Afgelopen week hebben we, net als vorig jaar rond deze tijd, gepast op een huis in Zeeland. Gelukkig hadden we dit jaar prachtig weer, waardoor we de eerste vier dagen naar het strand konden gaan. 's Woensdag zijn we nog even in Middelburg zelf geweest en donderdag hebben we gezwommen in het Vrijburgbad.
Donderdagavond had ik afgesproken met Edwin en Eric-Jan, uiteraard bij de Seventy-Seven. En hoewel ik Edwin voor het eerst IRL ontmoette (mijn H. vroeg van te voren nog wat bezorgd: "Wie is dat dan? Waar ken je hem van? Je hebt toch wel in een openbare gelegenheid afgesproken?") was het uitzonderlijk gezellig. De gespreksonderwerpen varieerden van Jan Hanlo tot op vrouwenbenen gevormde dakpannen, het verschil tussen archieven en bibliotheken, ouder worden (of niet) en het nut van bibliotheekgebouwen.
O Edwin, ten aanzien van dat laatste bedacht ik vanmorgen nog iets.
Wat vóór een bibliotheekgebouw - met open kasten - pleit, is de heerlijkheid van het toevallig gevonden boek. Het boek waar je niet naar op zoek was, maar waar je tegenaan loopt op zoekt naar een ander boek. Dat is ook nog altijd het grote pré van een echte boekhandel of een boekenmarkt boven bijvoorbeeld Amazon of Bol. Zij doen wel suggesties voor boeken die ik "ook wel leuk zal vinden", maar dat creëert - en daar hadden we het gisteren ook nog over - een soort tunnelvisie.
Maar, dat is waarschijnlijk wat mager als raison d'etre voor de komende tien jaar voor de bibliotheek.
Hoe dan ook, het was een heerlijke week.
