zaterdag 30 oktober 2010

Gelezen: P.F. Thomése - De weldoener

Ik heb nu vijf boeken van Thomése gelezen en ik weet het nog altijd niet. Van De weldoener ben ik in ieder geval om literaire redenen niet kapot. De verteller is te uitleggerig en nu te dan te inconsequent.
Het boek gaat over de componist Sierk Wolffensberger (die eigenlijk Theo Kiers heet), die op de zolder van een kerk (niet toevallig van Sint Antonius van Padua) een meisje vindt dat zelfmoord heeft proberen te plegen. Hij rijdt haar naar het ziekenhuis, redt haar leven en besluit haar "voor zichzelf" te houden. Eerst brengt hij haar onder in een hotel langs de snelweg en daarna in zijn "componeerhutje" in de duinen. Uiteindelijk neemt hij haar mee naar een chalet in de Alpen (wat ook eindelijk de illustratie op de kaft verklaarde). De ontknoping zal ik verder niet uit de doeken doen, maar dat het niet goed afloopt is eigenlijk al van begin af aan duidelijk.
De man over wie dit boek gaat is na lange omzwervingen teruggekeerd in de provinciehoofdstak H****
Het boek bestaat uit drie (eigenlijk vier) delen: De redding, Koor, De Vlucht, Het Offer.
Het citaat hierboven is de eerste zin van het boek en hier lijkt duidelijk een alwetende verteller aan het woord, een 'neutraal' iemand, die alles weet. Het typische is dat dit verder uit het hele eerste deel niet blijkt. Alles wordt verteld vanuit het verdraaide (misschien wel verknipte) perspectief van Sierk. Hij vindt een onschuldig meisje dat hij verder niet kent en besluit dat "voor zichzelf" te houden. Hij is de grote componist en zijn rivaal Wehry is een arrogante, op aandacht beluste patser. Zijn vrouw is vervelend, zijn zoon een neukbeestje en de zangers uit zijn koor, zijn kneuzen.

Dat is allemaal spannend, omdat je wel in de gaten hebt dat de werkelijkheid waarschijnlijk anders is, dan Sierk hem ziet. Het is dan wel heel jammer dat Thomése het nodig vond om in een tussendeel (Koor) allerlei extra informatie te geven: Wehry is echt een patser (wat helemaal niet relevant is), dat gevonden meisje is zijn dochter en ze zong in het koor van Sierk enz. Allemaal zinloze informatie, die ook wel uit de rest van het boek bleken. Verder komt die alwetende verteller nog op twee plekken tevoorschijn piepen (p.272 en p.314,), allebei zinloze invoegingen.

Het lijkt een beetje alsof Thomése er niet voor kon of durfde te kiezen om alles vanuit die vervelende componist te beschrijven. Het boek deed me ook de hele tijd denken aan andere boeken, waarin de obsessie van een (oudere) man voor een (jonger) meisje het onderwerp was: vooral Dood meisje van Geerten Meijsing en misschien wel Het jaar van de kreeft van Claus. Maar de verwijzingen waren niet zodanig dat het "leuk" was op een post-moderne manier.

Arjen Fortuin had het in de NRC over twee Thoméses die samenkwamen in dit boek. Ik geloof dat ik toch de voorkeur geef aan de eerste 'oude', serieuze Thomése die Het zesde bedrijf schreef.

Gerelateerd
Gelezen: P.F. Thomése - Schaduwkind
Gelezen: Thomése en Chabon
Achterstand gelezen boeken

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen