zaterdag 12 november 2011

Over verdwenen decoraties uit een archief

Hendrik Antoon Lorentz,
in 1916 geschilderd door
Menso Kamerlingh Onnes.
Gisteren stond in de NRC een artikel over het archief van Hendrik Lorentz dat in het bezit is van de KNAW. De krant schreef:
Lorentz is vermoedelijk ook de meest gedecoreerde Nederlandse wetenschapper. Hij won de Nobelprijs, legde de grondslag voor Albert Einsteins speciale relativiteitstheorie en was voorzitter van de Zuiderzeecommissie die de Afsluitdijk voorbereidde. Maar nagenoeg al zijn decoraties zijn weg. Verdwenen uit de kluis in het Trippenhuis van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in Amsterdam.
In de krant wordt Anne Kox geciteerd, die de vermissingen opmerkte in de inventaris die Joeri Meijer eerder dit jaar maakte van het archief van Lorentz.
In die inventaris staat op pagina 4:
De Akademie kreeg na de dood van Lorentz ‐ naast de documenten ‐ ook het beheer over enkele medailles en penningen uit zijn bezit. Uit een lijst met stukken die waren gedeponeerd in een safe bij de Incasso Bank/Amsterdamsche Bank op de Nieuwmarkt, blijkt welke medailles en penningen van Lorentz op 28 september 1956 nog door de KNAW werden beheerd. Deze stukken zijn later overgebracht naar de kluis in het Trippenhuis, de zetel van de KNAW. Helaas zijn een groot aantal van de medailles en penningen in één van de daaropvolgende decennia verloren gegaan. De vermissing van een aantal gouden voorwerpen (waaronder ook een gouden snuifdoos van Jacob van Lennep en een gouden ganzenveer) werd geconstateerd in de jaren tachtig. In plaats van de Lorentz‐medailles trof men een kleine hoeveelheid muntjes aan, afkomstig uit diverse landen. Van de gouden voorwerpen was alleen een gouden ring met gezette steen achtergebleven (deze was in 1957 na afloop van het KNSM congres door de heer M.E. ’t hart gevonden in de toiletkamer). Omdat de inhoud van de kluis al geruime tijd niet was gecontroleerd, bleek het onmogelijk om nog te reconstrueren wanneer de voorwerpen waren verdwenen. De overgebleven penningen uit het bezit van Lorentz zijn opgenomen in de penningencollectie van het Trippenhuis. Dit betreft:
– een zilveren penning uitgegeven ter gelegenheid van het 680‐jarig bestaan van de Universiteit van Parijs (1895); en
– de Copley Medal van de Royal Society te Londen (30 november 1918).
En dan volgt een lijst van dertien gouden en zilveren penningen  en decoraties, die waarschijnlijk als permanent verloren beschouwd moeten worden. Of zoals Robbert Dijkgraaf, de huidige KNAW-president, zegt: „Het ging duidelijk om het goud, waarschijnlijk zijn ze omgesmolten.”


Maar, het lijkt me ook verstandig om die lijst met vermiste penningen te publiceren, zodat bekend wordt dat ze eigenlijk bij het KNAW thuis horen wanneer ze ooit nog eens op de markt verschijnen.


Gerelateerd
Diefstal in het Stadsarchief
De archiefdief documenteert natuurlijk
Archiefpolitie

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen