zondag 2 januari 2011

Gelezen: Wiel Kusters - Pierre Kemp. Een leven

Van Pierre Kemp wist ik tot begin vorige maand niet zo heel veel. Hij kwam uit Maastricht en schreef 'kleine' gedichten, waarvan ik er eentje (Les deux statuettes) heb voorgelezen tijdens de trouwceremonie van S. en N. Vaag wist ik ook nog wel dat hij geschilderd had en op een mijn had gewerkt. Een ander detail dat ik wist, was dat hij al zijn boeken kaftte in kleurig vliegerpapier.
Wiel Kusters heeft in Pierre Kemp. Een Leven mijn kennis grondig aangevuld. Een paar aspecten die me uit het leven van Kemp bij zullen blijven zijn onder andere dat hij, buiten een zeer kort verblijf in Amsterdam nauwelijks buiten Zuid-Limburg is geweest. Hij werd geboren in Maastricht, werkte vanaf dat hij een jaar of twaalf was bij 'de Céramique' en daarna jaren lang op het salarisbureau van de Laura in Eygelshoven. Daar reisde hij iedere dag met de trein naar toe en dat waren zo ongeveer de enige reizen buiten Maastricht die hij in zijn 81-jarige leven gemaakt heeft.
Iets anders wat ik eigenlijk heel treurig vind, is dat hij in zijn gezin nauwelijks serieus genomen werd als dichter. Eigenlijk vonden zijn vrouw en drie zoons dat geschrijf maar niets, al zal dat ook te maken hebben gehad met zijn poëtisch-amoureuze verhouding met diverse Muzen: Turkoois, Amaranth en nog zo wat jonge vrouwen.
Die verhouding met die Muzen is ook nog wel apart. Met twee daarvan reisde hij dagelijks op en neer tussen Maastricht - Valkenburg - Heerlen. Zij hadden directe inspraak op de gedichten die Kemp voor en over hen schreef. Als een zinswending niet beviel, kon die best aangepast worden. Kusters beschrijft dit in zijn nawoord iet wat overdreven:
Schrijvend (...) had ik weleens het idee dat Kemps speellust, en de wijze waarop hij daaraan in deze lange gedichten vormgaf, bij alle levensgrote verschillen soms toch ook in de buurt kwam van de wijze waarop men zich met de huidige media een 'second life' kan opbouwen. Behalve de avatarachtige benamingen als de Zwarte Vriend, Amaranth, Turkoois en de Abt, was er in het ontstaan van de genoemde gedichten zelfs sprake van enige interactiviteit. De personages kregen van hun poëet een zekere mate van inspraak in de wording van het gedicht en werden op die manier tot (bescheiden) medespelers. (p.662)
Over de biografie zelf nog twee dingen. Vooral in de eerste hoofdstukken wringen de zinnen van Kusters nogal. Blijkbaar had hij moeite om op basis van de zeer beperkte informatie iets begrijpelijks te schrijven. Later wordt de tekst leesbaarder, maar dit komt misschien ook wel doordat Kusters ruim citeert uit de correspondentie van en aan Kemp.
Wat me ook wel stoorde was de opbouw van het boek, die soms aan de processie van Echternach deed denken. Kusters beschrijft in het ene hoofdstuk bepaalde gebeurtenissen en begint in het volgende hoofdstuk weer een paar jaar voor de laatste gebeurtenissen uit het voorgaande hoofdstuk. Dat was nu en dan nog al verwarrend.


Gelezen tussen 01/12/10 en 29/12/10 (waarmee dit het laatste boek van 2010 is en deze blogpost postuum wordt aangepast...)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen