maandag 3 augustus 2015

Gastblog: Joost luistert en schrijft #ICHORA7 - dag 1


Sinds 2003 vindt gemiddeld eens in de twee jaar het ‘International Conference on the History of Records and Archives’ (I-CHORA) plaats: een congres waarin onderzoekers hun werk presenteren dat te maken heeft met archieven of archiefbeheer, om vervolgens te worden overladen met vragen vanuit het publiek. Voor de zevende editie is I-CHORA op 29-31 juli neergestreken in het Stadsarchief Amsterdam. Als congrescorrespondent voor Ingmar bladert en schrijft mocht ik verslag doen. De vorige I-CHORA in Amsterdam was in 2005, andere steden waren Boston, Austin, Toronto, Londen en Perth – dus de kans dat het de volgende keer in Nederland plaatsvindt is niet erg groot... Vreemd was ook dat er opvallend weinig Nederlanders aanwezig waren, terwijl de deelnemers van over de hele westerse wereld leken te komen (en een paar uit Iran).
Ik ga hier niet alle 28 lezingen behandelen, maar een keuze hieruit. Het volledige programma met teksten kun je terugvinden op de I-CHORA website. En als je er wel bij was en een lezing of onderwerp hier mist, gebruik dan vooral de ‘Reageer’-knop onderaan!

Dag één, 29 juli
Na de aftrap ging Elizabeth Shepherd (o.a. co-auteur van een standaard werk en onderzoeker naar de openbaarheid van informatie in Groot Brittannië) in op de onzichtbare rol van vrouwen in de geschiedenis van het vakgebied van archivistiek en informatiebeheer. Als er überhaupt al iets geschreven is over mensen uit ons werkveld, dan zijn dit vrijwel uitsluitend mannen... (De geschiedschrijving over ons vakgebied zal daar overigens bepaald niet uniek in zijn.) Vrouwen hebben echter een belangrijke rol gespeeld in de archivistiek. Een voorbeeld dat Shepherd onderzoekt is het vrouwelijke aandeel in de zogenaamde ‘records agents’ in Engeland in het interbellum. ‘Records agents’ waren zzp’ers en een soort van kruising tussen DIV’ers, informatiebeheer adviseurs en archiefonderzoekers. Veelal vrouwen dus, en Shepherd pikte er een paar uit voor biografieën.

De lezing van Jennifer Douglas ging in op de rol van foto’s van overleden mensen als bewijsstuk en de rol daarvan in het rouwproces, dit naar aanleiding van de miskraam van haar eigen dochter en het aanbod van het ziekenhuis om een foto te maken ter herinnering. Dat vond ze maar een raar idee... Maar er bleek een hele wereld achter te schuilen, vooral tijdens de 19e eeuw. Dus is ze dit fenomeen gaan onderzoeken. Destijds toonden de foto’s o.a. aan dat het kind daadwerkelijk had bestaan en ging het alsnog voor langere tijd deel uitmaken van het gezin. Er zijn ook nu nog hele websites aan gewijd. Als je het verhaal zo beluistert ga je ook in een andere context over selfies en Facebookpagina’s nadenken... Wat als de maker van een selfie overlijdt? Welke waarde krijgt zo’n foto dan voor de nabestaanden? En zou dat gevolgen moeten hebben voor het bedrijf dat die foto’s beheert?

Anne Gilliland behandelde de geschiedenis van het eiland Goli Otok, een van de gevangenissen in Kroatië onder het Tito regime. Het dient nu als een van de objecten die symbool staan voor de geschiedenis van Kroatië vanaf de jaren veertig. Tegenwoordig is het een voorbeeld van plaatsen voor zogenaamd ‘dark tourism’: een plek waar je jezelf in het cachot op de foto kunt laten zetten en daarna een frietje eten. Gililand behandelde de archieven die met het eiland te maken hebben, maar ook hun relatie tot het eiland als historisch object. Wat zegt het object zelf over de archieven, of vooral over de onderdelen die later blijken te ontbreken?

Theo Thomassen. Foto door Vincent Robijn
Theo Thomassen besprak zijn promotieonderzoek naar het archief van de Staten Generaal, waar onlangs de handelsversie van is verschenen. Specifieker ging hij in op de vraag of hij de archivistische methode voor dit archief kon gebruiken: het analyseren van het archief aan de hand van de ‘functies’ of ‘werkprocessen’ van de organisatie. Dat lukte voor een groot deel niet. Destijds was er ook al sprake van ‘multiple provenance’: het archief van de Staten Generaal zoals het nu bestaat komt eigenlijk al voort uit een ketenproces. Bovendien is het een archief dat zijn structuur heeft gekregen door het proces van machtsuitoefening: in de structuur zien we niet de wereld terug zoals die eruit zag, maar zoals de Staten wilden dat die eruit zou zien. Dit zal niet het enige archief zijn waarbij dat het geval is: denk aan archieven waarbij onderdelen bewust zijn weggelaten of later verwijderd. Een paar voorbeelden zullen ook hier langs komen.
Elizabeth Mullins behandelde het archiefbeheer bij de congregatie van de Sisters of Mercy, als casusstudie voor religieuze organisaties in Ierland in de 20e eeuw. En daar werd me wat afgearchiveerd... Recordkeeping was hier ook een overduidelijk machtsmiddel om de status quo te handhaven. Bij de congregatie was een regel of afspraak pas geldig als die werd opgeschreven, en ook nog eens door een hooggeplaatste persoon. Daardoor kon de macht binnen een congregatie ook centraal gehouden worden, tegenover zowel de nonnen als de kinderen die in de congregatie waren gehuisvest. Vreemd genoeg waren de voorschriften voor archiefbeheer kennelijk niet erg duidelijk, waardoor veel informatie verloren is gegaan. (Of misschien bestonden er wel verbale instructies, en waren die over archiefbeheer héél expliciet...) Aan een aantal dossiers van kinderen kun je wel nog zien hoe er o.a. met strafmaatregelen werd omgesprongen. Die dossiers waren weer een waardevolle bron voor het zogeheten Ryan Report uit 2009, kort gezegd de Ierse tegenhanger van de Commissie Deetman.

De slotlezing van Eric Ketelaar op dag één ging naast het archief van Rembrandt in op een hoop zaken, maar vooral op de begrippen ‘archival consciousness’ en ‘archival negativism’. Dat laatste duidt op de ontmoediging (door cultuur of organisatie) om informatie als archief vast te leggen en te bewaren – of juist de vernietiging ervan te stimuleren. Hij haalde daarvoor Derrida’s Archive fever aan (zie o.a. hier), maar stelde dat in deze context Derrida juist niet gaat over het bewaren van archieven; integendeel, het gaat eigenlijk over het vernietigen ervan. We zullen er vast nog wel een vervolgartikel over zien.

Morgen de tweede dag, onder andere over wat een archief is en over de Ethische Code.

Joost van Koutrik werkt bij het Utrechts Archief en twittert ook nog wel eens.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen