijk werd het de frictie tussen toegang tot informatie en privacybescherming. Interessant om te zien hoe hier in Frankrijk, België, Zwitserland en Duitsland over gedacht wordt. Een paar indrukken.
In Duitsland zijn ze er nog steeds vrij strikt in, al worden daar wel de archieven m.b.t. de Eerste Wereldoorlog met voorrang gedigitaliseerd. Ik kwam er ook achter dat de overbrengingstermijn in België tot 2009 honderd jaar was en nu teruggebracht is tot dertig jaar – nog steeds niet bepaald ambitieus, maar alla. Ook de methoden van beschrijving worden door de regelgeving beïnvloed: je kunt dus niet vrijelijk een inventaris maken en publiceren. Maar dat kan hier in Nederland ook niet.
In Zwitserland kan ongeveer 25% van de toegangen niet online worden geraadpleegd vanwege privacy redenen, maar kom je naar de studiezaal in Bern dan is inzage schijnbaar geen probleem. Doet me denken aan dezelfde discussie bij ons over auteursrechten, zie artikel 15h. Net als in Duitsland worden in Frankrijk acties ondernomen voor de archieven uit de Eerste Wereldoorlog: de persoonsgegevens in die archieven (waaronder de registers) worden uitgesloten van de privacywetgeving. Voor mijn gevoel zijn verder de regels voor persoonsgegevens in archieven in Frankrijk ongeveer even ingewikkeld als hier in Nederland.

FOIA, crisis en Almere
De tweede parallelsessie bevatte naast Elizabeth Shepherd (co-auteur van een standaardwerk) ook onze eigen Frans Smit!
Het verhaal van Shepherd, opgeluisterd met nogal ‘informatierijke’ dia’s, ging met name over de Britse Wob. Haar vrees en constatering was dat de wet niet heeft geleid tot een veranderende behoefte aan openbare overheidsinformatie, maar dat deze juist heeft geleid tot een tegenreactie van ambtenaren: afspraken worden steeds minder schriftelijk vastgelegd. Zij kondigde ook aan dat haar departement zich gaat richten op onderzoek naar herkomstvraagstukken bij ‘linked open data’. Het volgen waard lijkt me.
Het hoofd Recordsmanagement van de gemeente Gerona had een geweldig verhaal, maar dit moest er in sneltreinvaart doorheen gejakkerd worden. Een van zijn stellingen was dat resultaten van recordsmanagement-onderzoek en de records in applicaties zelf gebruikt moeten worden bij Open Data-beslissingen: wat sturen we de wijde wereld in, maar ook hoe en waarom.
Frans Smit (inspecteur in Almere) ving vervolgens aan zijn verhaal te doen, en prompt begon de zon de zaal in te schijnen. Noem het een voorbode, maar het verhaal was ook goed en richtte zich onder andere op het negenvlaksmodel. Vooral zijn verwijzing naar een informatiefilosoof deed het goed bij zijn toehoorders; hij gebruikte dit om het begrip ‘crisis’ nader te beschrijven als we het hebben over ‘informatiecrisis’.
De laatste spreker deed mijn gedachte teniet dat ik voor deze sessie geen headsetje nodig zou hebben. Ze was van het Belgische Rijksarchief, had een Nederlands klinkende achternaam, maar bleek… Frans te spreken.

Holocaustonderzoek en politieke besluiten
In de laatste parellelsessie onder discussieleider Sheila Anderson ging het over onderzoek, met name het onderzoeksproject voor de European Holocaust Research Infrastructure (EHRI), waar ook het NIOD bij betrokken is. Het ging voornamelijk over de (tussen)resultaten bij de ontwikkeling van een gestandaardiseerd netwerk van beschrijvingen met gebruik van EAD en de mogelijkheden voor vernieuwend onderzoek die een overkoepelend netwerk van beschrijvingen biedt. Vóór het project waren de methoden en systemen van beschrijving nog te divers om zo’n netwerk mogelijk te maken. Het ging ook over hoe belangrijk het bijvoorbeeld is om de bronnen en verantwoordelijken voor beschrijvingen vast te leggen. Ik denk dat de resultaten uit dit project echt zullen bijdragen tot een betere uitwisselbaarheid van archiefbeschrijvingen en ook verbeteringen in de beschrijvingsstandaarden, naast wat bijvoorbeeld al binnen APE wordt gedaan.
Pieter Lagrou hield in dezelfde sessie een vurig betoog voor sterkere betrokkenheid van historici bij digitaliserings- en subsidiebeslissingen, omdat dit volgens hem politieke beslissingen zijn. Zo was het financieren van EHRI volgens Lagrou ook een politieke beslissing, gedreven door een erfgoedagenda; de wetenschap heeft deze agenda gebruikt voor financiering. Dat zal best. Ik ken er nog wel meer die zich tot dergelijke beslissingen gedwongen hebben gezien.
Lagrou’s betoog viel nogal uit de toon bij de rest. Prima als je het zo gedreven vertelt, maar in deze setting boet wat mij betreft je verhaal in aan geloofwaardigheid. Daarnaast keken de EHRI-onderzoekers wel een beetje ongemakkelijk en ‘betrapt’ tijdens zijn verhaal. Dat had helemaal niet nodig geweest als hij het anders had gebracht. Voor de rest was het verhaal over historisch onderzoek in het internet-tijdperk natuurlijk heel interessant.

Over de ‘round up’ en algemene vergadering van de ICA heb ik niet veel te vertellen, behalve dat de voorzitter het niet altijd gemakkelijk heeft bij zijn gehoor. We zijn niet de meest easy beroepsgroep, zal ik maar zeggen…
De ICA stuurt geen proceedings en presentaties komen ook niet op de website, begreep ik. Beetje jammer, maar sommige sprekers lossen dat zelf wel op. En je vindt al aardig wat aanvullende verslaglegging hier. Volgend jaar is het congres in Gerona, het jaar daarop in Seoel. Dat tweede is een uitdaging, maar een midweek naar Gerona is überhaupt het overwegen waard…

Gerelateerd
Gastblog: Joost luistert en schrijft #ac2013 - The Day Before
Gastblog: Joost luistert en schrijft #ac2013 – Day One

Naschrift
Joost, hartelijk bedankt voor je verslag.
 Ingmar

dinsdag 26 november 2013

Gastblog: Joost luistert en schrijft #ac2013 – Day One

Anouk Baving presenteert in Brussel de producten die Archief2020 op zal leveren
Ingmar heeft mij de ruimte gegeven voor een gastblog over het congres van de Internationale Archiefraad op 23 en 24 november. Vorige keer heb ik geschreven over de dag voorafgaand aan het congres: een indruk van een werkgroep vergadering voor een coderingsnorm. 
Hierbij het verslag van het congres – Day One.

Keynotes
Een congres begint natuurlijk altijd met ‘keynotes’ van mensen die worden geacht belangrijk te zijn. De sterkste keynotes waren van Willem Debeuckelaere, voorzitter van het Belgische CBP en Alison North, directeur ARMA International. Debeuckelaere verraste vriend en vijand door ongemeen uit te halen naar het voorgenomen ‘recht om vergeten te worden’ van de Europese Commissie. Zijn dienst had al eens de grootste moeite om Alzheimeronderzoek goed te keuren wegens het gebruik van DNA-materiaal. Nu brak hij een lans voor wetenschappelijk, statistisch en historisch onderzoek. Dit moet niet lijden onder maatregelen die weinig van doen hebben met privacybescherming. Sommige van zijn collega’s zullen hem zijn uitspraken niet in dank afnemen, zei hij. Waarvan akte, blijkbaar was het dapper.
North wist het publiek ook wakker te schudden. Vaak hebben we het over iets slaps als het ‘bedrijfsrisico’ dat een organisatie loopt bij ondeugdelijk archiefbeheer. Dat kost geld, dus dan wordt het management wakker. North ging nog een stapje verder: onvoldoende ‘information governance’ leidt tot “death, death, destruction and death.” Dood, dood en vernieling dus… en nog meer dood. In dit geval in Californië, waar een gasexplosie in 2010 acht doden tot gevolg had. De oorzaak? Onvoldoende gedocumenteerde pijpleidingen. Want niemand bij Pacific Gas & Electric voelde zich verantwoordelijk voor duurzame verslaglegging. En North kan het weten: zij was de ‘expert witness’. De rest was een met smaak gebracht verhaal over wat je eigenlijk ook in de ISO normen 30301 en 15489 kunt lezen.

Parallel-sessies 
Voor de parallelle sessies kon je kiezen tussen zaken als Open Data, waarheidsvinding, uitdagingen in recordsmanagement, undsoweiter. De ‘uitdagingen in recordsmanagement’ sessie bleek vol te zitten en er stond een meneer in het Frans te praten over PDF-documenten, dus Frans Smit (die er de volgende dag ook was als spreker) en ik togen naar de sessie in de Grote Zaal. Daar was aanzienlijk wat te beleven over Open Data. José Alonso wist er sowieso veel over te vertellen. Vooral de Open Data Barometer klonk erg interessant, maar Alonso wist ook te relativeren: de Open Data-beweging is zelf eigenlijk helemaal niet zo open. En met het beschikbaar stellen van Open Data hoeft een organisatie nog helemaal niet transparant te zijn: Open Data kan ook gebruikt worden als rookgordijn.
Miriam Nisbet had een verhaal dat ondanks de bevlogenheid niet echt ergens naartoe ging, behalve dan dat je als archivaris aan tafel moet zitten bij nieuwe ontwikkelingen en dat er in 1973 een grote brand was in een archiefgebouw van NARA, waar ze nog steeds de beschadigingen van moeten opruimen. En dat ze bij de Amerikaanse overheid nog steeds mailtjes printen, ondanks de oproep van Obama om “nou eens potdomme te professionaliseren met z’n allen!” Dat was leuk om te memoreren en de Citizen Archivist Dashboard van NARA zag er heel gelikt uit…
Afsluiter van de eerste sessie was Malcolm Todd, van wie je wegens zijn verschijning geen bevlogen verhaal verwachtte. Niets was minder waar. Ook Todd riep op om bij te blijven met ontwikkelingen en bemoeienissen van anderen. Dat hij daarbij tijdens het heen en weer stuiteren op het podium de microfoon vergat was wel aandoenlijk. Die man houdt van z’n vak. Zijn centrale punt: als archiefdienst zitten wachten op overbrenging is zinloos, veel materiaal komt al veel eerder online voor onderzoek. Het is veel beter om aan tafel te zitten voor duurzaamheidsvraagstukken, want daar hebben ontwikkelaars een blinde vlek voor. Hij had nog wel een leuke truc van het Britse Nationaal Archief: gebruik overbrengingsachterstanden als ‘Open Data’-pressiemiddel (heeft Ingmar ook al eens over geschreven), zodat de pers er lucht van krijgt. Tsja, ’t is een manier om het op te lossen. Misschien gebeurt dat in Nederland ook nog wel een keer…

Mijn tweede sessie begon met een Franse meneer die iets in het Frans zei over persoonsgegevens in Franse archieven, en zichzelf daarbij twee keer scheen te herhalen. Spijtig zonder zo’n tolk-headsetje. Overigens was hij een van de twee Franse heren tijdens het congres die iets in het Frans zeiden over persoonsgegevens in Franse archieven. De Archiefraad is tweetalig en iets zegt me dat de Fransen dit graag zo willen houden…
De Japanse algemeen archivaris las vervolgens de website voor en vertelde nog wat over de Japanse Archiefwet en het ‘Administrative Document File Management Register’… wat ik al wel weet, het kan geen koffie zetten. Maar goed, mij hoor je niet zeuren: hij moest ervoor dat roteind naar België vliegen, niet ik.
Veel beter was de lezing van David Fricker, directeur van het Australische Nationaal Archief. Zijn verhaal was vergelijkbaar met het Archief 2020-programma in Nederland, maar dan met veel minder beschikbaar geld. Namens Nederland mocht Anouk Baving, programmamanager van Archief 2020, acte de présence geven op het podium met hetzelfde verhaal als Fricker. Maar dan uit Nederland. Jammer genoeg had zij daarvoor betrekkelijk weinig tijd, omdat de eerste verhalen uitliepen en de sessieleider van regie niet bijster veel kaas had gegeten... Het had mooi geweest om Australië en Nederland uitgebreider te vergelijken en de eerste twee sprekers naar achter te schuiven. Het was in ieder geval goed om aan de voorgenomen producten van Archief 2020 herinnerd te worden.

Binnenkort volgt het laatste verslag – Day Two.

Gerelateerd
Gastblog: Joost luistert en schrijft #ac2013 - The Day Before

maandag 25 november 2013

Gastblog: Joost luistert en schrijft #ac2013 – The Day Before

Eens in de zoveel tijd komt de community van knappe koppen in het wereldwijde archiefwezen samen om te conferentiëren onder de paraplu van de Internationale Archiefraad. Afgelopen weekeinde was de conferentie in Brussel. Nou… da’s goed te doen, paar uurtjes in de trein en je bent er. 
Ik mocht dus ook een keer vanuit Het Utrechts Archief een knappe kop zijn, en waar beter dan bij het Orakel van Meerssen om hier verslag van te doen! Overigens was dit de eerste keer dat het congres jaarlijks terug gaat keren in plaats van de zogenaamde CITRA. Daarvoor was de ‘open’ conferentie eens in de vier jaar. Het verschil tussen een congres en een conferentie is me nog steeds niet geheel duidelijk (afgezien van het publiek), maar kan me ook niet veel schelen. Volgende keer is het in Gerona, dus da’s voor Europese vakidioten ook nog wel te behapstukken. Daarna is het in Seoul – wordt een wat grotere uitdaging.

Rond dit soort conferenties komen de deelnemers aan internationale programma’s van de Archiefraad (zoals het forum van nationale archivarissen) en andere internationale werkgroepen bijeen om en petit comité een potje te kibbelen. Die vrijdag zag een nieuwe werkgroep voor EAC-Functions het licht. Dat is kort gezegd de XML-versie van dit. En ik schijn daar slimme dingen over gezegd te hebben, dus ik mocht erbij zitten.
Zo’n vergadering duurt een dag lang en heeft een merkwaardige dynamiek. Veel mensen zeggen helemaal niets. Een paar mensen wel, en veel ook, en dat de hele dag lang. En vervolgens mag iedereen die in de werkgroep wil, haar en zijn hand opsteken. Waaronder ik. En daarna gaan er dingen gebeuren, vermoed ik. Archivistische opinieleiders in Nederland verwachten er niet bijster veel van, maar ach, de ervaring is ook veel waard.
Een aparte ervaring is om tijdens de vergadering naast je grote archiefheld te zitten en dat niet eens door te hebben. Dat overkwam mij dan weer, toen ik vroeg of hij die meneer Gavan McCarthy uit Australië was die op de gastenlijst stond. “Nee,” zei hij, “ik ben Chris Hurley.” Ik heb alleen al door zijn aanwezigheid absoluut geen spijt van de bespreking.

Binnenkort volgen verslagen van beide dagen van het congres. Een eerste indruk in Engels, Frans, Spaans en Nederlands vind je hier.

Joost van Koutrik twittert ook.