zondag 28 februari 2016

Schaduwarchieven: een deel van akten keert terug

In de tweede helft van de jaren vijftig en de eerste helft van de jaren zestig reed Roelf Raven (dat zou deze kunnen zijn) kriskras door Nederland om bij de rechtbanken de dubbelen van de akten van de burgerlijke stand op te halen. Hij verzamelde deze in Amsterdam, van waar ze naar de Nederlandse Antillen verscheept werden. In diezelfde periode kwamen echter ook alweer akten terug naar Nederland. Dat zit zo.

Terugvoering om de tien jaar
Blijkbaar was het in 1953, toen het besluit genomen werd om de dubbelen naar het buitenland te verplaatsen, de bedoeling om iedere tien jaar weer een deel van de akten naar Nederland terug te halen. E. J. Hoogenraad, secretaris-generaal van het ministerie van Justitie schreef  in september 1964 in ieder geval aan de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (OKW):
...dat de terugvoering van de ingevolge de wet van 23 juli 1953, stb. 360 naar het buitenland afgevoerde registers van de B.S. om de tien jaren zal plaats vinden. Het was de bedoeling van [sic] de registers over de jaren 1883 tot en met 1892, welke op 18 april 1956 zijn afgevoerd, in 1962 zouden teruggebracht worden.
Door gebrek aan scheepsruimte kon evenwel in 1962 en 1963 de terugvoering niet plaatsvinden. Thans kan binnenkort de aankomst van deze registers (174 kisten) worden verwacht.
Het is de bedoeling, dat in 1972 de registers van de B.S. over de jaren 1893 tot en met 1902 zullen worden teruggevoerd en elke 10 jaren later de volgende 10 jaargangen.
In oktober 1964 laat de Algemene Rijksarchivaris, Herman Hardenberg, aan de staatssecretaris van OKW weten dat de registers in Nederland zijn en dat hij ze voorlopig heeft opgenomen in het hulpdepot aan het Westeinde in Den Haag. Ze zijn gesorteerd en zullen binnenkort naar de rijksarchieven in de provincies worden verplaatst.

Tegelijkertijd verzocht hij de staatssecretaris of zijn departement voor het opstellen van het benodigde Koninklijk Besluit kon zorgen.

En dan begint het gedoe
De rijksarchivaris in Noord-Holland meldde op 23 november 1964 dat
de inhoud van kist 124 dermate beschadigd is, dat zij als geheel verloren beschouwd moet worden.
De inhoud van kist nr. 124 bestond uit:
  1. De 10-jaarlijkse tafels van 1883 t/m 1892 van geboorten van de gemeente Amsterdam van S t/m Z.
  2. De 10-jaarlijkse tafels van 1883 t/m 1892 van huwelijken en overledenen van de gemeente Amsterdam van A t/m Z.
  3. De jaarlijkse tafels van 1883 t/m 1892 van geboorten, huwelijken en overledenen van de gemeente Amsterdam.
En ook uit Utrecht kwam een briefje dat er registers en klappers ontbreken.

De Algemene Rijksarchivaris wees de Minister van Justitie er op dat de Amsterdamse tafels verloren zijn gegaan en dat hij voor de oplossing moet zorgen.
Daar ingevolge artikel 27 van het Burgerlijk Wetboek de bewaarders aansprakelijk zijn voor "het rigtig houden en bewaren der registers", zou ik het op prijs stellen, indien Uwe Excellentie het daarheen wilt leiden, dat van genoemde onder uw verantwoordelijkheid verloren gegane registers alsnog een copie wordt vervaardigd ter overdracht aan de Rijksarchiefdienst.
Hij stuurt een paar weken later een concept-KB voor de overbrenging van de registers naar de staatssecretaris van OKW. Daarin heeft hij in artikel 3 opgenomen dat de Minister van Justitie de beschadigde of verloren gegane registers laat vervangen door "fotografische reproducties van de in de gemeenten bewaarde dubbelen."
Ik heb nog niet achterhaald of en wanneer dit KB is vastgesteld, maar als het gebeurd is, dan heeft dat een hele tijd geduurd. In november 1965, bijna een jaar na zijn eerste briefje, laat de rijksarchivaris van Noord-Holland weten dat hij nog altijd op de reproducties van de beschadigde registers wacht.

Ondertussen had Hardenberg de rijksarchivaris van Utrecht wel laten weten dat de registers van Rhenen en Veenendaal terecht waren. Hij had ze na lang zoeken gevonden en zal ze binnenkort naar Utrecht sturen. En dan schrijft hij twee zinnen, waar een hele wereld achter zit:
Wellicht kan mevrouw Polak - de Booy ze a.s. woensdag meenemen, als ze toch naar het Algemeen Rijksarchief komt om een schrijfmachine en briefpapier af te halen. Helaas zijn ze door vocht beschadigd.
Wat mij dan wel verbaasd, maar daar kom ik vast nog wel een keer op terug, is dat ik bij de RHC's in de inventarissen van de dubbelen helemaal niets over vermissing, reproductie of zelfs een verblijf in het buitenland terug zie.

Bron
NL-HaNa, RAD Rijksarchiefinpectie, 1960-1969, 2.14.10, inv.nr. 120

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen