zaterdag 17 oktober 2009

Geschiedschrijven in Uruzgan



In de NRC stond gisteren een artikel over Serge Blom, die als 'dagboekschrijver' naar Uruzgan vertrekt.
Nu ben ik nooit in dienst geweest (afgekeurd wegens 'anatomisch zwakke enkels') en dus ook niet in een oorlogssituatie, maar wat me verbaasd is de reden waarom Blom naar Afghanistan gaat. Hij is als historicus in dienst bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en hij gaat:
alle relevante vergaderingen bijwonen, inlichtingenrapporten lezen, en patrouilleverslagen ordenen. Dat doet hij voor het nageslacht, zodat een toekomstige generatie historici – of een NIOD-onderzoeker – met een druk op de knop in zijn digitale dagboek kunnen zoeken.
Het dagboek dient eveneens als het „externe korte- en lange termijn geheugen van de commandant van de missie”, zegt Blom. „Zo kan de commandant terugzien hoe er in zijn staf tot een besluit is gekomen.”

Dit houdt mede verband met de frequentie waarop de staf wisselt. Ieder half jaar wordt die vernieuwd. Officieren dragen hun taken over aan een nieuwe ploeg, maar zodra ze in het vliegtuig naar Nederland stappen, vliegt ook een deel van het geheugen van de missie het gebied uit.


Dan vraag je je toch verschillende dingen af:
  1. Waarom stuurt Defensie een historicus en geen archivaris? Want wat Blom gaat doen, omschrijft hij als "Ik verzamel de brondocumenten en berg ze op voor een later gebruik. Dat betekent niet dat ik de bronnen nu al analyseer."

  2. Zijn er geen vaste afspraken over informatiebeheer of archiefvorming tijdens missies? (Dat lijkt me overigens een interessante onderzoeksopdracht voor de Erfgoedinspectie.)


Aanvulling 19 oktober 2009:
Het volledige artikel uit de NRC is nu hier te vinden.

1 opmerking:

  1. Vooral aan die tweede vraag moest ik denken. Of wordt dit een soort alternatief archief? Omdat archieven van defensie nog wel eens gaten willen bevatten, of verloren raken, of gewist, of kwijtge(r/m)aakt enzovoort...

    BeantwoordenVerwijderen