woensdag 27 januari 2010

Invisible - Paul Auster

Ondanks dat Invisible enkele cliché-elementen bevat, is het wel intrigerend. Het eerste hoofdstuk (Spring) bestaat uit bijna clichématige oude-mannen-memoires, waarin een zestigjarige man een traumatische gebeurtenis uit zijn jeugd in 1967 beschrijft.
In het tweede hoofdstuk blijkt, weer een cliché, dat het eerste hoofdstuk een manuscript is dat de ik-figuur (Adam Walker) heeft gestuurd naar zijn oude studiegenoot en ondertussen beroemd schrijver (Jim Freeman). Ze spreken af elkaar te ontmoeten maar nog daarvoor stuurt Walker het tweede hoofdstuk van zijn roman (Summer) op.
Dat hoofdstuk is al minder clichématig, want beschrijft in de tweede persoon enkelvoud de zomer van 1967, waarin Adam Walker een paar maanden samenwoonde met zijn zuster.
In het blijkt dat de ontmoeting tussen Walker en Freeman niet doorgaat, doordat Walker vlak voor hun afspraak sterft (weer een cliché). Maar, hij heeft zijn aantekeningen voor het derde hoofdstuk (Fall) achtergelaten voor Freeman, met het verzoek of hij de volledige roman wil uitgeven. Freeman schrijft dan op basis van de aantekeningen in de derde persoon enkelvoud over Walkers korte verblijf in Parijs in de herfst van 1967.
Ondertussen schrijft Freeman ook dat hij contact heeft gehad met Walkers zuster en dat zij heel andere herinneringen heeft aan de tijd dat ze met haar broer samenwoonde (vooral met veel minder seks). En Freeman vindt de vrouw waar Walker in Parijs veel contact mee had. Het laatste hoofdstuk is een passage uit haar dagboek.

Het intrigerende zit vooral in de verschillende perspectieven. Aan de ene kant van ik naar jij naar hij en aan de andere kant de verschillende personages die "hun" kijk geven op dezelfde gebeurtenis. Ik schrijf hier "hun" tussen aanhalingstekens, omdat Auster ook benadrukt dat het om een roman, om fictie gaat. Ergens staat expliciet dat Adam Walker niet Adam Walker heet en dat Freeman niet Freeman heet. En uiteraard is Auster de 'echte' auteur. Doet een beetje denken aan Magritte:

En ik hou wel van dat soort 'spelletjes.'

Waar ik nog niet helemaal uit ben is waarom het boek Invisible heet. Misschien is de boodschap dat je het handelen en de motieven van iemand altijd alleen vanuit je eigen perspectief interpreteert, maar dat wat er "echt" gebeurt altijd onzichtbaar blijft achter de reconstructie die iedereen er voor zich zelf van maakt. Zelfs het samenvoegen van al die reconstructies lost dat niet op. Zoals ik al zei: intrigerend.

Luister hier naar het begin van de roman, voorgelezen door Auster zelf.

donderdag 14 januari 2010

Authenticiteit?

In de Kerstvakantie las ik op aanraden van een collega De toekomst van het verleden van Alexander Stille. Omdat ik wat gemengde gevoelens bij het boek had, was ik eigenlijk niet van plan er hier over te schrijven. De stijl van Stille staat me niet zo aan, het is een echt 'Amerikaans journalistieke stijl' en hoewel Stille heel veel verschillende onderwerpen bespreekt, van de Sfinx in Gizeh tot natuurbescherming op Madagaskar en het Latijn in het moderne Rome, is het toch veel van hetzelfde. Alle mensen die hij beschrijft zijn monomaan, excentriek en voeren eigenlijk een verloren strijd. Na acht van de elf hoofdstukken had ik er genoeg van en heb ik het dichtgeslagen en opzij gelegd.

Gisteren, terwijl ik bezig was met het beantwoorden van diverse vragen over archiefwettelijke vervanging, moest ik desondanks toch aan een hoofdstuk uit het boek denken. Één van de aspecten die bij vervanging een belangrijke rol spelen is de vraag hoe authentiek een (digitale) reproductie is. En dan ging het gisteren eigenlijk niet eens om de juridische authenticiteit ("Dit document is wat het zegt te zijn"), maar meer om de 'historische sensatie' van een origineel document.

In sommige gevallen hebben archiefstukken een museale waarde: ze zijn het op grond van esthetische of historische gronden waard om getoond te worden. Daarnaast kunnen archiefstukken tijdens exposities gebruikt worden om bepaalde zaken toe te lichten. Zo kan een bouwtekening van een (gebombardeerde) brug een heldere illustratie zijn van een niet meer bestaande situatie. Wij vinden het in zo'n geval heel belangrijk om 'het origineel' te tonen en in sommige gevallen leidt dit tot de beslissing om bepaalde documenten niet te vervangen.

In het tweede hoofdstuk van zijn boek (De cultuur van de kopie en de teloorgang van het Chinese verleden) beschrijft Stille dat er in China en Japan een andere opvatting over oud en authentiek gehanteerd wordt dan in 'het Westen'. Het bekendste voorbeeld daarvan is misschien wel de Japanse Ise-schrijn, waarvan hieronder een bouwtekening staat afgebeeld.
Deze tempel uit de zevende eeuw na Christus wordt om de twintig jaar ritueel verwoest en daarna weer opgebouwd. Ik stelde me dat altijd als een soort Ikea-bouwpakket of een puzzel voor, maar begrijp nu dat hij echt verwoest wordt en daarna met nieuw hout wordt opgebouwd.
"In de ogen van de Japanners is de tempel dertien eeuwen oud, hoewel geen enkel onderdeel ouder is dan twintig jaar. Westerse kunsthistorici weten niet wat ze hiermee aan moeten. De Unesco heeft dan ook na heftige discussies besloten om de Ise-schrijn en vele andere beroemde Japanse monumentale bouwwerken van de lijst van werelderfgoed te schrappen. De motivatie luidde dat deze gebouwen niet echt oud of authentiek zijn."
(De toekomst van het verleden, p,64-65)

Daarna beschrijft Stille dat er in het Chinees twee verschillende woorden voor kopiëren zijn: Fang Zhipin, wat ongeveer gelijk staat aan ons begrip reproductie en Fu Zhipin wat een reproductie van zeer hoogwaardige kwaliteit is, die het waard is om bestudeerd te worden. Het blijkt dat in heel veel gevallen Fu Zhipin tentoongesteld worden, maar dat dit op het oog bijna niet vast te stellen is.

Nu vraag ik me af: Zouden wij voor archiefbescheiden die we willen tentoonstellen niet ook altijd Fu Zhipin moeten maken?

vrijdag 8 januari 2010

Ziende blind

Kees Cools, hoogleraar corporate finance in de NRC van 8 januari 2010:

"Van een lantarenpaal ziet u maar 15 procent, de rest verzint u er zelf bij. Wat u ziet wordt bepaald door die 15 procent, door ervaringen uit het verleden en door wat u hóópt te zien. Dat geldt ook voor toezichthouders."

Oei!

Lantarenpaal: Patrick Rasenberg

donderdag 7 januari 2010

Nop Maas - Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven.


Een paar dingen die tijdens het lezen van deze knappe biografie door mijn hoofd gingen:
  • Waar zou Maas geweest zijn zonder al die brieven? Een heel groot deel is gebaseerd op de correspondentie van en naar Reve. Toekomstige biografen hebben waarschijnlijk minder en minder geordend materiaal tot hun beschikking.

  • Wat een knappe vrouw was Hanny Michaelis. Niet alleen qua uiterlijk, maar vooral ook in de manier waarop ze het tien jaar met Reve heeft uitgehouden.
    Eigenlijk wil ik hier de foto die op de achterkant van het boek staat plaatsen, maar die kan ik helaas niet online vinden. Op de foto staan een jonge en mooie Reve Michaelis. Hij laat haar uit een kopje drinken, terwijl ze elkaar aankijken. Het ziet er idyllisch, maar uit de manier waarop Reve Michaelis' hand vast houdt, blijkt dat zij er toch niet helemaal gerust op is. Mooi, veelzeggend beeld, aangezien hier niet alleen de lieve, maar ook de sadistische Gerard Reve in één beeld gevangen wordt.

  • Ik moet nodig de brievenboeken van Reve (weer) eens lezen. Zijn romans hebben me nooit zo bekoord, met uitzondering van De Avonden.

woensdag 6 januari 2010

Het kompjoetergebouw

Een aparte aflevering van gelezen...

Met T. ben ik Otje aan het lezen en vandaag lazen we het hoofdstuk Het kompjoetergebouw:
''Maar pappa, je hebt altijd gezegd: mijn papieren zijn zoekgeraakt in de kompjoeter.'
'Ook dat is juist,' zei Tos. 'Zie je dat hoge gebouw daar? Dat is het kompjoetergebouw. Daar moest ik twee jaar geleden mijn papieren afgeven aan het loket. Voor "eventjes" zeiden ze. Ik zou ze dadelijk terugkrijgen, zeiden ze.'
'En toen?' vroeg Otje.
'Toen liep de meneer van het loket ermee weg. Er kwam een andere meneer. Die wist van niets. Ik heb gewacht en gewacht en gepraat en gesmeekt en eindelijk...'
'Eindelijk ben je driftig geworden, papa?'
Tos knikte. 'Ze hebben me buiten de deur gezet,' zei hij. 'Zonder papieren.'

En in dat kompjoetergebouw werk ik nu bijna vijf jaar...

(Zie ca 1:09)

... En tegenwoordig raken we helemaal geen papieren meer kwijt hoor!